Jeg
Jeg betekent hier ‘ik’ en is het onderwerp van de zin. Het staat vooraan als de persoon die iets moet doen. Je gebruikt deze vorm wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld bij een verplichting of verantwoordelijkheid.
er
Er betekent hier ‘ben’ en maakt samen met nødt til at een uitdrukking voor noodzakelijkheid. In Jeg er nødt til at være ærlig geeft er aan dat de spreker zich in die noodzakelijke situatie bevindt. Deze vorm staat bij het onderwerp jeg.
nødt
Nødt draagt in er nødt til at zijn de betekenis ‘genoodzaakt’ of ‘moeten’. Het maakt duidelijk dat eerlijk zijn niet alleen een keuze is, maar iets wat de spreker noodzakelijk vindt. De vaste structuur is er nødt til at + werkwoord.
til
Til hoort hier bij de vaste uitdrukking er nødt til at en verbindt de noodzakelijkheid met de volgende handeling. In deze zin leidt het naar at være ærlig. Gebruik deze structuur wanneer je zegt dat iemand iets moet doen.
at
At is hier het teken vóór het infinitief in at være ærlig. Het maakt van være de handeling ‘eerlijk zijn’ die bij er nødt til hoort. Na een dergelijke constructie staat het volgende werkwoord in deze vorm.
være
Være betekent hier ‘zijn’ in de handeling eerlijk zijn. Het staat in at være ærlig en beschrijft de toestand of houding die de spreker noodzakelijk vindt. De combinatie kan gebruikt worden om een eigenschap of houding aan te geven die iemand moet aannemen.
ærlig
Ærlig betekent hier ‘eerlijk’ en beschrijft de houding die de spreker tegenover de schade wil aannemen. Het staat na være in at være ærlig. Je kunt het gebruiken wanneer iemand open en waarheidsgetrouw over een situatie spreekt.
om
Om betekent hier ‘over’ en geeft aan waarover de spreker eerlijk wil zijn: over de geleende zaag. Het staat in de combinatie ærlig om noget. Deze voorzetselkeuze gebruik je om het onderwerp van een gesprek of mededeling aan te geven.
den
Den betekent hier ‘de’ in den sav en verwijst naar een specifieke zaag. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en maakt duidelijk dat beide gesprekspartners weten over welk voorwerp het gaat. Den wordt hier gebruikt als onderdeel van de bepaalde nominale groep den sav.
sav
Sav betekent hier ‘zaag’, het gereedschap dat de spreker heeft geleend. In den sav verwijst het naar één specifieke zaag. Je gebruikt het voor een gereedschap waarmee je materiaal zaagt.
lånte
Lånte betekent hier ‘geleend’ in de bijzin jeg lånte: de zaag die ik geleend heb. Het is de verleden vorm van låne en beschrijft de eerdere handeling van de spreker. De structuur noget, jeg lånte koppelt een zelfstandig naamwoord aan wat de spreker ermee heeft gedaan.
Kan
Kan betekent hier ‘kun je’ of ‘kunnen’ en opent de vraag Kan du forklare...? Door kan vooraan te zetten wordt de zin een vraag. Je gebruikt deze vorm om naar iemands mogelijkheid of bereidheid te vragen.
du
Du betekent hier ‘jij’ en is de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Het staat na Kan in Kan du forklare. Je gebruikt du wanneer je één gesprekspartner rechtstreeks aanspreekt.
forklare
Forklare betekent hier ‘uitleggen’, namelijk wat er is gebeurd. Het staat na Kan du en blijft na het modale werkwoord in deze vorm. Een bruikbaar patroon is Kan du forklare + wat je uitgelegd wilt hebben?
hvad
Hvad betekent hier ‘wat’ en vraagt naar de gebeurtenis die uitleg nodig heeft. In hvad der skete leidt het een inhoudelijke vraag in. Je gebruikt hvad om naar informatie over een zaak of gebeurtenis te vragen.
der
Der is hier geen verwijzing naar een plaats, maar een onderdeel van hvad der skete. Het verbindt hvad met de gebeurtenis die daarna wordt beschreven. In deze constructie helpt der de bijzin op te bouwen waarin wordt verteld wat er gebeurde.
skete
Skete betekent hier ‘gebeurde’ en verwijst naar de gebeurtenis die de ander moet uitleggen. Het is de verleden vorm van ske en staat in hvad der skete. Je gebruikt deze vorm om naar een afgeronde gebeurtenis in het verleden te verwijzen.
