Iemand met een baby voorlaten | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: In a public line, one person offers to let someone managing a baby and stroller go ahead..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Iemand met een baby voorlaten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Undskyld, det må være svært at stå i kø med en baby og en barnevogn.

on-sgül, de mo vèèr svèrd e sdoh ie keu met en bee-bie o en baarne-voon. Pardon, in deze rij staan moet lastig zijn met een baby en een kinderwagen.
B

Det har været besværligt.

de ha veèrd besvèrd-li. Dat is lastig geweest.
B

Jeg prøver at holde barnevognen i ro og babyen rolig, mens vi venter.

yai pruur e hol-le baarne-voon in roo o bee-bü-en roo-li, mens wie ven-te. Ik probeer de kinderwagen stil te houden en de baby rustig terwijl we wachten.
A

Vil du gå foran mig?

vel du goh fo-raan mai? Wil je voor mij gaan?
B

Det er meget betænksomt. Er du sikker?

de è mee-eth be-tèngs-gomd. è du se-ger? Dat is erg attent. Weet je het zeker?
A

Det er jeg sikker på.

de è yai se-ger poh. Ik weet het zeker.
A

Jeg har ikke travlt.

yai ha eg-e trau'lt. Ik heb geen haast.
A

Det virker svært at håndtere.

de vèèr-ge svèrd e hon-teer-e. Dit lijkt me lastig om te hanteren.
B

Det ville virkelig gøre en forskel.

de vel-e vèèr-ge-li göör-e en for-sgel. Dat zou echt een verschil maken.
A

Så skal jeg kun vente lidt længere.

soh sgel yai kon ven-te led lèng-er. Dan hoef ik maar even langer te wachten.
B

Det ville hjælpe os at gå foran dig, før babyen bliver mere urolig.

de vel-e yèl-be oos e goh fo-raan dai, feur bee-bü-en blie-er mee-er oe-roo-li. Voor jou gaan zou ons helpen voordat de baby onrustiger wordt.
A

Jeg ville håbe, at nogen ville tilbyde mig den samme hjælp.

yai vel-e hoo-be, e noo-en vel-e tel-buu-the mai den sam-me yèlp. Ik zou hopen dat iemand mij dezelfde hulp zou aanbieden.
B

Det sætter jeg pris på. Det gør ventetiden meget mindre stressende.

de sèd-er yai pries poh. de göör ven-te-tie-en mee-eth men-er sdres-sen-e. Ik waardeer het. Hierdoor is het wachten veel minder stressvol.

Uitleg van de zinnen

  1. Undskyld, det må være svært at stå i kø med en baby og en barnevogn.

    Pardon, in deze rij staan moet lastig zijn met een baby en een kinderwagen.

    Undskyld
    pardon; excuseer me
    det må være
    dat moet zijn
    svært
    moeilijk; lastig
    stå i kø
    in de rij staan
    baby
    baby
    barnevogn
    kinderwagen
    Uitgebreide uitleg

    Undskyld is een vaste, beleefde manier om excuses aan te bieden of iemands aandacht te vragen. Het kan bijvoorbeeld ook aan het begin staan van een vraag: Undskyld, hvor er stationen? — “Pardon, waar is het station?” det må være betekent hier dat de spreker een inschatting maakt: “het moet … zijn” of natuurlijker in het Nederlands: “het zal wel … zijn”. må drukt in deze betekenis geen opdracht uit, maar een conclusie op basis van de situatie. være is de infinitief van “zijn”. Det is hier geen expliciet genoemd persoon of voorwerp; het verwijst naar de situatie die daarna wordt uitgewerkt: at stå i kø. svært betekent hier “moeilijk” of “lastig” en beschrijft de situatie. Het is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord die in deze zin als naamwoordelijk deel bij være staat. Een nuttige vergelijking is sværere — “moeilijker” — en sværest — “het moeilijkst”. stå i kø is een vaste combinatie voor “in de rij staan”. stå is de infinitief; de vorm betekent letterlijk “staan”, terwijl i kø de plaats- of situatiespecificatie toevoegt. Met at ervoor wordt de hele activiteit een infinitiefzin: at stå i kø — “in de rij staan”. Voorbeeld: Jeg hader at stå i kø. — “Ik haat het om in de rij te staan.” baby betekent “baby”. In het Deens staat hier het onbepaalde lidwoord en voor: en baby. Dat markeert een onbepaalde enkelvoudige naamwoordgroep; het is niet op zichzelf een expliciete teluitspraak. Het meervoud is babyer. barnevogn betekent “kinderwagen”. Ook hier staat en voor de onbepaalde enkelvoudsvorm: en barnevogn. Het meervoud is barnevogne. Het zelfstandig naamwoord blijft een afzonderlijk woord; het wordt niet onderdeel van de betekenis van svært. De structuur is det må være + bijvoeglijk naamwoord + at + infinitiefzin: det må være svært at stå i kø betekent dat de activiteit “in de rij staan” als lastig wordt ingeschat. med en baby og en barnevogn voegt de omstandigheden toe: dat gebeurt met een baby en een kinderwagen. Samen betekent de hele uiting: “Pardon, in deze rij staan moet lastig zijn met een baby en een kinderwagen.”

