Laat uitchecken en bagageopslag | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At a hotel front desk, a guest asks for late checkout, then arranges suitcase storage when late checkout is unavailable..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Laat uitchecken en bagageopslag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Kan jeg bede om sen udtjekning i morgen?

Ken jai bee-uh om seen oed-teg-ning ie mor-en? Kan ik vragen of ik morgen later kan uitchecken?
B

Jeg kan tjekke, om det er muligt. Hvornår håbede du at tage af sted?

Jai ken tsjek-uh, om de e moh-le. Vor-noor hoo-buh-de doe at tee-uh au stee? Ik kan kijken of dat mogelijk is. Hoe laat wilde u vertrekken?
A

Jeg håbede at tage af sted omkring klokken to om eftermiddagen.

Jai hoo-buh-de at tee-uh au stee om-kraing klok-un too om ef-ter-meh-dai-en. Ik hoopte rond twee uur 's middags te vertrekken.
B

Det beklager jeg, men sen udtjekning er ikke mulig, fordi alle værelser er booket.

De be-klee-uh jai, men seen oed-teg-ning e ik-uh moh-le, fordi al-uh vee-uh-luh-ser e boo-guhd. Het spijt me, maar later uitchecken is niet mogelijk omdat alle kamers volgeboekt zijn.
A

Kan jeg opbevare min kuffert, efter at jeg har forladt værelset?

Ken jai oh-buh-vay-uh min koe-fuhd, ef-de at jai har for-lat vee-uh-let? Kan ik mijn koffer opslaan nadat ik de kamer heb verlaten?
B

Du kan stille den ved receptionen.

Doo ken stel-uh den vee re-sep-sjoo-nun. U kunt hem bij de receptie achterlaten.
A

I så fald tjekker jeg ud som normalt og opbevarer min kuffert.

Ie soo fal tsjek-uh jai oed som nor-malt oh oh-buh-vay-uh min koe-fuhd. In dat geval zal ik gewoon uitchecken en mijn koffer opslaan.
B

Vi opbevarer den bag skranken, indtil du kommer tilbage.

Vee oh-buh-vay-uh den bee sgreng-un, en-tel doo kom-uh te-lee. We houden hem achter de balie totdat u terugkomt.
A

Skal jeg have en billet eller et mærke til den?

Skel jai hay-vuh en be-let el-uh et mer-guh teel den? Heb ik er een ticket of label voor nodig?
B

Vi giver dig et bagagemærke, når du afleverer den.

Vee kie-vuh dai et bee-uh-mehr-guh, noor doo au-lee-vuh den. We geven u een bagagelabel wanneer u hem afgeeft.

Uitleg van de zinnen

  1. Kan jeg bede om sen udtjekning i morgen?

    Kan ik vragen of ik morgen later kan uitchecken?

    Kan jeg
    kan ik
    bede om
    vragen om
    sen
    laat
    udtjekning
    uitchecken
    i morgen
    morgen
    Uitgebreide uitleg

