Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een plek in de rij vrijhouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.
Dialoog
Må jeg bede dig om en lille tjeneste, mens vi står i kø?
Moo jai BEE-dheh dai om en LEL-eh TSJEE-neh-steh, mens vie stoo ie KHEU? Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?Sig, hvad du har brug for, så kan jeg måske hjælpe.
Sai, va doo har broe foar, soo kan jai MOS-keh YEL-beh. Zeg maar wat je nodig hebt, misschien kan ik helpen.Kan du holde min plads, mens jeg henter noget vand?
Kan doo HOL-leh main ples, mens jai HEN-dah NOO-eh van? Kun je mijn plek in de rij voor me vrijhouden terwijl ik wat water haal?Det kan jeg godt, hvis du bliver tæt på køen.
Deh kan jai go, ves doo BLEE-ah teht po KHEU-en. Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.Jeg kan blive, hvor du kan se mig, og holde øje med køen.
Yai kan BLEE-ah, voar doo kan seh mai, oh HOL-leh OI-eh meh KHEU-en. Ik kan blijven waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.Det hjælper, for folk kan blive bekymrede, hvis nogen forsvinder.
Deh YEL-bah, foa fol kan BLEE-ah beh-KHEUM-reh-deh, ves NOO-en fo-SVEN-ah. Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.Jeg vil ikke have, at nogen føler, at jeg springer over i køen.
Yai vel EG-keh HAA, at NOO-en FEU-lah, at yai SPREN-gah OO-ah ie KHEU-en. Ik wil niet dat iemand het gevoel krijgt dat ik voordring.Hvis nogen spørger, kan jeg forklare, at du blev i nærheden.
Ves NOO-en SPEU-ah, kan jai fo-KLEE-ah, at doo blew ie NEH-ah-HAY-en. Als iemand het vraagt, kan ik uitleggen dat je in de buurt bent gebleven.Jeg sætter pris på hjælpen. Jeg skal nok være hurtig.
Yai SEH-dah prees po YEL-ben. Yai skel nok veh-ah HO-ah-dee. Ik waardeer je hulp. Ik zal snel zijn.Kom bare tilbage, før køen rykker sig ret meget.
Kom BEE-ah te-LEH-weh, feu-ah KHEU-en REU-ah sai reht MAY-eh. Kom gewoon terug voordat de rij veel opschuift.Uitleg van de zinnen
Må jeg bede dig om en lille tjeneste, mens vi står i kø?
Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?
- Må jeg
- mag ik…?
- bede
- vragen; verzoeken
- dig
- je
- lille
- kleine
- tjeneste
- gunst; dienst
- står
- staan
- kø
- rij
Uitgebreide uitleg
Må jeg bestaat uit må + jeg. må is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord måtte en drukt hier toestemming uit: “mag ik…?”. In deze vaste vraag leidt het een beleefd verzoek in, niet een bewering dat de spreker al toestemming heeft. Een bruikbaar patroon is Må jeg + infinitief …?, bijvoorbeeld: Må jeg åbne vinduet? — “Mag ik het raam openen?” bede is de infinitief van bede en betekent hier “vragen” in de constructie bede nogen om noget: iemand om iets vragen. dig is de objectvorm van du, dus de persoon aan wie het verzoek wordt gericht. Samen vormen bede dig om en lille tjeneste de betekenis “je om een kleine gunst vragen”. lille is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord lille bij een enkelvoudig onzijdig of gemeenschappelijk zelfstandig naamwoord; in en lille tjeneste hoort het bij tjeneste. De vorm voor “kleiner” is mindre, niet lille. Bijvoorbeeld: en lille bog — “een klein boek”. tjeneste is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord en: en tjeneste, “een gunst” of “een dienst”. In deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om een kleine gunst. Het onbepaalde lidwoord en markeert hier een niet nader bepaalde gunst; het beweert op zichzelf geen specifiek aantal. mens betekent “terwijl” en verbindt de hoofdzin met een gelijktijdige situatie. vi betekent “wij”; het is hier het onderwerp van de bijzin. står is de tegenwoordige vorm van stå, “staan”. In het Deens blijft deze werkwoordsvorm hetzelfde bij verschillende personen en aantallen; vi står betekent dus “wij staan”. i kø is een vaste woordgroep: i betekent “in” en kø betekent “rij”. Samen betekent dit “in de rij”. kø heeft hier niet de betekenis van een andere mogelijke contextuele toepassing van hetzelfde woord, maar van een wachtrij. De hele vraag wordt opgebouwd als Må jeg + bede dig om en lille tjeneste + mens vi står i kø?: “Mag ik je om een kleine gunst vragen terwijl we in de rij staan?” De vraag combineert een beleefde toestemmingvraag met het verzoek zelf en vermeldt dat dit gebeurt tijdens het samen in de rij staan.
