Hoestklachten beschrijven voordat je de kliniek belt | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home before calling a clinic, two adults organize cough symptoms, recent changes, worries, and questions about urgent help..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Hoestklachten beschrijven voordat je de kliniek belt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg er nødt til at ringe til klinikken, fordi min hoste ikke bliver bedre.

Jai ea neut tel e renguh tel kli-nee-guh, fo-dhi men hoos-duh e-guh blee-uh beh-dhruh. Ik moet de kliniek bellen omdat mijn hoest niet beter wordt.
B

Fortæl dem, hvad der har ændret sig, og hvad der bekymrer dig mest.

Fo-dell dem, vadh dea hea en-dhruh(d) sai, o vadh dea be-küm-ruh dai mest. Vertel hun wat er veranderd is en waar je je het meest zorgen over maakt.
A

Det er blevet værre, og jeg føler mig febril og træt.

De ea blee-vuhd ve-ruh, o jai feu-luh mai fe-brie(l) o tred. Het is erger geworden en ik voel me koortsig en moe.
B

Nævn, hvornår det begyndte, og om noget har hjulpet.

Neun, vo-nor de be-geun-duh, o om no-uhd hea jool-puhd. Noem wanneer het begon en of iets heeft geholpen.
A

Jeg har også brug for at vide, hvad jeg skal gøre, hvis det bliver værre i aften.

Jai hea oosuh broe fo e vee, vadh jai sgel geu-uh, ves de blee-uh ve-ruh ie aaf-duhn. Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.
B

Spørg, hvor du skal tage hen, hvis du hurtigt har brug for hjælp.

Speur, vo doe sgel tee-uh heen, ves doe hoer-tid hea broe fo jelp. Vraag waar je heen moet als je snel hulp nodig hebt.
A

Jeg skriver de vigtigste punkter ned, før jeg ringer.

Jai sgri-vuh di veg-duh-stuh pong-duh nehd, feu-uh jai reng-uh. Ik schrijf de belangrijkste punten op voordat ik bel.
B

Det burde gøre telefonsamtalen klarere for jer begge.

De boe-duh geu-uh tee-lee-fohn-sam-tee-luhn klaa-ruh-ruh fo jea beg-uh. Dat zou het telefoongesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg er nødt til at ringe til klinikken, fordi min hoste ikke bliver bedre.

    Ik moet de kliniek bellen omdat mijn hoest niet beter wordt.

    Jeg er nødt til
    ik moet
    ringe
    bellen
    klinikken
    de kliniek
    min
    mijn
    hoste
    hoest
    ikke
    niet
    bliver
    wordt
    bedre
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Jeg er nødt til geeft hier noodzakelijkheid aan: “ik moet”. De vaste structuur at være nødt til at + infinitief gebruik je wanneer iemand iets noodzakelijk vindt of moet doen. er is de tegenwoordige vorm van være bij jeg; nødt hoort bij deze vaste uitdrukking en is niet het werkwoord dat de handeling uitdrukt. ringe betekent hier “bellen”. Het is een infinitief na til at: at ringe = “bellen”. Met ringe til + persoon of instelling benoem je degene die je belt, zoals in ringe til klinikken. klinikken betekent “de kliniek”. De vorm is bepaald enkelvoud van klinik: en klinik → klinikken. Het achtervoegsel -en draagt hier de bepaaldheid; het betekent niet zelfstandig “de”. min betekent “mijn” en staat hier vóór het enkelvoudige zelfstandig naamwoord hoste. In het Deens stemt het bezittelijk woord in dit gebruik af op grammaticaal geslacht en getal van het bezeten woord: min bij een gemeenschappelijk enkelvoud, mit bij een onzijdig enkelvoud en mine bij meervoud. hoste is hier een zelfstandig naamwoord voor “hoest”. ikke is de ontkenning “niet”. In deze zin ontkent het de daaropvolgende toestand of verandering: de hoest wordt niet beter. bliver is de tegenwoordige vorm van blive, “worden” of “blijven”, afhankelijk van de context. Hier beschrijft het samen met bedre een verandering naar een betere toestand: “wordt beter”. bedre betekent “beter” en is de vergrotende trap van god (“goed”): god → bedre → bedst (“best”). In bliver bedre gaat het om verbetering ten opzichte van de eerdere toestand; het zegt niet dat de hoest al volledig verdwenen is. Samen vormen de delen: Jeg er nødt til at ringe til klinikken = “Ik moet de kliniek bellen”, en fordi min hoste ikke bliver bedre = “omdat mijn hoest niet beter wordt”. Fordi leidt de reden bij de hoofdzin in. De volledige betekenis is: “Ik moet de kliniek bellen omdat mijn hoest niet beter wordt.”