    Kan jeg combineert kan met jeg: letterlijk gaat het om de mogelijkheid van de spreker om iets te doen, en in deze vraag vormt het een beleefde manier om toestemming of een mogelijkheid te vragen. Kan is de tegenwoordige vorm van kunne bij jeg; hetzelfde werkwoord staat bijvoorbeeld in Jeg kan komme — “Ik kan komen”. De vorm kan verandert hier dus niet omdat het onderwerp jeg is. bede om betekent hier “vragen om”. Het werkwoord is bede, met de vaste combinatie bede om voor het vragen om iets. Het volgende zelfstandig naamwoord benoemt waar men om vraagt. Bijvoorbeeld: Jeg vil bede om hjælp — “Ik wil om hulp vragen.” Dit is een andere constructie dan alleen iemand iets vragen; om hoort bij de combinatie voor “vragen om”. sen beschrijft udtjekning als laat in plaats van op het gebruikelijke of eerder bedoelde tijdstip. Het is de onbepaalde enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord bij het gemeenschappelijke geslacht: sen udtjekning. Een nuttig vergelijkingspaar is sen — “laat” en senere — “later”; senere is de vergelijkende vorm en betekent niet simpelweg dezelfde vorm als sen. udtjekning is een zelfstandig naamwoord voor het uitchecken, dus het afronden van het verblijf bij vertrek. In deze zin is het geen werkwoord maar datgene waarom gevraagd wordt. Het verwante werkwoordelijke patroon is tjekke ud, “uitchecken”; bijvoorbeeld: Vi skal tjekke ud — “We moeten uitchecken.” De vorm udtjekning benoemt de handeling als een zelfstandig naamwoord. i morgen is een tijdsbepaling met de betekenis “morgen”. Het plaatst de bedoelde uitcheck in de dag na vandaag. Bijvoorbeeld: Jeg rejser i morgen — “Ik vertrek morgen.” Samen vormen de delen de vraag Kan jeg bede om sen udtjekning i morgen?: “Kan ik vragen om morgen laat uit te checken?” Volgens de vaste vertaling is de bedoelde praktische betekenis: “Kan ik vragen of ik morgen later kan uitchecken?” De vraag gaat dus over de mogelijkheid om voor morgen een later uitcheckmoment te krijgen.

  2. Jeg kan tjekke, om det er muligt. Hvornår håbede du at tage af sted?

    Ik kan kijken of dat mogelijk is. Hoe laat wilde u vertrekken?

    Jeg kan
    Ik kan
    tjekke
    controleren
    muligt
    mogelijk
    Hvornår
    wanneer; hoe laat
    håbede
    hoopte
    du
    je; u
    tage af sted
    vertrekken
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan betekent hier “ik kan”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt mogelijkheid of vermogen uit. Na een Deens modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at: Jeg kan komme = “Ik kan komen”. tjekke betekent hier “controleren” of “nagaan”. Het is de infinitief; de tegenwoordige vorm is ook tjekker: Jeg tjekker det = “Ik controleer het”. In deze zin staat het na kan, dus kan tjekke betekent “kan controleren”. muligt betekent “mogelijk”. De basisvorm is mulig; muligt is de vorm die hier bij het onzijdige det past: det er muligt = “het is mogelijk”. Het woord zegt hier niet wat precies mogelijk is; dat blijft contextafhankelijk. Hvornår betekent “wanneer”. In deze zin vraagt het naar het tijdstip van vertrek, vandaar de vertaling “hoe laat”. Afhankelijk van de context kan het ook algemener naar een moment vragen. håbede betekent hier “hoopte” en is de verleden tijd van håbe (“hopen”). De vorm presenteert de hoop als iets dat in het verleden bestond. Voorbeeld: Jeg håber at komme i morgen = “Ik hoop morgen te komen.” du betekent “je” of “u” als onderwerp van de zin. Het is de tweede persoon enkelvoud. Het Deens gebruikt du doorgaans zowel in vertrouwde aanspreking als in situaties waarin het Nederlands u gebruikt; de vorm zelf markeert dus geen Nederlands onderscheid tussen informeel en beleefd. tage af sted is een vaste werkwoordelijke verbinding voor “vertrekken” of “weggaan”. tage is hier de infinitief en af sted maakt de betekenis van vertrekken compleet. Voorbeeld: Vi tager af sted nu = “We vertrekken nu.” In de eerste zin verbinden Jeg kan en tjekke de spreker met de mogelijkheid om iets na te gaan. om det er muligt betekent “of dat mogelijk is”; om leidt hier een indirecte ja-neevraag in. det betekent in deze uitdrukking “het/dat”, zonder dat de precieze referent in de zin wordt benoemd. Samen betekent de zin: “Ik kan nagaan of dat mogelijk is.” In de tweede zin vraagt Hvornår naar het moment, håbede du maakt duidelijk dat de aangesprokene vroeger hoopte, en at tage af sted benoemt het vertrek. Samen betekent de zin: “Hoe laat hoopte je/u te vertrekken.”