Sig, hvad du har brug for, så kan jeg måske hjælpe.
Zeg maar wat je nodig hebt, misschien kan ik helpen.
- Sig
- zeg
- hvad
- wat
- har brug for
- nodig hebben
- så
- dan
- kan jeg
- kan ik
- måske
- misschien
- hjælpe
- helpen
Uitgebreide uitleg
Sig is de gebiedende wijs van sige (“zeggen”). De vorm richt zich rechtstreeks tot de aangesprokene: Sig ... betekent “Zeg ...”. Voorbeeld: Sig det igen. — “Zeg het nog eens.” hvad betekent hier “wat” en introduceert datgene waarnaar gevraagd wordt. Het is een vraagwoord, maar in deze zin staat het binnen een ingebedde vraag: hvad du har brug for betekent letterlijk “wat je nodig hebt”. Voorbeeld: Jeg ved, hvad du mener. — “Ik weet wat je bedoelt.” har brug for is de vaste Deense uitdrukking voor “nodig hebben”. har is de tegenwoordige tijd van have; in deze uitdrukking krijgt het geheel de betekenis “nodig hebben”, niet de losse betekenis “hebben voor”. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” så verbindt hier de mededeling of voorwaarde met het gevolg: “dan” of “zodat”. Het verwijst in deze zin naar wat de aangesprokene zal zeggen: als die persoon vertelt wat nodig is, volgt de mogelijkheid dat de spreker helpt. kan jeg bestaat uit kan, de tegenwoordige vorm van kunne (“kunnen”), en jeg (“ik”). Na så staat het werkwoord vóór het onderwerp: så kan jeg ...; dit is de gebruikelijke woordvolgorde in een hoofdzin die met zo’n verbindend element begint. Voorbeeld: Så kan jeg ringe. — “Dan kan ik bellen.” måske betekent “misschien” en maakt de mogelijkheid voorzichtig of onzeker. Het zegt niet dat hulp zeker zal komen; het geeft aan dat helpen mogelijk is. hjælpe is de infinitief van hjælpe (“helpen”). Na kan staat de infinitief zonder een extra infinitiefmarkeerder: kan ... hjælpe — “kan ... helpen”. Het onderwerp van hjælpe is hier jeg, dus de spreker is degene die eventueel helpt. Samen vormt Sig, hvad du har brug for een beleefde, directe aansporing: “Zeg wat je nodig hebt.” Daarna geeft så kan jeg måske hjælpe het mogelijke gevolg: “dan kan ik misschien helpen.” De volledige betekenis is daarom: “Zeg maar wat je nodig hebt, misschien kan ik helpen.”
Kan du holde min plads, mens jeg henter noget vand?
Kun je mijn plek in de rij voor me vrijhouden terwijl ik wat water haal?
- Kan du
- kun je …?
