Eerlijk zijn over schade aan een geleende zaag | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a shared space, one adult explains damage to a borrowed saw and agrees to replace the blade before returning it..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Eerlijk zijn over schade aan een geleende zaag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg er nødt til at være ærlig om den sav, jeg lånte.

Jai èa nòöt tel e wee èrlig om den seu, jai loon-duh. Ik moet eerlijk zijn over de zaag die ik heb geleend.
B

Kan du forklare, hvad der skete?

Kan doe fo-klee-èa, wè dhee skee-dhuh? Kun je uitleggen wat er is gebeurd?
A

Klingen blev beskadiget, mens jeg savede i tykt træ.

Kling-uhn blee-dhuh be-skee-dhuh, mens jai see-vuh in tuukt trée. Het zaagblad raakte beschadigd terwijl ik dik hout zaagde.
B

Var træet for tykt til den sav?

Vaar trè-et foo tuukt tel den seu? Was het hout te dik voor die zaag?
A

Det var det nok, og jeg skulle have spurgt, før jeg prøvede.

Dee vaar dee nok, oh jai skoel-uh hee-vuh spoe-dh, feur jai proe-vuh-duh. Waarschijnlijk, en ik had het moeten vragen voordat ik het probeerde.
B

Jeg sætter pris på, at du siger det ligeud i stedet for at skjule det.

Jai sè-duh prees pooh, de doe see-uh dee lie-oe-dh in stee-dhuh voo-dhuh het te verbergen. Ik waardeer het dat je er eerlijk over bent in plaats van het te verbergen.
A

Jeg kan få det repareret eller skifte klingen.

Jai kan dee ree-pa-ree-uhd, è-luh skoif-duh kling-uhn. Ik kan een reparatie regelen of het zaagblad vervangen.
B

Det burde være nok at skifte klingen.

Dee boe-dhuh wee-uh nok èd skoif-duh kling-uhn. Het zaagblad vervangen zou genoeg moeten zijn.
A

Det tager jeg mig af i dag.

Dee tee-uh mai eu in dag. Ik zorg daar vandaag voor.
B

Sig til mig, når den er skiftet, før du afleverer saven igen.

Sie tel mai, noor den èa skoif-ded, feur doe eu-le-vee-uh see-vuhn ie-geen. Laat me weten wanneer het vervangen is voordat je de zaag terugbrengt.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg er nødt til at være ærlig om den sav, jeg lånte.

    Ik moet eerlijk zijn over de zaag die ik heb geleend.

    Jeg er nødt til
    ik moet
    være
    zijn
    ærlig
    eerlijk
    om
    over
    den
    de
    sav
    zaag
    lånte
    leende
    Uitgebreide uitleg

    Jeg er nødt til Deze vaste Deense constructie drukt noodzakelijkheid uit: “ik moet” of letterlijker “ik ben ertoe genoodzaakt”. Jeg is “ik”, en er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). De constructie wordt voortgezet met til at + infinitief: Jeg er nødt til at vente. — “Ik moet wachten.” være Være is hier de infinitief “zijn”. Na nødt til volgt at være; samen betekent dat “moeten zijn”. De tegenwoordige vorm van hetzelfde werkwoord is er: Jeg er træt. — “Ik ben moe.” ærlig Ærlig betekent hier “eerlijk” en beschrijft de spreker. Het is een bijvoeglijk naamwoord. In at være ærlig staat het na het werkwoord “zijn”, zoals in Hun prøver at være ærlig. — “Zij probeert eerlijk te zijn.” om Om betekent hier “over”, in de betekenis van een onderwerp: iets waarover iemand eerlijk moet zijn. Het is niet het Nederlandse “om” van een tijdstip of doel. Vi taler om arbejdet. — “Wij praten over het werk.” den Den staat vóór sav en betekent hier “de” in de bedoelde verwijzing naar één zaag. De vorm den kan in het Deens ook een aanwijzende functie hebben, vergelijkbaar met “die”; de vaste vertaling maakt hier de lezing “de zaag” duidelijk. Het is dus niet zelf het woord voor “zaag” en draagt niet de betekenis van een aantal. sav Sav betekent “zaag”. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en sav. Zonder voorafgaand bijvoeglijk naamwoord krijgt een bepaald enkelvoud vaak de uitgang -en: saven — “de zaag”. In deze zin staat echter de vorm den sav, waarbij den vóór het zelfstandig naamwoord staat. lånte Lånte is de verleden tijd van låne, “lenen”. Hier betekent het, met jeg als onderwerp, “ik leende” of natuurlijker “die ik heb geleend”. De verleden tijdsvorm verandert in het Deens niet naar persoon of getal: Jeg lånte en sav. — “Ik leende een zaag”; Hun lånte en sav. — “Zij leende een zaag.” Het gedeelte jeg lånte is een betrekkelijke bijzin bij den sav: de geleende zaag is het object van lånte, terwijl jeg de persoon is die leende. Het Deens laat het betrekkelijk voornaamwoord hier weg; een explicietere variant is den sav, som jeg lånte. Alles samen bestaat de zin uit de noodzakelijkheidconstructie Jeg er nødt til at ..., gevolgd door være ærlig om ...: “Ik moet eerlijk zijn over de zaag die ik heb geleend.”

