Een korte presentatie over studiegewoonten | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a classroom, two adults plan a short presentation about study habits with an outline, transitions, and rehearsal notes..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte presentatie over studiegewoonten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg skal holde en kort præsentation i næste uge.

Jaj sgel hol-le uhn koort presen-ta-sjoo-nen ie nes-de oe-uh. Ik moet volgende week een korte presentatie geven.
B

Begynd med en klar oversigt, før du skriver hele sætninger.

Be-kun me uhn klaar oo-uh-segd, vuh doe sgri-we(r) hee-le sed-ning-uh. Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.
A

Mit emne er, hvordan jeg ændrede mine studievaner.

Med em-ne air, vo-dan jaj en-druh-de mie-ne stoe-die-vee-neh. Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.
B

Det kan mange genkende, så tænk over, hvad publikum vil lære.

De kan meng-uh geng-ken-uh, soo teng oo-uh, veh poe-bli-koem wel leh-uh. Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.
A

Jeg vil forklare problemet, ændringen og resultatet.

Jaj wel fo-klee-uh pro-blee-meh, en-dring-en uh re-sul-teh-de. Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.
B

Den struktur fungerer. Tilføj enkle overgange mellem de dele.

Den stroek-toe-uh foeng-ee-uh. Tel-vuj eng-le oo-uh-geng-uh mel-um die dee-le. Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die delen toe.
A

Skal jeg lære hele præsentationen udenad?

Sgel jaj leh-uh hee-le presen-ta-sjoo-nen oe-en-eh? Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?
B

Øv dig med noter, så du lyder mere naturlig.

Euv dai me noo-duh, soo doe luu-uh mee-uh na-troe-lie. Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.
A

Jeg vil øve mig to gange og optage mig selv.

Jaj wel euv mai toe geng-uh uh ob-tee mai sel. Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.
B

Det vil hjælpe dig med at forbedre din timing og lyde mere selvsikker.

De wel jel-peh dai me e(d) fo-bee-druh dien tai-meng uh luu-deh mee-uh selw-seg-uh. Dat helpt je om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg skal holde en kort præsentation i næste uge.

    Ik moet volgende week een korte presentatie geven.

    Jeg skal
    ik moet
    holde
    geven
    en
    een
    kort
    kort
    præsentation
    presentatie
    i næste uge
    volgende week
    Uitgebreide uitleg

    Jeg skal betekent hier “ik moet”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”); skal is de tegenwoordige vorm van skulle en verandert hier niet volgens de persoon. Het wordt als modaal werkwoord gebruikt. Samen drukt de constructie een verplichting of geplande taak uit. Bijvoorbeeld: Jeg skal arbejde i morgen. — “Ik moet morgen werken.” holde betekent in deze combinatie “geven” of “houden” in de zin van een presentatie verzorgen. Het is de infinitief na skal; daarom staat niet een persoonsvorm maar holde. De vaste combinatie holde en præsentation is nuttig naast bijvoorbeeld holde en tale — “een toespraak houden”. en is het onbepaalde lidwoord bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-geslacht, hier bij præsentation. Het introduceert een presentatie zonder die als eerder geïdentificeerd voor te stellen; het is niet op zichzelf een expliciete telbewerking. kort betekent hier “kort”. Het beschrijft præsentation. De vorm kort staat bij een enkelvoudig en-woord; bij meervoud of een bepaalde naamwoordgroep verschijnt de vorm korte, bijvoorbeeld korte præsentationer — “korte presentaties”. præsentation betekent “presentatie”. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-geslacht: en præsentation, meervoud præsentationer. In deze zin is het datgene wat de spreker moet geven. i næste uge betekent “volgende week”. i vormt hier samen met de tijdsaanduiding een uitdrukking voor een periode waarin iets plaatsvindt. næste betekent “volgende” en uge betekent “week”; uge is een en-woord: en uge. De delen worden dus als volgt samengevoegd: Jeg skal geeft de verplichting van de spreker aan, holde en kort præsentation benoemt de taak — een korte presentatie geven — en i næste uge plaatst die taak in de tijd. De volledige betekenis is: “Ik moet volgende week een korte presentatie geven.”

  2. Begynd med en klar oversigt, før du skriver hele sætninger.

    Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.

