Een taxiroute beleefd bespreken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a taxi, a passenger asks the driver why the route has changed and requests larger roads when possible..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een taxiroute beleefd bespreken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Undskyld, kører vi en anden rute på grund af trafikken?

on-sguul, keur-a vii en an-en roe-dhuh po gron èw tra-fi-ken? Pardon, nemen we vanwege het verkeer een andere route?
B

Vejen længere fremme er spærret, så jeg er nødt til at tage en omvej.

vai-en lèng-a-ra fram-uh a sbè-a-dh, soo yai a neudh tel a tè en om-vai. De weg verderop is geblokkeerd, dus moet ik omrijden.
A

Jeg spurgte, fordi jeg ikke kan genkende dette område.

yai sborg-dhuh, fo-dee yai e-guh ken gen-ken-uh de-dhuh oo-mro-dhuh. Ik vroeg het omdat ik deze buurt niet herken.
B

Denne vej er lidt længere, men så burde vi kunne komme videre.

den-uh vai a let, men soo bo-dhuh vii koe-nuh kom-uh vee-dhuh-ra. Deze route is iets langer, maar zo zouden we door kunnen blijven rijden.
A

Kan vi blive på større veje, hvis det er muligt?

ken vii blii-a po sdeur-uh vai-uh, vis de a moe-li? Kunnen we, als het mogelijk is, op grotere wegen blijven?
B

Det kan jeg godt.

de ken yai got. Dat kan ik doen.
B

Det kan tage et par minutter ekstra.

de ken tè e paar mi-noe-dha eg-sdraa. Dat kan een paar minuten extra kosten.
B

Men det bliver lettere at følge ruten.

men de blii-a led-a-ra a feul-uh roe-dhen. Maar het wordt gemakkelijker om de route te volgen.
A

Det er fint. Jeg har ikke travlt.

de a fent. yai haa e-guh trawld. Dat is prima. Ik heb geen haast.
B

Herfra undgår jeg de små sidegader.

hè-a-fra on-goa yai dii smoo sii-dhuh-gee-dha. Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.
A

Jeg sætter pris på, at du forklarer ruten.

yai sè-da prees po, a doe fo-klee-a roe-dhen. Ik waardeer het dat u de route uitlegt.
B

Jeg giver dig besked, hvis jeg får brug for at ændre ruten igen.

yai kii-vuh dai be-sgee-dh, vis yai foor broe fo a èn-ra roe-dhen i-geen. Ik laat het u weten als ik de route weer moet veranderen.

Uitleg van de zinnen

  1. Undskyld, kører vi en anden rute på grund af trafikken?

    Pardon, nemen we vanwege het verkeer een andere route?

    Undskyld
    Pardon
    kører
    rouden / rijden
    en anden
    een andere
    rute
    route
    på grund af
    vanwege
    trafikken
    het verkeer
    Uitgebreide uitleg

    Undskyld betekent hier “pardon” of “neem me niet kwalijk”. Het is de gebruikelijke korte vorm om iemands aandacht te vragen of een vraag beleefd in te leiden. Het hangt samen met het werkwoord undskylde (“verontschuldigen”), maar in deze zin functioneert het als een zelfstandige beleefdheidsformule. kører is de tegenwoordige tijd van køre (“rijden”). Hier betekent het niet alleen letterlijk “rijden”, maar in combinatie met vi ook “nemen we” wanneer het over een route gaat: vi kører en rute = “we nemen/rijden een route”. De vorm kører kan bij verschillende personen in de tegenwoordige tijd dezelfde vorm hebben; vi maakt hier duidelijk dat het onderwerp “wij” is. Voorbeeld: Vi kører hjem. = “We rijden naar huis.” en anden betekent “een andere”. anden is de vorm die bij een zelfstandig naamwoord met en hoort, zoals en rute; bij een et-woord staat andet, en in het meervoud staat andre. Deze vorm drukt hier verschil uit met de route die anders bedoeld of gevolgd zou worden. Voorbeeld: Jeg vælger en anden vej. = “Ik kies een andere weg.” rute betekent “route”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en rute. De combinatie en anden rute betekent dus “een andere route”; het onbepaalde lidwoord zegt hier niet op zichzelf hoeveel routes er zijn. på grund af is een vaste voorzetseluitdrukking met de betekenis “vanwege” of “door”. Ze introduceert hier de reden: wat daarna komt, verklaart waarom de route wordt genomen. Voorbeeld: Turen er forsinket på grund af regnen. = “De reis is vertraagd vanwege de regen.” trafikken betekent “het verkeer”. De basisvorm is trafik; -ken markeert hier de bepaalde vorm van het en-woord: trafik → trafikken, vergelijkbaar met “verkeer” → “het verkeer”. Het gaat in deze zin om verkeer als reden, niet om een afzonderlijk voertuig of een specifieke persoon. Samen vormen kører vi en anden rute en på grund af trafikken de vraag “nemen we vanwege het verkeer een andere route?” In het Deens staat het werkwoord kører vóór het onderwerp vi, wat kenmerkend is voor deze ja-neevraag. De hele uiting is daarom: “Pardon, nemen we vanwege het verkeer een andere route?”

