Veilig een ladder lenen en gebruiken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared building, one adult borrows a neighbor's ladder to change a ceiling light and agrees on safe use and return..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Veilig een ladder lenen en gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Må jeg bruge din stige til at skifte en loftslampe?

Moo jai broe-uh dien stie-uh tel uh sgefd-uh en lofds-lam-buh? Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?
B

Det må du godt, men få nogen til at blive i nærheden, mens du bruger den.

De moo doe got, men foo noo-un tel uh blie-uh ie nèhr-hee-en, mens doe broe-uh den. Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je hem gebruikt.
A

Min bror kan holde i bunden, så stigen står stabilt.

Men broor ken hol-luh ie bon-un, soo stie-un sdoe-uh sta-bielt. Mijn broer kan de onderkant vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.
B

Det burde hjælpe.

De boe-uh jel-buh. Dat zou moeten helpen.
B

Stigen er solid, men du skal stadig være forsigtig.

Stie-un è-uh so-lie, men doe sgèl sdèj vè-uh fo-sdaj. De ladder is stevig, maar je moet nog steeds voorzichtig zijn.
A

Jeg har kun brug for den i kort tid, og jeg vil være forsigtig.

Yai haa kon broe fo-uh den ie ko-uhd tie, oh yai vel vè-uh fo-sdaj. Ik heb hem maar kort nodig en ik zal voorzichtig zijn.
B

Tag den tid, du har brug for.

Tè den tie, doe haa broe fo-uh. Neem de tijd die je nodig hebt.
B

Undgå at bruge den udenfor, hvis jorden er våd.

On-go uh broe-uh den oe-un-fo-uh, ves yo-uhn è-uh voh. Gebruik hem niet buiten als de grond nat is.
A

Jeg vil bruge den indendørs og bringe den tilbage, når jeg er færdig.

Yai vel broe-uh den en-duns oh breng-uh den te-bè-luh, nohr yai è-uh fè-uh-die. Ik zal hem binnen gebruiken en terugbrengen als ik klaar ben.
B

Hvis jeg ikke er hjemme, så stil den ved siden af min dør.

Ves yai eg-uh è-uh jem-uh, soo sdiel den ve sie-un uh men dö-uh. Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.
A

Okay, jeg stiller den ved siden af din dør, hvis du ikke er hjemme.

Oo-kèj, yai sdel-uh den ve sie-un uh dien dö-uh, ves doe eg-uh è-uh jem-uh. Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.
B

Fokuser på sikkerheden, også selv om det tager længere tid.

Fo-goe-suh po seg-uh-hee-en, oh-suh sel om de tè-uh leng-uh tie. Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.

Uitleg van de zinnen

  1. Må jeg bruge din stige til at skifte en loftslampe?

    Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?

    Må jeg
    mag ik
    bruge
    gebruiken
    din
    jouw
    stige
    ladder
    til at
    om te
    skifte
    vervangen
    loftslampe
    plafondlamp
    Uitgebreide uitleg

    Må jeg betekent hier “mag ik?” en vraagt toestemming. må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord måtte; bij een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief. Het voornaamwoord jeg betekent “ik”. Bijvoorbeeld: Må jeg komme ind? — “Mag ik binnenkomen?” bruge betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief na må: jeg må bruge ... betekent “ik mag ... gebruiken”. Het is niet de vorm voor “gebruikt”; de vorm blijft hier een infinitief omdat må de vervoegde werkwoordsvorm is. din betekent “jouw” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Deze vorm hoort bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-geslacht, zoals en stige. Vergelijk dit bij een et-woord en dine bij meervoud: din stige, dit bord, dine bøger. stige betekent “ladder”. Het is een zelfstandig naamwoord van het en-geslacht: en stige. In deze zin is din stige dus “jouw ladder”. til at leidt hier een doelconstructie in: “om te ...”. Na til at volgt een infinitief. Bijvoorbeeld: Jeg går ud for at købe brød. — “Ik ga naar buiten om brood te kopen.” skifte betekent hier “vervangen”, niet simpelweg “veranderen”: de bedoelde handeling is een bestaande plafondlamp vervangen. De infinitief staat na til at. Het werkwoord kan in andere contexten ook “wisselen” of “veranderen” betekenen; de rest van deze zin bepaalt hier de betekenis “vervangen”. loftslampe betekent “plafondlamp”. Het is een samenstelling van loft (“plafond”) en lampe (“lamp”); de betekenis van de samenstelling is dus een lamp aan of voor het plafond. en loftslampe is onbepaald enkelvoud: “een plafondlamp”. Het woord en drukt hier onbepaaldheid uit, niet op zichzelf een specifiek aantal als leerpunt. Samen vormen Må jeg bruge din stige en til at skifte en loftslampe de vraag: “Mag ik jouw ladder gebruiken om een plafondlamp te vervangen?” til at skifte ... legt het doel van het gebruik van de ladder uit.

