Eerlijk zijn over schade aan een geleende tas | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: After borrowing a bag, one adult explains zipper damage and discusses repair or replacement with the owner..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Eerlijk zijn over schade aan een geleende tas oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg er nødt til at fortælle dig noget om den taske, jeg lånte.

Jaj èr neud teel èd fo-tèl-le dai noo-et om dèn tès-ge, jaj loo-ne-de. Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.
B

Skete der noget med den under din rejse?

Sgee-de dèr noo-et mee dèn on-er dien rai-se? Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?
A

Lynlåsen satte sig fast, og en del af den gik løs.

Luun-loosn sè-de sai fesd, o en deel au dèn gik leus. De rits kwam vast te zitten en een deel ervan raakte los.
B

Var lynlåsen allerede beskadiget?

Vaa luun-loosn al-le-ree-ë be-sgè-ë? Was de rits al beschadigd?
B

Eller gik den i stykker, mens du brugte den?

Èl-le gik dèn ie steug-er, mens doo broe-de dèn? Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?
A

Lynlåsen virkede fin før, så jeg vil gerne tage ansvar.

Luun-loosn veer-ge fin feur, soo jaj vil jèr-ne tè-ë an-svaa. De rits leek daarvoor in orde, dus ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.
B

Jeg sætter pris på din ærlighed. Den kan måske stadig repareres.

Jaj sè-de pries poo dien èr-lie-hee. Dèn kan maa-sgee stè-lie re-pa-ree-ës. Ik waardeer je eerlijkheid. Misschien kan hij nog gerepareerd worden.
A

Jeg kan få den repareret eller erstatte tasken, hvis det er nødvendigt.

Jaj kan foo dèn re-pa-ree-ëd èl-le èr-stè-de tès-gen, ves de èr neud-ven-die. Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.
B

Lad os tage den med til et reparationsværksted, før vi beslutter os.

Lè os tè-ë dèn mee teel et re-pa-ra-sjoons-vèrk-stee, feur vie be-slo-de os. Laten we hem naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.
A

Jeg er ked af, at jeg ikke fortalte dig det, så snart det skete.

Jaj èr kee au, èd jaj eg-ge fo-dèl-de dai de, soo snad de sgee-de. Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.
B

Du nævnte det nu, og det hjælper. Vi får se, hvad de siger.

Doo nèw-de de noo, o de jèl-ber. Vie foo see, va de sie-er. Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg er nødt til at fortælle dig noget om den taske, jeg lånte.

    Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.

    Jeg
    ik
    er nødt til
    moeten
    fortælle
    vertellen
    dig
    jou
    noget
    iets
    om
    over
    den
    de / die
    taske
    tas
    lånte
    leende
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud. De bijbehorende objectsvorm is mig, bijvoorbeeld in Hun ser mig — “Zij ziet mij”. er nødt til is een vaste constructie voor noodzakelijkheid: “moeten” of “genoodzaakt zijn om”. Het werkwoord er is hier de tegenwoordige vorm van være (“zijn”); nødt til vormt samen met er de constructie. Daarna volgt at plus de infinitief: er nødt til at fortælle — “moet vertellen”. Dit drukt noodzaak uit, maar de zin vermeldt niet waarom die noodzaak bestaat. fortælle is de infinitief “vertellen”. Na at blijft deze vorm staan. Een herbruikbaar patroon is at fortælle nogen noget: “iemand iets vertellen”. dig betekent hier “jou” als object van fortælle. De basisvorm van dit persoonlijke voornaamwoord is du (“jij”); dig wordt gebruikt voor een object, bijvoorbeeld Jeg hjælper dig — “Ik help jou.” noget betekent “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemd ding. Het staat hier als datgene wat verteld moet worden: fortælle dig noget — “jou iets vertellen”. om betekent hier “over” en leidt het onderwerp van de mededeling in: iets vertellen om een zaak of onderwerp. In andere zinnen kan om andere functies hebben; hier gaat het om het onderwerp van wat verteld wordt. den taske is de nominale groep die in de vaste vertaling wordt weergegeven als “de tas”. den is hier niet zelf een bepaald lidwoord dat het grammaticale geslacht van taske aangeeft. In het Deens kan den vóór een zelfstandig naamwoord aanwijzend gebruikt worden, ongeveer “die/dat”; de bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord zelf is tasken. Het zelfstandig naamwoord heeft bijvoorbeeld en taske — “een tas” — en tasken — “de tas”. De relatieve bijzin jeg lånte beperkt hier de bedoelde tas. lånte is de verleden tijd van låne, “lenen”. Deze verleden tijd heeft bij verschillende personen dezelfde vorm; het onderwerp jeg geeft hier aan wie leende. Jeg lånte en taske betekent “Ik leende een tas”. In de Nederlandse vertaling staat hiervoor “die ik heb geleend”, omdat het Nederlands hier natuurlijk een voltooid tegenwoordige tijd gebruikt; het Deense origineel heeft zichtbaar de verleden tijd lånte. De combinatie den taske, jeg lånte betekent in deze zin “de tas die ik heb geleend”. jeg lånte is een relatieve bijzin die specificeert over welke tas het gaat. De komma markeert deze bijzin in de geschreven zin. Samen ontstaat de betekenis: Jeg er nødt til at fortælle dig noget is “Ik moet je iets vertellen”, en om den taske, jeg lånte is “over de tas die ik heb geleend”. De volledige uiting is dus: “Ik moet je iets vertellen over de tas die ik heb geleend.”