  3. Jeg håbede at tage af sted omkring klokken to om eftermiddagen.

    Ik hoopte rond twee uur 's middags te vertrekken.

    Jeg
    ik
    håbede
    hoopte
    tage af sted
    vertrekken
    omkring
    rond, ongeveer
    klokken to
    twee uur
    eftermiddagen
    de middag
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de onderwerpsvorm in de eerste persoon enkelvoud. Als dezelfde persoon het voorwerp is, gebruikt het Deens mig; het verschil hangt dus af van de grammaticale rol, niet van het geslacht. Voorbeeld: Hun ser mig. — “Zij ziet mij.” håbede is de verleden tijd van håbe (“hopen”): håbe → håbede. In deze zin gaat het om een hoop of verwachting in het verleden. Deze verleden tijdsvorm verandert niet naar persoon of getal; Jeg håbede betekent hier “ik hoopte”, terwijl de håbede “zij hoopten” kan betekenen. Voorbeeld: Jeg håber at komme snart. — “Ik hoop snel te komen.” tage af sted betekent “vertrekken” of “weggaan”. De infinitief staat na at: at tage af sted. Dit is een vaste woordgroep; leer haar als geheel, in plaats van alleen tage te vertalen. Voorbeeld: Vi skal tage af sted nu. — “We moeten nu vertrekken.” omkring betekent hier “rond” of “ongeveer” en maakt de tijdsaanduiding niet exact. Het geeft een benadering aan, niet zelfstandig het precieze vertrekmoment. klokken to is de Deense manier om “twee uur” aan te duiden, dus een tijdstip op de klok. Voorbeeld: Mødet begynder klokken to. — “De vergadering begint om twee uur.” eftermiddagen betekent “de middag”. De uitgang hoort bij de bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord eftermiddag (“middag”): eftermiddag → eftermiddagen. In om eftermiddagen verwijst het naar de middag als tijdsperiode. Het is iets anders dan om aftenen (“'s avonds”). Samen vormen de delen: Jeg håbede (“ik hoopte”) + at tage af sted (“te vertrekken”) + omkring klokken to om eftermiddagen (“rond twee uur 's middags”). De volledige betekenis is: “Ik hoopte rond twee uur 's middags te vertrekken.”

  4. Det beklager jeg, men sen udtjekning er ikke mulig, fordi alle værelser er booket.

    Het spijt me, maar later uitchecken is niet mogelijk omdat alle kamers volgeboekt zijn.

    Det beklager jeg
    Het spijt me
    sen
    laat
    udtjekning
    uitchecken
    mulig
    mogelijk
    alle
    alle
    værelser
    kamers
    booket
    volgeboekt
    Uitgebreide uitleg