  2. Det må du godt, men få nogen til at blive i nærheden, mens du bruger den.

    Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je hem gebruikt.

    Det må du godt
    Dat mag je.
    få nogen til at blive
    iemand laten blijven
    nogen
    iemand
    blive
    blijven
    i nærheden
    in de buurt
    bruger
    gebruikt
    den
    hem
    Uitgebreide uitleg

    Det må du godt betekent hier: “Dat mag je.” må is de tegenwoordige vorm van måtte en drukt hier toestemming uit; godt maakt deel uit van deze bevestigende uitdrukking. Samen is dit een gebruikelijke manier om toestemming te geven, niet een uitspraak over een concrete hoeveelheid of over “goed” als tegenovergestelde van “slecht”. få nogen til at blive is een herbruikbaar patroon: få + persoon + til at + infinitief betekent dat je ervoor zorgt of vraagt dat iemand iets doet. Hier is blive de infinitief na til at, en de hele combinatie betekent “iemand laten blijven”. Bijvoorbeeld: Hun får barnet til at vente. — “Zij laat het kind wachten.” nogen betekent hier “iemand”: een onbepaalde persoon. Voor een onbepaalde zaak gebruikt het Deens vaak noget in plaats van nogen; dat is een verschil tussen personen en zaken, niet tussen twee verbuigingen van hetzelfde woord. blive betekent in deze zin “blijven”. Hetzelfde werkwoord kan in een andere context ook “worden” betekenen, maar na til at en binnen få nogen til at blive gaat het hier om ergens blijven. i nærheden betekent “in de buurt” of “in de nabijheid”. i geeft hier de plaatsrelatie aan en nærheden is een zelfstandig naamwoord dat letterlijk met nabijheid samenhangt. De uitdrukking kan zelfstandig worden gebruikt, bijvoorbeeld: Han bor i nærheden. — “Hij woont in de buurt.” bruger is de tegenwoordige tijd van bruge, “gebruiken”. Het Deens laat werkwoorden in de tegenwoordige tijd niet veranderen naar persoon: jeg bruger, du bruger en de bruger hebben dezelfde werkwoordsvorm. In deze zin is du degene die de handeling uitvoert. den is een enkelvoudig voornaamwoord voor een en-woord en staat hier als voorwerp bij bruger. Volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context verwijst het hier naar de ladder: “terwijl je hem gebruikt”. Het voornaamwoord zelf geeft dus de grammaticale vorm aan; de context bepaalt welk eerder genoemd voorwerp bedoeld is. mens in mens du bruger den verbindt de hoofdzin met een gelijktijdige bijzin: “terwijl je hem gebruikt”. In de hele zin geeft få nogen til at blive i nærheden aan welke voorzorgsmaatregel nodig is: laat iemand in de buurt blijven terwijl jij de ladder gebruikt. Zo ontstaat de volledige betekenis: “Dat kan, maar laat iemand in de buurt blijven terwijl je hem gebruikt.”

  3. Min bror kan holde i bunden, så stigen står stabilt.

    Mijn broer kan de onderkant vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.