  2. Skete der noget med den under din rejse?

    Is er tijdens je reis iets mee gebeurd?

    Skete
    gebeurde
    noget
    iets
    med den
    ermee; met dat voorwerp
    under
    tijdens
    rejse
    reis
    Uitgebreide uitleg

    Skete is de verleden tijd van ske (‘gebeuren’): sker = gebeurt, skete = gebeurde, er sket = is gebeurd. In de vraagconstructie Skete der ...? staat der als een existentieel element: er wordt gevraagd of er iets gebeurde. Voorbeeld: Hvad skete der? — ‘Wat gebeurde er?’ noget betekent hier ‘iets’. Het is een onbepaald woord voor een niet nader genoemd gebeuren of ding. Het contrast is ikke noget = ‘niets’ in een ontkennende zin. Voorbeeld: Der skete noget. — ‘Er gebeurde iets.’ med den betekent hier ‘ermee’ of ‘met dat voorwerp’. den is een enkelvoudig aanwijzend/verwijzend voornaamwoord in het gemeenschappelijk geslacht; hier verwijst het, met steun van de voorafgaande context en de vaste vertaling, naar de tas. med geeft aan dat het voorwerp bij de gebeurtenis betrokken is. De combinatie noget med den vraagt dus wat er met dat voorwerp gebeurde. under betekent hier ‘tijdens’ en leidt de periode van de reis in. In under din rejse gaat het om de tijd waarin de reis plaatsvond; din betekent ‘jouw’ en hoort bij rejse. Voorbeeld: Jeg læste under rejsen. — ‘Ik las tijdens de reis.’ rejse is het zelfstandig naamwoord ‘reis’. De bepaalde vorm is rejsen = ‘de reis’, terwijl en rejse = ‘een reis’ is. In din rejse staat geen lidwoord: het bezittelijke woord din drukt de relatie tot de reis uit. Samen vormen de delen Skete der noget med den under din rejse? de vraag: ‘Is er tijdens je reis iets met de tas gebeurd?’ De verleden tijd skete plaatst het gebeuren in het verleden, noget med den verwijst naar een gebeurtenis die de tas betreft, en under din rejse begrenst die gebeurtenis tot de reisperiode.

  3. Lynlåsen satte sig fast, og en del af den gik løs.

    De rits kwam vast te zitten en een deel ervan raakte los.

    Lynlåsen
    de rits
    satte sig fast
    kwam vast te zitten
    del
    deel
    den
    ervan; het aangewezen voornaamwoord
    gik løs
    raakte los
    Uitgebreide uitleg