    Begynd
    begin
    klar
    duidelijk
    oversigt
    overzicht
    før
    voordat
    skriver
    schrijft
    hele
    volledige
    sætninger
    zinnen
    Uitgebreide uitleg

    Begynd staat hier aan het begin als een aansporing: “begin”. De infinitief is at begynde; de imperatief wordt gevormd zonder at: Begynd! In een gewone mededeling zie je bijvoorbeeld Jeg begynder nu — “Ik begin nu.” klar beschrijft oversigt: het is hier “duidelijk” of “helder”. De vorm is enkelvoud onbepaald; bij een meervoud of bepaalde vorm verschijnt klare, bijvoorbeeld klare instruktioner — “duidelijke instructies”. Het is dus klar zelf dat van vorm kan veranderen, niet het zelfstandig naamwoord ernaast. oversigt is een zelfstandig naamwoord voor een overzicht of opzet: een geordend beeld van de belangrijkste onderdelen. Het is een en-woord, zoals ook zichtbaar is in en klar oversigt. Een bruikbaar voorbeeld is Lav en oversigt først — “Maak eerst een overzicht.” før verbindt hier twee handelingen en betekent “voordat”. De bijzin na før geeft aan wat eerder moet gebeuren: eerst beginnen met een overzicht, daarna volledige zinnen schrijven. In Læs teksten, før du svarer betekent før bijvoorbeeld “voordat”: “Lees de tekst voordat je antwoordt.” skriver betekent hier “schrijft”. De basisvorm is at skrive; skriver is de tegenwoordige tijd. De tegenwoordige tijd verandert in het Deens niet mee met de persoon of het getal: jeg skriver, du skriver en de skriver. In deze zin is du de aangesprokene en is skriver dus “je schrijft”. hele versterkt sætninger en betekent hier “volledige” of “hele”. Het woord verwijst naar de zinnen als geheel, niet naar een gedeelte ervan. In hele dagen betekent dezelfde vorm “de hele dagen/periode”. sætninger betekent “zinnen”. De enkelvoudsvorm is sætning; sætninger is het meervoud. Het zelfstandig naamwoord volgt hier op hele, waardoor de combinatie hele sætninger “volledige zinnen” betekent. Samen vormt Begynd med en klar oversigt de eerste instructie: begin met een duidelijk overzicht. før du skriver hele sætninger geeft de volgorde aan: doe dat voordat je volledige zinnen schrijft. De volledige betekenis is dus: “Begin met een duidelijke opzet voordat je volledige zinnen schrijft.”

  3. Mit emne er, hvordan jeg ændrede mine studievaner.

    Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.

    Mit
    mijn
    emne
    onderwerp
    er
    is
    hvordan
    hoe
    jeg
    ik
    ændrede
    veranderde
    mine
    mijn
    studievaner
    studiegewoonten
    Uitgebreide uitleg

    Mit betekent hier “mijn” en staat vóór emne. De vorm mit wordt gebruikt bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Vergelijk: min bog = “mijn boek” en mine bøger = “mijn boeken”. De bezittelijke vorm stemt dus af op het getal en het grammaticale geslacht van het bezeten zelfstandig naamwoord. emne betekent “onderwerp”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is emnet en het meervoud is emner. In deze zin is het onderwerp dat wordt besproken. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”) bij onder andere de derde persoon enkelvoud. De vaste combinatie Mit emne er ... betekent “Mijn onderwerp is ...”. hvordan betekent “hoe” en leidt hier een indirecte vraag in: hvordan ... = “hoe ...”. Het is geen directe vraag met omgekeerde woordvolgorde; na hvordan staat hier het onderwerp jeg vóór de persoonsvorm. jeg betekent “ik”. Dit persoonlijk voornaamwoord is de uitvoerder van de handeling in de bijzin. De vorm verandert niet volgens grammaticaal geslacht; voor “wij” gebruik je vi. ændrede is de verleden tijd van ændre (“veranderen”). De vorm is hetzelfde bij verschillende personen in de verleden tijd: jeg ændrede = “ik veranderde” en de ændrede = “zij veranderden”. De vorm plaatst de verandering in het verleden; uit deze vorm alleen volgt niet dat de taalhandeling grammaticaal als voltooid wordt gemarkeerd. In een andere tijd staat bijvoorbeeld jeg ændrer voor “ik verander”. mine betekent “mijn” en staat vóór studievaner. Deze vorm hoort bij een meervoudig zelfstandig naamwoord; het bezittelijke woord markeert hier niet wie de eigenaar is met een aparte persoonsvorm, maar past zich aan het getal van het bezeten zelfstandig naamwoord aan. mine vaner betekent “mijn gewoonten”. studievaner betekent “studiegewoonten”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: studie specificeert het soort vaner (“gewoonten”). Het enkelvoud is studievane, terwijl studievaner het meervoud is. Samen vormt hvordan jeg ændrede mine studievaner een indirecte vraag die als inhoud van emne fungeert: “hoe ik mijn studiegewoonten veranderde”. De volledige structuur Mit emne er, hvordan ... betekent daarom: “Mijn onderwerp is hoe ik mijn studiegewoonten heb veranderd.”