  2. Vejen længere fremme er spærret, så jeg er nødt til at tage en omvej.

    De weg verderop is geblokkeerd, dus moet ik omrijden.

    Vejen
    de weg
    længere fremme
    verderop
    spærret
    geblokkeerd
    er nødt til at
    moeten; genoodzaakt zijn om
    tage
    nemen
    omvej
    omweg
    Uitgebreide uitleg

    Vejen betekent hier “de weg”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van vej (“weg”): vej → vejen. Vej is een-woord in het Deens; -en is hier de uitgang voor bepaald enkelvoud bij een-woorden, tegenover bijvoorbeeld -et bij onzijdige woorden. længere fremme betekent samen “verderop”. længere is de vergrotende vorm van lang (“lang”); in deze ruimtelijke uitdrukking verwijst het naar een grotere afstand vooruit. fremme betekent hier “vooruit/verderop”. Voorbeeld: Butikken ligger længere fremme. — “De winkel ligt verderop.” spærret betekent hier “geblokkeerd” of “afgesloten”. Het is de voltooid deelwoordsvorm van spærre (“blokkeren, afsluiten”) en beschrijft met er de toestand van de weg: Vejen er spærret. — “De weg is geblokkeerd.” spærret hoort dus bij het werkwoord spærre, niet bij vej. er nødt til at is de Deense constructie voor “moeten” of “genoodzaakt zijn om”. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”); deze vorm verandert in het Deens niet naar de persoon, dus hij staat ook bij jeg. nødt til drukt noodzaak uit en na at volgt het werkwoord in de infinitief. Het patroon is jeg er nødt til at + infinitief, bijvoorbeeld: Jeg er nødt til at gå. — “Ik moet gaan.” tage betekent hier “nemen” in de infinitief. De vorm volgt op at in er nødt til at tage; hier gaat het om het kiezen van een andere route door een omweg te nemen. omvej betekent “omweg”. Het is een zelfstandig naamwoord; in de zin staat het met het enkelvoudige onbepaalde lidwoord en: en omvej. De gebruikelijke combinatie tage en omvej betekent “een omweg nemen”. Voorbeeld: Vi tager en omvej. — “We nemen een omweg.” Samen vormen Vejen længere fremme er spærret de betekenis “De weg verderop is geblokkeerd”. så verbindt dit met het gevolg: “dus”. jeg er nødt til at tage en omvej betekent “ik moet een omweg nemen”. De hele uiting betekent daarom: “De weg verderop is geblokkeerd, dus moet ik een omweg nemen.”

  3. Jeg spurgte, fordi jeg ikke kan genkende dette område.

    Ik vroeg het omdat ik deze buurt niet herken.