  2. Fortæl dem, hvad der har ændret sig, og hvad der bekymrer dig mest.

    Vertel hun wat er veranderd is en waar je je het meest zorgen over maakt.

    Fortæl
    Vertel
    dem
    hun
    hvad der
    wat er
    har ændret sig
    is veranderd
    hvad der
    wat
    bekymrer
    verontrust
    dig
    je
    mest
    het meest
    Uitgebreide uitleg

    Fortæl staat aan het begin als bevelsvorm van fortælle (“vertellen”). De vorm richt zich hier tot één of meer aangesproken personen; het Deens gebruikt in deze imperatief geen apart zichtbaar onderwerp. Vergelijk bijvoorbeeld: Fortæl mig sandheden. — “Vertel me de waarheid.” dem is het zelfstandige objectpronomen voor “hen/hun” in het meervoud. Het verwijst in deze zin naar de mensen aan wie de informatie verteld moet worden. Het staat na het werkwoord: Fortæl dem ... — “Vertel hun ...”. hvad der betekent in hvad der har ændret sig “wat er”. Samen leidt het een inhoudszin in: datgene wat veranderd is. hvad betekent hier “wat”; der markeert de constructie waarin hvad de inhoudelijke rol van onderwerp heeft. Dezelfde letters komen later opnieuw voor, maar daar leiden ze een andere inhoudszin in. har ændret sig is de voltooide vorm van het wederkerende werkwoord ændre sig (“veranderen”). har is de tegenwoordige vorm van het hulpwerkwoord have; ændret is het voltooid deelwoord van ændre, en sig verwijst wederkerend naar het onderwerp. De constructie geeft hier aan dat de verandering al heeft plaatsgevonden en relevant is. Voorbeeld: Situationen har ændret sig. — “De situatie is veranderd.” In hvad der bekymrer dig mest betekent hvad der “wat”. Hier is hvad het onderwerp van bekymrer: datgene wat iemand zorgen baart. bekymrer is de tegenwoordige vorm van bekymre (“zorgen baren/verontrusten”). De persoon die de zorg ervaart staat als object in dig, niet als onderwerp. Voorbeeld: Det bekymrer mig. — “Dat baart me zorgen.” dig is het zelfstandige objectpronomen voor “jou/je”, gericht aan één persoon. In deze zin is die persoon degene die door iets verontrust wordt: letterlijk ongeveer “wat jou het meest zorgen baart”. mest betekent “het meest” en geeft de hoogste graad aan. Het hoort bij bekymrer: er wordt gevraagd naar datgene wat de aangesprokene het sterkst verontrust. Het gewone vergelijkingspatroon is meget — “veel”, mere — “meer”, mest — “het meest”. De zin bestaat uit een bevel en twee parallelle inhoudsvragen: Fortæl dem (“Vertel hun”) + hvad der har ændret sig (“wat er veranderd is”) + og (“en”) + hvad der bekymrer dig mest (“wat je het meest zorgen baart”). Het geheel betekent dus: “Vertel hun wat er veranderd is en wat je het meest zorgen baart.”

  3. Det er blevet værre, og jeg føler mig febril og træt.

    Het is erger geworden en ik voel me koortsig en moe.