    Det beklager jeg is een vaste, beleefde manier om excuses aan te bieden: letterlijk ongeveer ‘dat betreur ik’, maar hier is de bedoelde betekenis ‘het spijt me’. beklager is de tegenwoordige tijd van beklage (‘betreuren, spijt hebben’). jeg betekent ‘ik’ en markeert de spreker; det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord voor de betreurde situatie, zonder dat de precieze referent hier wordt benoemd. Voorbeeld: Det beklager jeg. — ‘Het spijt me.’ sen betekent hier ‘laat’ en staat vóór het zelfstandig naamwoord udtjekning. Het is de vorm bij een enkelvoudig gemeenschappelijk geslacht: sen; vergelijk sent bij onzijdig enkelvoud en sene bij meervoud of bepaalde vormen. Het beschrijft hier het late tijdstip van het uitchecken. udtjekning is een zelfstandig naamwoord voor ‘uitchecken’. De vorm is hier onbepaald enkelvoud; een bepaalde vorm is udtjekningen (‘het uitchecken’). Samen vormen sen udtjekning de herbruikbare woordgroep ‘laat uitchecken’. mulig betekent ‘mogelijk’. De vorm staat na er en verwijst naar het onderwerp sen udtjekning, dat enkelvoud en gemeenschappelijk geslacht is. De relevante vormen zijn mulig, muligt en mulige; de vorm hangt dus af van het woord dat het bijvoeglijk naamwoord beschrijft, niet van ikke. ikke mulig betekent ‘niet mogelijk’. Voorbeeld: Det er muligt. — ‘Dat is mogelijk.’ alle betekent ‘alle’ en bepaalt hier een meervoudige groep. Het staat vóór værelser en maakt duidelijk dat de uitspraak over de volledige groep kamers gaat. værelser betekent ‘kamers’. Dit is het meervoud van værelse, een onzijdig zelfstandig naamwoord: et værelse — ‘een kamer’, værelser — ‘kamers’. In alle værelser staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud. booket betekent hier ‘volgeboekt’ of ‘geboekt’. Het is de voltooid deelwoordvorm van booke (‘boeken’) en staat met er in een constructie die de toestand van de kamers beschrijft: værelser er booket — ‘kamers zijn volgeboekt’. In deze predicatieve constructie blijft de vorm booket staan; hij wordt hier niet vervangen door het meervoudige zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Hotellet er booket. — ‘Het hotel is volgeboekt.’ De volledige opbouw is: Det beklager jeg (‘Het spijt me’), gevolgd door men (‘maar’). sen udtjekning er ikke mulig betekent ‘laat uitchecken is niet mogelijk’. Daarna geeft fordi (‘omdat’) de reden: alle værelser er booket, ‘alle kamers zijn volgeboekt’. Samen betekent de zin: ‘Het spijt me, maar later uitchecken is niet mogelijk omdat alle kamers volgeboekt zijn.’

  5. Kan jeg opbevare min kuffert, efter at jeg har forladt værelset?

    Kan ik mijn koffer opslaan nadat ik de kamer heb verlaten?

    Kan jeg
    Kan ik …?
    opbevare
    bewaren
    min
    mijn
    kuffert
    koffer
    efter at
    nadat
    jeg
    ik
    har forladt
    heb verlaten
    værelset
    de kamer
    Uitgebreide uitleg

    Kan jeg betekent hier “kan ik …?” en vormt een beleefde vraag naar mogelijkheid of toestemming. kan is de tegenwoordige tijd van kunne; na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: Kan jeg opbevare …? (“Kan ik … bewaren?”). In een gewone mededelende hoofdzin staat het onderwerp vóór kan, bijvoorbeeld: Jeg kan opbevare tasken. — “Ik kan de tas bewaren.” opbevare betekent hier iets ergens bewaren of in bewaring houden. Het is een infinitief en verandert niet met jeg; de persoonsinformatie zit in kan niet in opbevare. Voor het concreet ergens neerzetten gebruikt het Deens ook stille, zoals in het vervolg: Du kan stille den ved receptionen. — “U kunt hem bij de receptie neerzetten.” Dat is een ander werkwoord en niet automatisch een vervanging van opbevare. min geeft bezit aan: “mijn”. Deze vorm hoort bij een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud van het gemeenschappelijk geslacht, zoals kuffert. Vergelijk mit bij onzijdig enkelvoud en mine bij meervoud: min kuffert, mit værelse, mine tasker. Het bezittelijk voornaamwoord zegt op zichzelf niet wie de eigenaar is buiten de spreker; hier verwijst het naar de koffer van de spreker. kuffert is “koffer”. De onbepaalde vorm is en kuffert; met min blijft het zelfstandig naamwoord onbepaald van vorm: min kuffert. De bepaalde vorm is kufferten, “de koffer”. efter at leidt hier een bijzin in met de betekenis “nadat”. Het verbindt de handeling in die bijzin met een later moment in de hoofdzin. Een herbruikbaar patroon is efter at + onderwerp + werkwoord: Efter at hun er kommet, spiser vi. — “Nadat zij is aangekomen, eten we.” jeg betekent “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is hier het onderwerp van de bijzin. Het kan dezelfde persoon aanduiden als het onderwerp dat in de hoofdzin bij kan is weggelaten maar door jeg wordt uitgedrukt: de spreker vraagt of die persoon de koffer kan bewaren. har forladt is de voltooide tijd van forlade, “verlaten”. har is de tegenwoordige vorm van have als hulpwerkwoord; forladt is het voltooid deelwoord van forlade. In deze bijzin staat de volgorde jeg har forladt: onderwerp, hulpwerkwoord, voltooid deelwoord. Het voltooid deelwoord verandert hier niet mee met jeg: jeg har forladt, hun har forladt. De combinatie beschrijft het verlaten als voltooid vóór het bedoelde bewaren. værelset betekent “de kamer”. De onbepaalde vorm is et værelse; de uitgang -t in værelset markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm, dus “de kamer”. Vergelijk het meervoud værelser (“kamers”) en het bepaalde meervoud værelserne (“de kamers”). Samen bestaat de zin uit de vraag Kan jeg opbevare min kuffert (“Kan ik mijn koffer bewaren?”) en de tijdsbepalende bijzin efter at jeg har forladt værelset (“nadat ik de kamer heb verlaten”). De volledige betekenis is: “Kan ik mijn koffer bewaren nadat ik de kamer heb verlaten?” De vraag gaat dus over het bewaren van de koffer op een moment ná het verlaten van de kamer.