    Jeg
    ik
    spurgte
    vroeg
    fordi
    omdat
    ikke
    niet
    kan
    kan
    genkende
    herkennen
    dette
    dit/deze
    område
    gebied; buurt
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud; de vorm verandert niet met de tijd of als onderwerp van een vraag. Voorbeeld: Jeg kommer. — “Ik kom.” spurgte betekent hier “vroeg”. Dit is de verleden tijd van spørge (“vragen”): spørge → spurgte. De vorm drukt uit dat het vragen vóór het huidige moment gebeurde. Voorbeeld: Jeg spurgte ham. — “Ik vroeg het hem.” fordi leidt de reden bij de hoofdzin in en betekent “omdat”. Een bruikbaar patroon is ..., fordi ... (“..., omdat ...”). Voorbeeld: Jeg bliver, fordi det regner. — “Ik blijf, omdat het regent.” ikke is de ontkenning “niet”. Hier ontkent het de mogelijkheid die met kan wordt uitgedrukt: niet kunnen herkennen. In een gewone bijzin staat ikke in deze zin vóór kan. kan betekent hier “kan” in de betekenis van “in staat zijn om”. Het is een tegenwoordige vorm van kunne en wordt gecombineerd met een infinitief: kan + genkende. Voorbeeld: Jeg kan se det. — “Ik kan het zien.” genkende betekent hier “herkennen”. Het is de infinitief na kan; daarom verschijnt hier niet een verleden vorm. Het gaat om het identificeren van iets dat je eerder kent of hebt gezien, niet alleen om het algemene zien ervan. Voorbeeld: Jeg kan genkende stemmen. — “Ik kan stemmen herkennen.” dette betekent “dit/deze” en verwijst hier naar het bedoelde gebied. De vorm is een aanwijzend woord voor een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord; hij past hier bij område. Het onderscheid tussen dette en een andere aanwijzende vorm hangt dus niet alleen van nabijheid af, maar ook van de grammaticale vorm van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Dette hus er gammelt. — “Dit huis is oud.” område betekent hier “gebied” of, volgens de vaste vertaling, “buurt”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is områder. In deze zin gaat het om het gebied/de buurt waarover de spreker spreekt. Voorbeeld: Området er roligt. — “Het gebied is rustig.” Samen vormen Jeg spurgte de hoofdzin “ik vroeg”, en fordi jeg ikke kan genkende dette område geeft de reden: “omdat ik deze buurt niet herken”. De tweede jeg is opnieuw “ik”; ikke kan genkende betekent “niet kunnen herkennen”, en dette område is het gebied dat niet herkend wordt. De volledige betekenis is: “Ik vroeg het omdat ik deze buurt niet herken.”

  4. Denne vej er lidt længere, men så burde vi kunne komme videre.

    Deze route is iets langer, maar zo zouden we door kunnen blijven rijden.

    Denne
    deze
    vej
    weg; route
    lidt
    een beetje
    længere
    langer
    men
    maar
    så
    zo
    burde vi
    zouden we
    kunne
    kunnen
    komme videre
    verderkomen
    Uitgebreide uitleg

    Denne staat voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht, zoals vej hier. Het betekent “deze” en verschilt van dette, dat bij een enkelvoudig onzijdig woord wordt gebruikt. Voorbeeld: denne vej = “deze weg”. vej betekent hier “weg” of “route”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is veje. lidt maakt de daaropvolgende vergelijking minder sterk: “een beetje”. Het kan ook bij andere gradaties staan, bijvoorbeeld lidt større = “een beetje groter”. længere is de vergrotende trap van lang: lang – længere – længst (“lang” – “langer” – “langst”). Hier beschrijft længere de route als langer dan iets waarmee die wordt vergeleken. De vorm krijgt hier geen uitgang die zich aan vej aanpast. men verbindt twee delen met een tegenstelling en betekent “maar”. så betekent hier “zo” of “op die manier”. Het verwijst naar de gekozen route of handelwijze en leidt het voorgestelde gevolg in: “maar zo zouden we verder kunnen komen”. burde vi bevat burde, de verleden vorm van bør, en het onderwerp vi (“wij”). In deze context drukt burde een voorzichtige verwachting of mogelijkheid uit, hier passend weergegeven met “zouden”. Burde verandert niet naar persoon of getal. In het patroon burde + onderwerp + infinitief staat geen harde zekerheid. kunne is de infinitief van kan en betekent in deze combinatie “kunnen”. De infinitief verandert niet naar persoon of getal. Samen met burde vormt het patroon burde kunne + infinitief: “zou/zouden kunnen ...”. Voorbeeld: Vi burde kunne finde vejen. = “We zouden de weg moeten kunnen vinden.” komme videre betekent “verder komen” en is een herbruikbare combinatie voor vooruitgang boeken of doorgaan. komme is de infinitief; videre voegt het idee van voortgang toe. De combinatie noemt op zichzelf geen specifiek vervoermiddel. In deze zin past de vaste vertaling “door kunnen blijven rijden” bij de routecontext. Samen betekent Denne vej er lidt længere: “Deze route is iets langer”. Men så burde vi kunne komme videre betekent: “maar zo zouden we verder kunnen komen”. De volledige bedoelde betekenis is daarom: “Deze route is iets langer, maar zo zouden we door kunnen blijven rijden.”