  2. Det har været besværligt.

    Dat is lastig geweest.

    Det
    dat; het
    har været
    is geweest
    besværligt
    lastig
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier een voornaamwoord met de eerder genoemde situatie als referent; in de vertaling is dat “dat”. De context maakt duidelijk dat het om die situatie als geheel gaat. De vorm det kan in andere zinnen ook andere functies hebben, dus de vorm alleen bepaalt niet altijd de referent. har været is een voltooide werkwoordsvorm van være (“zijn”): har is het hulpwerkwoord en været is het voltooid deelwoord. De constructie verbindt een vroegere toestand met het huidige spreekmoment. Bijvoorbeeld: Det har været koldt. — “Het is koud geweest.” besværligt betekent hier “lastig”. De basisvorm van dit bijvoeglijk naamwoord is besværlig; besværligt is de onzijdige enkelvoudsvorm die bij det past. De uitgang -t hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord. Bijvoorbeeld: Det er besværligt. — “Dat is lastig.” Samen vormen Det, har været en besværligt de betekenis “Dat is lastig geweest.” De spreker beoordeelt de eerder genoemde situatie als lastig in een periode die vóór het spreekmoment ligt en daarmee verband houdt met het heden.

  3. Jeg prøver at holde barnevognen i ro og babyen rolig, mens vi venter.

    Ik probeer de kinderwagen stil te houden en de baby rustig terwijl we wachten.

    Jeg
    ik
    prøver
    probeer
    at holde
    stil te houden
    barnevognen
    de kinderwagen
    i ro
    stil; rustig
    babyen
    de baby
    rolig
    rustig
    mens vi venter
    terwijl we wachten
    Uitgebreide uitleg

    Jeg is het Deense persoonlijke voornaamwoord voor “ik” en is hier het onderwerp. Het verwijst dus naar de spreker; de vorm verandert niet naar gelang het werkwoord. prøver is de tegenwoordige tijd van prøve (“proberen”). De uitgangsvorm is prøve; prøver kan bij verschillende enkelvoudige personen dezelfde tegenwoordige vorm hebben. In de constructie prøver at + infinitief staat wat iemand probeert te doen. Voorbeeld: Jeg prøver at forstå. — “Ik probeer het te begrijpen.” at holde betekent hier “stil/rustig houden”. holde is de infinitief van holde; at markeert hier de infinitief na prøver. Het werkwoord krijgt in het Deens in deze constructie geen persoonsuitgang: Jeg prøver at holde ... (“Ik probeer ... te houden”). barnevognen betekent “de kinderwagen”. De basisvorm is barnevogn (“kinderwagen”); -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm, dus “de kinderwagen”. In holde barnevognen i ro is dit het object van holde. i ro is een vaste combinatie met de betekenis “stil” of “in rust”. Ze beschrijft een toestand: de kinderwagen wordt in een rustige, onbeweeglijke toestand gehouden. Dit is niet hetzelfde als het bijvoeglijk naamwoord rolig; vergelijk babyen rolig, waar rolig rechtstreeks de toestand van de baby beschrijft. babyen betekent “de baby”. De basisvorm is baby; -en maakt hiervan de bepaalde enkelvoudsvorm. Het woord is hier het tweede object in een parallelle constructie: de spreker probeert ook de baby in een bepaalde toestand te houden. rolig betekent hier “rustig”. Het is de vorm die bij babyen past in deze enkelvoudige, gemeenschappelijke vorm; het beschrijft de toestand waarin de baby moet blijven of komen. Het Deens heeft ook bijvoorbeeld roligt in bepaalde onzijdige enkelvoudige combinaties en rolige in meervoud of bepaalde vormen, maar die vormen horen niet bij babyen in deze zin. Voorbeeld: Barnet er roligt. — “Het kind is rustig.” mens vi venter betekent “terwijl we wachten”. mens leidt een bijzin in die gelijktijdigheid aangeeft. vi is “wij/we” en is hier het onderwerp van die bijzin. venter is de tegenwoordige tijd van vente (“wachten”); in het Deens blijft deze vorm bij verschillende onderwerpen gelijk. Voorbeeld: Vi venter her. — “We wachten hier.” De zin bouwt eerst Jeg prøver at ... op: “Ik probeer ...”. Daarna komen twee parallelle doelen van holde: barnevognen i ro (“de kinderwagen stil houden”) en babyen rolig (“de baby rustig houden”). mens vi venter geeft aan dat dit gebeurt gedurende het wachten. Samen betekent de zin: “Ik probeer de kinderwagen stil te houden en de baby rustig terwijl we wachten.”

