Medicijninstructies veilig verduidelijken | Leer deens in het Nederlands

Danish lesson set in a contemporary Copenhagen everyday setting: At home, two adults prepare questions for a pharmacist about a medicine label, food cautions, side effects, and warning signs..

NL → DA / Niveau: B1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Medicijninstructies veilig verduidelijken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het deens.

Dialoog

A

Jeg er ikke sikker på, at jeg forstår denne medicinetiket.

jai è egge segge poo, a jai fo-stoo-a denne mediesiene-tegeed Ik weet niet zeker of ik dit medicijnetiket begrijp.
B

Ring til apotekeren, før du tager den næste dosis.

reng tel apotege-ren, feu doe tee-a den nèsde doo-sis Bel de apotheker voordat je de volgende dosis inneemt.
A

Jeg vil også spørge, om jeg bør undgå bestemte fødevarer.

jai vel osse speu-a, om jai beu-a on-goo bestemde feu-de-vee-a Ik wil ook vragen of ik bepaalde voedingsmiddelen moet vermijden.
B

Det er værd at tjekke, især hvis etiketten nævner måltider.

de è ve-a a tsjegge, ie-see-a ves etiege-den nee-vne maal-tie-a Dat is de moeite waard om na te vragen, vooral als er op het etiket iets over maaltijden staat.
A

Jeg fik let hovedpine, efter at jeg havde taget den.

jai fek ledh hoo-we-pie-ne, efda a jai hè-dhe tee-ad den Ik kreeg lichte hoofdpijn nadat ik het had ingenomen.
A

Så bør jeg tage det op.

soo beu-a jai tee-a de ob Dus moet ik dat ter sprake brengen.
B

Spørg, om det kan være en bivirkning, og hvilke advarselstegn du skal holde øje med.

speu-a, om de kèn vee-a en bie-wea-gning, o welke adva-sel-stain doe skal holle eu-je medh Vraag of het een bijwerking kan zijn en op welke waarschuwingssignalen je moet letten.
A

Det føles risikabelt at gætte, især når det gælder medicin.

de feu-les rie-sie-ga-belt a kèdde, ie-see no de gèl-de mediesien Het voelt riskant om te gokken, vooral als het om medicijnen gaat.
B

En fagperson kan forklare risiciene tydeligere.

en fèw-pèrsoon kèn fo-klee-a rie-sie-sie-ne tuu-dhe-le-gee-a Een deskundige kan de risico's duidelijker uitleggen.
A

Jeg kan skrive spørgsmålene ned, før jeg ringer.

jai kèn sgri-we speu-a-smool-le-ne needh, feu jai reng-a Ik kan de vragen opschrijven voordat ik bel.
B

Det burde gøre telefonsamtalen lettere at følge.

de boa-de keu-a te-lee-fon-sam-tee-len le-da a feu-le Dat zou het telefoongesprek makkelijker te volgen moeten maken.

Uitleg van de zinnen

  1. Jeg er ikke sikker på, at jeg forstår denne medicinetiket.

    Ik weet niet zeker of ik dit medicijnetiket begrijp.

    Jeg
    ik
    sikker
    zeker
    forstår
    begrijp
    denne
    dit/deze
    medicinetiket
    medicijnetiket
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de spreker als onderwerp. De vorm verandert niet naar geslacht; in andere contexten staan bijvoorbeeld du voor “jij” en han/hun voor “hij/zij”. sikker betekent hier “zeker”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De gewone vergelijking is sikker – sikrere – sikrest (“zeker – zekerder – zekerst”). In jeg er ... sikker staat het na er, dus het beschrijft de toestand van de spreker. Jeg er ikke sikker på is een bruikbaar Deens patroon voor “ik weet niet zeker / ik ben er niet zeker van”. ikke maakt de zekerheid ontkennend; på hoort bij deze vaste verbinding en leidt hier de inhoud van de onzekerheid in. forstår komt van forstå (“begrijpen”) en betekent hier “begrijp”. Het is de tegenwoordige tijd. De tegenwoordige vorm forstår blijft in het Deens hetzelfde bij personen en aantallen: jeg forstår, du forstår, de forstår. Het onderwerp blijkt hier uit jeg, niet uit een aparte persoonsuitgang. denne betekent “dit/deze” en is een aanwijzend woord voor één zelfstandig naamwoord van het gemeenschappelijke geslacht. Het staat vóór medicinetiket en wijst naar het bedoelde etiket. Voor een onzijdig enkelvoud gebruikt het Deens dette, en voor meervoud disse; die keuze hangt dus niet alleen van nabijheid af, maar ook van getal en grammaticaal geslacht van het zelfstandig naamwoord. medicinetiket is een samengesteld zelfstandig naamwoord: medicin (“medicijn”) + etiket (“etiket”). Samen betekent het “medicijnetiket”. Het belangrijkste woord van de samenstelling is etiket; medicin specificeert welk soort etiket het is. Een vergelijkbaar nieuw voorbeeld is madpakke (“lunchpakket”), waarin het eerste deel het soort pakket nader bepaalt. De delen worden samen: Jeg er ikke sikker på (“ik weet niet zeker”), gevolgd door at jeg forstår denne medicinetiket (“of ik dit medicijnetiket begrijp”). Het volledige utterance betekent daarom: “Ik weet niet zeker of ik dit medicijnetiket begrijp.”