    Lynlåsen betekent hier “de rits”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van en lynlås: lynlås = “rits”, lynlåsen = “de rits”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid en deze vorm is grammaticaal enkelvoud; dat betekent niet dat er in de situatie geen andere ritsen kunnen zijn. satte sig fast betekent in deze zin “kwam vast te zitten”. Dit is de verleden tijd van sætte sig fast, een constructie met “zich vastzetten”, maar als geheel gebruik je haar voor iets dat vast komt te zitten. Voor een gewoonte of tegenwoordige situatie staat bijvoorbeeld Lynlåsen sætter sig fast — “De rits komt vast te zitten”. del betekent “deel”. In en del af ... verwijst het naar een gedeelte van een geheel. Het volledige patroon is en del af X = “een deel van X”. Het onbepaalde lidwoord en drukt hier niet zelfstandig een concreet telbaar aantal uit; de uitdrukking gaat over een gedeelte. den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord in de vorm voor enkelvoud van het gemeenschappelijk geslacht. In af den betekent het, volgens de vaste vertaling en de context, “ervan”: het verwijst naar de rits. De grammaticale vorm den legt niet algemeen vast welk zelfstandig naamwoord bedoeld is; hier wordt dat door de context en de vertaling ondersteund. Vergelijk voor een onzijdig enkelvoud vaak det, maar kies de vorm volgens het Deense woord waarnaar wordt verwezen. gik løs betekent “raakte los” of “kwam los”. Dit is de verleden tijd van gå løs, een vaste combinatie voor iets dat niet langer vastzit. Het werkwoord gik is de verleden tijd van gå; løs beschrijft de toestand “los”. Bijvoorbeeld: Knappen gik løs. — “De knoop raakte los.” Samen ontstaat de betekenis: Lynlåsen satte sig fast = “De rits kwam vast te zitten”, en en del af den gik løs = “een deel ervan raakte los”. De twee gebeurtenissen zijn verbonden door og (“en”): de zin meldt beide gebeurtenissen in deze volgorde, zonder dat og op zichzelf een precieze tijdsrelatie hoeft uit te drukken.

  4. Var lynlåsen allerede beskadiget?

    Was de rits al beschadigd?

    Var
    was
    lynlåsen
    de rits
    allerede
    al
    beskadiget
    beschadigd
    Uitgebreide uitleg

    Var is de verleden tijd van være (“zijn”). In een vraag staat het werkwoord hier vóór het onderwerp: Var ...? = “Was ...?” De tegenwoordige tijd is er: Er lynlåsen beskadiget? = “Is de rits beschadigd?” lynlåsen betekent hier “de rits”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van lynlås (“rits”): en lynlås = “een rits”, lynlåsen = “de rits”. De uitgang -en markeert hier het bepaalde enkelvoud; hij draagt niet de verleden tijd. allerede betekent “al” of “reeds” en geeft aan dat iets op het bedoelde moment al zo was. Voorbeeld: Hun var allerede hjemme. — “Ze was al thuis.” beskadiget betekent hier “beschadigd”. Het is de vorm van het werkwoord beskadige (“beschadigen”) die in deze combinatie als voltooid deelwoord/adjectivische beschrijving wordt gebruikt. Met være beschrijft de zin de toestand van de rits: lynlåsen var beskadiget = “de rits was beschadigd”. In een andere tijd blijft het deelwoord in deze constructie hetzelfde: lynlåsen er beskadiget = “de rits is beschadigd”. Samen vormen de delen de vraag Var lynlåsen allerede beskadiget?: “Was de rits al beschadigd?” De vraag onderzoekt of de rits op dat eerdere moment al in beschadigde toestand was.

  5. Eller gik den i stykker, mens du brugte den?

    Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?

    Eller
    of
    den
    hij/het (als onderwerp)
    gik … i stykker
    ging kapot
    mens du
    terwijl je
    brugte
    gebruikte
    den
    hem/het (als voorwerp)
    Uitgebreide uitleg

    Eller betekent hier “of” en zet deze mogelijkheid naast de eerdere vraag. Het is een voegwoord: X eller Y = “X of Y”. den is hier het onderwerp en betekent volgens de vaste vertaling “hij”. In het Deens verwijst den naar iets met het grammaticale geslacht en niet naar personen met han of hun; de precieze verwijzing wordt in deze context door de rits ondersteund. Later staat opnieuw den, maar daar is het een voorwerp. gik i stykker is de vaste uitdrukking “kapotgaan” of “stukgaan”. De vorm gik is de verleden tijd van gå, maar in deze combinatie moet je de hele uitdrukking leren: gå i stykker = “kapotgaan”, gik i stykker = “ging kapot”. Het is dus niet letterlijk alleen “ging”. Voorbeeld: Telefonen gik i stykker. — “De telefoon ging kapot.” mens du betekent “terwijl je”. mens leidt een bijzin in die gelijktijdigheid uitdrukt. du is de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. Het patroon is mens + onderwerp + werkwoord, bijvoorbeeld mens du sover — “terwijl je slaapt”. brugte betekent hier “gebruikte”. Dit is de verleden tijd van bruge (“gebruiken”); het onderwerp du staat er apart bij. Voorbeeld: Du brugte computeren. — “Je gebruikte de computer.” De laatste den is het lijdend voorwerp en betekent volgens de vaste vertaling “hem”. Het verwijst hier naar hetzelfde voorwerp dat gebruikt werd; de vorm den blijft de relevante Deense vorm voor dit type verwijzing, ook al is de Nederlandse vertaling hier “hem”. Samen bestaat de zin uit Eller + den gik i stykker (“of hij ging kapot”) + mens du brugte den (“terwijl je hem gebruikte”). De volledige betekenis is: “Of is hij kapotgegaan terwijl je hem gebruikte?” De verleden tijd staat zowel bij het kapotgaan (gik) als bij het gebruik (brugte); mens maakt duidelijk dat de twee gebeurtenissen samenvallen.