  2. Kan du forklare, hvad der skete?

    Kun je uitleggen wat er is gebeurd?

    Kan du
    kun je
    forklare
    uitleggen
    hvad
    wat
    skete
    gebeurde; is gebeurd
    Uitgebreide uitleg

    Kan du is een herbruikbare vraagconstructie: kan is de tegenwoordige tijd van kunne (“kunnen”), met het onderwerp du (“jij”). Hier vraagt de spreker of de aangesprokene iets kan doen; het is dus geen bewering dat die handeling zeker zal plaatsvinden. Bijvoorbeeld: Kan du vente? — “Kun je wachten?” forklare is de infinitief van forklare (“uitleggen” of “verklaren”). Na kan staat deze infinitief zonder extra infinitiefmarkeerder: kan + infinitief. Bijvoorbeeld: Jeg kan forklare det. — “Ik kan dat uitleggen.” hvad betekent hier “wat” en leidt de inhoud in van wat er uitgelegd moet worden. Het verwijst in deze zin niet naar een genoemd zelfstandig naamwoord, maar vraagt naar de gebeurtenis of informatie. skete is de verleden tijd van ske (“gebeuren”). Het beschrijft dus een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden. In hvad der skete staat der als onderdeel van de Deense constructie voor “wat er gebeurde”: hvad opent de indirecte vraag en der skete vormt de gebeurteniszin. Vergelijk: Jeg ved, hvad der skete. — “Ik weet wat er gebeurde.” Samen vormen de delen Kan du forklare (“Kun je uitleggen”) en hvad der skete (“wat er gebeurde”). De hele uiting betekent daarom: “Kun je uitleggen wat er is gebeurd?” In de gegeven context gaat de gevraagde uitleg over het incident rond de geleende zaag; de volgende zin specificeert dat het zaagblad beschadigd raakte tijdens het zagen.

  3. Klingen blev beskadiget, mens jeg savede i tykt træ.

    Het zaagblad raakte beschadigd terwijl ik dik hout zaagde.

    Klingen
    het zaagblad
    blev beskadiget
    raakte beschadigd
    mens
    terwijl
    jeg
    ik
    savede
    zaagde
    tykt
    dik
    træ
    hout
    Uitgebreide uitleg