  5. Kan vi blive på større veje, hvis det er muligt?

    Kunnen we, als het mogelijk is, op grotere wegen blijven?

    Kan vi
    Kunnen we
    blive
    blijven
    større
    grotere
    veje
    wegen
    hvis det er muligt
    als het mogelijk is
    Uitgebreide uitleg

    Kan vi opent een ja/nee-vraag: kan is de tegenwoordige tijd van kunne en drukt hier mogelijkheid of haalbaarheid uit; vi betekent “wij” en is het onderwerp. In een Deense hoofdvraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Kan vi ...? Vergelijk als herbruikbaar patroon: Kan vi vente? = “Kunnen we wachten?” blive betekent hier “blijven” of “ergens blijven rijden”, niet “worden”. Het is de infinitief na het modale werkwoord kan: kan + infinitief. De combinatie blive på ... geeft aan dat men op een bepaalde soort weg blijft. større is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord stor (“groot”): stor – større – størst (“groot” – “groter” – “grootst”). Hier beschrijft større de wegen: het gaat om grotere wegen dan een niet nader genoemde vergelijking. Voorbeeld: Vi tager en større vej. = “We nemen een grotere weg.” veje is het meervoud van het zelfstandig naamwoord vej (“weg”). Het onbepaalde meervoud is veje; het bepaalde meervoud is vejene (“de wegen”). In på større veje staat het meervoud zonder bepaald lidwoord, omdat er niet naar één specifieke, benoemde groep wegen wordt verwezen. hvis det er muligt is een voorwaardelijke bijzin: hvis betekent “als”, det is hier het grammaticale onderwerp bij de algemene situatie, er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”), en muligt betekent “mogelijk”. Het bijvoeglijk naamwoord staat in de vorm muligt bij het onzijdige det. De hele constructie voegt de voorwaarde “als dat mogelijk is” toe. Samen betekent Kan vi blive på større veje, hvis det er muligt?: “Kunnen we, als het mogelijk is, op grotere wegen blijven?” De vraag vraagt dus of de route zo gekozen kan worden dat men op grotere wegen blijft, onder de voorwaarde dat dit haalbaar is.

  6. Det kan jeg godt.

    Dat kan ik doen.

    Det
    dat
    kan jeg
    kan ik
    godt
    wel
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en verwijst, volgens de vaste vertaling en de context, naar de eerder bedoelde handeling of mogelijkheid. In het Deens kan det ook naar een onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen; hier is vooral de verwijzing naar de situatie of handeling relevant. De vormkeuze wordt dus niet simpelweg veroorzaakt door het feit dat iets eerder genoemd is. kan jeg bestaat uit kan, de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”), en jeg (“ik”). kan is in het Deens niet speciaal een eerste-persoonsvorm: de vorm verandert hier niet naar persoon of getal; jeg maakt duidelijk dat de spreker “ik” is. Omdat Det vooraan staat, volgt het vervoegde werkwoord op de tweede plaats: Det kan jeg .... Dat is een mededelende hoofdzin, geen vraag. Herbruikbaar patroon: Det kan jeg ... = “Dat kan ik ...”. Godt betekent hier niet “goed” als losse beoordeling. In de combinatie kan ... godt versterkt het de bevestiging en komt het vaak overeen met “wel” of “inderdaad”. Het maakt de bedoelde handeling niet opnieuw expliciet; die handeling blijft in het Deens onuitgesproken, terwijl de vaste vertaling haar met “doen” weergeeft. Samen vormen de delen Det kan jeg godt de herbruikbare reactie “Dat kan ik wel”. In deze context wordt dat volgens de vaste vertaling weergegeven als “Dat kan ik doen”: de spreker bevestigt dat hij of zij de bedoelde handeling kan uitvoeren.