  4. Vil du gå foran mig?

    Wil je voor mij gaan?

    Vil du
    wil je
    gå
    gaan
    foran
    voor; vóór
    mig
    mij
    Uitgebreide uitleg

    Vil du is een vaste, herbruikbare vraagopbouw in het Deens: vil is de tegenwoordige vorm van ville (“willen”), gevolgd door du (“jij”). In een vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Vil du ...? betekent hier “Wil je ...?”. Het modale werkwoord vil verandert niet naar persoon of getal; het onderwerp du maakt duidelijk wie de handeling zou uitvoeren. gå betekent hier “gaan” en staat na vil in de infinitief. Na een modaal werkwoord zoals vil krijgt het volgende werkwoord deze vorm: Vil du gå ...? (“Wil je ... gaan?”). Voorbeeld: Vil du vente? — “Wil je wachten?” foran geeft een plaatsrelatie aan: “voor” of “vóór”, dus aan de voorkant. In deze zin vormt het samen met mig de betekenis “voor mij”. Het is iets anders dan een woord voor een tijdsrelatie zoals “eerder”; hier gaat het om positie. mig is de objectvorm van het persoonlijke voornaamwoord jeg (“ik”). Gebruik jeg als de persoon de handeling uitvoert en mig wanneer die persoon het betrokken object of de ontvanger is: Jeg ser dig — “Ik zie jou”; Du ser mig — “Jij ziet mij”. In deze zin verwijst mig, overeenkomstig de vaste vertaling, naar de spreker. Samen betekent Vil du + gå + foran mig letterlijk ongeveer “Wil je voor mij gaan?”. De vraag vraagt of de aangesprokene vóór de spreker wil lopen of gaan. De vraagvolgorde en de combinatie vil + infinitief maken daarvan een natuurlijke Deense vraag.

  5. Det er meget betænksomt. Er du sikker?

    Dat is erg attent. Weet je het zeker?

    Det er
    Dat is
    meget
    erg, zeer
    betænksomt
    attent
    Er du
    ben je
    sikker
    zeker
    Uitgebreide uitleg