    Min
    mijn
    bror
    broer
    kan
    kan
    holde
    vasthouden
    i bunden
    aan de onderkant
    så
    zodat
    stigen
    de ladder
    står
    staat
    stabilt
    stabiel
    Uitgebreide uitleg

    Min betekent hier “mijn” en staat voor een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud van het gemeenschappelijke geslacht, zoals bror. Vergelijk mit bij een onzijdig enkelvoudig woord en mine bij meervoud: min bror, mit hus, mine brødre. bror betekent “broer”. Het meervoud is brødre; het bepaalde enkelvoud is broderen en het bepaalde meervoud brødrene. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne. Hier drukt het uit dat de broer in staat is om iets te doen. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at: kan holde = “kan vasthouden”. holde betekent hier “vasthouden”. Het is de infinitief van holde; de vorm blijft na het modale werkwoord onveranderd. Voorbeeld: Jeg kan holde døren. — “Ik kan de deur vasthouden.” i bunden betekent hier “aan de onderkant” of “onderaan”. i geeft de plaats aan, en bunden is de bepaalde vorm van bund (“bodem”, “onderkant”). så verbindt de handeling met het beoogde gevolg: “zodat”. Het introduceert hier de bijzin stigen står stabilt. In andere contexten kan så bijvoorbeeld “dan” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. stigen betekent “de ladder”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van stige: en stige = “een ladder”, stigen = “de ladder”. Stige is een woord van het gemeenschappelijke geslacht; daarom staat er in het onbepaalde enkelvoud en. står is de tegenwoordige vorm van stå (“staan”). Bij een voorwerp als een ladder beschrijft het hier de toestand of positie waarin de ladder staat. Voorbeeld: Stolen står ved bordet. — “De stoel staat bij de tafel.” stabilt betekent hier “stabiel”. Het is hier de bijwoordelijke vorm die beschrijft hoe de ladder staat. Dezelfde vorm verschijnt ook als onzijdig enkelvoud van het bijvoeglijk naamwoord: et stabilt bord = “een stabiele tafel”. Vergelijk en stabil stige en stabile stiger. Samen betekent Min bror kan holde i bunden “Mijn broer kan de onderkant vasthouden”. så koppelt daaraan het gevolg stigen står stabilt: “zodat de ladder stabiel blijft/staat”. De hele zin betekent dus: “Mijn broer kan de onderkant vasthouden, zodat de ladder stabiel blijft.”

  4. Det burde hjælpe.

    Dat zou moeten helpen.

    Det
    dat; het
    burde
    zou moeten
    hjælpe
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en staat als onderwerp. De vorm det hoort bij het onzijdige enkelvoud; in deze zin wordt niet nader bepaald waarnaar het precies verwijst. Het kan dus als zelfstandig voornaamwoord naar een zaak of situatie verwijzen. burde is de vorm van het Deense modale werkwoord bij de betekenis “zou moeten” of “behoorde te”. In deze zin drukt het uit dat helpen als verwachting of passende uitkomst wordt voorgesteld. Na burde staat een infinitief zonder at: burde hjælpe = “zou moeten helpen”. Vergelijk in een voorbeeld: Du burde hvile. — “Je zou moeten rusten.” hjælpe betekent “helpen”. Dit is de infinitief; dezelfde vorm kan na een modaal werkwoord staan, zoals in burde hjælpe. Voorbeeld: Jeg vil hjælpe. — “Ik wil helpen.” Samen vormen de delen Det burde hjælpe: det is het onderwerp, burde geeft de verwachting of verplichtende beoordeling weer, en hjælpe benoemt de verwachte handeling. De volledige betekenis is: “Dat zou moeten helpen.”

  5. Stigen er solid, men du skal stadig være forsigtig.

    De ladder is stevig, maar je moet nog steeds voorzichtig zijn.

    Stigen
    de ladder
    er
    is
    solid
    stevig
    men
    maar
    du skal
    je moet
    stadig
    nog steeds
    være
    zijn
    forsigtig
    voorzichtig
    Uitgebreide uitleg