  2. Ring til apotekeren, før du tager den næste dosis.

    Bel de apotheker voordat je de volgende dosis inneemt.

    Ring til
    bel ... op
    apotekeren
    de apotheker
    før
    voordat
    tager
    neemt in
    den
    de
    næste
    volgende
    dosis
    dosis
    Uitgebreide uitleg

    Ring til is hier een aansporing: “bel ... op”. Ring is de gebiedende wijs van ringe (“bellen”); til maakt deel uit van de combinatie voor iemand of een doel opbellen. Voorbeeld: Ring til lægen. — “Bel de dokter.” apotekeren betekent hier “de apotheker”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van apoteker; -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord de bepaalde vorm. Voorbeeld: Jeg taler med apotekeren. — “Ik praat met de apotheker.” før betekent “voordat” en leidt hier de bijzin før du tager den næste dosis in. Het geeft aan dat het bellen eerder moet plaatsvinden dan het innemen van de dosis. du betekent “je/jij” en is hier de tweede persoon enkelvoud, de aangesprokene. De vorm verandert niet naar grammaticaal geslacht. tager is de tegenwoordige tijd van tage, “nemen”. In deze context betekent het “innemen”, zoals in de vaste vertaling. De tegenwoordige tijd verandert in het Deens niet naar de persoon: jeg tager, du tager, de tager. Voorbeeld: Du tager medicinen nu. — “Je neemt het medicijn nu in.” den is hier de bepaalde vorm vóór een bijvoeglijk woord en een enkelvoudig zelfstandig naamwoord van het en-type. Bij dosis hoort daarom den: den næste dosis. De betekenis “volgende” komt niet van den, maar van næste. næste betekent “volgende” en staat vóór het zelfstandig naamwoord in den næste dosis. Voorbeeld: Den næste bus kommer snart. — “De volgende bus komt binnenkort.” dosis betekent “dosis” en is hier het zelfstandig naamwoord voor de volgende in te nemen dosis. De naamwoordgroep den næste dosis betekent “de volgende dosis”. Samen vormt Ring til apotekeren de aansporing “Bel de apotheker”. De bijzin før du tager den næste dosis betekent “voordat je de volgende dosis inneemt”. De volledige zin betekent dus: “Bel de apotheker voordat je de volgende dosis inneemt.”

  3. Jeg vil også spørge, om jeg bør undgå bestemte fødevarer.

    Ik wil ook vragen of ik bepaalde voedingsmiddelen moet vermijden.

    Jeg vil
    ik wil
    også
    ook
    spørge
    vragen
    om
    of
    jeg bør
    ik moet
    undgå
    vermijden
    bestemte
    bepaalde
    fødevarer
    voedingsmiddelen
    Uitgebreide uitleg