  7. Det kan tage et par minutter ekstra.

    Dat kan een paar minuten extra kosten.

    Det kan
    dat kan
    tage
    duren; kosten
    et par
    een paar
    minutter
    minuten
    ekstra
    extra; bijkomend
    Uitgebreide uitleg

    Det kan: In deze zin is det een onpersoonlijk onderwerp; het verwijst hier niet naar een specifiek genoemd ding of persoon. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt mogelijkheid uit. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at: Det kan tage ... betekent dus dat iets mogelijk extra tijd in beslag neemt. Voorbeeld: Det kan ske. — Dat kan gebeuren. tage: De infinitief tage betekent hier ‘in beslag nemen’ wanneer de aanvulling een tijdsduur noemt. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook ‘nemen’ betekenen. Voorbeeld: Det tager fem minutter. — Dat duurt vijf minuten. Omdat tage door kan wordt voorafgegaan, blijft het in de infinitief staan en krijgt het hier geen vervoegde vorm. et par: Dit is een gebruikelijke uitdrukking voor een klein, niet-exact aantal: ‘een paar’. Et is hier onderdeel van die uitdrukking; de zin stelt dus geen exact getal vast. Voorbeeld: Vent et par minutter. — Wacht een paar minuten. minutter: Dit is het meervoud van minut. De meervoudsvorm past hier bij et par, dat naar meer dan één minuut verwijst. Voorbeeld: To minutter er nok. — Twee minuten zijn genoeg. ekstra: Hier betekent ekstra ‘extra’ of ‘bijkomend’. Het geeft aan dat deze paar minuten boven op een al bedoelde tijd komen; et par geeft de hoeveelheid aan. Het staat na minutter en blijft in deze positie onveranderd. Voorbeeld: Vi har brug for ekstra tid. — We hebben extra tijd nodig. Samen betekent Det kan tage et par minutter ekstra dat het mogelijk een paar minuten extra in beslag neemt. Natuurlijk Nederlands geeft dat weer als: ‘Dat kan een paar minuten extra kosten.’ De combinatie kan + infinitief maakt de mogelijkheid duidelijk, terwijl et par minutter ekstra de extra tijd aanduidt.

  8. Men det bliver lettere at følge ruten.

    Maar het wordt gemakkelijker om de route te volgen.

    Men
    maar
    bliver
    wordt
    lettere
    gemakkelijker
    følge
    volgen
    ruten
    de route
    Uitgebreide uitleg

    Men betekent hier “maar” en verbindt deze zin met wat eraan voorafgaat. Het markeert een tegenstelling of aanvulling. Voorbeeld: Det er langt, men det er let. — “Het is ver, maar het is gemakkelijk.” bliver is de tegenwoordige tijd van blive (“worden” of “blijven”). Hier betekent het “wordt”: er is een verandering naar een nieuwe toestand. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd van blive niet naar persoon of getal: jeg bliver, du bliver en det bliver gebruiken allemaal bliver. Vergelijk Det bliver bedre. — “Het wordt beter.” lettere is de vergrotende trap van let (“gemakkelijk”); de reeks is let – lettere – lettest (“gemakkelijk” – “gemakkelijker” – “het gemakkelijkst”). In combinatie met bliver beschrijft lettere de nieuwe toestand: iets wordt gemakkelijker. Het bijvoeglijk naamwoord lettere drukt hier dus de vergelijking uit, niet een eigenschap van ruten als zelfstandig naamwoord. at følge bestaat uit het infinitiefmerkteken at en de infinitiefvorm følge van het werkwoord (“volgen”). Na lettere geeft deze infinitief aan wat gemakkelijker wordt: het volgen van de route. Het infinitiefmerkteken is geen onderdeel van de werkwoordsvorm følge. Voorbeeld: Det er let at følge. — “Het is gemakkelijk om te volgen.” ruten betekent “de route”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van en rute: en rute betekent “een route” en ruten “de route”. De vorm ruten laat dus zien dat het om één bepaalde route gaat; het zegt op zichzelf niets over de lengte of moeilijkheid ervan. Samen vormen bliver lettere de betekenis “wordt gemakkelijker”, en at følge ruten betekent “de route volgen”. De hele zin betekent daarom: “Maar het wordt gemakkelijker om de route te volgen.”