    Stigen betekent hier “de ladder”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van stige (“ladder”): stige = een ladder, stigen = de ladder. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid bij dit gemeenschappelijke-geslachtswoord. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De vorm er wordt gebruikt bij verschillende personen en aantallen: jeg er (“ik ben”), du er (“jij bent”) en de er (“zij zijn”). solid betekent hier “stevig” of “solide”. Het beschrijft de ladder. In deze zin staat de vorm solid bij een enkelvoudig woord van het gemeenschappelijke geslacht. Voorbeeld: En solid stol — “Een stevige stoel.” men verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het tweede deel beperkt of nuanceert wat in het eerste deel wordt gezegd. du skal betekent hier “je moet”. du is het onderwerp “jij/je”; skal is een vorm van skulle, die in deze context een verplichting uitdrukt. In combinatie met een infinitief staat de infinitief erna: Du skal vente — “Je moet wachten.” Skal kan in andere contexten ook een toekomstige bedoeling uitdrukken, maar hier geeft skal ... være forsigtig een vereiste aan. stadig betekent “nog steeds”: de genoemde voorzichtigheid blijft gelden op dit moment. Het staat hier vóór het werkwoordelijke deel være forsigtig. være is de infinitief van er/være (“zijn”). Na het modale werkwoord skal blijft het werkwoord in de infinitief: skal være, niet een nieuwe tegenwoordige-tijdsvorm. forsigtig betekent “voorzichtig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat met være een toestand of eigenschap uitdrukt: være forsigtig = “voorzichtig zijn”. Voorbeeld: Vær forsigtig — “Wees voorzichtig.” Samen is de structuur: Stigen er solid (“De ladder is stevig”), men (“maar”), du skal stadig være forsigtig (“je moet nog steeds voorzichtig zijn”). De volledige betekenis is dus: “De ladder is stevig, maar je moet nog steeds voorzichtig zijn.”

  6. Jeg har kun brug for den i kort tid, og jeg vil være forsigtig.

    Ik heb hem maar kort nodig en ik zal voorzichtig zijn.

    Jeg
    ik
    har … brug for
    nodig hebben
    kun
    alleen maar
    den
    hem
    kort
    kort
    tid
    tijd
    vil
    zal
    være
    zijn
    forsigtig
    voorzichtig
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: de spreker is het onderwerp. De vorm verandert niet naar gelang van grammaticaal geslacht; vergelijk in een andere zin du voor “jij” en han voor “hij”. har brug for is een vaste Deense constructie voor “nodig hebben”. har is de tegenwoordige vorm van have (“hebben”); brug for hoort bij deze constructie en betekent hier niet letterlijk “gebruik voor”. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” kun beperkt de bewering: “alleen maar”. Hier beperkt het de duur in kun ... i kort tid, niet de identiteit van het voorwerp. den betekent hier “hem” volgens de vaste vertaling. De vorm is een enkelvoudig Deens voornaamwoord voor een referent van het gemeenschappelijke geslacht; het woord zegt op zichzelf niet dat de referent een man is. Het meervoudige tegenstuk is de. De vorm geeft hier een bepaald enkelvoudig voorwerp aan; de specifieke referent wordt niet door het woord zelf benoemd. kort betekent hier “kort” in de betekenis van beperkte duur. De basisvorm is kort; bij vergelijking zijn de gebruikelijke vormen kortere (“korter”) en kortest (“kortst”). In kort tid beschrijft het bijvoeglijk naamwoord het zelfstandig naamwoord tid. tid betekent “tijd”. Het is een zelfstandig naamwoord; tid is enkelvoud en tiden is de bepaalde vorm “de tijd”. Voorbeeld: Jeg har tid. — “Ik heb tijd.” vil is de tegenwoordige vorm van ville en vormt hier met være de in de vertaling weergegeven toekomstige of voorgenomen handeling: “zal zijn”. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “wil” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. Voorbeeld: Jeg vil komme i morgen. — “Ik zal morgen komen.” være betekent “zijn”. Het staat hier in de infinitief na vil; daarom staat er niet een vervoegde tegenwoordige vorm. Voorbeeld: Hun vil være klar. — “Zij zal klaar zijn.” forsigtig betekent “voorzichtig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na være het onderwerp beschrijft. In deze zin krijgt het geen aparte uitgang voor het onderwerp Jeg; in andere posities kan een Deens bijvoeglijk naamwoord bijvoorbeeld -t voor onzijdig enkelvoud of -e in bepaalde en meervoudige vormen krijgen. Een nuttig tegenstellingpaar is forsigtig (“voorzichtig”) en uforsigtig (“onvoorzichtig”). Samen betekent Jeg har kun brug for den i kort tid: “Ik heb hem maar kort nodig.” i kort tid geeft de beperkte tijdsduur aan. Daarna verbindt og (“en”) de tweede mededeling: jeg vil være forsigtig — “ik zal voorzichtig zijn”. De volledige uiting betekent dus: “Ik heb hem maar kort nodig en ik zal voorzichtig zijn.”

  7. Tag den tid, du har brug for.

    Neem de tijd die je nodig hebt.