  6. Du kan stille den ved receptionen.

    U kunt hem bij de receptie achterlaten.

    Du kan
    u kunt
    stille
    plaatsen; achterlaten
    den
    hem
    receptionen
    de receptie
    Uitgebreide uitleg

    Du kan betekent hier “u kunt”. Du is de tweede persoon enkelvoud. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en heeft in het Deens dezelfde vorm bij jeg, du, han en hun. Na kan volgt een infinitief zonder at. Voorbeeld: Du kan vente her. — “U kunt hier wachten.” stille betekent hier “plaatsen” of, met dit voorwerp en deze plaatsaanduiding, “achterlaten”. De infinitief volgt op het modale werkwoord kan. Zonder modaal werkwoord kan dezelfde infinitief vervoegd worden: Jeg stiller tasken ved døren. — “Ik zet de tas bij de deur.” Hier is stiller de tegenwoordige vorm van stille. den is een enkelvoudig objectvoornaamwoord voor een referent van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. In deze context verwijst het naar de koffer die in de voorafgaande en volgende zin wordt genoemd; de vaste Nederlandse vertaling geeft dat voornaamwoord weer als hem. De vorm den draagt zelf niet de betekenis “koffer”. Als lijdend voorwerp staat hij hier na het werkwoord: stille den. receptionen betekent hier “de receptie”. Het is de bepaalde vorm van het Deense zelfstandig naamwoord reception: en reception betekent “een receptie” als onbepaalde woordgroep, en receptionen betekent “de receptie”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid; hij is geen los woord voor “de”. Samen vormen Du kan stille den ved receptionen de zin “U kunt hem bij de receptie achterlaten.” ved receptionen geeft de plaats aan. kan + infinitief drukt hier de mogelijkheid of toegestane handeling uit, en den verwijst naar de koffer.

  7. I så fald tjekker jeg ud som normalt og opbevarer min kuffert.

    In dat geval zal ik gewoon uitchecken en mijn koffer opslaan.