  9. Det er fint. Jeg har ikke travlt.

    Dat is prima. Ik heb geen haast.

    Det
    dat
    er
    is
    fint
    prima
    Jeg
    ik
    har
    heb
    ikke
    niet
    travlt
    druk, bezig
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier het onderwerp van de beoordeling “dat/het”. Het kan naar een situatie of zaak verwijzen; de zin identificeert geen specifiek zelfstandig naamwoord. In Det er fint staat het vooraan als grammaticaal onderwerp. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”). Voorbeelden: Det er let. — “Het is gemakkelijk.” De er her. — “Ze zijn hier.” fint betekent hier “prima” of “goed”. Het is de onzijdige vorm van fin (“goed, mooi”): fin wordt gebruikt bij een woord van gemeenschappelijk geslacht en fint bij een onzijdig woord. In Det er fint is fint de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord fin, niet de vorm van een zelfstandig naamwoord. Jeg is het persoonlijke voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Het heeft in het Deens deze vorm als onderwerp, ongeacht het geslacht van de spreker. Jeg går. betekent bijvoorbeeld “Ik ga.” har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”). In Jeg har betekent het “ik heb”, maar in har travlt vormt het met het volgende bijvoeglijk naamwoord een vaste uitdrukking voor “haast hebben” of “druk zijn”. ikke is de gewone ontkenning: “niet”. Het ontkent hier har travlt, zodat de spreker zegt dat die geen haast heeft. Voorbeeld: Jeg har ikke tid. — “Ik heb geen tijd.” travlt is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord travl (“druk, bezig”). In har travlt betekent het geheel idiomatisch dat iemand haast heeft of druk bezig is; travlt betekent hier dus niet zelfstandig “haast”. Voorbeeld: Jeg har travlt. — “Ik heb haast.” Samen vormen Det er fint en Jeg har ikke travlt twee korte mededelingen: “Dat is prima. Ik heb geen haast.” De eerste beoordeelt iets als goed of in orde; de tweede ontkent bij de spreker de toestand har travlt. Een bruikbaar patroon is Jeg har ikke ... — “Ik heb geen ...”, waarbij het laatste deel de ontkende toestand of zaak invult.

  10. Herfra undgår jeg de små sidegader.

    Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.

    Herfra
    vanaf hier
    undgår
    vermijd
    jeg
    ik
    små
    kleine
    sidegader
    zijstraten
    Uitgebreide uitleg