  6. Lynlåsen virkede fin før, så jeg vil gerne tage ansvar.

    De rits leek daarvoor in orde, dus ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.

    Lynlåsen
    de rits
    virkede
    leek; werkte
    fin
    in orde
    før
    daarvoor; eerder
    så
    dus
    vil gerne
    graag willen
    tage ansvar
    verantwoordelijkheid nemen
    Uitgebreide uitleg

    Lynlåsen betekent hier “de rits”. Het is de bepaalde vorm van lynlås (“rits”): lynlås is onbepaald, terwijl lynlåsen naar een specifieke rits verwijst. De vorm zegt op zichzelf niet wie de rits bezit; dat blijkt hier uit de situatie en de vertaling. virkede is de verleden tijd van virke, “werken” of “lijken”. In deze zin beschrijft het hoe de rits eerder functioneerde: hij leek in orde. Tegenwoordige tijd: virker; verleden tijd: virkede. Bijvoorbeeld: Det virker godt. — “Dat werkt goed.” fin betekent hier “in orde” of “goed functioneren”. Het is een bijvoeglijk naamwoord bij de toestand die door virkede wordt beschreven. In andere contexten kan fin ook “mooi” of “fijn” betekenen; hier past “in orde” bij de vaste vertaling. før plaatst die toestand eerder in de tijd: “eerder” of “daarvoor”. Het verwijst hier naar een eerder moment waarop de rits nog in orde leek. Bijvoorbeeld: Den virkede fint før. — “Hij werkte eerder goed.” så verbindt de eerdere toestand met het gevolg: “dus”. Het introduceert hier wat de spreker op basis daarvan wil doen. vil gerne drukt een wens uit: “graag willen”. vil is de tegenwoordige vorm van ville; samen met gerne vormt het een gebruikelijke manier om te zeggen dat iemand iets graag wil doen. In jeg vil gerne ... betekent jeg “ik”, maar vil gerne geeft vooral de combinatie “ik wil graag ...” weer. Bijvoorbeeld: Jeg vil gerne hjælpe. — “Ik wil graag helpen.” tage ansvar is een vaste, goed herbruikbare combinatie: “verantwoordelijkheid nemen”. tage is de infinitief van “nemen”; na vil gerne staat de daaropvolgende handeling in de infinitief. ansvar betekent “verantwoordelijkheid”. Bijvoorbeeld: Hun tager ansvar. — “Zij neemt verantwoordelijkheid.” Hier is tager de tegenwoordige vorm van tage. Samen betekent Lynlåsen virkede fin før dat de rits eerder in orde leek. så maakt daar het gevolg van: jeg vil gerne tage ansvar — “dus ik wil graag verantwoordelijkheid nemen”. De volledige zin betekent daarom: “De rits leek daarvoor in orde, dus ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.”

  7. Jeg sætter pris på din ærlighed. Den kan måske stadig repareres.

    Ik waardeer je eerlijkheid. Misschien kan hij nog gerepareerd worden.