    Klingen betekent hier «het zaagblad». Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van klinge («zaagblad»): klinge = een zaagblad, klingen = het zaagblad. Het zelfstandig naamwoord is dus niet hetzelfde als sav («zaag»), dat in de context naar het gereedschap kan verwijzen. blev beskadiget geeft weer dat het zaagblad beschadigd raakte. blev is de verleden tijd van blive («worden/raken»); beskadiget is het voltooid deelwoord van beskadige («beschadigen»). De combinatie blive + voltooid deelwoord is een veelgebruikte manier om een passieve gebeurtenis met een verandering of resultaat uit te drukken. In een ander tijdsperspectief kan bijvoorbeeld bliver beskadiget «raakt beschadigd» betekenen. mens betekent «terwijl» en verbindt hier een handeling die gelijktijdig met de hoofdgebeurtenis plaatsvond. Het kan ook in andere zinnen «terwijl» betekenen wanneer twee gebeurtenissen naast elkaar worden geplaatst. jeg is het Deense persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: «ik». Het verwijst hier naar de persoon die de handeling in de volgende deelzin uitvoert. savede betekent hier «zaagde». Het is de verleden tijd van save («zagen»). De vorm is hier eerste persoon enkelvoud, maar de Deense verleden tijd van dit werkwoord verandert niet mee met de persoon: jeg savede = «ik zaagde» en de savede = «zij zaagden». tykt betekent «dik». Het is de vorm van tyk die hier bij het onzijdige enkelvoudige træ past. De keuze voor deze vorm komt dus door het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord, niet alleen door het feit dat het om één soort materiaal gaat. Vergelijk tyk bij een en-woord, bijvoorbeeld en tyk plade («een dikke plaat»), met tykt bij een et-woord, bijvoorbeeld et tykt reb («een dik touw»). træ betekent «hout». In i tykt træ wordt het materiaal zonder lidwoord genoemd: «in/in het dikke hout» of natuurlijker in deze vertaling «in dik hout». træ kan ook naar een afzonderlijke boom verwijzen; in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om hout als materiaal. Samen vormt mens jeg savede i tykt træ de bijzin «terwijl ik in dik hout zaagde». De hoofdzin Klingen blev beskadiget zegt dat het zaagblad daarbij beschadigd raakte. De volledige betekenis is dus: «Het zaagblad raakte beschadigd terwijl ik dik hout zaagde.»

  4. Var træet for tykt til den sav?

    Was het hout te dik voor die zaag?

    Var
    was
    træet
    het hout
    for tykt
    te dik
    tykt
    dik
    til
    voor
    den
    die
    sav
    zaag
    Uitgebreide uitleg

    Var is de verleden tijd van være (“zijn”). In een Deense ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Var træet ...? betekent hier “Was het hout ...?”. De vorm var blijft gelijk voor de persoon; het is de verleden tijd, niet een aparte vorm voor mannelijk of vrouwelijk. træet is de bepaalde enkelvoudsvorm van træ. Dat woord kan “boom” of “hout” betekenen, maar in deze zin past “het hout” bij de vaste vertaling en de context. De uitgang -et markeert hier het bepaalde enkelvoud van dit onzijdige zelfstandig naamwoord. Als je specifiek één boom bedoelt, is et træ “een boom” en træet “de boom”; voor een stuk hout zeg je bijvoorbeeld et stykke træ. for tykt is de constructie “te dik”. for betekent hier niet simpelweg “voor”; samen met een bijvoeglijk naamwoord geeft het aan dat iets een grens overschrijdt: for tykt = “te dik”. Voorbeelden: Det er for dyrt. — “Dat is te duur.” Hun er for træt til at arbejde. — “Ze is te moe om te werken.” tykt is de vorm van tyk (“dik”) die hier bij træet hoort. Het bijvoeglijk naamwoord staat in het onzijdige enkelvoud; dat zie je aan -t. De vorm tyk wordt bijvoorbeeld gebruikt bij een zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk geslacht, terwijl tykt bij een onzijdig woord staat: en tyk bog — “een dik boek”; et tykt træ — “een dikke boom”. In de vaste zin blijft tykt onderdeel van de grensconstructie for tykt. til betekent hier “voor” en verbindt de eigenschap met datgene waarvoor die eigenschap een probleem of grens vormt. In for tykt til den sav gaat het dus om de geschiktheid van de dikte voor de zaag. Een veelgebruikt ander patroon is til at ..., bijvoorbeeld klar til at gå — “klaar om te vertrekken”. den is hier het aanwijzende woord “die”. Het staat bij sav en maakt de zaag specifiek: den sav = “die zaag”. De vorm den wordt bij een zelfstandig naamwoord van gemeenschappelijk geslacht gebruikt; bij een onzijdig zelfstandig naamwoord staat doorgaans det, zoals in det træ — “die/dat stuk hout”. sav betekent “zaag”. Het is hier een zelfstandig naamwoord in het onbepaalde enkelvoud. De bepaalde vorm is saven (“de zaag”), terwijl den sav de nadruk legt op “die zaag”. Samen vormt Var træet for tykt til den sav? een vraag met de volgorde “was het hout te dik voor die zaag?”. Var markeert de vraag, træet is wat beoordeeld wordt, for tykt geeft de te hoge dikte aan, en til den sav specificeert waarvoor die dikte te groot zou zijn. De hele zin betekent daarom: “Was het hout te dik voor die zaag?”

