Nieuwe woorden leren met voorbeeldzinnen | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a classroom, two adults discuss vocabulary study and decide to remember new words by writing practical example sentences from daily life..

NL → DA / Niveau: B1

Over deze les

Met Nieuwe woorden leren met voorbeeldzinnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg husker nye ord, når jeg studerer.

Jai hoeskuh nuu-uh oor, noor jai stoe-deeruh. Ik onthoud nieuwe woorden tijdens het studeren.
A

Men jeg glemmer dem, når jeg prøver at tale.

Men jai glemmuh dem, noor jai preu-vuh ed teeluh. Maar ik vergeet ze als ik probeer te spreken.
B

Ordene er måske ikke forbundet med situationer, hvor du faktisk ville bruge dem.

Oor-nuh er mos-kuh ikke for-bon-eth med sietoe-a-sjoo-nuh, voh doe fak-tesg velluh broe dem. De woorden zijn misschien niet verbonden met situaties waarin je ze echt zou gebruiken.
A

Jeg skriver normalt oversættelsen ned og gennemgår den samme liste igen senere.

Jai skree-vuh nor-mald oo-vuh-sed-uhl-sen nee-th en gen-om-goor den semmuh lis-duh ee-gen see-nuh. Meestal schrijf ik de vertaling op en bekijk ik dezelfde lijst later opnieuw.
B

Prøv at tilføje en enkel eksempelsætning til hvert nyttigt ord.

Preu-vuh ed tel-feu-uh en eng-guhl eg-sem-buhl-sed-ning tel veht neu-tid oor. Probeer voor elk nuttig woord één eenvoudige voorbeeldzin toe te voegen.
A

Jeg kan skrive sætninger om arbejde, indkøb eller beskeder til venner.

Jai kan skree-vuh sed-ning-uh om aa-bai-thuh, eng-eub eller be-sgee-thuh tel vennuh. Ik kan zinnen schrijven over werk, winkelen of berichten aan vrienden.
B

De situationer vil gøre det lettere at huske betydningen under en samtale.

Dee sietoe-a-sjoo-nuh vil geu-uh deh let-uh ed hoeskuh be-teu-ning-en on-uh en sem-taal-uh. Die situaties zullen het gemakkelijker maken om de betekenis tijdens een gesprek terug te halen.
A

Jeg bør nok lære færre ord og bruge dem oftere.

Jai beur nog lee-uh feh-uh oor en broe-uh dem of-tuh. Ik zou waarschijnlijk minder woorden moeten leren en ze vaker moeten gebruiken.
B

Gentagen brug vil hjælpe ordene med at blive en del af dit aktive ordforråd.

Gen-teeg-n broe vil jelpuh oor-nuh med ed blee-uh en deel af dit ag-tievuh oor-fo-roo. Door herhaald gebruik worden de woorden onderdeel van je actieve woordenschat.
A

Jeg vil vælge et lille udvalg og skrive personlige eksempler efter undervisningen.

Jai vil velguh ed leluh oed-vel en skree-vuh pe-soon-li-uh eg-sem-pluh ef-tuh on-veh-sning-en. Ik zal een kleine selectie kiezen en na de les persoonlijke voorbeelden schrijven.
B

Den rutine burde gøre det mere praktisk at øve dit ordforråd.

Den roe-tienuh boe-uh geu-uh deh mee-uh prak-tiesg ed eu-vuh dit oor-fo-roo. Die routine zou het oefenen van je woordenschat praktischer moeten maken.