  4. Det kan mange genkende, så tænk over, hvad publikum vil lære.

    Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.

    Det
    dat
    kan
    kunnen
    mange
    velen
    genkende
    herkennen
    så
    dus
    tænk over
    nadenken over
    hvad
    wat
    publikum
    het publiek
    vil
    zullen
    lære
    leren
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat”. Het is een voornaamwoord voor iets dat veel mensen kunnen herkennen; de vaste tekst specificeert niet precies waarnaar het verwijst. De vorm det kan ook naar een onzijdig zelfstandig naamwoord of naar een hele situatie verwijzen. kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”). Na een Deens modaal werkwoord staat een infinitief zonder at: kan genkende betekent “kan herkennen”. Voorbeeld: Jeg kan forstå det. — “Ik kan dat begrijpen.” mange betekent hier “velen” of “veel mensen”. Het kan zelfstandig als onderwerp staan en verwijst dan naar meerdere personen of andere telbare zaken. Voorbeeld: Mange læser bogen. — “Veel mensen lezen het boek.” genkende is de infinitief “herkennen”. Het is de handeling die door kan mogelijk wordt gemaakt; het is niet een vorm van kan. så betekent hier “dus” en verbindt de eerste mededeling met de daaropvolgende aansporing. tænk over is een herbruikbare combinatie van de gebiedende wijs van tænke (“denken”) met over (“over”). Tænk richt zich tot de aangesprokene; in deze gebiedende wijs wordt het onderwerp niet uitgesproken. Voorbeeld: Tænk over spørgsmålet. — “Denk na over de vraag.” hvad betekent “wat” en introduceert hier de inhoud waarover moet worden nagedacht: wat het publiek zal leren. Het staat aan het begin van deze indirecte vraagbijzin. publikum betekent hier “het publiek”. Het is een zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm; er staat in het Deens geen afzonderlijk lidwoord vóór. De vaste Nederlandse vertaling geeft het weer als “het publiek”. Voorbeeld: Publikum lytter. — “Het publiek luistert.” vil is de tegenwoordige vorm van ville (“willen”). In combinatie met een infinitief kan ville ook een toekomstige of bedoelde handeling uitdrukken. Hier betekent vil lære volgens de vaste vertaling “zal leren”; in een andere context kan dezelfde combinatie “wil leren” betekenen. lære is de infinitief “leren”. Hij volgt hier op vil; samen vormen ze de toekomstige of bedoelde handeling. Voorbeeld: Hun vil lære dansk. — “Zij zal Deens leren.” Als geheel betekent Det kan mange genkende “Dat kunnen velen herkennen”. så verbindt dit met de aansporing tænk over. Het onderwerp van die aansporing is niet uitgesproken, en hvad publikum vil lære geeft aan waarover moet worden nagedacht: wat het publiek zal leren. De volledige betekenis is: “Dat is herkenbaar, dus denk na over wat het publiek zal leren.”

  5. Jeg vil forklare problemet, ændringen og resultatet.

    Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.