    I så fald
    in dat geval
    tjekker … ud
    uitchecken
    som normalt
    zoals gewoonlijk
    opbevarer
    opslaan; bewaren
    kuffert
    koffer
    Uitgebreide uitleg

    I så fald is een vaste uitdrukking met de betekenis ‘in dat geval’. så betekent hier ‘zo/dat’ en fald is het zelfstandig naamwoord ‘geval’; samen verwijst de uitdrukking naar een voorwaarde of situatie die al uit de context bekend is. tjekker ... ud betekent hier ‘uitchecken’. Het werkwoord is tjekke; in deze tegenwoordige vorm staat het bij jeg als tjekker. ud is een afzonderlijk partikel dat bij dit werkwoord hoort. In een hoofdzin kan het partikel achteraan staan: Jeg tjekker ud. Voorbeeld: Hun tjekker ud klokken elleve. — ‘Zij checkt om elf uur uit.’ som normalt betekent ‘zoals gewoonlijk’. normalt is hier een bijwoord: het beschrijft dat het uitchecken op de gebruikelijke manier gebeurt. Voorbeeld: Han arbejder som normalt. — ‘Hij werkt zoals gewoonlijk.’ opbevarer betekent hier ‘bewaart’ of ‘bergt op’. Het basiswerkwoord is opbevare, en opbevarer is de tegenwoordige tijd; die vorm verandert niet naar persoon: jeg opbevarer, vi opbevarer. Voorbeeld: Hotellet opbevarer bagagen. — ‘Het hotel bewaart de bagage.’ min kuffert betekent ‘mijn koffer’. kuffert is een zelfstandig naamwoord voor een koffer. min is het bezittelijk voornaamwoord bij een enkelvoudig woord van het type dat kuffert heeft; het geeft aan dat de koffer van de spreker is. In het meervoud wordt het mine: mine kufferter — ‘mijn koffers’. De vorm kuffert zelf is hier enkelvoud. Samen betekent de zin: ‘In dat geval check ik zoals gewoonlijk uit en berg ik mijn koffer op.’ De twee werkwoorddelen hebben dezelfde spreker als onderwerp: jeg staat expliciet bij tjekker, en bij opbevarer blijft dat onderwerp in het Deens onuitgesproken maar behouden. De tegenwoordige tijd kan in deze context een geplande handeling uitdrukken; daarom past de vaste vertaling ‘zal ik ...’ bij de bedoeling.

  8. Vi opbevarer den bag skranken, indtil du kommer tilbage.

    We houden hem achter de balie totdat u terugkomt.

    Vi
    wij
    opbevarer
    bewaren
    den
    hem
    bag
    achter
    skranken
    de balie
    indtil
    totdat
    du
    u
    kommer
    komt
    tilbage
    terug
    Uitgebreide uitleg

    Vi betekent hier “wij” en is het onderwerp. Het is de eerste persoon meervoud; tegenover vi staat bijvoorbeeld jeg (“ik”). opbevarer betekent hier dat men iets bewaart of ergens opslaat. De vorm is de tegenwoordige tijd van opbevare; die vorm verandert niet naar persoon: jeg opbevarer, vi opbevarer, du opbevarer. In deze zin gaat het om het bewaren van een voorwerp, niet om het bewaren van een abstracte zaak. Voorbeeld: Hotellet opbevarer bagagen. — “Het hotel bewaart de bagage.” den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor een zaak met het woordgeslacht dat in het Deens met den wordt aangeduid. In de gegeven context verwijst het naar de koffer uit de vorige zin. Het voornaamwoord staat als lijdend voorwerp bij opbevarer. bag is het voorzetsel “achter”. Het vormt samen met skranken de plaatsbepaling bag skranken: achter de balie. Voorbeeld: Tasken står bag stolen. — “De tas staat achter de stoel.” skranken betekent “de balie” of “de toonbank”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van en skranke: en skranke — “een balie”, skranken — “de balie”. Het zelfstandig naamwoord is hier het object na het voorzetsel bag. indtil betekent “totdat” en leidt hier een bijzin in die het tijdseinde aangeeft. Het bewaren duurt tot het moment dat de andere handeling plaatsvindt. Voorbeeld: Vent her, indtil jeg kommer. — “Wacht hier totdat ik kom.” du betekent “jij” of “u” en is het onderwerp van de bijzin. Het is de tweede persoon enkelvoud. Het Deens gebruikt du in het algemeen zowel voor de informele als de beleefde aanspreking; de Nederlandse vertaling kiest hier voor “u”. kommer is de tegenwoordige tijd van komme (“komen”). Bij du krijgt het werkwoord in het Deens niet een aparte persoonsuitgang: du kommer. In deze zin betekent het dat de aangesprokene terugkomt. tilbage betekent “terug” en specificeert de richting of terugkeer in kommer tilbage: “terugkomen”. Het is een bijwoord, geen verbogen vorm van komme. De vaste combinatie kan ook in andere tijden voorkomen, bijvoorbeeld hun kom tilbage — “zij kwam terug”. Samen betekent Vi opbevarer den “Wij bewaren hem”, waarbij den naar de koffer verwijst. bag skranken zegt waar dat gebeurt: “achter de balie”. indtil du kommer tilbage geeft aan hoe lang: “totdat u terugkomt”. De volledige betekenis is dus: “Wij houden hem achter de balie totdat u terugkomt.”