    Jeg sætter pris på
    ik waardeer
    din
    je/jouw
    ærlighed
    eerlijkheid
    Den
    hij
    kan
    kan
    måske
    misschien
    stadig
    nog steeds
    repareres
    gerepareerd worden
    Uitgebreide uitleg

    Jeg sætter pris på is een vaste Deense uitdrukking voor iets waarderen of op prijs stellen. sætter is hier de tegenwoordige vorm van sætte, maar de combinatie moet als geheel worden geleerd en niet letterlijk als “plaatsen”. Voorbeeld: Jeg sætter pris på din hjælp. — “Ik waardeer je hulp.” din betekent hier “je/jouw”. Het is de bezittelijke vorm bij een enkelvoudige aangesprokene en staat vóór een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtswoord. Het bezittelijke woord stemt af op het bezeten zelfstandig naamwoord: vergelijk dit bij een enkelvoudig onzijdig woord en dine bij een meervoudig woord. In din ærlighed hoort din bij het enkelvoudige gemeenschappelijke geslacht van ærlighed. ærlighed is het zelfstandig naamwoord “eerlijkheid”. Het is verwant aan het bijvoeglijk naamwoord ærlig (“eerlijk”), maar de vorm in de zin is het zelfstandig naamwoord. De bepaalde enkelvoudsvorm is bijvoorbeeld ærligheden (“de eerlijkheid”). Den is hier het Deense voornaamwoord voor het eerder genoemde voorwerp, de rits (lynlåsen), zoals de context en de vaste vertaling ondersteunen. den is de vorm voor een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht; het betekent hier dus niet automatisch “hij” als mannelijke persoon. Bij een enkelvoudig onzijdig woord staat in deze functie det, en bij een meervoudig antecedent de. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier mogelijkheid uit: iets kan gerepareerd worden. Na dit modale werkwoord volgt een infinitief, hier repareres. Voorbeeld: Det kan ordnes. — “Dat kan geregeld worden.” måske betekent “misschien” of “wellicht”. Het maakt de mogelijkheid onzeker; het zegt niet dat de reparatie zeker zal plaatsvinden. stadig betekent hier “nog steeds”: de mogelijkheid van reparatie bestaat nog. Het verschilt van igen (“weer/opnieuw”): stadig drukt voortduring uit, terwijl igen herhaling uitdrukt. repareres is de passieve infinitief van reparere (“repareren”). De uitgang -s maakt de vorm passief: het genoemde voorwerp ondergaat de reparatie. Na kan vormt deze infinitief samen met het modale werkwoord de betekenis “gerepareerd kunnen worden”. De actieve infinitief is reparere; voorbeeld: De kan reparere lynlåsen. — “Ze kunnen de rits repareren.” Dit is een nieuw oefenvoorbeeld, geen extra bewering over de bronzin. Samen betekent Den kan måske stadig repareres: “Misschien kan hij nog steeds gerepareerd worden”, waarbij hij in de vaste Nederlandse vertaling naar de eerder genoemde rits verwijst. Met Jeg sætter pris på din ærlighed ontstaat de volledige betekenis: “Ik waardeer je eerlijkheid. Misschien kan hij nog gerepareerd worden.”

  8. Jeg kan få den repareret eller erstatte tasken, hvis det er nødvendigt.

    Ik kan de reparatie regelen of de tas vervangen als dat nodig is.

    kan
    kan
    få den repareret
    laten repareren
    erstatte
    vervangen
    tasken
    de tas
    hvis det er nødvendigt
    als dat nodig is
    Uitgebreide uitleg

    kan drukt hier uit dat de spreker in staat is of de mogelijkheid heeft om iets te laten doen of te doen. Na kan staat in het Deens een infinitief zonder at: kan få en kan erstatte. Voorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” få den repareret betekent hier dat de spreker ervoor kan zorgen dat het voorwerp wordt gerepareerd. få is het werkwoord få (“krijgen; laten gebeuren”) en repareret is de voltooide deelwoordsvorm van reparere (“repareren”). De constructie få + voorwerp + deelwoord geeft weer dat iemand een handeling voor een voorwerp laat uitvoeren: Jeg får bilen repareret. — “Ik laat de auto repareren.” den is daarbij een objectpronomen; in deze context gaat het om het voorwerp dat gerepareerd kan worden. erstatte is de infinitief van erstatte (“vervangen”). Het staat naast få den repareret als tweede mogelijkheid na kan; daarom staat ook dit werkwoord zonder at. Voorbeeld: Vi kan erstatte delen. — “We kunnen het onderdeel vervangen.” tasken betekent “de tas”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van taske: en taske — “een tas”, tasken — “de tas”, tasker — “tassen”, taskerne — “de tassen”. In het bronzinnetje is dit het voorwerp dat vervangen kan worden. Het lidwoord zit in de bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord zelf, niet als afzonderlijk woord ervoor. hvis det er nødvendigt betekent “als dat nodig is”. hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in. det is hier het formele onderwerp van de onpersoonlijke uitdrukking er nødvendigt; het verwijst niet noodzakelijk naar één afzonderlijk genoemd woord, maar naar de relevante maatregel of situatie. nødvendigt is de vorm van nødvendig (“nodig; noodzakelijk”) die bij het onzijdige det hoort. Voorbeeld: Vi ringer, hvis det er nødvendigt. — “We bellen als dat nodig is.” De zin wordt opgebouwd als Jeg kan + få den repareret + eller + erstatte tasken + hvis det er nødvendigt: “Ik kan ervoor zorgen dat die gerepareerd wordt of de tas vervangen als dat nodig is.” De hoofdzin noemt dus twee mogelijkheden onder kan; de bijzin stelt de voorwaarde waaronder zo’n ingreep nodig is.