  5. Det var det nok, og jeg skulle have spurgt, før jeg prøvede.

    Waarschijnlijk, en ik had het moeten vragen voordat ik het probeerde.

    Det
    het; dat
    var
    was
    nok
    waarschijnlijk
    jeg
    ik
    skulle have spurgt
    had moeten vragen
    før
    voordat
    prøvede
    probeerde
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier dat in de eerste positie van de zin. Het tweede det in Det var det nok betekent het; samen vormen ze de strekking Dat was het waarschijnlijk. De vorm det wordt gebruikt voor het onzijdige enkelvoud en ook in bepaalde onpersoonlijke of verwijzende functies; de vorm alleen bepaalt niet precies waarnaar wordt verwezen. var is de verleden tijd van være (zijn): er – var – været. Deense werkwoorden veranderen in deze vorm niet mee met persoon of getal: jeg var, du var en de var gebruiken allemaal var. nok betekent hier waarschijnlijk. Het maakt de uitspraak onzeker. In andere contexten kan nok ook genoeg betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. jeg betekent ik. Het is het onderwerp van zowel skulle have spurgt als prøvede; de vorm verandert niet naar grammaticaal geslacht. skulle have spurgt is een herbruikbare constructie voor had moeten vragen. skulle is de verleden vorm van het modale werkwoord skulle; have spurgt is de voltooide infinitief van spørge (vragen), met have als hulpwerkwoord en spurgt als voltooid deelwoord. De combinatie drukt uit dat vragen eerder als de juiste of vereiste handeling wordt voorgesteld. Voorbeeld: Jeg skulle have ringet. — Ik had moeten bellen. før betekent voordat en leidt hier de bijzin før jeg prøvede in. Herbruikbaar patroon: før + onderwerp + werkwoord. Voorbeeld: før jeg går — voordat ik ga. prøvede is de verleden tijd van prøve (proberen): prøve – prøvede – prøvet. De vorm zelf markeert geen persoon of getal. In de vaste vertaling wordt het niet afzonderlijk genoemde voorwerp weergegeven als het; de Deense vorm prøvede bevat dat voorwerp niet. Samen geeft Det var det nok de strekking Dat was het waarschijnlijk; de vaste vertaling geeft dit eerste deel verkort weer als Waarschijnlijk. Daarna zegt og jeg skulle have spurgt dat de spreker eerder had moeten vragen. før jeg prøvede plaatst dat vragen vóór het proberen. De volledige betekenis volgens de vaste vertaling is: Waarschijnlijk, en ik had het moeten vragen voordat ik het probeerde.

  6. Jeg sætter pris på, at du siger det ligeud i stedet for at skjule det.

    Ik waardeer het dat je er eerlijk over bent in plaats van het te verbergen.