    Det er is een vaste, veelgebruikte combinatie met de betekenis ‘dat is’ of ‘het is’. Det is hier het onzijdige aanwijzende/voornaamwoordelijke onderwerp en er is de tegenwoordige tijd van være (‘zijn’). In een mededelende zin staat het onderwerp vóór het werkwoord: Det er .... meget betekent hier ‘erg’ en versterkt het daaropvolgende bijvoeglijk naamwoord. Het is een bijwoord en verandert dus niet mee met het woord dat het versterkt. Bijvoorbeeld: meget god betekent ‘erg goed’. betænksomt betekent hier ‘attent’ of ‘attentvol’. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is betænksom. De vorm betænksomt heeft de onzijdige uitgang -t en stemt hier overeen met det; het is niet meget dat deze vorm veroorzaakt. Vergelijk als leerpatroon: en betænksom person (‘een attente persoon’) tegenover et betænksomt svar (‘een attent antwoord’). In de vaste zin beschrijft het woord de situatie waarnaar det verwijst. Er du is de vraagvolgorde ‘ben je’. er is de vorm van være bij de tegenwoordige tijd, en du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. In een ja-neevraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Er du ...?; in een mededeling staat de volgorde Du er .... sikker betekent hier ‘zeker’ in de betekenis ‘overtuigd dat iets klopt’. De basisvorm is sikker; bij et krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm sikkert, en in het meervoud sikre. Na du blijft de vorm in deze zin sikker: Du er sikker (‘Je bent zeker’). Het woord kan ook in andere contexten ‘veilig’ betekenen, maar de vaste Nederlandse vertaling maakt hier de betekenis ‘zeker/overtuigd’ duidelijk. Samen vormen de eerste drie delen Det er meget betænksomt: ‘Dat is erg attent’. Daarna vraagt Er du sikker? letterlijk ‘Ben je zeker?’ en in deze context natuurlijk ‘Weet je het zeker?’. De volledige uiting bestaat dus uit een waardering, gevolgd door een vraag die controleert of de aangesproken persoon overtuigd is.

  6. Det er jeg sikker på.

    Ik weet het zeker.

    Det
    het
    er
    is
    jeg
    ik
    sikker på
    zeker van
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “het” en verwijst naar de inhoud waarover zekerheid wordt uitgesproken: een feit of bewering, niet noodzakelijk naar een concreet zelfstandig naamwoord. Het Deense det kan zo naar een hele situatie of mededeling verwijzen. er is de tegenwoordige tijd van være (“zijn”). In Det er ... staat het voor “het is”. In deze zin staat det vooraan; daardoor volgt het vervoegde werkwoord er vóór het onderwerp jeg, volgens de gebruikelijke Deense hoofdzinvolgorde. jeg is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het verwijst hier naar de spreker. Vergelijk: jeg er sikker — “ik ben zeker”. Sikker på betekent samen “zeker van”. sikker is een bijvoeglijk naamwoord; de basisvorm is ook sikker. Het wordt hier gebruikt met på om aan te geven waarvan iemand overtuigd is. Een bruikbaar contrast is usikker på — “onzeker over/van”. Voorbeeld: Jeg er sikker på det. — “Ik ben daar zeker van.” Samen vormt Det er jeg sikker på een constructie met de betekenis “Daar ben ik zeker van” of, zoals in de vaste vertaling, “Ik weet het zeker.” Het vooraan geplaatste det benoemt de bewering waarnaar wordt verwezen; jeg er sikker på zegt dat de spreker daarvan overtuigd is. De volgorde is dus niet de eenvoudigere neutrale volgorde Jeg er sikker på det, maar een vorm waarin het verwezen punt vooropstaat.

  7. Jeg har ikke travlt.

    Ik heb geen haast.

    Jeg
    ik
    har
    heb
    ikke
    niet
    travlt
    druk
    Uitgebreide uitleg

    Jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is de vorm voor de spreker als onderwerp. Voorbeeld: Jeg er klar. — “Ik ben klaar.” har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”), hier bij Jeg: jeg har. Dezelfde vorm kan bij meerdere onderwerpen voorkomen; de persoon blijkt dan uit het onderwerp. Voorbeeld: Jeg har tid. — “Ik heb tijd.” ikke betekent “niet” en ontkent hier de daaropvolgende bewering. Het maakt van Jeg har travlt de ontkenning Jeg har ikke travlt. Voorbeeld: Jeg forstår ikke. — “Ik begrijp het niet.” travlt is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord travl in deze vaste combinatie. De combinatie have travlt betekent meestal “het druk hebben”; met ikke en de gegeven vertaling betekent ikke have travlt hier natuurlijk “geen haast hebben”. travl heeft onder meer de vormen travl en travlt; travle wordt in andere grammaticale omgevingen gebruikt. Voorbeeld: Jeg har travlt i dag. — “Ik heb het vandaag druk.” Samen vormen de delen Jeg har ikke travlt. de ontkende constructie jeg har ikke travlt: de spreker zegt dat die geen haast heeft. De vaste Nederlandse vertaling is daarom “Ik heb geen haast.”