  9. Lad os tage den med til et reparationsværksted, før vi beslutter os.

    Laten we hem naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.

    Lad os
    laten we
    tage
    nemen
    den
    hem
    med
    mee
    til
    naar
    et
    een
    reparationsværksted
    reparatiewerkplaats
    før
    voordat
    vi
    wij
    beslutter os
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Lad os is een vaste manier om een voorstel te doen: “laten we …”. Lad is de gebiedende wijs van lade (“laten”), en os betekent hier “ons”. Na deze constructie volgt het werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Lad os vente. — “Laten we wachten.” tage betekent hier “nemen”; samen met med vormt het tage ... med, “meenemen”. De infinitief is de basisvorm en verandert hier niet door Lad os. Voorbeeld: Jeg tager bogen med. — “Ik neem het boek mee.” den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht, in de objectfunctie. Volgens de vaste vertaling en de context verwijst het hier naar de tas, maar de vorm zelf noemt die referent niet. Het is niet de vorm voor een persoon van mannelijk geslacht; daarvoor wordt in deze functie ham gebruikt. med voegt bij tage het idee “mee” toe. Het patroon tage noget med betekent “iets meenemen”. til geeft de bestemming aan en betekent hier “naar”. Het leidt de plaats in waarheen het voorwerp wordt gebracht. Voorbeeld: Vi går til stationen. — “Wij gaan naar het station.” et is het onbepaalde lidwoord dat bij het onzijdige zelfstandig naamwoord reparationsværksted hoort. Het geeft hier geen afzonderlijke telbare hoeveelheid aan; het introduceert een niet nader bepaalde reparatiewerkplaats. reparationsværksted is een zelfstandig naamwoord en betekent “reparatiewerkplaats”. Het is een samenstelling van reparation (“reparatie”) en værksted (“werkplaats”). Het lidwoord et ervoor laat zien dat dit woord onzijdig is: et reparationsværksted. før introduceert een bijzin met de betekenis “voordat”. De gebeurtenis in die bijzin wordt later geplaatst dan de handeling in de hoofdzin. Voorbeeld: Ring, før du kommer. — “Bel voordat je komt.” vi betekent “wij” en is hier het onderwerp van de bijzin. Deze vorm onderscheidt geen grammaticaal geslacht. beslutter os betekent hier samen “beslissen”. beslutter is de tegenwoordige tijd van beslutte; in de tegenwoordige tijd heeft het werkwoord bij verschillende personen dezelfde vorm. os is het wederkerende voornaamwoord dat bij vi hoort. De combinatie wordt in de basisvorm weergegeven als beslutte sig; bij andere onderwerpen verandert het wederkerende voornaamwoord, bijvoorbeeld jeg beslutter mig (“ik beslis”) en de beslutter sig (“zij beslissen”). Voorbeeld: Vi beslutter os i morgen. — “Wij beslissen morgen.” Samen vormt Lad os tage den med til et reparationsværksted het voorstel “Laten we hem naar een reparatiewerkplaats brengen”. De bijzin før vi beslutter os plaatst het beslissen daarna: “voordat we beslissen”. Het geheel betekent dus: “Laten we hem naar een reparatiewerkplaats brengen voordat we beslissen.”

  10. Jeg er ked af, at jeg ikke fortalte dig det, så snart det skete.

    Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.