- holde
- vrijhouden
- min
- mijn
- plads
- plek; plaats
- mens
- terwijl
- jeg
- ik
- henter
- haal; ga halen
- noget
- wat; iets
- vand
- water
Uitgebreide uitleg
Kan du opent een ja/nee-vraag. kan is de tegenwoordige vorm van kunne en drukt hier uit dat de aangesprokene iets kan of wil doen; du is het onderwerp. In een hoofdvraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: Kan du ...? Na een modaal werkwoord komt het volgende werkwoord in de infinitief. holde is de infinitief van holde. In deze zin betekent het “vrijhouden” of “bezet houden” van een plek voor iemand, niet simpelweg een voorwerp fysiek vasthouden. Na kan blijft de infinitief holde onveranderd. Vergelijk als patroon: Kan du hjælpe? — “Kun je helpen?” min plads bestaat uit min en plads. min is een bezittelijk woord voor “mijn” bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. plads betekent hier “plek” of “plaats”; door de vertaling en de context gaat het om een plek in de rij. Het bezittelijke woord verwijst naar de spreker, niet naar degene die wordt aangesproken. mens betekent “terwijl” en leidt de bijzin in die de gelijktijdige handeling aangeeft. Het is een bruikbaar patroon voor twee gelijktijdige gebeurtenissen: mens A ... = “terwijl A ...”. jeg is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is hier het onderwerp van de bijzin na mens. henter is de tegenwoordige vorm van hente, “halen” of “gaan halen”. De tegenwoordige werkwoordsvorm verandert in het Deens niet naar persoon; henter is dus niet specifiek een vorm die alleen bij jeg hoort. Een vergelijkbaar voorbeeld is Jeg henter kaffe. — “Ik ga koffie halen.” noget vand betekent “wat water”. noget geeft hier een onbepaalde hoeveelheid van een niet-telbare stof aan; het betekent in deze combinatie niet een afzonderlijk telbaar voorwerp. vand is het zelfstandig naamwoord “water”. Samen vormt Kan du holde min plads de vraag of de aangesprokene de plek van de spreker wil vrijhouden. mens jeg henter noget vand zegt dat dit gebeurt gedurende de tijd waarin de spreker wat water gaat halen. De volledige betekenis is dus: “Kun je mijn plek in de rij voor me vrijhouden terwijl ik wat water haal?”
Det kan jeg godt, hvis du bliver tæt på køen.
Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.
- Det
- dat
- kan jeg
- kan ik
- godt
- wel
- hvis
- als
- du
- je/jij
- bliver
- blijft
- tæt på
- dicht bij
- køen
- de rij
Uitgebreide uitleg
Det verwijst hier naar de handeling waarnaar gevraagd wordt: “dat”. In deze zin is het dus geen zelfstandig genoemd voorwerp; de precieze handeling wordt uit de context begrepen. kan jeg bestaat uit kan, de tegenwoordige vorm van kunne, en jeg, “ik”. Kunne drukt hier uit dat de spreker iets kan doen. Omdat Det vooraan staat, komt de persoonsvorm kan vóór het onderwerp jeg. Dat is de gewone Deense hoofdzinvolgorde wanneer een ander zinsdeel dan het onderwerp op de eerste plaats staat; het maakt deze zin niet tot een vraag. Vergelijk Jeg kan godt hjælpe — “Ik kan wel helpen” — met Det kan jeg godt — “Dat kan ik wel.” Kan verandert niet naar persoon of getal: jeg kan, du kan, hun kan. Godt betekent hier niet letterlijk “goed”. In de combinatie kan ... godt versterkt het de bevestiging: “dat kan ik wel” of “dat kan ik inderdaad”. Het staat tussen het onderwerp en de rest van de zin. Jeg kan godt hjælpe betekent bijvoorbeeld: “Ik kan wel helpen.” Hvis betekent “als” en leidt een voorwaarde in. De voorwaarde volgt hier: iets is mogelijk als de aangesprokene dicht bij de rij blijft. Een vergelijkbaar patroon is Hvis du kommer, bliver jeg — “Als je komt, blijf ik.” Du is de tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. De vorm zegt dat de voorwaarde aan één aangesprokene gericht is; de vorm zelf identificeert niet verder wie dat is. Bliver is de tegenwoordige vorm van blive, “blijven” of “worden”. Hier betekent hij “blijft”, dus op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven. De Deense tegenwoordige vorm bliver verandert niet naar persoon of getal: jeg bliver, du bliver, de bliver. Tæt på betekent “dicht bij” en geeft nabijheid aan. Tæt is het bijvoeglijke/adverbiale woord “dicht”; på hoort hier bij de combinatie die aangeeft waar iemand dicht bij blijft. Bijvoorbeeld: Hun står tæt på døren — “Zij staat dicht bij de deur.” Køen betekent “de rij”. Het basiswoord is kø; de uitgang -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: kø is de stamvorm en køen betekent “de rij”. Het woord betekent in deze zin de rij waar de handeling betrekking op heeft. Samen vormen de delen: Det kan jeg godt = “Dat kan ik wel/doen”, en hvis du bliver tæt på køen = “als je dicht bij de rij blijft”. De volledige betekenis is daarom: “Dat kan ik doen als je dicht bij de rij blijft.”