  8. Det virker svært at håndtere.

    Dit lijkt me lastig om te hanteren.

    Det
    het/dat
    virker
    lijkt
    svært
    moeilijk
    at håndtere
    om te hanteren
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier het onderwerp en betekent in deze zin ongeveer “dit/het”. Het is een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord; de zin noemt geen specifiek zelfstandig naamwoord waarnaar het verwijst. Het kan hier naar een situatie, taak of handeling als geheel verwijzen. virker komt van virke en is de tegenwoordige tijd: “lijken”. De vorm past bij het onderwerp det; in de tegenwoordige tijd is virker niet anders voor enkelvoud en meervoud. Een andere veelvoorkomende betekenis van virke is “werken”, maar in deze zin gaat het om een indruk of beoordeling: iets lijkt op een bepaalde manier. svært betekent hier “moeilijk”. Het is de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord svær: svær bij een gemeenschappelijk geslacht en svært bij een onzijdig woord. In det virker svært stemt het bijvoeglijk naamwoord dus af op het onzijdige det. De vergrotende trap is sværere (“moeilijker”) en de overtreffende trap sværest (“moeilijkst”). at håndtere is een infinitiefconstructie: at + håndtere, “om te hanteren” of, afhankelijk van de taak, “om ermee om te gaan”. håndtere is het werkwoord in de basisvorm; na at staat geen persoonsuitgang. Voorbeelden: Det er svært at forstå. — “Het is moeilijk om het te begrijpen.” Hun kan håndtere problemet. — “Zij kan het probleem aan.” De herbruikbare structuur is Det virker + bijvoeglijk naamwoord + at + infinitief: Det virker let at lære. — “Het lijkt gemakkelijk om te leren.” In de gegeven zin vormt Det virker svært de beoordeling “Dit lijkt moeilijk”, en at håndtere zegt wat moeilijk lijkt. Samen betekent de zin: “Dit lijkt me lastig om te hanteren.” Het Nederlandse me staat niet als afzonderlijk woord in de Deense zin; het maakt in de vaste vertaling het perspectief van de spreker expliciet.

  9. Det ville virkelig gøre en forskel.

    Dat zou echt een verschil maken.

    Det ville
    dat zou
    virkelig
    echt
    gøre
    maken
    forskel
    verschil
    Uitgebreide uitleg

    Det ville vormt hier de kern van een voorwaardelijke of hypothetische mededeling: “dat zou”. Det is een Deens onderwerppronomen; in deze vaste zin wordt geen concreet antecedent aangewezen. Ville is de verleden tijd van vil (“willen”); met een infinitief kan het, zoals hier, een voorwaardelijke betekenis met “zou” uitdrukken. Het is dus niet gøre dat deze vorm draagt. virkelig betekent hier “echt” en versterkt de bewering. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Bijvoorbeeld: Det er virkelig vigtigt. — “Dat is echt belangrijk.” gøre is de infinitief van gøre (“doen/maken”). Na ville staat de infinitief zonder extra infinitiefmarkering: ville gøre = “zou maken”. In deze zin betekent gøre niet algemeen “doen”, maar “veroorzaken/teweegbrengen” in de combinatie met en forskel. forskel is een zelfstandig naamwoord en betekent “verschil”. De vaste combinatie gøre en forskel betekent “een verschil maken” of “effect hebben”. Het onbepaalde lidwoord en hoort bij het Deense woord forskel; het drukt hier niet op zichzelf een expliciet aantal uit. Samen geeft Det ville virkelig gøre en forskel de betekenis: “Dat zou echt een verschil maken.” De volgorde is: onderwerp en voorwaardelijke hulpvorm (Det ville), versterking (virkelig), daarna de infinitief en het gevolg (gøre en forskel).

  10. Så skal jeg kun vente lidt længere.

    Dan hoef ik maar even langer te wachten.