Woord voor woord

Jeg Jeg betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het staat voor de persoon die nieuwe woorden onthoudt. Je gebruikt Jeg als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
husker husker betekent hier ‘onthoud’ of ‘herinner me’ en beschrijft dat de spreker nieuwe woorden in zijn geheugen bewaart. Het is de vorm die in Jeg husker staat. Je kunt husker gebruiken voor iets dat je je herinnert of probeert te onthouden.
nye nye betekent hier ‘nieuwe’ en beschrijft ord. De vorm nye staat bij meervoud: nieuwe woorden. Je gebruikt nye vóór een zelfstandig naamwoord voor iets dat pas is begonnen, verkregen of geleerd.
ord ord betekent hier ‘woorden’, namelijk de woorden die de spreker leert. In nye ord is de meervoudsbetekenis duidelijk door nye. Je kunt ord gebruiken voor afzonderlijke woorden of woordenschat in het algemeen.
når når betekent hier ‘wanneer’ en introduceert het moment waarop de spreker studeert. In når jeg studerer verwijst het naar een terugkerend tijdstip of een situatie. Je gebruikt når vaak voor een bijzin over tijd.
studerer studerer betekent hier ‘studeer’ of ‘leer’ en beschrijft de activiteit van de spreker. De vorm staat na jeg in når jeg studerer. Je kunt studerer gebruiken voor bezig zijn met een opleiding, vak of leerstof.
Men Men betekent hier ‘maar’ en verbindt een tegenstelling met de vorige zin. Het laat zien dat de spreker wel iets onthoudt, maar het later toch vergeet. Je gebruikt Men aan het begin van een zin om een tegenstelling in te leiden.
glemmer glemmer betekent hier ‘vergeet’ en beschrijft dat de spreker de woorden niet meer kan oproepen. In jeg glemmer dem is dem hetgene wat vergeten wordt. Je gebruikt glemmer met iets of iemand dat je niet meer weet of herinnert.
dem dem verwijst hier naar ‘ze’, namelijk naar de nieuwe woorden. Het staat als object bij glemmer: de spreker vergeet de woorden. Je gebruikt dem om naar meerdere personen of zaken te verwijzen die het object van de handeling zijn.
prøver prøver betekent hier ‘probeer’ en geeft aan dat de spreker moeite doet om te spreken. In prøver at tale volgt er een infinitief met at. Je kunt prøver gebruiken vóór een handeling die iemand probeert uit te voeren.
at at is hier het infinitiefteken voor tale en hoort bij de uitdrukking prøver at tale. Het geeft aan dat tale de handeling is die de spreker probeert uit te voeren. Je gebruikt at vóór een infinitief na bepaalde werkwoorden, zoals bij proberen iets te doen.
tale tale betekent hier ‘spreken’ en is de handeling die de spreker probeert uit te voeren. Het staat in prøver at tale na het infinitiefteken at. Je kunt tale gebruiken voor mondeling communiceren of een gesprek voeren.
Ordene Ordene betekent hier ‘de woorden’ en verwijst naar de woorden die eerder zijn genoemd. De vorm is een bepaald meervoud; de hoofdletter komt doordat het aan het begin van de zin staat. Je gebruikt ordene wanneer je naar bekende woorden als geheel verwijst.
er er betekent hier ‘zijn’ en verbindt ordene met de beschrijving forbundet. In Ordene er måske ikke ... wordt gezegd dat de woorden misschien niet verbonden zijn. Je gebruikt er om een toestand of eigenschap van een onderwerp uit te drukken.
måske måske betekent hier ‘misschien’ en maakt de uitspraak minder stellig. Het geeft aan dat de spreker niet zeker weet of de woorden met situaties verbonden zijn. Je kunt måske gebruiken om onzekerheid of een mogelijkheid uit te drukken.
ikke ikke betekent hier ‘niet’ en ontkent de verbinding tussen de woorden en de situaties. In er måske ikke forbundet staat het vóór de beschrijving van die toestand. Je gebruikt ikke om een werkwoord, toestand of beschrijving te ontkennen.
forbundet forbundet betekent hier ‘verbonden’ en beschrijft een relatie tussen woorden en situaties. Het verwijst naar een verband dat in deze context mogelijk ontbreekt. Je kunt forbundet gebruiken wanneer twee zaken inhoudelijk of praktisch met elkaar samenhangen.
med med betekent hier ‘met’ en verbindt forbundet met de situaties waaraan de woorden gekoppeld zouden kunnen zijn. De combinatie forbundet med geeft aan waarmee iets verbonden is. Je gebruikt med hier om de andere kant van een verband aan te wijzen.
situationer situationer betekent hier ‘situaties’ waarin de woorden werkelijk gebruikt zouden worden. Het is het meervoudige object van de verbinding med. Je kunt situationer gebruiken voor concrete omstandigheden of contexten waarin iets gebeurt.