Jeg kan blive, hvor du kan se mig, og holde øje med køen.
Ik kan blijven waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.
- Jeg kan
- ik kan
- blive
- blijven
- du
- je
- kan
- kunt
- se
- zien
- mig
- mij
- holde øje med
- in de gaten houden
- køen
- de rij
Uitgebreide uitleg
Jeg kan betekent hier “ik kan” en drukt uit dat de spreker iets kan of bereid is te doen. kan is de tegenwoordige vorm van kunne; na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Jeg kan hjælpe. — “Ik kan helpen.” blive betekent hier “blijven”. Het is de infinitief na kan; de vorm verandert hier dus niet mee met de persoon. In Jeg bliver staat daarentegen de tegenwoordige tijd zonder modaal werkwoord: “Ik blijf.” du is het Deense persoonlijke voornaamwoord voor “je/jij” als onderwerp. In dit fragment is du degene die kan zien; de precieze referent wordt door de zin zelf niet verder benoemd. kan is opnieuw de tegenwoordige vorm van kunne, nu met du: “je kunt”. Dezelfde vorm kan wordt in het Deens ook bij andere personen gebruikt. Het volgende werkwoord se blijft de infinitief. se betekent “zien”. In du kan se vormt het samen met kan de betekenis “je kunt zien”. Voorbeeld: Du kan se huset. — “Je kunt het huis zien.” mig betekent “mij” en is hier het voorwerp van se: “je kunt mij zien”. Het onderwerp is du, terwijl de waargenomen persoon met de objectsvorm mig wordt uitgedrukt. Vergelijk: Jeg ser dig. — “Ik zie jou.” holde øje med is een vaste Deense uitdrukking voor “iets of iemand in de gaten houden” of erop letten. De uitdrukking bestaat uit holde “houden”, øje “oog” en med “met”, maar samen heeft ze de idiomatische betekenis “in de gaten houden”. Na kan staat holde in de infinitief. Voorbeeld: Jeg holder øje med tasken. — “Ik houd de tas in de gaten.” køen betekent “de rij”. Dit is de bepaalde enkelvoudsvorm van kø (“rij”): kø → køen. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid, niet op zichzelf een numerieke telling. Voorbeeld: Køen er lang. — “De rij is lang.” De delen worden zo gecombineerd: Jeg kan blive — “ik kan blijven”; hvor du kan se mig — “waar je mij kunt zien”; en og holde øje med køen — “en de rij in de gaten houden”. Samen betekent de volledige zin: “Ik kan blijven waar je me kunt zien en de rij in de gaten houden.” De twee infinitieven blive en holde hangen allebei samen met kan; hvor introduceert de plaats waar de spreker blijft.
Det hjælper, for folk kan blive bekymrede, hvis nogen forsvinder.
Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.