    Så
    dan
    skal jeg
    moet ik
    kun
    alleen maar
    vente
    wachten
    lidt
    even; een beetje
    længere
    langer
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dan” en sluit aan op de voorwaarde of situatie die eraan voorafgaat. Aan het begin van de zin staat het vóór het onderwerp; daardoor verschijnt de persoonsvorm vóór jeg: Så skal jeg .... In andere contexten kan så ook “zo” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. skal jeg bestaat uit de tegenwoordige vorm skal van skulle en het onderwerp jeg (“ik”). In deze zin drukt skal geen gewone toekomstige gebeurtenis uit, maar noodzakelijkheid: “moet” of, natuurlijker in de vaste vertaling, “hoef”. Na skal staat het werkwoord in de infinitief. De volgorde skal jeg ontstaat doordat Så vooraan staat: Så skal jeg ...; zonder zo’n vooropgeplaatst zinsdeel is de gewone volgorde jeg skal .... kun beperkt wat nodig is tot één handeling of een kleine mate: “alleen maar”. Het geeft hier aan dat wachten het enige is wat de spreker nog hoeft te doen. Samen met skal jeg vormt het de betekenis “hoef ik alleen maar ...”. vente is de infinitief “wachten”. Na het modale werkwoord skal blijft deze vorm onvervoegd: jeg skal vente = “ik moet/hoef te wachten”. Een bruikbaar patroon is skal + infinitief, bijvoorbeeld: Jeg skal arbejde. — “Ik moet werken.” lidt betekent hier “even” of “een beetje” en maakt de duur klein of beperkt. In vente lidt hoort het bij de hoeveelheid tijd van het wachten; het is dus niet zelf het werkwoord “wachten”. længere is de vergrotende vorm van lang (“lang”): lang → længere (“langer”). Hier vergelijkt het de benodigde wachttijd met een eerder bedoelde of verwachte wachttijd. De uitgang en spelling van deze vergelijking horen bij længere, niet bij vente of lidt. Samen vormen de delen Så + skal jeg + kun + vente lidt længere de betekenis: “Dan hoef ik maar even langer te wachten.” De zin zegt dus dat de spreker, in de bedoelde situatie, nog slechts een beperkte extra tijd moet wachten.

  11. Det ville hjælpe os at gå foran dig, før babyen bliver mere urolig.

    Voor jou gaan zou ons helpen voordat de baby onrustiger wordt.

    Det
    dat
    ville hjælpe
    zou helpen
    os
    ons
    gå foran
    voor iemand uit gaan
    dig
    jou
    før
    voordat
    babyen
    de baby
    bliver
    wordt
    mere urolig
    onrustiger
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier een vooruitwijzend, onpersoonlijk onderwerp: het verwijst niet naar een genoemd ding. De inhoud die grammaticaal als onderwerp wordt opgevat, volgt in at gå foran dig. Het Deense det kan dus vergelijkbaar met Nederlands het een volledige infinitiefconstructie vooruitwijzen. ville hjælpe betekent hier dat iets zou helpen. ville is de verleden vorm van vil, maar wordt in deze constructie gebruikt voor een voorwaardelijke of hypothetische betekenis; hjælpe blijft na deze modale vorm in de infinitief. Een bruikbaar patroon is X ville hjælpe Y = X zou Y helpen. os is de objectsvorm van vi (wij): vi als onderwerp, os als object. Hier is os degene(n) die geholpen zouden worden, dus “ons”. gå foran betekent hier “voor iemand uit gaan” of “vóór iemand gaan”. gå is de infinitief van “gaan”; foran geeft de positie of richting vóór iemand aan. In een ander voorbeeld: Hun går foran mig. = “Zij loopt voor mij uit.” dig is de objectsvorm van du (jij): du als onderwerp, dig na een voorzetsel of als object. In foran dig is het de persoon ten opzichte van wie de positie wordt bepaald: “voor jou”. før leidt een tijdsbepaling in en betekent hier “voordat”. Het verbindt de hoofdzin met de gebeurtenis die later als tijdsgrens wordt genoemd. babyen betekent “de baby”. Het zelfstandig naamwoord baby krijgt hier het bepaalde achtervoegsel -en: en baby = “een baby”, babyen = “de baby”. De vorm drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een nieuw soort baby. bliver is de tegenwoordige vorm van blive, “worden”. In een tijdsbepaling met før kan de tegenwoordige vorm naar een toekomstige gebeurtenis verwijzen. babyen bliver ... betekent dus “de baby wordt ...”, niet noodzakelijk “de baby is nu al ...”. mere urolig betekent “onrustiger”. urolig is de basisvorm “onrustig”; mere urolig is de vergelijkende vorm met mere (“meer”). Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hier de toestand waarin de baby terechtkomt. Een voorbeeld: Barnet bliver mere træt. = “Het kind wordt vermoeider.” Samen vormt Det ville hjælpe os at gå foran dig de structuur “Voor jou uit gaan zou ons helpen”: de infinitiefhandeling wordt door det vooruitgewezen en krijgt met ville hjælpe een hypothetische betekenis. før babyen bliver mere urolig voegt de tijdsgrens toe: “voordat de baby onrustiger wordt”. De volledige betekenis is: “Voor jou gaan zou ons helpen voordat de baby onrustiger wordt.”