    Jeg sætter pris på
    ik waardeer
    siger
    zegt
    ligeud
    eerlijk; rechtuit
    i stedet for at
    in plaats van te
    skjule
    verbergen
    Uitgebreide uitleg

    Jeg sætter pris på is een vaste Deense uitdrukking voor waardering: letterlijk bevat ze sætter de tegenwoordige tijd van sætte, maar in deze combinatie betekent ze “waarderen”. Het onderwerp Jeg is “ik”. Voorbeeld: Jeg sætter pris på din hjælp. — “Ik waardeer je hulp.” siger is de tegenwoordige tijd van sige (“zeggen”). Hier is het onderwerp du (“je/jij”), dat in het voorafgaande at-deel staat: at du siger det betekent “dat je het zegt”. Voorbeeld: Du siger sandheden. — “Je zegt de waarheid.” ligeud betekent hier “rechtuit” of “eerlijk, zonder iets te verdoezelen”. Het beschrijft de manier waarop iets gezegd wordt; het betekent hier niet dat er letterlijk een rechte richting wordt bedoeld. i stedet for at is een herbruikbaar patroon met de betekenis “in plaats van te”. Na at volgt hier het infinitief skjule; de constructie stelt het zeggen tegenover het verbergen. skjule is het infinitief van skjule (“verbergen”). In at skjule det betekent het “het verbergen”; det is het object, maar de aangeleverde zin identificeert niet precies waarnaar dit voornaamwoord verwijst. Voorbeeld: Hun prøver at skjule fejlen. — “Ze probeert de fout te verbergen.” Samen betekent de zin: “Ik waardeer het dat je het rechtuit zegt, in plaats van het te verbergen.” Jeg sætter pris på drukt de waardering uit; die waardering geldt voor at du siger det ligeud, en i stedet for at skjule det geeft het alternatief waartegenover dat zeggen wordt geplaatst. De constructie is neutraal en bruikbaar in zowel alledaagse als iets formelere gesprekken.

  7. Jeg kan få det repareret eller skifte klingen.

    Ik kan een reparatie regelen of het zaagblad vervangen.

    Jeg kan
    ik kan
    få
    laten doen
    det
    het
    repareret
    gerepareerd
    eller
    of
    skifte
    vervangen
    klingen
    het zaagblad
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan vormt hier de uitdrukking “ik kan …”. Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. kan is de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”) en drukt hier mogelijkheid of beschikbaarheid uit. Na kan staat een infinitief, zoals få of skifte. få betekent hier niet simpelweg “krijgen”. In het patroon få + voorwerp + voltooid deelwoord laat of regelt iemand dat iets gedaan wordt: Jeg kan få bilen repareret = “Ik kan de auto laten repareren.” Het is dus iets anders dan Jeg kan reparere bilen (“Ik kan de auto repareren”), waarbij de spreker de handeling zelf als mogelijkheid noemt. det betekent hier “het” en is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord. De vaste vertaling maakt duidelijk dat het verwijst naar het te repareren voorwerp, zonder dat de zin de naam ervan herhaalt. In få det repareret is det het voorwerp van få en tegelijk datgene waarop repareret betrekking heeft. repareret is het voltooid deelwoord van reparere (“repareren”). Samen met få det vormt het de constructie “het laten repareren”. Het deelwoord beschrijft hier de handeling die op det uitgevoerd moet worden; de spreker zegt niet dat hij die reparatie zelf uitvoert. eller verbindt twee mogelijkheden en betekent “of”. Het tweede alternatief staat verderop in de zin: få det repareret of skifte klingen. skifte is de infinitief van skifte en betekent hier “vervangen”. Na kan blijft deze vorm infinitief: Jeg kan skifte klingen = “Ik kan het zaagblad vervangen.” In de volledige zin geldt kan voor beide gecoördineerde werkwoordsgroepen, ook al wordt het maar één keer genoemd. klingen betekent hier “het zaagblad”. Het zelfstandig naamwoord is klinge; klingen is de bepaalde enkelvoudsvorm met het achtervoegsel -en. De context en de vaste vertaling bepalen dat het hier om een zaagblad gaat; het woord klinge kan in andere contexten ook een ander soort blad betekenen. De zin combineert dus twee opties: Jeg kan få det repareret (“Ik kan het laten repareren”) en Jeg kan skifte klingen (“Ik kan het zaagblad vervangen”). Samen betekent hij: “Ik kan een reparatie regelen of het zaagblad vervangen.”

  8. Det burde være nok at skifte klingen.

    Het zaagblad vervangen zou genoeg moeten zijn.