Klingen
Klingen betekent hier ‘het zaagblad’. De vorm klingen is de bepaalde vorm van klinge en verwijst naar het specifieke blad van de zaag. In Klingen blev beskadiget is het zaagblad het onderwerp van de mededeling.
blev
Blev geeft hier samen met beskadiget aan dat het zaagblad beschadigd raakte of beschadigd werd. Het is de verleden vorm van blive en beschrijft de overgang naar die toestand. De combinatie blev beskadiget wordt gebruikt om een verandering of het resultaat van een gebeurtenis te beschrijven.
beskadiget
Beskadiget betekent hier ‘beschadigd’ en beschrijft de toestand waarin het blad terechtkwam. Het staat in de combinatie blev beskadiget, die aangeeft dat de schade tijdens het zagen ontstond. De vorm komt van beskadige en kan in een vergelijkbare constructie een beschadigd voorwerp beschrijven.
mens
Mens betekent hier ‘terwijl’ en verbindt de schade met de gelijktijdige handeling van de spreker. In mens jeg savede i tykt træ geeft het aan wat er op dat moment gebeurde. Je gebruikt mens om twee gelijktijdige activiteiten of gebeurtenissen te verbinden.
savede
Savede betekent hier ‘zaagde’ en beschrijft wat de spreker aan het doen was toen het blad beschadigd raakte. Het is de verleden vorm van save. In mens jeg savede i tykt træ staat het bij de persoon jeg en bij het materiaal dat werd bewerkt.
i
I betekent hier ‘in’ en hoort bij i tykt træ, waarmee het hout wordt genoemd waarin of waaraan werd gezaagd. Het verbindt de zaaghandeling met het materiaal. Je gebruikt i hier om het materiaal of de omgeving van een handeling aan te geven.
tykt
Tykt betekent hier ‘dik’ en beschrijft het hout als materiaal dat een probleem voor de zaag veroorzaakte. De vorm staat vóór træ in tykt træ. Je gebruikt deze vorm om de dikte van het genoemde hout te beschrijven.
træ
Træ betekent hier ‘hout’ in tykt træ. Het verwijst naar het materiaal waarin de spreker aan het zagen was. Je gebruikt træ voor hout als materiaal, bijvoorbeeld wanneer je de aard of dikte ervan beschrijft.
Var
Var betekent hier ‘was’ en vormt het begin van de vraag Var træet for tykt til den sav? Het is de verleden vorm van være en vraagt naar een toestand van het hout. Door var vooraan te plaatsen ontstaat een ja-neevraag.
træet
Træet betekent hier ‘het hout’ en verwijst naar het specifieke hout waarover zojuist werd gesproken. De vorm is de bepaalde vorm van træ. In Var træet for tykt...? is het hout het onderwerp waarvan de dikte wordt beoordeeld.
for
For betekent hier ‘te’ in for tykt en geeft aan dat de dikte mogelijk boven de geschikte grens lag. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en versterkt het idee dat iets een probleem vormt. Een bruikbaar patroon is for + bijvoeglijk naamwoord, zoals for tykt.