    Herfra betekent hier “vanaf hier”. Het is een bijwoordelijke vorm die de plaats van vertrek of het startpunt aangeeft: her = “hier” en fra = “vanaf/van”. Een bruikbaar contrast is her (“hier”) tegenover der (“daar”). undgår komt van undgå, “vermijden”. undgår is de tegenwoordige tijd; in het Deens verandert deze werkwoordsvorm niet naar persoon of getal: jeg undgår, du undgår en de undgår. Voorbeeld: Jeg undgår sukker. — “Ik vermijd suiker.” jeg is het onderwerpelijke persoonlijke voornaamwoord “ik”. Na een voorzetsel of als lijdend voorwerp gebruik je niet jeg maar bijvoorbeeld mig: Hun ser mig. — “Zij ziet mij.” In deze zin staat jeg na undgår, omdat het zinsdeel Herfra vooraan is geplaatst; het Deens gebruikt hier de gebruikelijke hoofdzinvolgorde met het werkwoord vóór het onderwerp: Herfra undgår jeg .... små betekent “kleine” en is de meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord lille (“klein”). Het verwijst hier naar het meervoudige zelfstandig naamwoord sidegader; små is dus niet de vergrotende trap. Vergelijk: en lille gade — “een kleine straat”, maar små gader — “kleine straten”. sidegader betekent “zijstraten”. Het is het meervoud van sidegade; het enkelvoud is “zijstraat” en het meervoud wordt gevormd met -r: sidegade → sidegader. In deze zin verwijst het woord volgens de vaste vertaling naar de kleine zijstraten; de små markeert daarbij de bepaalde meervoudige groep. Samen vormen de delen: Herfra (“vanaf hier”) + undgår (“vermijd”) + jeg (“ik”) + de små sidegader (“de kleine zijstraten”). De volledige betekenis is daarom: “Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.”

  11. Jeg sætter pris på, at du forklarer ruten.

    Ik waardeer het dat u de route uitlegt.

    Jeg
    ik
    sætter pris på
    waardeer
    du
    u
    forklarer
    legt uit
    ruten
    de route
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud, dus de spreker is degene die waardeert. Het Deense voornaamwoord verandert niet naar geslacht van de spreker. Ter vergelijking: du is de tweede persoon enkelvoud, “jij/u”. sætter pris på is een vaste uitdrukking met de betekenis “waarderen”. De letterlijke delen moet je hier niet los vertalen als een fysieke handeling; samen vormen ze het patroon at sætte pris på noget (“iets waarderen”). De vorm sætter is de tegenwoordige tijd van sætte in deze uitdrukking. Voorbeeld: Jeg sætter pris på din hjælp. — “Ik waardeer je hulp.” du is het Deense persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud. In deze zin is het de persoon die de route uitlegt. Deense werkwoorden krijgen in de tegenwoordige tijd doorgaans geen aparte vorm voor du: zowel du forklarer als andere persoonscombinaties gebruiken hier forklarer. forklarer betekent hier “legt uit”. De basisvorm is forklare; forklarer is de tegenwoordige tijd. Het onderwerp du maakt duidelijk wie uitlegt, terwijl de werkwoordsvorm zelf niet speciaal voor de tweede persoon verandert. Voorbeeld: Hun forklarer vejen. — “Zij legt de weg uit.” ruten betekent “de route”. Het zelfstandig naamwoord is rute; ruten is de bepaalde enkelvoudsvorm, gevormd met het achtervoegsel -en. Het verwijst hier naar een specifieke route, niet naar een onbepaalde route. Voorbeeld: Jeg kender ruten. — “Ik ken de route.” Het verbindende at introduceert de inhoud van wat gewaardeerd wordt: at du forklarer ruten betekent “dat u/jij de route uitlegt”. De hele structuur is Jeg sætter pris på, at ...: “Ik waardeer het dat ...”. Zo wordt de waardering van de spreker (Jeg) verbonden met de handeling van de aangesprokene (du) en met het object van die handeling (ruten). De volledige zin betekent daarom: “Ik waardeer het dat u de route uitlegt.”

  12. Jeg giver dig besked, hvis jeg får brug for at ændre ruten igen.

    Ik laat het u weten als ik de route weer moet veranderen.

    giver dig besked
    u iets laten weten
    hvis
    als
    får brug for
    nodig hebben
    ændre
    veranderen
    ruten
    de route
    igen
    weer
    Uitgebreide uitleg