- Det hjælper
- Dat helpt
- folk
- mensen
- kan
- kan
- blive
- worden
- bekymrede
- bezorgd
- nogen
- iemand
- forsvinder
- verdwijnt
Uitgebreide uitleg
Det hjælper betekent hier “Dat helpt”. Det is een onzijdig voornaamwoord; in deze context verwijst het naar de eerder besproken handeling of situatie. Hjælper is de tegenwoordige tijd van hjælpe (“helpen”). Voorbeeld: Det hjælper meget. — “Dat helpt veel.” folk betekent hier “mensen”. In deze zin wordt het als meervoudig opgevat, wat ook zichtbaar is aan bekymrede. De vorm folk krijgt hier geen apart meervoudsachtervoegsel. Voorbeeld: Folk venter. — “Mensen wachten.” kan betekent hier “kunnen” en is de tegenwoordige tijd van kunne. Het is een hulpwerkwoord van mogelijkheid of vermogen. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief: kan blive, niet een vervoegde vorm. Kan verandert in de tegenwoordige tijd niet naar persoon of meervoud. Voorbeeld: De kan komme. — “Ze kunnen komen.” blive betekent hier “worden” en staat als infinitief na kan. In blive bekymrede drukt het een verandering van toestand uit: bezorgd worden. Voorbeeld: Hun bliver træt. — “Zij wordt moe.” bekymrede betekent hier “bezorgd”. Het is de meervoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord bekymret, passend bij het meervoudig opgevatte folk. Blive bekymrede betekent “bezorgd worden”; er bekymrede betekent “bezorgd zijn” en beschrijft geen overgang naar die toestand. Voorbeeld: Mennesker kan blive bekymrede. — “Mensen kunnen bezorgd worden.” nogen betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemde persoon. Het zegt niet wie die persoon is en geeft op zichzelf geen informatie over diens geslacht. Voorbeeld: Nogen ringer. — “Iemand belt.” forsvinder betekent “verdwijnt” en is de tegenwoordige tijd van forsvinde. De tegenwoordige tijd verandert in het Deens niet naar persoon; forsvinder kan dus bijvoorbeeld bij verschillende enkelvoudige of meervoudige onderwerpen staan. Hier betekent het samen met nogen: “iemand verdwijnt”. Voorbeeld: Bussen forsvinder. — “De bus verdwijnt.” For betekent “want” en hvis betekent “als”. Eerst geeft Det hjælper de hoofdmededeling. Daarna verklaart for folk kan blive bekymrede waarom dat helpt: mensen kunnen bezorgd worden. De bijzin hvis nogen forsvinder geeft de voorwaarde waaronder dat kan gebeuren. Samen betekent de zin: “Dat helpt, want mensen kunnen zich zorgen maken als iemand verdwijnt.”
Jeg vil ikke have, at nogen føler, at jeg springer over i køen.
Ik wil niet dat iemand het gevoel krijgt dat ik voordring.
- vil ikke have
- niet willen
- nogen
- iemand
- føler
- voelt
- springer over
- voordringen
- køen
- de rij
Uitgebreide uitleg
vil ikke have drukt hier uit dat de spreker iets niet wil: “niet willen dat …”. vil is de tegenwoordige vorm van ville en werkt hier als modaal werkwoord voor willen; ikke ontkent de daaropvolgende wens. Het patroon vil ikke have, at ... is bruikbaar voor een ongewenste situatie: Jeg vil ikke have, at du venter. — “Ik wil niet dat je wacht.” Het werkwoord have staat hier in de infinitief na vil. nogen betekent hier “iemand”: het verwijst niet naar een specifiek genoemde persoon. In andere zinnen kan nogen afhankelijk van de context ook “iemand” of “enig(een)” betekenen, bijvoorbeeld in een vraag of ontkenning. In deze zin is de bedoelde betekenis volgens de vertaling “iemand”. føler is de tegenwoordige tijd van føle, “voelen”. De vorm føler kan bij verschillende onderwerpen dezelfde vorm hebben; het onderwerp hier is nogen. In føler, at ... introduceert at de inhoud van wat iemand voelt of ervaart. Voorbeeld: Hun føler, at det er svært. — “Zij voelt dat het moeilijk is.” springer over bestaat uit de vorm springer van springe en het partikel over. Letterlijk kan springe over “overslaan” of “eroverheen springen” betekenen; in deze context betekent het dat iemand in een rij voordringt. Het partikel hoort bij het werkwoordelijke patroon en staat hier na springer. Voorbeeld: Han springer over i køen. — “Hij dringt voor in de rij.” køen betekent “de rij”. De basisvorm is kø; køen is de bepaalde enkelvoudsvorm, dus “de rij”. Het achtervoegsel -en markeert hier bepaaldheid; het is niet zelf een afzonderlijk woord voor “de”. In i køen betekent i “in” en beschrijft de woordgroep de rij waarin iemand staat of voordringt. Samen volgt de zin het patroon Jeg vil ikke have, at nogen føler, at jeg ...: “Ik wil niet dat iemand voelt dat ik …”. Het eerste at leidt de ongewenste situatie in; het tweede at leidt de inhoud van dat gevoel in. jeg springer over i køen betekent hier “ik dring voor in de rij”. De volledige betekenis is daarom: “Ik wil niet dat iemand het gevoel krijgt dat ik voordring.”