hvor hvor betekent hier ‘waarin’ en verwijst naar de situaties waarin iemand de woorden zou gebruiken. In hvor du faktisk ville bruge dem leidt het een bijzin over die situaties in. Je gebruikt hvor ook voor een plaats of voor een context waarin iets plaatsvindt.
du du betekent hier ‘je’ en verwijst naar de persoon die de woorden zou gebruiken. Het is het onderwerp van ville bruge. Je gebruikt du als onderwerp wanneer je één gesprekspartner aanspreekt.
faktisk faktisk betekent hier ‘daadwerkelijk’ of ‘echt’ en benadrukt dat het om werkelijk gebruik gaat. Het staat bij ville bruge en maakt het verschil duidelijk tussen kennen en echt gebruiken. Je kunt faktisk gebruiken om een bewering te benadrukken of te concretiseren.
ville ville betekent hier ‘zou’ en maakt deel uit van de voorwaardelijke betekenis van ville bruge. Het gaat om situaties waarin de luisteraar de woorden daadwerkelijk zou gebruiken. Je gebruikt ville vóór een infinitief om een mogelijke of voorwaardelijke handeling uit te drukken.
bruge bruge betekent hier ‘gebruiken’ en verwijst naar het daadwerkelijk toepassen van de woorden. Het staat na ville in ville bruge. Je kunt bruge gebruiken voor het toepassen van woorden, hulpmiddelen, voorwerpen of methodes.
skriver skriver betekent hier ‘schrijf’ en beschrijft wat de spreker gewoonlijk met de vertaling doet. In Jeg skriver normalt oversættelsen ned hoort het bij het opschrijven van de vertaling. Je gebruikt skriver voor een schrijfhandeling of voor een gewoonte die je beschrijft.
normalt normalt betekent hier ‘gewoonlijk’ of ‘normaal gesproken’ en geeft aan dat de spreker dit regelmatig doet. Het bepaalt hoe vaak of volgens welk patroon hij de vertaling opschrijft. Je kunt normalt gebruiken om een gebruikelijke handeling of routine te beschrijven.
oversættelsen oversættelsen betekent hier ‘de vertaling’ en verwijst naar de vertaalde versie die de spreker opschrijft. De vorm verwijst naar een specifieke, bekende vertaling. Je kunt oversættelsen gebruiken wanneer je over de vertaling van een woord, zin of tekst spreekt.
ned ned geeft hier aan dat de vertaling wordt opgeschreven of genoteerd. Het voegt bij de schrijfhandeling de richting ‘naar beneden/op papier’ toe. Je gebruikt ned in contexten waarin informatie schriftelijk wordt vastgelegd.
og og betekent hier ‘en’ en verbindt twee handelingen: de vertaling opschrijven en dezelfde lijst opnieuw doornemen. Het voegt informatie toe zonder tegenstelling. Je gebruikt og om woorden, zinsdelen of volledige handelingen met elkaar te verbinden.
gennemgår gennemgår betekent hier ‘neem door’ of ‘herzie’ en beschrijft het opnieuw bekijken van de lijst. Het gaat om systematisch controleren of bestuderen, niet alleen om er vluchtig naar kijken. Je kunt gennemgår gebruiken voor een lijst, tekst, plan of onderwerp dat je zorgvuldig bekijkt.
den den betekent hier ‘de’ of ‘die’ en hoort bij same liste: dezelfde lijst. Het verwijst naar een bepaalde lijst die al bekend is uit de context. Je gebruikt den vóór een gemeenschappelijk zelfstandig naamwoord in een bepaalde of aanwijzende uitdrukking.
samme samme betekent hier ‘dezelfde’ en benadrukt dat het om precies die eerder genoemde lijst gaat. In den samme liste vergelijkt de spreker de lijst met de eerdere lijst. Je gebruikt samme om identiteit of gelijkheid aan te geven.
liste liste betekent hier ‘lijst’, namelijk de lijst met woorden die de spreker later opnieuw bekijkt. In den samme liste gaat het om een specifieke lijst. Je kunt liste gebruiken voor geordende woorden, taken, namen of andere punten.
igen igen betekent hier ‘opnieuw’ en geeft aan dat de spreker de lijst nog een keer doorneemt. Het staat bij gennemgår en benadrukt herhaling. Je kunt igen gebruiken wanneer een handeling opnieuw gebeurt.
senere senere betekent hier ‘later’ en verwijst naar een moment na het opschrijven van de vertaling. Het plaatst het opnieuw doornemen op een later tijdstip. Je kunt senere gebruiken voor iets dat niet nu, maar op een volgend moment gebeurt.
Prøv Prøv betekent hier ‘probeer’ en is een directe aansporing om iets te doen. Het introduceert het advies om een voorbeeldzin toe te voegen. Je gebruikt Prøv aan het begin van een zin wanneer je iemand vraagt een handeling uit te proberen.