    Jeg vil: jeg betekent “ik”. vil is hier de tegenwoordige vorm van ville en drukt een wil of voornemen uit: “willen”. Na vil staat het volgende werkwoord in de infinitief zonder at. Voorbeeld: Jeg vil lære dansk. — “Ik wil Deens leren.” også: betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders. In deze zin staat het na het modale werkwoord vil en vóór de infinitief spørge; zo wordt de hele handeling “vragen” als iets extra’s gepresenteerd. spørge: de infinitief van spørge, “vragen”. In vil spørge vormt het een combinatie van willen en vragen. Voorbeeld: Jeg vil spørge lægen. — “Ik wil de arts vragen.” om: leidt hier een indirecte ja/nee-vraag in en betekent “of”. Het is niet het voorzetsel “over” in deze zin. Het patroon is spørge, om ...: “vragen of ...”. jeg bør: jeg is opnieuw “ik”; bør is een modaal werkwoord met de betekenis “zou moeten” of “behoort te”. Bør heeft in de tegenwoordige tijd dezelfde vorm bij verschillende personen. De verleden vorm is burde. Na bør volgt, net als na vil, een infinitief zonder at. Voorbeeld: Jeg bør hvile. — “Ik zou moeten rusten.” undgå: de infinitief van undgå, “vermijden”. In deze zin is het datgene wat de spreker volgens de indirecte vraag zou moeten vermijden. Voorbeeld: Du bør undgå stress. — “Je zou stress moeten vermijden.” bestemte: de vorm van het bijvoeglijk naamwoord bestemt bij een meervoudig zelfstandig naamwoord; hier betekent het “bepaalde” of “specifieke”. De vorm stemt hier af op het meervoud fødevarer; jeg en bør bepalen deze vorm niet. Voorbeeld: bestemte dage — “bepaalde dagen”. fødevarer: meervoud van fødevare, “voedingsmiddel” of “voedingsmiddelen”. Het verwijst hier naar voedingsmiddelen zonder te zeggen welke dat precies zijn. Voorbeeld: Nogle fødevarer indeholder meget salt. — “Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.” Samen vormen Jeg vil også spørge en om jeg bør undgå bestemte fødevarer de structuur “Ik wil ook vragen of ik bepaalde voedingsmiddelen moet vermijden”. De indirecte vraag begint met om; daarbinnen staat de spreker als onderwerp (jeg), gevolgd door het modale werkwoord bør en de infinitief undgå, met bestemte fødevarer als datgene wat vermeden zou moeten worden.

  4. Det er værd at tjekke, især hvis etiketten nævner måltider.

    Dat is de moeite waard om na te vragen, vooral als er op het etiket iets over maaltijden staat.

    Det er værd
    dat is de moeite waard
    at tjekke
    controleren; nagaan
    især hvis
    vooral als
    etiketten
    het etiket
    nævner
    vermeldt; noemt
    måltider
    maaltijden
    Uitgebreide uitleg

    Det er værd betekent hier dat iets de moeite waard is. De vaste constructie det er værd at + infinitief gebruik je voor “het is de moeite waard om …”. Værd is het bijvoeglijk woord in deze constructie; een nuttige vergelijking is mere værd — “meer waard” — en mest værd — “het meest waard”. at tjekke is de infinitief “controleren” of “nagaan”. At markeert hier de infinitief, terwijl tjekke het werkwoord is. De constructie værd at tjekke zegt dus dat nagaan de moeite waard is. Voorbeeld: Det er værd at spørge. — “Het is de moeite waard om het te vragen.” især hvis betekent “vooral als”. Hvis leidt een voorwaardelijke bijzin in; især beperkt de nadruk tot de voorwaarde die daarna komt. Voorbeeld: Jeg læser det, især hvis det er vigtigt. — “Ik lees het, vooral als het belangrijk is.” etiketten betekent hier “het etiket”. Het is de bepaalde enkelvoudsvorm van en etiket: en etiket — “een etiket”, etiketten — “het etiket”. De uitgang -en markeert bij dit zelfstandig naamwoord bepaaldheid; hij geeft niet op zichzelf een aantal aan. nævner betekent hier “vermeldt” of “noemt”. Het is de tegenwoordige tijd van at nævne — “noemen, vermelden”. In deze zin is etiketten het onderwerp, en nævner past daarbij in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: Listen nævner tre ting. — “De lijst vermeldt drie dingen.” måltider betekent “maaltijden”. Het is de onbepaalde meervoudsvorm van et måltid — “een maaltijd”: måltid → måltider. De bepaalde meervoudsvorm is måltiderne — “de maaltijden”. Hier is måltider wat het etiket volgens de zin vermeldt. Samen vormt de zin: Det er værd at tjekke — “Het is de moeite waard om het na te gaan” — gevolgd door især hvis etiketten nævner måltider — “vooral als het etiket maaltijden vermeldt”. De hele betekenis is: “Dat is de moeite waard om na te gaan, vooral als er op het etiket iets over maaltijden staat.”

  5. Jeg fik let hovedpine, efter at jeg havde taget den.

    Ik kreeg lichte hoofdpijn nadat ik het had ingenomen.