  12. Jeg ville håbe, at nogen ville tilbyde mig den samme hjælp.

    Ik zou hopen dat iemand mij dezelfde hulp zou aanbieden.

    Jeg
    ik
    ville håbe
    zou hopen
    nogen
    iemand
    ville tilbyde
    zou aanbieden
    mig
    mij
    samme
    dezelfde
    hjælp
    hulp
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de onderwerpsvorm van de eerste persoon enkelvoud. De bijbehorende objectsvorm is mig, zoals later in de zin. ville håbe betekent hier “zou hopen”. ville is de verleden tijd van vil en vormt met het infinitief håbe een voorzichtige of voorwaardelijke formulering. Na ville blijft håbe onveranderd. Een vergelijkbaar patroon is Jeg ville ønske ... — “Ik zou wensen ...”. nogen betekent hier “iemand”: een niet nader bepaalde persoon. In een bevestigende zin is dit de gebruikelijke vorm voor “iemand”. In een vraag of na een ontkenning kan de interpretatie van nogen door de context veranderen, bijvoorbeeld richting “iemand” of “iemand ook maar”; ingen is de zelfstandige Deense vorm voor “niemand”. ville tilbyde betekent “zou aanbieden”. Ook hier combineert ville met het onveranderde infinitief tilbyde. tilbyde is het zelfstandige werkwoord “aanbieden”. Voorbeeld: Hun vil tilbyde hjælp. — “Zij zal hulp aanbieden.” mig betekent “mij” en is de objectsvorm van de eerste persoon enkelvoud. Hier duidt het de persoon aan die de hulp aangeboden krijgt. Vergelijk de onderwerpsvorm Jeg met de objectsvorm mig. samme betekent “dezelfde”. In den samme hjælp geeft het aan dat de hulp gelijk is aan eerder bedoelde hulp. samme is een afzonderlijk bepalend woord, niet een vorm van hjælp. Voorbeeld: den samme bog — “hetzelfde boek”. hjælp betekent “hulp” en is een zelfstandig naamwoord. De bepaalde vorm is hjælpen, “de hulp”. Hier is hjælp datgene wat iemand zou aanbieden. Samen vormen Jeg ville håbe (“ik zou hopen”) en de bijzin na at één gehoopte situatie. nogen ville tilbyde mig betekent “iemand mij zou aanbieden”, en den samme hjælp betekent “dezelfde hulp”. De volledige betekenis is: “Ik zou hopen dat iemand mij dezelfde hulp zou aanbieden.”

  13. Det sætter jeg pris på. Det gør ventetiden meget mindre stressende.

    Ik waardeer het. Hierdoor is het wachten veel minder stressvol.