tilføje tilføje betekent hier ‘toevoegen’ en verwijst naar het toevoegen van een voorbeeldzin aan het leren van elk woord. Het staat na Prøv als de handeling die de leerling moet uitvoeren. Je kunt tilføje gebruiken met iets dat aan een lijst, tekst of verzameling wordt toegevoegd.
en en betekent hier ‘een’ en staat vóór eksempelsætning. Het introduceert één niet nader bepaalde voorbeeldzin. Je gebruikt en vóór een zelfstandig naamwoord van het en-type, zoals en eksempelsætning.
enkel enkel betekent hier ‘eenvoudig’ en beschrijft de voorbeeldzin als niet ingewikkeld. In en enkel eksempelsætning staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je kunt enkel gebruiken voor iets dat gemakkelijk te begrijpen of uit te voeren is.
eksempelsætning eksempelsætning betekent hier ‘voorbeeldzin’, dus een zin die laat zien hoe een woord wordt gebruikt. De zin moet praktisch en eenvoudig zijn volgens het advies. Je kunt eksempelsætning gebruiken in taalonderwijs wanneer je een woord in een volledige zin plaatst.
til til betekent hier ‘voor’ en geeft aan aan welk woord de voorbeeldzin wordt toegevoegd. In til hvert nyttigt ord verwijst het naar elk nuttig woord als doel van de toevoeging. Je gebruikt til vaak om een doel, ontvanger of bestemming aan te wijzen.
hvert hvert betekent hier ‘elk’ en verwijst afzonderlijk naar alle nuttige woorden. De vorm staat vóór het onzijdige enkelvoudige ord in hvert nyttigt ord. Je gebruikt hvert om leden van een groep één voor één aan te wijzen.
nyttigt nyttigt betekent hier ‘nuttig’ en beschrijft woorden die praktisch bruikbaar zijn. De vorm staat in hvert nyttigt ord en past bij het onzijdige ord. Je kunt nyttigt gebruiken voor iets dat daadwerkelijk helpt bij een doel.
kan kan betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de spreker in staat is zinnen te schrijven. Het staat vóór skrive in kan skrive. Je gebruikt kan vóór een infinitief om mogelijkheid of vaardigheid uit te drukken.
skrive skrive betekent hier ‘schrijven’ en is de handeling die de spreker kan uitvoeren. Het staat na kan in kan skrive. Je kunt skrive gebruiken voor het maken van zinnen, berichten, notities of teksten.
sætninger sætninger betekent hier ‘zinnen’ en verwijst naar de zinnen die de spreker als voorbeelden kan schrijven. Het is een meervoudige vorm. Je kunt sætninger gebruiken voor afzonderlijke grammaticale of geschreven uitingen.
om om betekent hier ‘over’ en geeft het onderwerp van de zinnen aan. In sætninger om arbejde gaat het om zinnen over werk, boodschappen of berichten. Je gebruikt om om het thema of onderwerp van een tekst, gesprek of zin te benoemen.
arbejde arbejde betekent hier ‘werk’ en is een mogelijk dagelijks onderwerp voor persoonlijke voorbeeldzinnen. Het staat in sætninger om arbejde na om. Je kunt arbejde gebruiken voor werk als activiteit of als algemeen onderwerp.
indkøb indkøb verwijst hier naar ‘boodschappen doen’ of ‘boodschappen’ als dagelijkse activiteit. Het is een tweede onderwerp waarover de spreker voorbeeldzinnen kan schrijven. Je kunt indkøb gebruiken wanneer je spreekt over het kopen van dagelijkse benodigdheden.
eller eller betekent hier ‘of’ en verbindt alternatieve onderwerpen: werk, boodschappen of berichten. Het geeft een keuze of opsomming van mogelijkheden aan. Je gebruikt eller tussen woorden of zinsdelen waaruit één mogelijkheid kan worden gekozen.
beskeder beskeder betekent hier ‘berichten’ en verwijst naar berichten die aan vrienden worden gestuurd. Het is een meervoudige vorm. Je kunt beskeder gebruiken voor geschreven of digitale mededelingen aan andere mensen.
venner venner betekent hier ‘vrienden’ en verwijst naar de mensen aan wie de berichten gericht zijn. Het staat na aan de uitdrukking beskeder til venner. Je kunt venner gebruiken voor meerdere personen met wie je een vriendschappelijke relatie hebt.
De De betekent hier ‘die’ en verwijst naar de eerder genoemde situaties. In De situationer wordt duidelijk gemaakt dat juist deze situaties het onthouden helpen. Je gebruikt De vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om naar bekende zaken te wijzen.
vil vil betekent hier ‘zullen’ en drukt uit wat de situaties volgens de spreker teweeg zullen brengen. Het staat vóór gøre in vil gøre. Je gebruikt vil vóór een infinitief voor een verwachte of toekomstige handeling of uitkomst.