Det
Det verwijst hier naar de voorafgaande beoordeling dat het hout misschien te dik was. In Det var det nok bevestigt de spreker die mogelijkheid voorzichtig. Je gebruikt det hier om naar een eerder genoemde situatie of bewering te verwijzen.
nok
Nok betekent hier ‘waarschijnlijk’ of ‘dat zal wel zo zijn’. In Det var det nok maakt het antwoord minder absoluut, omdat de spreker een voorzichtige inschatting geeft. Deze vorm kan in een antwoord een waarschijnlijkheid aangeven zonder volledige zekerheid.
og
Og betekent hier ‘en’ en verbindt de inschatting over het hout met de erkenning dat de spreker eerder had moeten vragen. Het voegt een tweede mededeling aan de eerste toe. Je gebruikt og om gelijkwaardige zinsdelen of zinnen te verbinden.
skulle
Skulle betekent hier samen met have spurgt dat de spreker eerder had moeten vragen. De combinatie verwijst naar een verplichting die in het verleden niet is uitgevoerd. Je gebruikt skulle have + voltooid deelwoord om achteraf te zeggen wat iemand had moeten doen.
have
Have helpt hier de voltooide handeling have spurgt te vormen. Samen met spurgt verwijst het naar vragen vóór de spreker begon. In de structuur skulle have + voltooid deelwoord beschrijf je een gemiste of achteraf beoordeelde handeling.
spurgt
Spurgt betekent hier ‘gevraagd’ in have spurgt. Het verwijst naar de informatie die de spreker vóór het proberen had moeten vragen. Het is de vorm van spørge die na have wordt gebruikt in een voltooide constructie.
før
Før betekent hier ‘voordat’ en plaatst het vragen vóór de handeling van proberen. In før jeg prøvede leidt het een tijdsbepaling in. Je gebruikt før om de volgorde van twee gebeurtenissen duidelijk te maken.
prøvede
Prøvede betekent hier ‘probeerde’ en verwijst naar de poging om met de zaag te werken. Het is de verleden vorm van prøve en staat na før jeg. In før jeg prøvede wordt uit de context begrepen wat de spreker probeerde.
sætter
Sætter betekent hier niet letterlijk alleen ‘zet’, maar maakt deel uit van sætter pris på: waarderen. In Jeg sætter pris på... spreekt de ander waardering uit voor de eerlijkheid. Het patroon sætter pris på + iets of een handeling gebruik je om waardering te tonen.
pris
Pris betekent hier, binnen sætter pris på, ‘waardering’. Het zelfstandig naamwoord krijgt deze betekenis door de volledige vaste uitdrukking sætter pris på. Je gebruikt het patroon bijvoorbeeld vóór iets of iemand dat je waardeert.
på
På maakt hier de vaste uitdrukking sætter pris på compleet. Samen met sætter pris geeft het aan waarop de waardering gericht is, hier op het rechtstreeks vertellen van de waarheid. Het staat vóór het gewaardeerde onderwerp of de gewaardeerde handeling.
siger
Siger betekent hier ‘zegt’ of ‘vertelt’ en beschrijft dat de ander de schade rechtstreeks benoemt. Het is de tegenwoordige vorm van sige in siger det ligeud. Deze vorm gebruik je om weer te geven wat iemand zegt of vertelt.
ligeud
Ligeud betekent hier ‘rechtuit’ of ‘openlijk’ en beschrijft de manier waarop de schade wordt verteld. In siger det ligeud gaat het om direct spreken zonder iets te verbergen. Je kunt deze uitdrukking gebruiken wanneer iemand een kwestie open en duidelijk benoemt.
stedet
Stedet betekent hier niet ‘de plaats’ als locatie, maar maakt deel uit van i stedet for: ‘in plaats van’. In i stedet for at skjule det wordt een open handeling tegenover verbergen geplaatst. Gebruik i stedet for at + werkwoord om een alternatief aan te geven.
skjule
Skjule betekent hier ‘verbergen’ en verwijst naar het verzwijgen van de schade. Het staat na i stedet for at in i stedet for at skjule det. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat iemand iets verborgen houdt of niet zichtbaar maakt.
få
Få betekent hier samen met få det repareret ‘iets laten repareren’, niet iets ontvangen. Det is het voorwerp dat gerepareerd moet worden en repareret beschrijft het gewenste resultaat. De structuur få + voorwerp + voltooid deelwoord gebruik je wanneer iemand een ander een handeling laat uitvoeren.