  9. Skal jeg have en billet eller et mærke til den?

    Heb ik er een ticket of label voor nodig?

    Skal jeg
    zal ik…?
    have
    hebben
    billet
    ticket
    mærke
    label
    til den
    ervoor
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg vormt hier een vraag over wat de spreker nodig heeft: “moet/zal ik …?” In het Deens staat het modale werkwoord skal vóór het onderwerp jeg. Het is dus niet alleen een toekomstvorm; in deze context vraagt het naar een vereiste. Vergelijk als oefenpatroon: Skal jeg vente? — “Moet ik wachten?” have betekent in deze combinatie niet simpelweg bezit hebben. Samen met het voorwerp drukt have ... til hier uit dat iets nodig is: “iets nodig hebben voor dat doel”. Het werkwoord heeft de basisvorm have; na skal gebruikt het Deens die vorm, zonder persoonsuitgang. Bijvoorbeeld: Jeg skal have et kort. — “Ik heb een kaart nodig.” billet betekent hier “ticket/kaartje”. Het is een zelfstandig naamwoord met het onbepaalde lidwoord en: en billet. Het bepaalde enkelvoud is billetten. Voorbeeld: Jeg har en billet. — “Ik heb een ticket.” eller verbindt alternatieven en betekent “of”. Hier verbindt het de twee mogelijke dingen die nodig kunnen zijn: een billet of een mærke. et mærke betekent hier “een label/merkteken”. mærke is een onzijdig zelfstandig naamwoord en krijgt daarom het onbepaalde lidwoord et, niet en. Het bepaalde enkelvoud is mærket. Voorbeeld: Jeg har et mærke. — “Ik heb een label.” til den betekent hier “ervoor/voor dat”. til kan een relatie van bestemd zijn of betrekking hebben uitdrukken. den is een zelfstandig voornaamwoord voor één eerder geïdentificeerde zaak van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht; de zin zelf noemt niet opnieuw welke zaak dat is. De vorm den is hier dus niet het lidwoord bij billet of mærke, maar een afzonderlijk voornaamwoord. Voorbeeld: Har du en taske til den? — “Heb je een tas ervoor?” De volledige structuur is Skal jeg have [A] eller [B] til den?: “Heb ik [A] of [B] ervoor nodig?” Skal jeg maakt er een vraag naar de vereiste handeling of benodigdheid van, have draagt met de genoemde voorwerpen de betekenis “nodig hebben”, en billet eller et mærke geeft de twee alternatieven, en til den koppelt die aan de eerder bedoelde zaak. Samen betekent de zin: “Heb ik er een ticket of label voor nodig?”

  10. Vi giver dig et bagagemærke, når du afleverer den.

    We geven u een bagagelabel wanneer u hem afgeeft.