    Jeg vil
    ik wil
    forklare
    uitleggen
    problemet
    het probleem
    ændringen
    de verandering
    resultatet
    het resultaat
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier dat de spreker iets wil of van plan is te doen. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. vil is de tegenwoordige vorm van ville; als hulpwerkwoord drukt het hier wil of intentie uit. Na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder at. Voorbeeld: Jeg vil læse. — “Ik wil lezen.” forklare is de infinitief van het werkwoord “uitleggen”. De vorm blijft na vil infinitief: Jeg vil forklare — “Ik wil uitleggen”. In een gewone mededelende zin zonder dit hulpwerkwoord kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld Jeg forklarer — “Ik leg uit”. problemet betekent hier “het probleem”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van et problem: het achtervoegsel -et maakt het zelfstandig naamwoord bepaald. Het woord problem is onzijdig in het Deens, wat je ook ziet aan et in de onbepaalde vorm. Voorbeeld: Problemet er stort. — “Het probleem is groot.” ændringen betekent “de verandering”. De basisvorm is ændring, met het gemeenschappelijke geslacht; de onbepaalde vorm is en ændring en de bepaalde vorm is ændringen. Hier staat dus één bepaalde verandering centraal. Voorbeeld: En ændring hjælper. — “Een verandering helpt.” resultatet betekent “het resultaat”. De basisvorm is resultat; de onbepaalde vorm is et resultat en de bepaalde vorm is resultatet. Ook hier markeert -et de bepaalde enkelvoudsvorm. Voorbeeld: Resultatet er klart. — “Het resultaat is duidelijk.” Aan het einde verbindt og de laatste twee zelfstandige naamwoorden. De structuur is Jeg vil + infinitief forklare + een reeks bepaalde zelfstandige naamwoorden: problemet, ændringen en resultatet. Samen betekent de zin: “Ik wil het probleem, de verandering en het resultaat uitleggen.”

  6. Den struktur fungerer. Tilføj enkle overgange mellem de dele.

    Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die delen toe.

    Den
    die
    struktur
    structuur
    fungerer
    werkt
    Tilføj
    voeg toe
    enkle
    eenvoudige
    overgange
    overgangen
    mellem
    tussen
    de
    die
    dele
    delen
    Uitgebreide uitleg

    Den betekent hier “die” en staat bij het enkelvoudige gemeenschappelijk-geslachtswoord struktur. Het is hier een aanwijzend bepalend woord, niet het gewone Deense bepaalde lidwoord. Vergelijk det bij een onzijdig enkelvoud en de bij meervoud. In den struktur blijft het zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm; strukturen betekent “de structuur” zonder zo’n aanwijzend woord. struktur betekent hier “structuur”. De vormen zijn en struktur, strukturen, strukturer en strukturerne: onbepaald enkelvoud, bepaald enkelvoud, onbepaald meervoud en bepaald meervoud. Voorbeeld: Strukturen er tydelig. — “De structuur is duidelijk.” fungerer betekent hier “werkt” of “functioneert”. Het is de tegenwoordige tijd van fungere. De tegenwoordige vorm verandert niet mee met de persoon: jeg fungerer en de fungerer hebben allebei fungerer. Voorbeeld: Planen fungerer. — “Het plan werkt.” Tilføj is de gebiedende wijs van tilføje, “toevoegen”. De gebiedende wijs kan zonder uitgesproken onderwerp een instructie vormen. Voorbeeld: Tilføj et eksempel. — “Voeg een voorbeeld toe.” enkle betekent hier “eenvoudige”. Het bijvoeglijk naamwoord enkel krijgt enkle bij meervoud en ook in bepaalde naamwoordgroepen; enkelt is de vorm bij een onzijdig enkelvoud. Hier beschrijft enkle het meervoud overgange. Voorbeeld: enkle sætninger — “eenvoudige zinnen”. overgange betekent hier “overgangen”. Het is het onbepaalde meervoud van overgang; het bepaalde meervoud is overgangene. Voorbeeld: Der er flere overgange. — “Er zijn meerdere overgangen.” mellem betekent “tussen” en geeft een verhouding tussen zaken aan. Voorbeeld: mellem ordene — “tussen de woorden”. de betekent hier “die” en staat vóór het meervoud dele. In deze zin is het een aanwijzend bepalend woord, niet het gewone bepaalde lidwoord; het gewone bepaalde meervoud wordt doorgaans aan het zelfstandig naamwoord gehecht, zoals in delene. Voorbeeld: de lange sætninger — “die lange zinnen”. dele betekent hier “delen”. Het is het onbepaalde meervoud van del; het bepaalde meervoud is delene. Voorbeeld: Dele af teksten er korte. — “Delen van de tekst zijn kort.” Samen vormen Den struktur fungerer de mededeling “Die structuur werkt”. Daarna geeft Tilføj als gebiedende wijs de instructie “Voeg toe”. enkle overgange benoemt wat moet worden toegevoegd, en mellem de dele geeft de plaatsverhouding aan: tussen die delen. De volledige betekenis is: “Die structuur werkt. Voeg eenvoudige overgangen tussen die delen toe.”