    Det
    dat/het
    burde
    zou moeten
    være
    zijn
    nok
    genoeg
    at skifte
    vervangen
    klingen
    het zaagblad
    Uitgebreide uitleg

    Det staat hier als formeel onderwerp vooraan. De inhoud die het aanwijst, volgt als de infinitiefgroep at skifte klingen; in combinatie met de vaste vertaling gaat het dus om het vervangen van het zaagblad. Het Deense det kan in zo’n constructie een hele handeling of situatie vertegenwoordigen, niet alleen een concreet zelfstandig naamwoord. burde is de vorm van burde voor een verwachting of aanbeveling: “zou moeten”. Het staat hier vóór være en drukt uit dat iets naar verwachting voldoende zal zijn, niet dat het al zeker zo is. Voor een directere verplichting gebruikt het Deens vaak skal, bijvoorbeeld: Du skal skifte klingen. — “Je moet het zaagblad vervangen.” være is het infinitief van er (“zijn”). Na het modale burde staat het werkwoord in de infinitief: burde være — “zou moeten zijn”. nok betekent hier “genoeg” of “voldoende”. Het bepaalt de mate waarin iets volstaat. Voorbeeld: Det er nok. — “Dat is genoeg.” at skifte bestaat uit het infinitiefmerkteken at en het werkwoord skifte, “vervangen”. Het infinitief kan hier als een handeling functioneren: at skifte klingen betekent “het zaagblad vervangen”. In een andere context kan skifte ook “wisselen” of “veranderen” betekenen; hier maakt klingen de betekenis “vervangen” duidelijk. klingen is de bepaalde enkelvoudsvorm van en klinge, “een zaagblad” of “een blad”. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid: en klinge — “een zaagblad”, klingen — “het zaagblad”. In de vaste vertaling is het specifieke voorwerp het zaagblad. Samen vormt at skifte klingen de handeling “het zaagblad vervangen”. De constructie Det burde være nok at ... presenteert die handeling als iets dat waarschijnlijk voldoende zal zijn: “Het zaagblad vervangen zou genoeg moeten zijn.”

  9. Det tager jeg mig af i dag.

    Ik zorg daar vandaag voor.

    Det
    dat / het (hier: daar)
    tager … mig af
    voor iets zorgen
    jeg
    ik
    i dag
    vandaag
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier een voornaamwoord dat verwijst naar iets waar de spreker voor zal zorgen. In deze zin is het geen onderwerp maar het vooropgeplaatste object; de vaste vertaling geeft de betekenis weer als daar, zonder het precieze Nederlandse zelfstandig naamwoord te benoemen. tager ... mig af hoort bij de Deense constructie tage sig af = voor iets of iemand zorgen. tager is de tegenwoordige tijd van tage in deze constructie. Het reflexieve voornaamwoord verandert met de persoon: jeg tager mig af ..., maar bijvoorbeeld han tager sig af .... Het losse af krijgt hier samen met tage ... sig zijn betekenis; het is niet simpelweg het Nederlandse voorzetsel van. jeg betekent ik. Het staat na tager omdat Det vooraan is geplaatst. Dat veroorzaakt hier inversie: na het vooropgeplaatste element komt de persoonsvorm vóór het onderwerp. De gewone volgorde kan bijvoorbeeld zijn: Jeg tager mig af det. — Ik zorg daarvoor. i dag betekent vandaag en geeft aan wanneer de zorg wordt uitgevoerd. De uitdrukking bestaat uit i en dag; samen vormt zij één tijdsbepaling. Samen betekent Det tager jeg mig af i dag: Daar zorg ik vandaag voor. De structuur is: Det (daar) + tager jeg mig af (zorg ik voor) + i dag (vandaag).

  10. Sig til mig, når den er skiftet, før du afleverer saven igen.

    Laat me weten wanneer het vervangen is voordat je de zaag terugbrengt.