    Det
    het
    blevet
    geworden
    værre
    erger
    jeg føler mig
    ik voel me
    febril
    koortsig
    træt
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “het” en is het onderwerp van de eerste hoofdzin. In Det er blevet værre gaat het om de eerder bedoelde toestand of kwestie die erger is geworden; welke zaak precies bedoeld wordt, wordt niet benoemd. Det kan in andere zinnen ook naar een concreet onzijdig woord verwijzen. blevet is de voltooid deelwoordsvorm van blive (“worden”). Samen met er vormt het een voltooide verandering: er blevet = “is geworden”. Een bruikbaar patroon is noget er blevet + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld: Det er blevet koldt. — “Het is koud geworden.” værre betekent hier “erger”. Het is een onregelmatige vergrotende vorm die je ook ziet in de reeks ond – værre – værst (“slecht/kwaadaardig – erger – ergst”). In deze zin vergelijkt værre de huidige toestand met een eerdere of andere toestand; de zin specificeert niet precies wat er veranderd is. jeg føler mig is een herbruikbare constructie voor “ik voel me”. jeg is “ik”, mig is de objectsvorm “mij”, en føler is de tegenwoordige tijd van føle (“voelen”) bij jeg. Vergelijk: Jeg føler mig bedre. — “Ik voel me beter.” Het bijvoeglijk naamwoord daarna beschrijft de toestand die de spreker ervaart. febril betekent hier “koortsig”. Het beschrijft de toestand van de spreker. In febril og træt staan twee beschrijvingen naast elkaar, verbonden door og (“en”). træt betekent “moe”. Het staat hier als beschrijving na føler mig: Jeg føler mig træt. — “Ik voel me moe.” In een meervoudig voorbeeld krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm trætte: Vi føler os trætte. — “Wij voelen ons moe.” De vorm træt in de vaste zin is dus de enkelvoudsvorm; die keuze hangt hier niet aan de eerste persoon als zodanig. De volledige zin bestaat uit Det er blevet værre (“Het is erger geworden”) en jeg føler mig febril og træt (“ik voel me koortsig en moe”). og verbindt deze twee mededelingen. Samen betekent de uiting: “Het is erger geworden en ik voel me koortsig en moe.”

  4. Nævn, hvornår det begyndte, og om noget har hjulpet.

    Noem wanneer het begon en of iets heeft geholpen.

    Nævn
    Noem
    hvornår
    wanneer
    det
    het
    begyndte
    begon
    om
    of
    noget
    iets
    har hjulpet
    heeft geholpen
    Uitgebreide uitleg

    Nævn is de gebiedende wijs van nævne (“noemen” of “vermelden”). De vorm spreekt de aangesprokene direct aan; de onderwerpvorm staat er niet bij. Bijvoorbeeld: Nævn dit navn. — “Noem deze naam.” hvornår betekent “wanneer” en vraagt naar een tijdstip of moment. Het leidt hier de bijzin in die aangeeft wanneer iets gebeurde. Vergelijk hvordan (“hoe”), dat naar een manier vraagt, niet naar een tijd. det is hier een enkelvoudig onzijdig voornaamwoord met de betekenis “het”. Het verwijst naar de zaak of toestand die in de situatie al besproken wordt; de zin specificeert die referent zelf niet verder. De vorm det draagt hier dus de rol van onderwerp van begyndte. begyndte is de verleden tijd van begynde (“beginnen”). De vorm geeft aan dat het bedoelde gebeuren al begonnen is. Een bruikbare keten is: begynde — “beginnen”, begyndte — “begon”, er begyndt — “is begonnen”. Bijvoorbeeld: Det begyndte i går. — “Het begon gisteren.” om betekent in deze zin “of” en leidt een indirecte ja-neevraag in: er wordt gevraagd of iets geholpen heeft. Dit is de voegwoordelijke betekenis van om, niet de voorzetselbetekenis “omtrent” of “rond”. noget betekent “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemde zaak of handeling en is hier het onderwerp van har hjulpet. Bijvoorbeeld: Noget ændrede sig. — “Er veranderde iets.” har hjulpet bestaat uit har, de tegenwoordige tijd van have, plus het voltooid deelwoord hjulpet van hjælpe (“helpen”). Samen vormen ze de voltooide tijd: “heeft geholpen”. Het gaat hier om mogelijke hulp waarvan het resultaat relevant is voor het huidige gesprek. Bijvoorbeeld: Det har hjulpet. — “Het heeft geholpen.” De eerste opdracht is Nævn gevolgd door de indirecte vraag hvornår det begyndte: “Noem wanneer het begon.” Daarna voegt og (“en”) een tweede indirecte vraag toe, om noget har hjulpet: “of iets heeft geholpen.” Samen betekent de vaste zin: “Noem wanneer het begon en of iets heeft geholpen.”

  5. Jeg har også brug for at vide, hvad jeg skal gøre, hvis det bliver værre i aften.

    Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.