gøre gøre betekent hier ‘maken’ en beschrijft dat de situaties het onthouden gemakkelijker maken. In vil gøre det lettere vormt het samen met det lettere een constructie over een verandering in moeilijkheid. Je kunt gøre gebruiken voor iets dat een effect of toestand veroorzaakt.
det det verwijst hier naar ‘het’ in de uitdrukking gøre det lettere at huske. Het neemt de plaats in van datgene wat gemakkelijker wordt gemaakt, namelijk het onthouden van de betekenis. Je gebruikt det in zulke constructies als verwijzend element vóór een beschrijving met een infinitief.
lettere lettere betekent hier ‘gemakkelijker’ en vergelijkt het onthouden met een minder gemakkelijke situatie. Het staat in gøre det lettere at huske. Je gebruikt lettere om aan te geven dat iets minder moeite kost dan eerder of dan een andere mogelijkheid.
huske huske betekent hier ‘onthouden’ en verwijst naar het later kunnen terughalen van de betekenis. Het staat na lettere at in lettere at huske. Je gebruikt huske voor het in het geheugen bewaren of later herinneren van informatie.
betydningen betydningen betekent hier ‘de betekenis’ van de woorden. Het is de specifieke betekenis die tijdens een gesprek gemakkelijker moet worden herinnerd. Je kunt betydningen gebruiken wanneer je uitlegt wat een woord, zin of uitdrukking betekent.
under under betekent hier ‘tijdens’ en plaatst het onthouden binnen een gesprek. In under en samtale gaat het om de periode waarin het gesprek plaatsvindt. Je gebruikt under voor iets dat gedurende een activiteit of periode gebeurt.
samtale samtale betekent hier ‘gesprek’ en verwijst naar een mondelinge uitwisseling waarin de leerling de woorden kan gebruiken. Het staat na en in under en samtale. Je kunt samtale gebruiken voor een gesprek tussen twee of meer mensen.
bør bør betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een advies of verstandige keuze uit. In Jeg bør nok lære geeft de spreker aan dat hij waarschijnlijk minder woorden moet leren. Je gebruikt bør vóór een infinitief om raad, plicht of wenselijkheid uit te drukken.
nok nok betekent hier ‘waarschijnlijk’ en verzacht de uitspraak over wat de spreker zou moeten doen. Samen met bør laat het zien dat dit een voorzichtige inschatting is, geen absoluut bevel. Je kunt nok gebruiken om een vermoedelijke conclusie of waarschijnlijkheid aan te geven.
lære lære betekent hier ‘leren’ en verwijst naar het bestuderen en onthouden van woorden. Het staat na bør in bør ... lære. Je kunt lære gebruiken voor het verwerven van kennis, vaardigheden of nieuwe woorden.
færre færre betekent hier ‘minder’ in de betekenis van een kleiner aantal woorden. Het staat vóór ord, een telbaar zelfstandig naamwoord in het meervoud. Je gebruikt færre wanneer je aantallen vergelijkt en het om telbare zaken gaat.
oftere oftere betekent hier ‘vaker’ en geeft aan dat de woorden meer herhaald moeten worden gebruikt. Het vergelijkt de gewenste gebruiksfrequentie met de huidige of een eerdere frequentie. Je kunt oftere gebruiken voor handelingen die met een hogere regelmaat gebeuren.
Gentagen Gentagen betekent hier ‘herhaald’ en beschrijft brug als gebruik dat meerdere keren plaatsvindt. Het staat aan het begin van de zin en verwijst naar herhaling als leerprincipe. Je kunt Gentagen gebruiken voor iets dat opnieuw en meerdere keren gebeurt.
brug brug betekent hier ‘gebruik’ en verwijst naar het herhaald toepassen van de woorden. In Gentagen brug vormt het samen met Gentagen een zelfstandig naamwoordelijk begrip. Je kunt brug gebruiken voor de manier of frequentie waarop iets wordt toegepast.
hjælpe hjælpe betekent hier ‘helpen’ en beschrijft hoe herhaald gebruik bijdraagt aan het leren van de woorden. In vil hjælpe ordene med at blive volgt de persoon of zaak die geholpen wordt vóór med at. Je kunt hjælpe gebruiken wanneer iets iemand ondersteunt bij het bereiken van een resultaat.
blive blive betekent hier ‘worden’ en beschrijft de verandering waarbij de woorden deel van de actieve woordenschat worden. Het staat na med at in hjælpe ... med at blive. Je kunt blive gebruiken voor een overgang naar een nieuwe toestand of rol.
del del betekent hier ‘deel’ en verwijst naar een onderdeel van het actieve vocabulaire. In en del af dit aktive ordforråd wordt een relatie tussen het onderdeel en het geheel uitgedrukt. Je kunt del gebruiken voor een gedeelte van een verzameling, groep of geheel.