  7. Skal jeg lære hele præsentationen udenad?

    Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?

    Skal jeg
    moet ik
    lære
    leren
    hele
    hele
    præsentationen
    de presentatie
    udenad
    uit het hoofd
    Uitgebreide uitleg

    Skal jeg bestaat uit het modale werkwoord skal en het voornaamwoord jeg (“ik”). In een ja-neevraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Skal jeg ...? betekent “Moet ik ...?” of, afhankelijk van de context, “Zal ik ...?”. Hier vraagt de spreker of het nodig is om iets te leren. Vergelijk: Jeg skal lære det. = “Ik moet/zal het leren.” lære is de infinitief van “leren”. Na het modale skal staat deze vorm zonder een extra infinitiefmarkeerder. Het kan zowel kennis verwerven als een vaardigheid leren betekenen; in deze zin gaat het om een presentatie uit het hoofd leren. Voorbeeld: Jeg vil lære dansk. = “Ik wil Deens leren.” hele betekent hier “de hele” of “volledige”. Het hoort bij het bijvoeglijk naamwoord hel (“heel, volledig”). De vorm verandert naar helt bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord en naar hele in onder andere deze vorm met een bepaald zelfstandig naamwoord: hele præsentationen. Voorbeeld: hele dagen = “de hele dag”. præsentationen betekent “de presentatie”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van præsentation: en præsentation = “een presentatie”, præsentationen = “de presentatie”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid bij dit en-woord; het is niet het werkwoord dat deze vorm draagt. udenad is een bijwoord met de betekenis “uit het hoofd” of “van buiten”. Samen met lære vormt het de herbruikbare combinatie lære noget udenad (“iets uit het hoofd leren”). Voorbeeld: Hun kan teksten udenad. = “Zij kent de tekst uit het hoofd.” Samen vormen de delen de vraag Skal jeg lære hele præsentationen udenad?: “Moet ik de hele presentatie uit het hoofd leren?” De vraag gaat over de noodzaak om de volledige presentatie op die manier te leren.

  8. Øv dig med noter, så du lyder mere naturlig.

    Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.

    Øv dig
    oefen
    med
    met
    noter
    aantekeningen
    så du
    zodat je
    lyder
    klinkt
    mere naturlig
    natuurlijker
    Uitgebreide uitleg

    Øv dig is de gebiedende wijs van øve sig: “oefen”. dig is hier het wederkerende voornaamwoord bij du/jij. øve sig betekent oefenen; øve kan ook zonder wederkerend voornaamwoord worden gebruikt voor iets oefenen of trainen. Voorbeeld: Øv dig hver dag. — “Oefen elke dag.” med betekent “met” en verbindt hier de activiteit met het materiaal dat je gebruikt. noter betekent hier “aantekeningen”. Het is het onbepaalde meervoud van note; het bepaalde meervoud is noterne (“de aantekeningen”). De vorm noter draagt hier dus geen naamvalsuitgang. Voorbeeld: Jeg skriver noter. — “Ik schrijf aantekeningen.” så du leidt hier de bijzin “zodat je” in. du is het onderwerp van die bijzin. Als voorwerpsvorm heeft het Deens dig, zoals in Øv dig. lyder is de tegenwoordige tijd van lyde, “klinken”. Met du als onderwerp beschrijft het hoe je klinkt: du lyder .... Voorbeeld: Du lyder træt. — “Je klinkt moe.” mere naturlig betekent “natuurlijker”. mere vormt hier de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord naturlig; mest naturlig betekent “het natuurlijkst”. In du lyder naturlig staat naturlig in de vorm die bij deze constructie hoort. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord kan het bijvoeglijk naamwoord naturligt zijn; in het meervoud en bij een bepaalde vorm is vaak naturlige nodig. De precieze vergelijking achter “natuurlijker” wordt in deze zin niet benoemd. Samen betekent Øv dig med noter “Oefen met aantekeningen”. De bijzin så du lyder mere naturlig geeft het beoogde resultaat: “zodat je natuurlijker klinkt”. De volledige uiting betekent dus: “Oefen met aantekeningen, zodat je natuurlijker klinkt.”