    Tag
    neem
    den
    de
    tid
    tijd
    har brug for
    nodig hebben
    Uitgebreide uitleg

    Tag is de gebiedende wijs van tage (“nemen”). Hier is het een aansporing aan de aangesprokene: “Neem …”. De tegenwoordige tijd is tager. Een bruikbaar voorbeeld is: Tag en paraply! — “Neem een paraplu mee!” den staat vóór tid en maakt samen met het zelfstandig naamwoord de bedoelde tijd specifiek: den tid betekent hier “de tijd”. In deze context is het belangrijker om de hele woordgroep te leren dan om den als het aanwijzende Nederlandse “deze” te vertalen. den is de vorm die bij een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht past; tid is zo’n woord. Het lidwoord drukt op zichzelf geen numerieke hoeveelheid uit. tid betekent “tijd”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is tider. In de vaste uitdrukking tage sig tid betekent tid eveneens “tijd”, maar hier staat het in de woordgroep den tid na de aansporing Tag. har brug for is een vaste Deense constructie met de betekenis “nodig hebben”. har is de tegenwoordige tijd van have; brug for hoort in deze betekenis bij de constructie en betekent hier niet letterlijk “brug voor”. Een bruikbaar voorbeeld is: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” In du har brug for is du het onderwerp van de bijzin en betekent het “je/jij”. har brug for zegt wat die aangesprokene nodig heeft. De bijzin du har brug for volgt op tid en bepaalt welke tijd bedoeld wordt: de tijd die je nodig hebt. De herbruikbare structuur is Tag den/det ..., du har brug for: “Neem de ..., die/dat je nodig hebt.” In de vaste zin betekent Tag den tid, du har brug for. dus: “Neem de tijd die je nodig hebt.”

  8. Undgå at bruge den udenfor, hvis jorden er våd.

    Gebruik hem niet buiten als de grond nat is.

    Undgå
    vermijd
    at bruge
    gebruiken
    den
    hem
    udenfor
    buiten
    hvis
    als
    jorden
    de grond
    våd
    nat
    Uitgebreide uitleg

    Undgå betekent hier “vermijd” en is de gebiedende wijs van undgå (“vermijden”). In het Deens kan een bevel gevolgd worden door at + infinitief: Undgå at ... = “Vermijd om ...” / natuurlijker in het Nederlands: “Vermijd ...”. Voorbeeld: Undgå at åbne døren. = “Vermijd de deur te openen.” at bruge betekent “gebruiken”. bruge is de infinitief; at markeert hier die infinitief en is niet het Nederlandse voorzetsel “aan”. De vorm bruger is de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld: Jeg bruger den. = “Ik gebruik hem.” den is hier een Deens persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “hem”. De vaste vertaling en de context ondersteunen dat het om een eerder genoemd voorwerp gaat. De vorm den hoort bij een enkelvoudig woord van het fælleskøn; het voornaamwoord zelf geeft hier niet aan welk concreet voorwerp bedoeld is. udenfor is een bijwoord en betekent “buiten”. Het wordt hier gebruikt voor de plaats waar het voorwerp gebruikt zou worden. Voorbeeld: Børnene leger udenfor. = “De kinderen spelen buiten.” hvis betekent “als” of “indien” en leidt een voorwaardelijke bijzin in. Het verbindt de voorwaarde met de hoofdzin: Hvis det regner, bliver vi hjemme. = “Als het regent, blijven we thuis.” jorden betekent hier “de grond”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van jord (“grond”): jord → jorden. De uitgang -en markeert bij dit woord de bepaalde vorm; dat is niet hetzelfde als een los lidwoord vóór het zelfstandig naamwoord. våd betekent “nat”. Het is de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Bij jorden staat het na er (“is”) als naamwoordelijk deel en beschrijft het de grond. De vormen zijn onder meer våd bij enkelvoudig fælleskøn, vådt bij enkelvoudig onzijdig en våde in bepaalde of meervoudige combinaties. Voorbeeld: Håndklædet er vådt. = “De handdoek is nat.” Samen bestaat de zin uit het bevel Undgå at bruge den (“Vermijd hem te gebruiken”) en de voorwaardelijke bijzin hvis jorden er våd (“als de grond nat is”). De volledige betekenis is: “Gebruik hem niet buiten als de grond nat is.”