    Det sætter jeg pris på.
    Dat waardeer ik.
    Det gør
    Dat maakt
    ventetiden
    de wachttijd
    meget
    veel
    mindre
    minder
    stressende
    stressvol
    Uitgebreide uitleg

    Det sætter jeg pris på. is een vaste Deense constructie met de betekenis “Dat waardeer ik.” jeg is het onderwerp; det verwijst hier naar de eerder genoemde hulp. sætter ... pris på is de herbruikbare uitdrukking “waarderen”. sætter is de tegenwoordige tijd van sætte, maar leer de volledige uitdrukking als één patroon. Voorbeeld: Jeg sætter pris på din hjælp. — “Ik waardeer je hulp.” Det gør betekent hier “Dat maakt”. gør is de tegenwoordige tijd van gøre (“doen/maken”). De vorm van het werkwoord verandert hier niet met de persoon of het getal van het onderwerp; Deense werkwoorden hebben in de tegenwoordige tijd geen persoons- of getalsuitgang. In het patroon det gør X Y betekent het geheel “dat maakt X Y”. Voorbeeld: Det gør arbejdet lettere. — “Dat maakt het werk gemakkelijker.” ventetiden betekent “de wachttijd”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van ventetid (“wachttijd”): ventetid is onbepaald en ventetiden bepaald. De uitgang -en markeert hier bepaaldheid; het is geen afzonderlijk lidwoord. Voorbeeld: Ventetiden er lang. — “De wachttijd is lang.” meget versterkt de vergelijking in meget mindre en betekent daar “veel”: “veel minder”. Het kan ook buiten een vergelijking een bijvoeglijk naamwoord versterken, bijvoorbeeld meget lang — “erg lang”. mindre betekent hier “minder” en geeft een lagere mate aan. In deze betekenis hoort het bij de reeks lidt — mindre — mindst (“weinig/een beetje” — “minder” — “het minst”). Dat verschilt van het gebruik waarin mindre een vergelijking van grootte is, bijvoorbeeld in et mindre hus — “een kleiner huis”. Hier gaat de vergelijking over de mate waarin het wachten stressvol is, niet over de grootte of het aantal van de wachttijd. Het patroon meget mindre + bijvoeglijk naamwoord betekent “veel minder + bijvoeglijk naamwoord”. Voorbeeld: Denne løsning er mindre dyr. — “Deze oplossing is minder duur.” stressende betekent “stressvol” en beschrijft hier de eigenschap van de wachttijd. De vergelijking wordt uitgedrukt door mindre: mindre stressende betekent “minder stressvol”. Het bijvoeglijk naamwoord zelf is stressende; mindre draagt de vergelijking. Voorbeeld: Den lange rejse er stressende. — “De lange reis is stressvol.” Samen drukt Det sætter jeg pris på waardering uit voor de eerder genoemde hulp. Det gør ventetiden meget mindre stressende zegt vervolgens dat dit de wachttijd veel minder stressvol maakt. De volledige betekenis is dus: “Ik waardeer het. Hierdoor is het wachten veel minder stressvol.”

Grammatica

Det er svært / besværligt

Det er svært at stå i kø.

de è svèèr e sdoh ie keu.

Het is moeilijk om in de rij te staan.

Bij det krijgt een bijvoeglijk naamwoord vaak de onzijdige vorm op -t: svært en besværligt.

mens + zin

mens du venter

mens du ven-ter

terwijl je wacht

mens leidt een bijzin in met de betekenis ‘terwijl’. Het werkwoord staat na het onderwerp.

Deens woordenschat

baby zelfstandig naamwoord
bee-bie baby babyen
Geslacht
common
barnevogn zelfstandig naamwoord
baarne-voon kinderwagen barnevognen
Geslacht
common
besværlig bijvoeglijk naamwoord
be-svèèr-li lastig, omslachtig besværligt
holde werkwoord
hol-le houden
i ro uitdrukking
ie roo stil, rustig
kø zelfstandig naamwoord
keu rij, wachtrij
Geslacht
common
mens voegwoord
mens terwijl
rolig bijvoeglijk naamwoord
roo-li rustig
stå i kø uitdrukking
sdoh ie keu in de rij staan
svær bijvoeglijk naamwoord
svèèr moeilijk svært
undskyld tussenwerpsel
on-sgül pardon, excuseer
vente werkwoord
ven-te wachten venter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dat is lastig geweest.

Antwoord tonenDet har været besværligt.

Wil je voor mij gaan?

Antwoord tonenVil du gå foran mig?

Ik weet het zeker.

Antwoord tonenDet er jeg sikker på.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

lastig, omslachtig

Antwoord tonenbesværligt

kinderwagen

Antwoord tonenbarnevognen

baby

Antwoord tonenbabyen

houden

Antwoord tonenholde