  9. Jeg vil øve mig to gange og optage mig selv.

    Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.

    Jeg vil
    ik ga
    øve mig
    oefenen
    to gange
    twee keer
    optage
    opnemen
    mig selv
    mezelf
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier dat de spreker van plan is iets te doen: “ik ga …”. vil is de tegenwoordige vorm van ville; in deze constructie staat het vóór een werkwoord in de infinitief en drukt het toekomst of intentie uit. Voorbeeld: Jeg vil lære dansk. — “Ik ga Deens leren.” øve mig betekent hier “oefenen”. Het werkwoord is øve, en mig is de vorm die bij het onderwerp Jeg hoort in deze wederkerende constructie. De vaste combinatie is øve sig wanneer het onderwerp in de derde persoon staat, bijvoorbeeld: Hun vil øve sig. — “Zij gaat oefenen.” De vorm van het voornaamwoord verandert dus met het onderwerp: jeg … mig, maar hun … sig. to gange geeft aan hoe vaak iets gebeurt: “twee keer”. to is het telwoord voor twee en gange betekent hier “keer”. De uitdrukking kan bij een werkwoordelijke handeling staan, zoals in dit voorbeeld. Voorbeeld: Jeg læser teksten to gange. — “Ik lees de tekst twee keer.” optage betekent hier “opnemen”, bijvoorbeeld een stem of video. Dit is de infinitief na vil, net als øve. Het werkwoord kan in andere contexten verschillende soorten opnames aanduiden; hier maakt mig selv duidelijk dat de spreker zichzelf opneemt. Voorbeeld: Jeg vil optage en video. — “Ik ga een video opnemen.” mig selv betekent “mezelf”. mig is de objectsvorm die bij jeg hoort, en selv maakt de verwijzing naar de spreker zelf expliciet. Voorbeeld: Jeg ser mig selv. — “Ik zie mezelf.” Samen vormen de delen: Jeg vil øve mig to gange og optage mig selv. De spreker zegt dat die van plan is twee keer te oefenen en zichzelf op te nemen. og verbindt de twee handelingen; vil geldt voor beide infinitieven: øve en optage. De Nederlandse vertaling is daarom: “Ik ga twee keer oefenen en mezelf opnemen.”

  10. Det vil hjælpe dig med at forbedre din timing og lyde mere selvsikker.

    Dat helpt je om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.