Hvis nogen spørger, kan jeg forklare, at du blev i nærheden.
Als iemand het vraagt, kan ik uitleggen dat je in de buurt bent gebleven.
- Hvis nogen
- als iemand
- spørger
- vraagt
- kan jeg
- kan ik / ik kan
- forklare
- uitleggen
- du blev
- je bleef
- i nærheden
- in de buurt
Uitgebreide uitleg
Hvis nogen opent een voorwaardelijke bijzin: “als iemand” of, in deze context, “als iemand ernaar vraagt”. nogen betekent hier niet een bepaald geïdentificeerd persoon. Het patroon hvis + bijzin is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Hvis du kommer, bliver jeg. — “Als je komt, blijf ik.” spørger is de tegenwoordige tijd van spørge, “vragen”. De uitgang -er is hier de vorm van de tegenwoordige tijd; de vorm verandert niet naar persoon zoals in sommige andere talen. Voorbeeld: Hun spørger om vejen. — “Zij vraagt de weg.” kan jeg combineert het modale werkwoord kan met het onderwerp jeg. kan drukt hier mogelijkheid of vermogen uit en heeft in de tegenwoordige tijd dezelfde vorm bij verschillende personen: jeg kan, du kan, de kan. Na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at, zoals in Jeg kan forklare det. — “Ik kan het uitleggen.” Omdat de zin met een voorwaardelijke bijzin begint, staat deze hoofdzin daarna met kan vóór jeg. forklare is de infinitief “uitleggen”. In deze zin gaat het om de inhoud die wordt uitgelegd; die inhoud begint met at, “dat”. Het patroon kan ... forklare, at ... is bruikbaar om aan te geven wat iemand kan uitleggen. du blev bevat du, de tweede persoon enkelvoud, en blev, de verleden tijd van blive. blive kan afhankelijk van de context “blijven” of “worden” betekenen. Door i nærheden en de vaste vertaling betekent blev hier “bleef”; het gaat dus om ergens blijven, niet om ergens worden. i nærheden is een plaatsaanduiding en betekent “in de buurt”. De combinatie maakt duidelijk waar iemand bleef. Voorbeeld: Vi blev i nærheden. — “We bleven in de buurt.” Samen vormt Hvis nogen spørger de voorwaarde. Daarna geeft kan jeg forklare aan dat de spreker iets kan uitleggen, en de at-bijzin noemt de inhoud daarvan: dat de aangesprokene in de buurt is gebleven. De hele uiting betekent dus dat de spreker, als iemand ernaar vraagt, kan uitleggen dat de aangesprokene in de buurt is gebleven.
Jeg sætter pris på hjælpen. Jeg skal nok være hurtig.
Ik waardeer je hulp. Ik zal snel zijn.