    Jeg er
    ik ben
    ked af
    het spijt me; het jammer vinden
    ikke
    niet
    fortalte
    vertelde
    dig
    jou; je
    det
    het
    så snart
    zodra; zo gauw als
    skete
    gebeurde
    Uitgebreide uitleg

    Jeg er betekent hier “ik ben”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); Deense werkwoorden veranderen in deze tijd niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Jeg er klar. — “Ik ben klaar.” ked af is een vaste combinatie met de betekenis “het spijt me” of “het jammer vinden”. In deze zin vormt ze met Jeg er de gebruikelijke verontschuldigende formulering Jeg er ked af .... Voorbeeld: Jeg er ked af forsinkelsen. — “Het spijt me van de vertraging.” ikke maakt het vertellen negatief: de spreker vertelde iets niet. Het ontkent hier dus de handeling van fortalte, niet het gebeuren in de bijzin. fortalte is de verleden tijd van fortælle (“vertellen”). Hier verwijst de vorm naar een vertelhandeling in het verleden. Deense werkwoorden krijgen in de verleden tijd geen persoonsuitgang: jeg fortalte, du fortalte en de fortalte gebruiken allemaal fortalte. Voorbeeld: Hun fortalte mig sandheden. — “Zij vertelde mij de waarheid.” dig betekent “jou” of “je” als ontvanger van de handeling. Hier is het de persoon aan wie de spreker iets niet vertelde. du is bijvoorbeeld de onderwerpvorm, terwijl dig de objectvorm is: Du hører mig. — “Jij hoort mij.” det betekent in fortalte dig det “het” of “datgene”: de inhoud die de spreker niet vertelde. Het tweede det, in det skete, heeft een andere grammaticale rol: het is het onderwerp van skete en verwijst naar de gebeurtenis of situatie die plaatsvond. De concrete inhoud van het eerste det wordt niet benoemd; de precieze gebeurtenis waarnaar het tweede det verwijst wordt evenmin nader gespecificeerd. så snart is een tijdsverbinding met de betekenis “zodra” of “zo gauw als”. Ze geeft hier aan dat het vertellen plaatsvond op het moment dat de gebeurtenis plaatsvond. Voorbeeld: Ring til mig, så snart du ved det. — “Bel me zodra je het weet.” skete is de verleden tijd van ske (“gebeuren”). Ook dit werkwoord verandert in de verleden tijd niet naar persoon of getal: det skete betekent “het gebeurde”. Voorbeeld: Hvad skete der? — “Wat gebeurde er?” Samen vormen Jeg er ked af en de daaropvolgende at-zin een verontschuldiging: “Het spijt me dat ...”. In die inhoudszin geeft jeg ikke fortalte dig det aan dat de spreker het de aangesproken persoon niet vertelde. så snart det skete bepaalt vervolgens het tijdstip: zodra de gebeurtenis plaatsvond. De volledige betekenis is: “Het spijt me dat ik het je niet meteen heb verteld toen het gebeurde.”

  11. Du nævnte det nu, og det hjælper. Vi får se, hvad de siger.

    Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt. We zullen zien wat ze zeggen.

    Du
    jij
    nævnte
    bracht ter sprake
    det
    het
    nu
    nu
    hjælper
    helpt
    Vi
    we
    får se
    zullen zien
    hvad
    wat
    de
    ze
    siger
    zeggen
    Uitgebreide uitleg