af af betekent hier ‘van’ en verbindt del met het geheel waarvan het deel uitmaakt. In en del af dit aktive ordforråd betekent het dat de woorden tot die woordenschat behoren. Je gebruikt af in uitdrukkingen die een onderdeel en het bijbehorende geheel verbinden.
dit dit betekent hier ‘jouw’ en geeft aan dat het woordforråd bij de aangesproken persoon hoort. De vorm staat vóór het onzijdige ordforråd in dit aktive ordforråd. Je gebruikt dit als bezittelijk woord vóór een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord.
aktive aktive betekent hier ‘actieve’ en beschrijft ordforråd als woorden die de leerling daadwerkelijk kan gebruiken. Het staat vóór ordforråd in dit aktive ordforråd. Je kunt aktive gebruiken voor kennis of vaardigheden die iemand in de praktijk kan inzetten.
ordforråd ordforråd betekent hier ‘woordenschat’ en verwijst naar de woorden die de leerling actief kan gebruiken. In dit aktive ordforråd gaat het om de bruikbare woordkennis van de leerling. Je kunt ordforråd gebruiken voor de verzameling woorden die iemand kent of gebruikt.
vælge vælge betekent hier ‘kiezen’ en verwijst naar het selecteren van een beperkte groep woorden. Het staat na vil in Jeg vil vælge. Je kunt vælge gebruiken wanneer je één mogelijkheid of groep uit meerdere opties selecteert.
et et betekent hier ‘een’ en staat vóór udvalg. Het introduceert één niet nader bepaalde selectie. Je gebruikt et vóór een zelfstandig naamwoord van het et-type, zoals et udvalg.
lille lille betekent hier ‘klein’ en beschrijft de omvang van het gekozen udvalg. In et lille udvalg gaat het om een beperkte selectie. Je kunt lille gebruiken voor een geringe omvang, hoeveelheid of reikwijdte.
udvalg udvalg betekent hier ‘selectie’ en verwijst naar de kleine groep woorden die de spreker zal kiezen. Het staat in et lille udvalg. Je kunt udvalg gebruiken voor een gekozen groep uit een groter aanbod.
personlige personlige betekent hier ‘persoonlijke’ en beschrijft voorbeelden die bij de eigen ervaringen van de spreker passen. Het staat vóór eksempler in personlige eksempler. Je kunt personlige gebruiken voor iets dat met een specifieke persoon, diens leven of ervaringen verbonden is.
eksempler eksempler betekent hier ‘voorbeelden’ en verwijst naar zinnen of situaties die de gekozen woorden in het persoonlijke leven tonen. Het is een meervoudige vorm. Je kunt eksempler gebruiken om te laten zien hoe een woord, idee of methode in de praktijk werkt.
efter efter betekent hier ‘na’ en plaatst het schrijven van de voorbeelden na de les. In efter undervisningen volgt het de activiteit die als tijdsreferentie dient. Je gebruikt efter om een moment of gebeurtenis aan te geven waarna iets gebeurt.
undervisningen undervisningen betekent hier ‘de les’ of ‘het onderwijs’ en verwijst naar de onderwijsactiviteit die net is afgelopen. De bepaalde vorm maakt duidelijk dat het om de betreffende les gaat. Je kunt undervisningen gebruiken voor georganiseerd onderwijs of een concrete lesactiviteit.
rutine rutine betekent hier ‘routine’ en verwijst naar de vaste werkwijze van woorden kiezen en persoonlijke voorbeelden schrijven. Het is de aanpak die de woordenschatoefening praktischer moet maken. Je kunt rutine gebruiken voor een regelmatig terugkerende manier van werken.
burde burde betekent hier ‘zou moeten’ en geeft een verwachting of voorzichtige beoordeling van het effect van de routine. In burde gøre wordt verwacht dat de routine de oefening praktischer maakt. Je gebruikt burde vóór een infinitief voor een redelijke verwachting of aanbeveling.
mere mere betekent hier ‘meer’ en versterkt de vergelijking in mere praktisk. De oefening wordt volgens de spreker praktischer dan voorheen. Je kunt mere vóór een bijvoeglijk naamwoord gebruiken om een hogere mate aan te geven.
praktisk praktisk betekent hier ‘praktisch’ en beschrijft oefening die beter aansluit bij werkelijk gebruik. In gøre det mere praktisk at øve ordforråd gaat het om nuttige, toepasbare oefening. Je kunt praktisk gebruiken voor iets dat bruikbaar is in concrete situaties.
øve øve betekent hier ‘oefenen’ en verwijst naar het doelgericht trainen van de woordenschat. Het staat in at øve dit ordforråd na det mere praktisk. Je kunt øve gebruiken voor het herhaald trainen van een taalvaardigheid, woordenschat of andere vaardigheid.