repareret
Repareret betekent hier ‘gerepareerd’ in få det repareret. Het beschrijft de toestand die het voorwerp na de reparatie moet hebben. De vorm komt van reparere en staat hier na få samen met het voorwerp det.
eller
Eller betekent hier ‘of’ en verbindt twee oplossingen: iets laten repareren of het blad vervangen. Het presenteert alternatieven binnen dezelfde zin. Je gebruikt eller wanneer er een keuze tussen mogelijkheden wordt gemaakt.
skifte
Skifte betekent hier ‘vervangen’ in skifte klingen. Het staat na kan en benoemt de handeling die de spreker zelf kan uitvoeren. Een bruikbaar patroon is een modaal werkwoord gevolgd door skifte + voorwerp.
burde
Burde betekent hier ‘zou moeten’ en geeft een voorzichtige beoordeling of verwachting: het vervangen van het blad zou voldoende moeten zijn. Het staat vóór være in Det burde være nok. Je gebruikt burde om een aanbeveling of redelijke verwachting uit te drukken.
tager
Tager betekent hier samen met mig af ‘zorgt voor’ of ‘neemt op zich’. In Det tager jeg mig af staat het werkwoord na het vooropgeplaatste det, waardoor de woordvolgorde omgekeerd is. De constructie tage sig af + iets gebruik je om verantwoordelijkheid voor een taak te nemen.
mig
Mig betekent hier ‘me’ en is het wederkerende voornaamwoord in tager jeg mig af. Samen met tager en af geeft het aan dat de spreker zelf voor de reparatie zal zorgen. In de eerste persoon staat mig in deze uitdrukking waar bij een ander onderwerp een andere wederkerende vorm zou staan.
af
Af maakt hier de uitdrukking tager jeg mig af compleet. In Det tager jeg mig af betekent de volledige combinatie dat de spreker iets op zich neemt of ervoor zorgt. Af heeft hier dus niet de losse betekenis ‘van’, maar hoort bij de uitdrukking tage sig af.
dag
Dag betekent hier ‘dag’ in i dag, dus ‘vandaag’. Het geeft aan wanneer de spreker de vervanging zal regelen. De vaste tijdsaanduiding i dag gebruik je om de huidige dag te noemen.
Sig
Sig betekent hier ‘zeg’ of ‘laat weten’ en is een directe aansporing aan de gesprekspartner. In Sig til mig vraagt de spreker om bericht zodra de vervanging klaar is. De vorm hoort bij sige en wordt gebruikt om iemand rechtstreeks iets te laten melden.
når
Når betekent hier ‘wanneer’ en leidt de tijdsbepaling in når den er skiftet. Het bepaalt op welk moment de ander iets moet melden. Je gebruikt når om een gebeurtenis of toestand als tijdsreferentie te verbinden met de hoofdzin.
skiftet
Skiftet betekent hier ‘vervangen’ in den er skiftet: het blad is vervangen. Samen met er geeft het aan dat de vervanging voltooid is voordat de zaag wordt teruggebracht. De vorm komt van skifte en staat hier als voltooid deelwoord.
afleverer
Afleverer betekent hier ‘terugbrengt’ of ‘inlevert’ in afleverer saven igen. Het beschrijft de handeling waarbij de zaag weer aan de eigenaar of beheerder wordt gegeven. Het is de tegenwoordige vorm van aflevere en staat bij du in de tijdsbepaling før du afleverer.
saven
Saven betekent hier ‘de zaag’ en verwijst naar hetzelfde specifieke gereedschap als eerder. De vorm is de bepaalde vorm van sav. In afleverer saven igen is de zaag het voorwerp dat wordt teruggebracht.
igen
Igen betekent hier ‘terug’ of ‘opnieuw’ in afleverer saven igen. Het benadrukt dat de zaag na het lenen weer wordt ingeleverd. Deze vorm gebruik je bij een handeling die terugkeert naar een eerdere toestand of plaats.