  9. Jeg vil bruge den indendørs og bringe den tilbage, når jeg er færdig.

    Ik zal hem binnen gebruiken en terugbrengen als ik klaar ben.

    Jeg vil
    ik zal
    bruge
    gebruiken
    den
    hem
    indendørs
    binnen
    bringe
    brengen
    tilbage
    terug
    når
    wanneer / als
    færdig
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil betekent hier “ik zal”: jeg is de eerste persoon enkelvoud (“ik”), en vil is de tegenwoordige vorm van ville. In deze zin drukt de combinatie een voorgenomen toekomstige handeling uit. In andere contexten kan vil ook “wil” betekenen. Voorbeeld: Jeg vil komme i morgen. — “Ik zal morgen komen.” bruge betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief; na vil staat de infinitief zonder een extra infinitiefmarkeerder. De vorm blijft hier dus bruge, terwijl vil de persoon en de tijd van de constructie draagt. Voorbeeld: Jeg vil bruge telefonen. — “Ik zal de telefoon gebruiken.” den is hier een Deens objectpronomen voor een enkelvoudig voorwerp van de gemeenschappelijke woordklasse. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het hier naar “hem” verwijst, dus naar hetzelfde eerder genoemde voorwerp. Het pronomen duidt op zichzelf geen persoon of bepaald aantal voorwerpen aan. indendørs betekent “binnen” of “binnenshuis” en geeft de plaats van het gebruiken aan. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met den of met de spreker. Voorbeeld: Vi arbejder indendørs. — “Wij werken binnen.” bringe betekent “brengen”. Ook dit is een infinitief na vil. In combinatie met tilbage betekent het “terugbrengen”: het voorwerp naar een eerdere of bekende plaats of situatie terugbrengen. tilbage betekent “terug”. Het staat hier bij bringe en vormt daarmee de herbruikbare combinatie bringe ... tilbage — “iets terugbrengen”. De twee delen kunnen uit elkaar staan wanneer er een object tussen staat, zoals in bringe den tilbage. når betekent “wanneer” en wordt hier natuurlijk vertaald als “als”. Het leidt een bijzin in die aangeeft op welk moment de terugkeerhandeling plaatsvindt. In deze context gaat het om het moment waarop de spreker klaar is, niet om een vraag naar een tijdstip. færdig betekent hier “klaar”. Het is een beschrijvend woord in de bijzin jeg er færdig: letterlijk “ik ben klaar”. er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”); færdig zelf verandert hier niet om de eerste persoon enkelvoud aan te geven. Voorbeeld: Hun er færdig. — “Zij is klaar.” De hele zin wordt opgebouwd als Jeg vil + bruge den indendørs + og + bringe den tilbage + når jeg er færdig: “Ik zal hem binnen gebruiken en hem terugbrengen als ik klaar ben.” og verbindt de twee voorgenomen handelingen. De bijzin når jeg er færdig bepaalt wanneer het terugbrengen gebeurt; het onderwerp jeg is daar opnieuw de spreker.

  10. Hvis jeg ikke er hjemme, så stil den ved siden af min dør.

    Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.

    Hvis
    als
    jeg
    ik
    ikke
    niet
    er hjemme
    thuis zijn
    så
    dan
    stil
    zet
    den
    hem
    ved siden af
    naast
    min
    mijn
    dør
    deur
    Uitgebreide uitleg