    Vi
    wij
    giver
    geven
    dig
    jou / u
    et
    een
    bagagemærke
    bagagelabel
    når
    wanneer
    du
    jij / u
    afleverer
    afgeven
    den
    hem / het
    Uitgebreide uitleg

    Vi betekent hier “wij” en is de eerste persoon meervoud: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de gevers. Het staat als onderwerp vóór giver. giver is de tegenwoordige vorm van give (“geven”). In het Deens kan de tegenwoordige tijd ook een toekomstige of telkens geldende handeling uitdrukken; hier gaat het om wat er gebeurt wanneer de andere handeling plaatsvindt. Een bruikbaar patroon is Vi giver ... = “Wij geven ...”. dig is het voornaamwoord voor de persoon die iets ontvangt: “jou” of, afhankelijk van de aanspreekvorm, “u”. De vorm verandert hier niet door het feit dat de gever meervoud is; dig verwijst naar de ontvanger, niet naar het onderwerp. et is hier het onbepaalde lidwoord bij het onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord bagagemærke. Het introduceert één nog niet nader bepaald bagagelabel, zonder dat de zin het getal als een aparte hoeveelheid benadrukt. bagagemærke betekent “bagagelabel”. Het is een samenstelling van bagage (“bagage”) en mærke (“label, merkteken”). In Deense samenstellingen staat het bepalende deel doorgaans vóór het hoofddeel: bagage specificeert dus wat voor soort mærke het is. når betekent “wanneer” en leidt hier een tijdsbepaling in. Het verbindt de hoofdhandeling met de handeling in de bijzin. Vergelijk als patroon: Når du kommer, ... = “Wanneer je komt, ...”. du is de vorm voor “jij” of “u” wanneer die persoon het onderwerp van de bijzin is. In de vaste vertaling wordt dezelfde aangesproken persoon met u weergegeven bij het ontvangen en bij het afgeven; de grammaticale rol verandert dus van ontvanger bij dig naar handelende persoon bij du. afleverer is de tegenwoordige vorm van aflevere, “afgeven” of “inleveren”. Leer dus aflevere → afleverer; het voorvoegselachtige eerste deel hoort bij het Deense werkwoord als geheel. De werkwoordsvorm verandert in het Deens niet naar persoon: jeg afleverer, du afleverer, vi afleverer. den is hier een enkelvoudig voornaamwoord voor een bepaald voorwerp uit de Deense den-klasse en staat als lijdend voorwerp van afleverer. De vaste vertaling geeft het weer als hem. De concrete identiteit van dit voorwerp wordt in deze ene zin niet met een zelfstandig naamwoord genoemd. Samen vormen Vi giver dig “Wij geven jou/u”, en et bagagemærke benoemt wat er gegeven wordt. når du afleverer den betekent “wanneer jij/u hem afgeeft”. De volledige betekenis is: “Wij geven jou/u een bagagelabel wanneer jij/u hem afgeeft.”

Grammatica

efter at have + perfektum participium

Efter at have forladt værelset.

Ef-de at hay-vuh for-lat vee-uh-let.

Nadat ik de kamer heb verlaten.

Na “efter at” gebruikt het Deens vaak “have” plus een voltooid deelwoord om een eerdere handeling uit te drukken.

Deens woordenschat

bede om uitdrukking
bee-uh om vragen om
beklage werkwoord
be-klee-uh betreuren beklager
booket bijvoeglijk naamwoord
boo-guhd geboekt
håbe werkwoord
hoo-buh hopen håbede
i morgen bijwoord
ie mor-en morgen
mulig bijvoeglijk naamwoord
moh-le mogelijk muligt
om eftermiddagen uitdrukking
om ef-ter-meh-dai-en in de namiddag
omkring voorzetsel
om-kraing rond
sen udtjekning uitdrukking
seen oed-teg-ning laat uitchecken
tage af sted uitdrukking
tee-uh au stee vertrekken
tjekke werkwoord
tsjek-uh controleren
værelse zelfstandig naamwoord
vee-uh-luh-suh kamer værelser

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

U kunt hem bij de receptie achterlaten.

Antwoord tonenDu kan stille den ved receptionen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hopen

Antwoord tonenhåbede

mogelijk

Antwoord tonenmuligt

controleren

Antwoord tonentjekke

rond

Antwoord tonenomkring