Grammatica

at + infinitiv efter prøve

Jeg prøver at bruge en enkel eksempelsætning.

Jai preu-vuh ed broe en eng-guhl eg-sem-buhl-sed-ning.

Ik probeer een eenvoudige voorbeeldzin te gebruiken.

Na prøver staat at vóór het volgende werkwoord: prøver at bruge.

blive + bijvoeglijk naamwoord

Ordforrådet bliver aktivt.

Oor-fo-roo-eth blee-uh ag-tief.

De woordenschat wordt actief.

Na bliver volgt een bijvoeglijk naamwoord; bij een onzijdig onderwerp krijgt aktiv de vorm aktivt.

Deens woordenschat

bruge werkwoord
broe-uh gebruiken
faktisk bijwoord
fak-tesg echt
forbundet bijvoeglijk naamwoord
for-bon-eth verbonden
glemme werkwoord
glemmuh vergeten glemmer
huske werkwoord
hoeskuh onthouden husker
normalt bijwoord
nor-mald normaal gesproken
ord zelfstandig naamwoord
oor woord ordene
prøve werkwoord
preu-vuh proberen prøver
situation zelfstandig naamwoord
sietoe-a-sjoo-n situatie situationer
skrive werkwoord
skree-vuh schrijven skriver
studere werkwoord
stoe-deeruh studeren studerer
tale werkwoord
teeluh spreken

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

onthouden

Antwoord tonenhusker

woord

Antwoord tonenordene

spreken

Antwoord tonentale

situatie

Antwoord tonensituationer