    Hvis opent een voorwaardelijke bijzin: “als”. Een herbruikbaar patroon is Hvis ... , så ... = “Als ..., dan ...”. De bijzin staat hier vooraan; daarom volgt na de komma de hoofdzin så stil .... jeg betekent “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud. In het Deens verandert de tegenwoordige tijd van være niet mee met de persoon: jeg er, du er en hun er gebruiken allemaal er. ikke is de ontkenning “niet”. In jeg ikke er hjemme ontkent het de toestand: “ik ben niet thuis”. er hjemme betekent hier “thuis zijn”. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”); hjemme betekent “thuis” en gedraagt zich hier als een plaatsaanduidend bijwoord. Voorbeelden: Jeg er hjemme. — “Ik ben thuis.” Hun er ikke hjemme. — “Zij is niet thuis.” så betekent “dan” en markeert hier het gevolg van de voorwaarde. Samen met Hvis vormt het een duidelijk voorwaardelijk patroon: Hvis det regner, så bliv inde. — “Als het regent, blijf dan binnen.” stil is de gebiedende wijs van stille, “zetten” of “plaatsen”. De vorm is een opdracht aan de aangesprokene: “zet”. Een vergelijkbaar voorbeeld is Stil koppen på bordet. — “Zet de kop op tafel.” den is hier een enkelvoudig objectpronomen met de betekenis “hem”. De vaste vertaling en de context maken duidelijk dat het verwijst naar het eerder genoemde voorwerp. Het pronomen staat als object bij stil: het is wat geplaatst moet worden. De vorm den kan in het Deens ook met een zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht samengaan; de precieze verwijzing komt uit de context. ved siden af is een vaste voorzetseluitdrukking: “naast”. Ze geeft de plaats aan waar iets moet komen. Voorbeeld: Bogen ligger ved siden af lampen. — “Het boek ligt naast de lamp.” min betekent “mijn” en staat hier vóór dør. In min dør is min de bezittelijke vorm bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijk geslacht. Het drukt bezit of verbondenheid met de spreker uit; het betekent niet “ik” als zelfstandig pronomen. dør betekent “deur”. Het is een zelfstandig naamwoord; het bepaalde enkelvoud is døren (“de deur”). In de bron staat de onbepaalde vorm dør na min, omdat een bezittelijk woord hier de bepaling vormt: min dør = “mijn deur”. De delen worden samen: Hvis jeg ikke er hjemme = “Als ik niet thuis ben”; så stil den = “zet hem dan”; ved siden af min dør = “naast mijn deur”. De volledige betekenis is dus: “Als ik niet thuis ben, zet hem dan naast mijn deur.”

  11. Okay, jeg stiller den ved siden af din dør, hvis du ikke er hjemme.

    Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.

    stiller
    zet
    den
    hem
    ved siden af
    naast
    din
    je
    dør
    deur
    hvis
    als
    du
    je
    ikke
    niet
    er hjemme
    thuis bent
    Uitgebreide uitleg

    stiller betekent hier “zet”. Het is de tegenwoordige tijd van stille (“zetten”): jeg stiller = “ik zet”. Het onderwerp jeg staat niet in de geselecteerde woordlijst, maar bepaalt hier de vorm. Stille wordt gebruikt voor iets op een bepaalde plaats neerzetten. den is hier het objectpronomen voor het voorwerp dat wordt neergezet; de vaste vertaling geeft dat weer met “hem”. De precieze aard van dat voorwerp wordt in deze zin niet genoemd. Den staat vóór de plaatsbepaling. ved siden af is een vaste voorzetseluitdrukking met de betekenis “naast”. Het daaropvolgende zelfstandig naamwoord noemt waar het voorwerp wordt neergezet. Voorbeeld: Bogen ligger ved siden af koppen. = “Het boek ligt naast de kop.” din betekent “je/jouw”. In het Deens stemt dit bezittelijk woord af op het bezeten zelfstandig naamwoord, niet op het geslacht van de bezitter: din staat hier bij een enkelvoudig gemeenschappelijk-geslachtwoord, dør. Vergelijk dit hus (“je huis”) en dine døre (“je deuren”). dør betekent “deur”. De vorm is hier enkelvoud: din dør = “je deur”. Een meervoudige vorm is døre, bijvoorbeeld to døre = “twee deuren”. hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als”. Het legt de voorwaarde uit waaronder de handeling plaatsvindt. Voorbeeld: Jeg ringer, hvis jeg har tid. = “Ik bel als ik tijd heb.” du is het persoonlijke voornaamwoord voor “je/jij” als onderwerp. Het is hier het onderwerp van de bijzin. In hvis du ... blijft du de handelende persoon van de bijzin, ook al staat het werkwoord daarna. ikke betekent “niet” en maakt de daaropvolgende toestand negatief. Ikke op zichzelf betekent geen “weg”; de betekenis “weg zijn” ontstaat hier uit de combinatie van de ontkenning met er hjemme. er hjemme betekent letterlijk “is thuis” of, met du, “bent thuis”. Er is de tegenwoordige vorm van være (“zijn”); bij du is het nog steeds er. De vaste vertaling formuleert dezelfde voorwaarde positief vanuit de andere kant: “als je weg bent”. Samen bestaat de zin uit de hoofdzin jeg stiller den ved siden af din dør (“ik zet hem naast je deur”) en de voorwaardelijke bijzin hvis du ikke er hjemme (“als je niet thuis bent”). De volledige betekenis is: “Oké, ik zet hem naast je deur als je weg bent.”