    Jeg
    ik
    har … brug for
    nodig hebben
    også
    ook
    at vide
    weten
    hvad
    wat
    jeg skal
    ik moet
    gøre
    doen
    hvis
    als
    det
    het
    bliver
    wordt
    værre
    erger
    i aften
    vanavond
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. De vorm verandert niet omdat de spreker bijvoorbeeld mannelijk of vrouwelijk is. har brug for is een vaste Deense constructie voor “nodig hebben”. har is de tegenwoordige tijd van have (“hebben”); brug for hoort in deze betekenis bij de constructie en betekent niet simpelweg “gebruik voor”. Voorbeeld: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” også betekent “ook” en voegt deze behoefte toe aan iets dat al in de context genoemd is. Het verandert niet mee met persoon of getal. at vide betekent “weten”. at markeert hier het infinitief; vide is de infinitiefvorm. Na brug for kan de infinitiefconstructie aangeven wat iemand nodig heeft om te weten: Jeg har brug for at vide det. — “Ik moet dat weten.” hvad is het vraagwoord “wat”. In deze zin leidt het een indirecte vraag in: wat de spreker moet doen. Een directe vraag is bijvoorbeeld Hvad skal jeg gøre? — “Wat moet ik doen?” jeg skal betekent hier “ik moet”. skal is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord skulle, met jeg als onderwerp. Het kan in andere contexten ook een geplande of verwachte handeling uitdrukken; hier ondersteunt hvad ... skal jeg gøre de betekenis “wat moet ik doen”. gøre betekent “doen”. Het staat als infinitief na het modale skal, zonder at: Jeg skal gøre noget. — “Ik moet iets doen.” hvis betekent “als” en introduceert de voorwaarde voor wat eraan voorafgaat. Voorbeeld: Ring, hvis du har brug for hjælp. — “Bel als je hulp nodig hebt.” det is hier een onzijdig enkelvoudig voornaamwoord met de betekenis “het”. De zin gebruikt het voor de toestand of situatie waarnaar de voorwaarde verwijst; de tekst identificeert geen specifieker afzonderlijk zelfstandig naamwoord als referent. bliver is de tegenwoordige vorm van blive, “worden”. In bliver værre beschrijft het een verandering: iets wordt erger. blive kan dus een overgang naar een nieuwe toestand uitdrukken. værre betekent “erger” en is de vergrotende trap van dårlig (“slecht”). De reeks is dårlig — værre — værst: slecht — erger — het ergst. In deze zin vergelijkt værre de latere toestand met de eerdere toestand; het zelfstandig naamwoord of de toestand die verslechtert is niet expliciet benoemd. i aften betekent “vanavond” en geeft het tijdstip aan waarop de voorwaarde kan optreden. Het is een vaste tijdsaanduiding; aften betekent op zichzelf “avond”. Samen vormen hvad jeg skal gøre de indirecte vraag “wat ik moet doen”. De hoofdzin Jeg har også brug for at vide ... zegt dat de spreker dit ook moet weten. Daarna geeft hvis det bliver værre i aften de voorwaarde: als het vanavond erger wordt. De volledige betekenis is daarom: “Ik moet ook weten wat ik moet doen als het vanavond erger wordt.”

  6. Spørg, hvor du skal tage hen, hvis du hurtigt har brug for hjælp.

    Vraag waar je heen moet als je snel hulp nodig hebt.

    Spørg
    vraag
    hvor
    waar
    du skal
    je moet
    tage hen
    ergens heen gaan
    hvis
    als
    hurtigt
    snel
    har brug for
    nodig hebben
    hjælp
    hulp
    Uitgebreide uitleg