    Du betekent hier “jij” en is de onderwerpsvorm voor één aangesprokene. De vorm verandert niet door de tijd; de persoonsinformatie staat vooral in het werkwoord. Voorbeeld: Du kommer. = “Jij komt.” nævnte is de verleden-tijdsvorm van nævne, “noemen” of “ter sprake brengen”. In deze zin gaat het om iets dat jij eerder ter sprake hebt gebracht. Een bruikbare vormreeks is nævne – nævner – nævnte (“noemen” – “noemt” – “noemde/noemde ter sprake”). Voorbeeld: Hun nævnte mit navn. = “Zij noemde mijn naam.” Het eerste det is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord met de betekenis “het”. Hier verwijst het, volgens de vaste vertaling en de vorige zin, naar de zaak die eerder niet meteen verteld was. Dezelfde vorm kan later in de zin ook een andere grammaticale rol hebben; de vorm alleen bepaalt dus niet altijd de Nederlandse vertaling. nu betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het hoort bij het noemen van de zaak: “je hebt het nu ter sprake gebracht”. hjælper is de tegenwoordige tijd van hjælpe, “helpen”. De vorm betekent hier “helpt”. De tegenwoordige tijd kan een toestand of gevolg beschrijven dat nu geldt. Voorbeeld: Det hjælper. = “Dat helpt.” Vi betekent “wij/we” en is de onderwerpsvorm voor de spreker samen met minstens één andere persoon. Voorbeeld: Vi kommer senere. = “We komen later.” får se is een vaste Deense constructie met får, de tegenwoordige vorm van få, en se, de infinitief van “zien”. Samen betekent ze hier idiomatisch “we zullen zien”. Dit is dus niet de letterlijke betekenis “we krijgen zien”, maar een gewone manier om naar een toekomstige uitkomst te verwijzen. Voorbeeld: Vi får se. = “We zullen zien.” hvad is het vraagwoord “wat”. In hvad de siger leidt het een ingebedde vraagzin in: “wat ze zeggen”. Het vraagt hier naar de inhoud van wat die andere personen zullen zeggen, niet naar een persoon. de betekent hier “ze/zij” als onderwerp van de ingebedde zin. Het verwijst naar meerdere personen, maar de vaste gegevens identificeren niet precies wie dat zijn. De vorm de is zowel de onderwerpsvorm voor “zij” als de gebruikelijke vorm voor “ze”. siger is de tegenwoordige tijd van sige, “zeggen”. In de bijzin de siger betekent het “ze zeggen”. De tegenwoordige vorm kan hier staan in een ingebedde vraag over wat die personen zullen zeggen. Voorbeeld: Jeg ved, hvad han siger. = “Ik weet wat hij zegt.” Samen vormt Du nævnte det nu, og det hjælper de betekenis “Je hebt het nu ter sprake gebracht, en dat helpt”. Het eerste det is het genoemde onderwerp van gesprek; het tweede det verwijst naar de voorafgaande handeling of situatie en wordt daarom in de vertaling “dat”. Daarna betekent Vi får se, hvad de siger “We zullen zien wat ze zeggen”: får se geeft de toekomstige afwachtende betekenis, en hvad de siger specificeert wat men zal afwachten.

Grammatica

være nødt til at + infinitiv

Jeg er nødt til at fortælle det.

Jaj èr neud teel èd fo-tèl-le de.

Ik moet het vertellen.

Na være nødt til volgt at + infinitiv. De hele uitdrukking betekent dat iets noodzakelijk is.

så snart + bijzin

Så snart lynlåsen gik i stykker, besluttede vi os.

Soo snad luun-loosn gik ie steug-er, be-slo-de vie os.

Zodra de rits kapotging, besloten we.

Så snart betekent ‘zodra’ en leidt een bijzin in. De komma scheidt de bijzin van de hoofdzin.

Deens woordenschat

beskadiget bijvoeglijk naamwoord
be-sgè-ë beschadigd

Var lynlåsen allerede beskadiget?

bruge werkwoord
broe-ë gebruiken brugte

mens du brugte den

del zelfstandig naamwoord
deel deel
Geslacht
common

en del af den

fortælle werkwoord
fo-tèl-le vertellen

at fortælle dig noget

gå i stykker uitdrukking
goo ie steug-er kapotgaan gik i stykker

gik den i stykker

gå løs uitdrukking
goo leus losraken gik løs

en del af den gik løs

lynlås zelfstandig naamwoord
luun-loos rits lynlåsen
Geslacht
common
Bepaald
singular

Lynlåsen satte sig fast.

låne werkwoord
loo-ne lenen lånte

den taske, jeg lånte

nødt til uitdrukking
neud teel genoodzaakt om

Jeg er nødt til at fortælle dig noget.

rejse zelfstandig naamwoord
rai-se reis
Geslacht
common

under din rejse

ske werkwoord
sgee gebeuren skete

Skete der noget med den?

sætte sig fast uitdrukking
sè-de sai fesd vast komen te zitten satte sig fast

Lynlåsen satte sig fast.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Was de rits al beschadigd?

Antwoord tonenVar lynlåsen allerede beskadiget?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vertellen

Antwoord tonenfortælle

reis

Antwoord tonenrejse

rits

Antwoord tonenlynlåsen

gebeuren

Antwoord tonenskete