    Det
    dat
    vil
    zal
    hjælpe
    helpen
    dig
    je
    med at
    om te
    forbedre
    verbeteren
    din
    je/jouw
    timing
    timing
    og
    en
    lyde
    klinken
    mere selvsikker
    zelfverzekerder
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en staat als onderwerp van de zin. Het is een Deens voornaamwoord in de onzijdige vorm; de precieze verwijzing wordt door de context gedragen en hoeft niet automatisch naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord te verwijzen. Voorbeeld: Det hjælper. — “Dat helpt.” vil is de tegenwoordige vorm van ville. Deze vorm verandert niet naar persoon of getal. In vil hjælpe drukt hij hier een toekomstige of verwachte werking uit: Det vil hjælpe — “Dat zal helpen.” In deze zin gaat het dus niet om de hoofdhandeling “willen”. hjælpe is de infinitief van hjælpe, “helpen”. Na vil staat de infinitief zonder extra uitgang. vil hjælpe betekent dus “zal helpen”. dig is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “je/jou”. De vorm contrasteert met het onderwerp du. Voorbeeld: Jeg hjælper dig. — “Ik help je.” med at leidt hier, samen met de volgende infinitieven, de activiteit in die door het helpen mogelijk wordt gemaakt: hjælpe dig med at ... — “je helpen om ...”. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief: hjælpe dig med at øve — “je helpen om te oefenen”. forbedre is de infinitief van “verbeteren”. In forbedre din timing is din timing wat verbeterd wordt. De combinatie med at forbedre betekent hier natuurlijk “om te verbeteren”. din is een bezittelijke vorm voor één bezitter, hier gericht aan één persoon. De vorm staat bij het zelfstandig naamwoord dat het bezetene noemt: din timing. Het bezittelijk voornaamwoord krijgt in het Deens ook vorm naar het grammaticale getal en geslacht van dat zelfstandig naamwoord: vergelijk din bij een enkelvoudig gemeenschappelijk woord, dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij meervoud. Din betekent hier niet “één”; het drukt bezit uit. timing is een zelfstandig naamwoord voor de timing, dus de keuze van het juiste moment of tempo. Het is hier het object van forbedre. Voorbeeld: Jeg skal forbedre min timing. — “Ik moet mijn timing verbeteren.” og verbindt hier twee infinitieven binnen dezelfde med at-constructie: forbedre ... og lyde .... Het tweede deel is dus niet een aparte bewering dat iets zelf klinkt; beide handelingen horen bij wat de aangesproken persoon geholpen wordt te doen. Voorbeeld: Hun læser og skriver. — “Zij leest en schrijft.” lyde is de infinitief van lyde, “klinken”. In med at forbedre ... og lyde ... heeft hij hetzelfde impliciete onderwerp als forbedre: de aangesproken persoon. Het gaat hier om hoe die persoon klinkt, niet om het klinken van een afzonderlijk voorwerp. Voorbeeld: Du lyder rolig. — “Je klinkt rustig.” mere selvsikker betekent “zelfverzekerder”. Selvsikker is het bijvoeglijk naamwoord “zelfverzekerd”; mere selvsikker vormt de vergrotende trap met mere, “meer”. De basis is selvsikker, de vergelijking is mere selvsikker; de overtreffende vorm is mest selvsikker. Voorbeeld: Du lyder mere selvsikker nu. — “Je klinkt nu zelfverzekerder.” Samen opgebouwd betekent Det vil hjælpe dig med at forbedre din timing og lyde mere selvsikker: “Dat zal je helpen om je timing te verbeteren en zelfverzekerder te klinken.” Det is het onderwerp, vil hjælpe geeft de verwachte hulp aan, en med at forbedre ... og lyde ... noemt de twee verbonden activiteiten die de aangesproken persoon daardoor kan uitvoeren.

Grammatica

hvordan + verb + subjekt

Hvordan ændrede studievaner resultatet?

Vo-dan en-druh-de stoe-die-vee-neh re-sul-teh-de?

Hoe veranderden studiegewoonten het resultaat?

In een directe vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Hvordan ændrede studievaner ...?

før + subjekt + verb

Begynd, før du skriver hele sætninger.

Be-kun, vuh doe sgri-we(r) hee-le sed-ning-uh.

Begin voordat je hele zinnen schrijft.

før leidt een bijzin in en betekent ‘voordat’; de bijzin volgt na de hoofdzin.

Deens woordenschat

Begynd werkwoord
be-kun begin
emne zelfstandig naamwoord
em-ne onderwerp
Geslacht
neuter
før voegwoord
vuh voordat; voor
hele bepaler
hee-le hele; volledige

hele sætninger

holde werkwoord
hol-le houden; geven

holde en præsentation

i næste uge uitdrukking
ie nes-de oe-uh volgende week
klar bijvoeglijk naamwoord
klaar duidelijk

en klar oversigt

kort bijvoeglijk naamwoord
koor kort

en kort præsentation

oversigt zelfstandig naamwoord
oo-uh-segd overzicht; opzet
Geslacht
common
præsentation zelfstandig naamwoord
presen-ta-sjoo-nen presentatie
Geslacht
common
skriver werkwoord
sgri-we(r) schrijft
sætninger zelfstandig naamwoord
sed-ning-uh zinnen
Geslacht
common

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Moet ik de hele presentatie uit mijn hoofd leren?

Antwoord tonenSkal jeg lære hele præsentationen udenad?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

begin

Antwoord tonenBegynd

duidelijk

Antwoord tonenklar

houden; geven

Antwoord tonenholde

presentatie

Antwoord tonenpræsentation