    Spørg betekent hier “vraag”. Het is de gebiedende wijs van spørge (“vragen”). De vorm richt zich tot één of meer aangesproken personen zonder dat er een onderwerp bij staat. Voorbeeld: Spørg læreren. — “Vraag het aan de leraar.” hvor is het vraagwoord “waar”. In een ingebedde vraag staat het vóór de rest van de vraag: Jeg ved, hvor hun bor. — “Ik weet waar zij woont.” du skal betekent hier “je moet”. skal is de tegenwoordige vorm van skulle en is een modaal werkwoord; het wordt gevolgd door een infinitief. Afhankelijk van de context kan skal ook een afspraak of toekomst uitdrukken, maar in deze zin geeft de vaste vertaling een noodzakelijke bestemming aan. tage hen betekent samen “ergens heen gaan”. tage is hier niet het losse werkwoord “nemen”, maar maakt met het richtingsbijwoord hen een uitdrukking voor beweging naar een plaats. Na skal staat tage in de infinitief. Voorbeeld: Vi skal tage hen til lægen. — “We moeten naar de dokter gaan.” hvis betekent “als” of “wanneer” in een voorwaardelijke bijzin. Het introduceert de voorwaarde waaronder de hoofdzin geldt. Voorbeeld: Ring, hvis du har spørgsmål. — “Bel als je vragen hebt.” hurtigt betekent “snel”. Het is hier een bijwoord en beschrijft hoe snel de behoefte aan hulp ontstaat of wordt ervaren. Het verwante bijvoeglijke naamwoord is hurtig (“snel”): en hurtig bil — “een snelle auto”; Han løber hurtigt. — “Hij rent snel.” har brug for is een vaste uitdrukking voor “nodig hebben”. De vorm har komt van have (“hebben”); brug betekent in deze uitdrukking “gebruik”, maar de combinatie moet als geheel worden geleerd. Er kan een zelfstandig naamwoord op volgen: Jeg har brug for hjælp. — “Ik heb hulp nodig.” hjælp betekent “hulp”. Het is een zelfstandig naamwoord. In deze zin is het datgene wat nodig is; de zin zegt niet hoeveel hulp er is. Voorbeeld: Hun søger hjælp. — “Zij zoekt hulp.” De hele zin begint met de gebiedende wijs Spørg (“Vraag”). Daarna volgt de indirecte vraag hvor du skal tage hen (“waar je heen moet gaan”): hvor geeft de bestemming als vraag aan, en du skal tage hen vormt de noodzakelijke beweging. De bijzin hvis du hurtigt har brug for hjælp betekent “als je snel hulp nodig hebt” en geeft de voorwaarde voor de opdracht. Samen betekent de zin: “Vraag waar je heen moet als je snel hulp nodig hebt.”

  7. Jeg skriver de vigtigste punkter ned, før jeg ringer.

    Ik schrijf de belangrijkste punten op voordat ik bel.

    Jeg
    ik
    skriver … ned
    opschrijven
    vigtigste
    belangrijkste
    punkter
    punten
    før
    voordat
    ringer
    bel
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp van zowel skriver als ringer; het Deense onderwerp wordt in deze zin dus niet weggelaten. skriver hoort bij het werkwoord skrive, “schrijven”. De vorm is de tegenwoordige tijd: jeg skriver = “ik schrijf”. In skriver ... ned vormt het werkwoord samen met ned de herbruikbare constructie “iets opschrijven”. Het scheidbare deel kan achter het lijdend voorwerp staan, zoals hier: Jeg skriver punkterne ned. ned betekent op zichzelf “naar beneden”, maar krijgt in skriver ... ned de functie van een partikel: de informatie wordt schriftelijk vastgelegd. De twee delen staan hier niet naast elkaar omdat de vigtigste punkter ertussen komt. vigtigste is de overtreffende trap van het bijvoeglijk naamwoord vigtig, “belangrijk”. De reeks is vigtig — vigtigere — vigtigst (“belangrijk” — “belangrijker” — “belangrijkst”). In deze zin staat de vorm vigtigste vóór een meervoudige bepaalde naamwoordgroep met de: de vigtigste punkter = “de belangrijkste punten”. De vorm beschrijft dus punkter, niet het werkwoord. punkter is het meervoud van punkt, “punt”. Het kan bijvoorbeeld over afzonderlijke punten in aantekeningen of een lijst gaan. Voorbeeld: Jeg skriver tre punkter ned. — “Ik schrijf drie punten op.” Dit nieuwe voorbeeld gebruikt hetzelfde patroon skrive ... ned. før betekent hier “voordat” en leidt de bijzin før jeg ringer in. Het geeft aan dat het opschrijven eerder gebeurt dan de handeling in die bijzin. ringer is de tegenwoordige tijd van ringe, “bellen” in deze context. Jeg ringer betekent “ik bel”. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook met rinkelen of overgaan te maken hebben, maar hier bepaalt de combinatie met før jeg en de vaste vertaling de betekenis “bel”. Voorbeeld: Jeg ringer senere. — “Ik bel later.” De zin bouwt eerst de hoofdhandeling op: Jeg skriver ... ned — “Ik schrijf ... op”. Het object daarvan is de vigtigste punkter, “de belangrijkste punten”. Daarna geeft før jeg ringer het tijdsmoment aan: eerst worden de punten opgeschreven, en daarna belt de spreker. Samen betekent de hele uiting: “Ik schrijf de belangrijkste punten op voordat ik bel.”