    giver dig besked betekent hier “u iets laten weten”. De vaste Deense uitdrukking is give nogen besked: giver is de tegenwoordige tijd van give (“geven”), met jeg als onderwerp; dig is de vorm voor “jou/u” als ontvanger van de mededeling, en besked betekent “bericht” of “mededeling”. Het Deens maakt in dig geen formeel onderscheid dat overeenkomt met Nederlands jou tegenover u; in deze zin past volgens de vaste vertaling “u”. De uitdrukking betekent dus niet simpelweg het fysieke geven van een voorwerp. Voorbeeld: Jeg giver hende besked. — “Ik laat het haar weten.” hvis leidt de voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als”. Het markeert de voorwaarde waaronder de hoofdzin geldt. Voorbeeld: Jeg ringer, hvis jeg har tid. — “Ik bel als ik tijd heb.” får brug for is een vaste combinatie met de betekenis “nodig hebben”. får is hier de tegenwoordige tijd van få (“krijgen”), maar samen met brug for drukt de combinatie behoefte uit. De tegenwoordige vorm kan, afhankelijk van de context, naar het heden of de toekomst verwijzen; in deze zin gaat het om de voorwaarde dat de spreker behoefte krijgt aan het veranderen van de route. Voorbeeld: Jeg får brug for hjælp. — “Ik zal hulp nodig hebben.” ændre is de infinitief “veranderen” of “wijzigen”. Hij staat na at in de volledige woordgroep at ændre ruten. De infinitief geeft de handeling aan zonder zelf persoon of getal uit te drukken. Voorbeeld: Jeg vil ændre planen. — “Ik wil het plan veranderen.” ruten betekent “de route”. De vorm bestaat uit rute (“route”) plus de bepaalde uitgang -n; daarmee wordt naar een bepaalde route verwezen. In ændre ruten is ruten het object van de handeling. Voorbeeld: Jeg følger ruten. — “Ik volg de route.” igen betekent hier “weer” of “opnieuw”. Het geeft aan dat het wijzigen van de route opnieuw aan de orde kan zijn; het bepaalt niet zelf wanneer dat gebeurt. Voorbeeld: Vi prøver igen. — “We proberen het opnieuw.” De hele zin bestaat uit de hoofdzin Jeg giver dig besked en de voorwaardelijke bijzin hvis jeg får brug for at ændre ruten igen. Jeg is in beide delen het onderwerp: de spreker zal de aangesprokene informeren als de spreker behoefte krijgt om de route opnieuw te wijzigen. De vaste vertaling is daarom: “Ik laat het u weten als ik de route weer moet veranderen.”

Grammatica

på grund af + substantiv

på grund af trafikken

po gron a tra-fi-ken

vanwege het verkeer

Gebruik på grund af vóór een zelfstandig naamwoord om de reden voor iets aan te geven.

nødt til at + infinitief

nødt til at ændre

neudh tel a èn-ra

genoodzaakt om te veranderen

Gebruik nødt til at vóór een werkwoord om noodzakelijkheid uit te drukken.

Deens woordenschat

fordi voegwoord
fo-dee omdat

fordi jeg ikke kan genkende dette område

køre werkwoord
keur-a rijden kører

Kører vi en anden rute?

længere fremme uitdrukking
lèng-a-ra fram-uh verderop

Vejen længere fremme

nødt til at uitdrukking
neudh tel a genoodzaakt om

Jeg er nødt til at tage en omvej

omvej zelfstandig naamwoord
om-vai omweg
Geslacht
common

tage en omvej

på grund af voorzetsel
po gron èw vanwege

på grund af trafikken

rute zelfstandig naamwoord
roe-dhuh route
Geslacht
common

en anden rute

spærret bijvoeglijk naamwoord
sbè-a-dh geblokkeerd

Vejen er spærret

spørge werkwoord
sbeur-uh vragen spurgte

Jeg spurgte

trafik zelfstandig naamwoord
tra-fiig verkeer trafikken
Geslacht
common

på grund af trafikken

Undskyld tussenwerpsel
on-sguul pardon

Undskyld, kører vi en anden rute?

vej zelfstandig naamwoord
vai weg Vejen
Geslacht
common

Vejen længere fremme er spærret

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat kan ik doen.

Antwoord tonenDet kan jeg godt.

Vanaf hier vermijd ik de kleine zijstraten.

Antwoord tonenHerfra undgår jeg de små sidegader.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

verkeer

Antwoord tonentrafikken

rijden

Antwoord tonenkører

weg

Antwoord tonenVejen

geblokkeerd

Antwoord tonenspærret