- sætter pris på
- waarderen
- hjælpen
- de hulp
- Jeg skal nok
- ik zal wel
- være
- zijn
- hurtig
- snel
Uitgebreide uitleg
sætter pris på is een vaste Deense constructie met de betekenis “waarderen”. Het werkwoord is sætter, de tegenwoordige tijd van sætte (“zetten”), maar in deze vaste combinatie vertaal je niet woord voor woord. Het patroon at sætte pris på + iets/iemand is herbruikbaar: Jeg sætter pris på din tid. — “Ik waardeer je tijd.” hjælpen betekent hier “de hulp”. De vorm is bepaald enkelvoud van hjælp (“hulp”): het achtervoegsel -en maakt het zelfstandig naamwoord bepaald. Een onbepaalde vorm is en hjælp; de vaste zin gebruikt dus specifiek de bepaalde vorm. Samen betekenen sætter pris på hjælpen “waardeer de hulp”. Jeg skal nok is een korte constructie waarmee de spreker geruststellend of stellig aangeeft dat hij of zij iets zal doen: hier “ik zal wel/ik zorg ervoor dat ik”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle; met nok krijgt de combinatie in deze zin de bedoelde toezegging. Het is niet nodig om nok hier als een afzonderlijk woord met de betekenis “genoeg” te begrijpen. Een herbruikbaar voorbeeld is Jeg skal nok ringe. — “Ik zal wel bellen.” være betekent “zijn”. Dit is de infinitief, die na skal staat: skal + være. Dezelfde vorm komt bijvoorbeeld voor in Hun skal være klar. — “Zij zal klaar zijn.” hurtig betekent hier “snel”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na være de toestand of eigenschap van het onderwerp beschrijft. De waargenomen vorm hurtig is de predicatieve vorm voor enkelvoud van het gemeenschappelijk geslacht; enkelvoud onzijdig heeft hurtigt. In het meervoud en in bepaalde naamwoordgroepen vóór een zelfstandig naamwoord verschijnt vaak hurtige. Een voorbeeld is Bilen er hurtig. — “De auto is snel.” De eerste zin gebruikt dus de vaste waarderingsconstructie: de spreker waardeert de hulp. In de tweede zin staat Jeg skal nok voor de toezegging, gevolgd door være hurtig, “snel zijn”. Samen vormt dat de betekenis: “Ik waardeer je hulp. Ik zal snel zijn.”
Kom bare tilbage, før køen rykker sig ret meget.
Kom gewoon terug voordat de rij veel opschuift.
- Kom
- kom
- bare
- gewoon
- tilbage
- terug
- før
- voordat
- køen
- de rij
- rykker sig
- opschuift
- ret
- behoorlijk
- meget
- veel
Uitgebreide uitleg
Kom is de gebiedende wijs van komme (“komen”). Hier is het een aansporing aan de aangesprokene. De tegenwoordige tijd is kommer; de imperatief heeft hier de korte vorm kom. bare betekent hier “gewoon” of “maar” en verzacht de aansporing: Kom bare ... betekent “Kom gewoon ...”. Het betekent hier niet “bloot” of “alleen maar”. tilbage betekent “terug”. Samen met Kom vormt het de herbruikbare combinatie kom tilbage (“kom terug”). før is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “voordat”. Het plaatst de gebeurtenis in de bijzin na de handeling in de hoofdzin: de terugkeer moet plaatsvinden voordat de rij veel opschuift. køen betekent hier “de rij”. De basisvorm is kø; køen is de bepaalde enkelvoudsvorm (“de rij”), niet de onbepaalde vorm “een rij”. rykker sig komt van rykke sig, “opschuiven” of “zich verplaatsen”. rykker is de tegenwoordige tijd van rykke, en sig is het wederkerende element van deze combinatie. Samen beschrijven ze hier dat de rij opschuift. ret betekent hier “behoorlijk” of “nogal”. Het versterkt meget en is niet het Nederlandse woord “recht”. meget betekent hier “veel”. Samen geeft ret meget de betekenis “behoorlijk veel”. De delen bouwen zo op: Kom bare tilbage betekent “Kom gewoon terug”, en før køen rykker sig ret meget betekent “voordat de rij behoorlijk veel opschuift”. De volledige betekenis is: “Kom gewoon terug voordat de rij veel opschuift.” De gebiedende wijs geeft de aansporing; før geeft de tijdsgrens voor die aansporing aan.
Grammatica
bede ... om + zelfstandig naamwoord
Bed om hjælp.
Behd om YELP.Vraag om hulp.
Bij bede staat om vóór datgene waar je om vraagt: bede om hjælp.
have brug for + zelfstandig naamwoord
Du har brug for vand.
Doo har broe foar van.Je hebt water nodig.
Have brug for betekent ‘nodig hebben’ en wordt gevolgd door datgene wat nodig is.
Deens woordenschat
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
- Geslacht
- common
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
staan
Antwoord tonen
stårgunst
Antwoord tonen
tjenesteklein
Antwoord tonen
lillerij