  8. Det burde gøre telefonsamtalen klarere for jer begge.

    Dat zou het telefoongesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.

    Det
    dat / het
    burde
    zou moeten
    gøre
    maken
    telefonsamtalen
    het telefoongesprek
    klarere
    duidelijker
    for jer begge
    voor jullie allebei
    Uitgebreide uitleg

    Det is hier een neutraal aanwijzend voornaamwoord: “dat”. Het verwijst naar de bedoelde voorafgaande inhoud of handeling, zonder dat de zin zelf een concreet zelfstandig naamwoord herhaalt. De vorm det draagt hier geen meervoudsmarkering. burde is de vorm van het Deense modale werkwoord burde, gevolgd door een infinitief. In deze zin drukt het een verwachting of passende veronderstelling uit: iets zou een bepaald effect moeten hebben. Het verwijst hier niet simpelweg naar verleden tijd. Een herbruikbaar patroon is burde + infinitief, bijvoorbeeld: Det burde hjælpe. — “Dat zou moeten helpen.” gøre is de infinitief “maken” of “doen”. Na het modale werkwoord staat de infinitief zonder extra infinitiefmarkering. In deze context betekent gøre X klarere: “X duidelijker maken”. telefonsamtalen betekent hier “het telefoongesprek”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van telefonsamtale: telefonsamtale = “telefoongesprek”, telefonsamtalen = “het telefoongesprek”. Het achtervoegsel -en markeert bij dit woord de bepaalde vorm; het is niet een afzonderlijk lidwoord vóór het zelfstandig naamwoord. klarere is de vergrotende trap van klar, “duidelijk”. De reeks is klar — “duidelijk”, klarere — “duidelijker”, klarest — “het duidelijkst”. Hier beschrijft klarere het resultaat van het telefoongesprek: het wordt duidelijker, niet dat het gesprek zelf een andere deelnemer wordt. for jer begge betekent “voor jullie allebei”. jer is de objectsvorm van het meervoudige persoonlijke voornaamwoord voor “jullie”; begge voegt de betekenis “allebei” toe. In for jer begge geldt die toevoeging voor de twee aangesproken personen. Ter vergelijking: for mig betekent “voor mij” en for os begge “voor ons allebei”. Samen opgebouwd: Det (“dat”) + burde gøre (“zou ... moeten maken”) + telefonsamtalen klarere (“het telefoongesprek duidelijker”) + for jer begge (“voor jullie allebei”). De volledige betekenis is daarom: “Dat zou het telefoongesprek voor jullie allebei duidelijker moeten maken.”

Grammatica

nødt til at + infinitiv

Jeg er nødt til at ringe til klinikken.

Jai ea neut tel e renguh tel kli-nee-guh.

Ik ben genoodzaakt om de kliniek te bellen.

Na nødt til volgt at met de infinitief. Dit drukt uit dat iets noodzakelijk is.

Hvis + bijzin, hoofdzin

Hvis hosten bliver værre, spørg hurtigt.

Ves hoos-duhn blee-uh ve-ruh, speur hoer-tid.

Als de hoest erger wordt, vraag het dan snel.

Na hvis staat een voorwaarde. De hoofdzin volgt daarna, gescheiden door een komma.

Deens woordenschat

bedre bijvoeglijk naamwoord
beh-dhruh beter
bekymrer werkwoord
be-küm-ruh maakt zich zorgen over
bliver werkwoord
blee-uh wordt
febril bijvoeglijk naamwoord
fe-brie(l) koortsig
Fortæl werkwoord
fo-dell vertel
hoste zelfstandig naamwoord
hoos-duh hoest
Geslacht
common
klinikken zelfstandig naamwoord
kli-nee-guh de kliniek
Geslacht
common
mest bijwoord
mesd het meest
nødt til uitdrukking
neut tel genoodzaakt om
ringe til uitdrukking
renguh tel bellen naar
værre bijvoeglijk naamwoord
ve-ruh erger
ændret werkwoord
en-dhruh(d) veranderd

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hoest

Antwoord tonenhoste

wordt

Antwoord tonenbliver

beter

Antwoord tonenbedre

veranderd

Antwoord tonenændret