    Sig til mig
    laat het me weten
    når
    wanneer
    den
    het
    skiftet
    vervangen; veranderd
    før
    voordat
    afleverer
    aflevert; bezorgt
    saven
    de zaag
    igen
    opnieuw; terug
    Uitgebreide uitleg

    Sig til mig betekent hier “laat het me weten”. Sig is de gebiedende wijs van sige (“zeggen”): sige → sig. De combinatie sige til nogen betekent iemand iets laten weten. Voorbeeld: Sig til mig, når du er klar. — Laat het me weten wanneer je klaar bent. når betekent “wanneer” en leidt hier de tijdsbepaling in. Voorbeeld: Jeg ringer, når jeg kommer hjem. — Ik bel wanneer ik thuiskom. den is hier een enkelvoudig persoonlijk voornaamwoord van het gemeenschappelijke grammaticale geslacht. In deze zin betekent het, volgens de vaste vertaling, “het”: datgene wat vervangen wordt. De concrete referent wordt niet nader benoemd. De vorm den verwijst dus niet automatisch naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. skiftet is het voltooid deelwoord van skifte (“wisselen; vervangen/veranderen”). In er skiftet vormt het met er de passieve constructie “is vervangen”. De vorm die de vervanging uitdrukt is skiftet, niet den. Voorbeeld: Delen er skiftet. — Het onderdeel is vervangen. før betekent “voordat” en leidt de tweede tijdsbepaling in. afleverer is de tegenwoordige tijd van aflevere (“afleveren; bezorgen”). De vorm verandert in het Deens niet naar persoon, dus afleverer kan ook bij du staan. Hier betekent het samen met igen dat je de zaag aflevert of terugbrengt. Voorbeeld: Du afleverer pakken i morgen. — Jij bezorgt het pakket morgen. saven betekent “de zaag”. Het zelfstandig naamwoord is sav; saven is de bepaalde enkelvoudsvorm: en sav — een zaag, saven — de zaag. De bepaalde vorm verwijst naar een geïdentificeerde zaag en drukt op zichzelf geen numerieke hoeveelheid uit. igen betekent hier “terug” en kan in andere contexten “opnieuw” betekenen. In deze zin geeft het samen met afleverer aan dat de zaag weer wordt afgeleverd of teruggebracht. Voorbeeld: Hun kommer igen. — Zij komt terug. Samen betekent når den er skiftet “wanneer het vervangen is”. før du afleverer saven igen betekent “voordat je de zaag terugbrengt”. De hele zin is dus: “Laat me weten wanneer het vervangen is voordat je de zaag terugbrengt.”

Grammatica

være nødt til at + infinitiv

Jeg er nødt til at skifte klingen.

Jai èa nòöt tel e skoif-duh kling-uhn.

Ik moet het zaagblad vervangen.

Na være nødt til volgt at met de infinitief. Dit drukt uit dat iets noodzakelijk is.

sætte pris på at + infinitiv

Jeg sætter pris på at være ærlig.

Jai sè-duh prees pooh e wee èrlig.

Ik waardeer het om eerlijk te zijn.

Na sætte pris på gebruik je på at plus de infinitief wanneer je een handeling waardeert.

Deens woordenschat

beskadige werkwoord
be-skee-dhuh beschadigen beskadiget
forklare werkwoord
fo-klee-èa uitleggen
klinge zelfstandig naamwoord
kling-uh zaagblad klingen
Geslacht
common
låne werkwoord
loo-nuh lenen lånte
nok bijwoord
nok waarschijnlijk; genoeg
sav zelfstandig naamwoord
seu zaag
Geslacht
common
save werkwoord
see-vuh zagen savede
ske werkwoord
skee gebeuren skete
træ zelfstandig naamwoord
trè hout træet
Geslacht
neuter
tyk bijvoeglijk naamwoord
tuuk dik tykt
Geslacht
neuter
være nødt til uitdrukking
wee-uh nòöt tel moeten; genoodzaakt zijn er nødt til at være
ærlig bijvoeglijk naamwoord
èrlig eerlijk

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je uitleggen wat er is gebeurd?

Antwoord tonenKan du forklare, hvad der skete?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

uitleggen

Antwoord tonenforklare

zagen

Antwoord tonensavede

beschadigen

Antwoord tonenbeskadiget

zaagblad

Antwoord tonenklingen