  12. Fokuser på sikkerheden, også selv om det tager længere tid.

    Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.

    Fokuser
    focus
    sikkerheden
    de veiligheid
    også selv om
    ook als / ook al
    tager
    duurt / kost
    længere
    langer
    tid
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    Fokuser is de gebiedende wijs van fokusere (‘zich richten op’). De vorm bevat geen expliciet onderwerp; de aangesprokene is degene die moet focussen. Bijvoorbeeld: Fokuser på opgaven. — ‘Richt je op de opdracht.’ Het patroon is Fokuser på + iets. Sikkerheden betekent hier ‘de veiligheid’. Het zelfstandig naamwoord is sikkerhed (‘veiligheid’); -en markeert de bepaalde enkelvoudsvorm: sikkerhed → sikkerheden. Het voorzetsel på hoort bij het patroon fokusere på en leidt datgene in waarop de aandacht gericht wordt. Også selv om leidt een omstandigheid in die de hoofdboodschap niet verandert. Hier betekent het ‘ook als’ of ‘ook al’; het drukt een toegeving uit, geen gewone voorwaarde. In een vergelijkbaar patroon: Jeg går, også selv om det regner. — ‘Ik ga, ook al regent het.’ Tager is de tegenwoordige tijd van tage (‘nemen’). In deze combinatie betekent tage tid idiomatisch ‘tijd kosten’ of ‘duren’: det tager tid — ‘het duurt / het kost tijd’. De vorm tager kan bij verschillende onderwerpen dezelfde tegenwoordige tijdsvorm hebben; het onderwerp hier is het formele det. Længere is de vergrotende trap van lang (‘lang’): lang → længere (‘langer’). Het vergelijkt de duur hier met een andere, niet nader genoemde duur. Het is dus længere dat de vergelijking uitdrukt, niet tid. Bijvoorbeeld: Det tager længere tid. — ‘Het duurt langer.’ Tid betekent ‘tijd’. In tage længere tid vormt het samen met tager en længere de uitdrukking ‘langer duren’ of ‘meer tijd kosten’. Het woord is hier niet het onderwerp; det is het formele onderwerp van det tager længere tid. Samen bestaat de zin uit de aansporing Fokuser på sikkerheden (‘Richt je op de veiligheid’) en de toegevende toevoeging også selv om det tager længere tid (‘ook als het langer duurt’). De volledige betekenis is: ‘Let op de veiligheid, ook als het langer duurt.’

Grammatica

Imperativ: Tag / Undgå

Tag stigen.

Tè stie-un.

Neem de ladder.

De gebiedende wijs gebruikt meestal de werkwoordstam zonder onderwerp: tage → Tag.

Deens woordenschat

brug for uitdrukking
broe fo-uh nodig hebben
bruge werkwoord
broe-uh gebruiken bruger
bund zelfstandig naamwoord
bon onderkant bunden
Geslacht
common
Meervoud
bunde
forsigtig bijvoeglijk naamwoord
fo-sdaj voorzichtig
Meervoud
forsigtige
hjælpe werkwoord
jel-buh helpen
holde werkwoord
hol-luh vasthouden
loftslampe zelfstandig naamwoord
lofd-slam-buh plafondlamp
Geslacht
common
Meervoud
loftslamper
nærheden zelfstandig naamwoord
nèhr-hee-en de buurt
Geslacht
common
skifte werkwoord
sgefd-uh vervangen
solid bijvoeglijk naamwoord
so-lie stevig
Meervoud
solide
stabil bijvoeglijk naamwoord
sta-biel stabiel stabilt
Meervoud
stabile
stige zelfstandig naamwoord
stie-uh ladder stigen
Geslacht
common
Meervoud
stiger

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat zou moeten helpen.

Antwoord tonenDet burde hjælpe.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

onderkant

Antwoord tonenbunden

ladder

Antwoord tonenstigen

helpen

Antwoord tonenhjælpe

gebruiken

Antwoord tonenbruger