    Jeg
    ik
    fik
    kreeg
    let
    lichte
    hovedpine
    hoofdpijn
    efter at
    nadat
    havde taget
    had ingenomen
    den
    het
    Uitgebreide uitleg

    Jeg betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. Het blijft dezelfde vorm als onderwerp; vergelijk voor een ander onderwerp bijvoorbeeld du (“jij”) in een nieuwe zin. fik is de verleden tijd van få (“krijgen”, soms ook “nemen” of “ervoor zorgen”, afhankelijk van de context). Hier betekent fik “kreeg”: de spreker kreeg hoofdpijn. Voorbeeld: Jeg fik en besked. — “Ik kreeg een bericht.” let betekent hier “licht” of “mild”. Het beschrijft de ernst van hovedpine, niet de manier waarop de spreker iets deed. Het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het zelfstandig naamwoord. De gewone vergelijkingsreeks is let — lettere — lettest (“licht/mild” — “lichter/milder” — “lichtst/mildst”); in deze zin is de onvergelijkende vorm gebruikt. hovedpine betekent “hoofdpijn”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Deens doorgaans zonder lidwoord gebruikt wanneer het om de klacht als verschijnsel of hoeveelheid gaat, zoals in Jeg har hovedpine. — “Ik heb hoofdpijn.” Samen met let betekent let hovedpine dus “lichte hoofdpijn”. efter at leidt hier een bijzin in die aangeeft dat iets eerder gebeurde: “nadat”. Het is een vaste manier om een tijdsrelatie uit te drukken. Voorbeeld: Efter at hun kom hjem, spiste hun. — “Nadat ze thuiskwam, at ze.” havde taget bestaat uit havde, de verleden tijd van het hulpwerkwoord have, en taget, het voltooid deelwoord van tage (“nemen”). Samen vormen ze de voltooid-verleden tijd: het innemen vond al plaats vóór het krijgen van de hoofdpijn. Het patroon is havde + voltooid deelwoord, bijvoorbeeld Jeg havde spist. — “Ik had gegeten.” taget is dus geen vorm van have, maar van tage. den is hier het enkelvoudige, bepaalde voornaamwoord met gemeenschappelijk geslacht en is het voorwerp van taget: “het”. De vertaling identificeert het als datgene wat ingenomen was, maar noemt niet precies wat dat was. Het voornaamwoord stemt in het Deens af op het grammaticale geslacht en getal van het bedoelde woord; den hoort bij een enkelvoudig woord van gemeenschappelijk geslacht. Het onzijdige alternatief is det, bijvoorbeeld Jeg tog det. — “Ik nam het.” De zin bouwt zo op: Jeg fik let hovedpine = “Ik kreeg lichte hoofdpijn”, en efter at jeg havde taget den = “nadat ik het had ingenomen”. In de bijzin staat opnieuw jeg als uitvoerder van havde taget; het voornaamwoord den is het ingenomen voorwerp. De volledige betekenis is: “Ik kreeg lichte hoofdpijn nadat ik het had ingenomen.”

  6. Så bør jeg tage det op.

    Dus moet ik dat ter sprake brengen.

    Så
    dus
    bør jeg
    moet ik / zou ik moeten
    tage det op
    ter sprake brengen
    Uitgebreide uitleg

    Så betekent hier “dus” en verbindt deze conclusie met wat eraan voorafgaat. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Een bruikbaar patroon is Så + vervoegd werkwoord + onderwerp wanneer Så vooraan staat: Så kommer han. = “Dus komt hij.” bør jeg bevat het modale werkwoord bør met jeg als onderwerp. bør drukt hier uit dat de spreker iets hoort of geacht wordt te doen: “zou ik moeten / moet ik”. Bør is de tegenwoordige vorm van dit werkwoord; burde is de verleden vorm en wordt ook vaak gebruikt voor een voorzichtiger advies. Voorbeeld: Du bør spørge. = “Je zou het moeten vragen.” Jeg is hier de onderwerpsvorm voor “ik”; als voorwerp gebruikt het Deens de vorm mig, bijvoorbeeld in Hun ser mig. = “Zij ziet mij.” tage det op is een vaste, scheidbare combinatie met de betekenis “iets ter sprake brengen” of “iets aankaarten”. Tage staat in de infinitief na het modale bør. Dezelfde infinitief komt bijvoorbeeld voor in Jeg vil tage det op. = “Ik wil het ter sprake brengen.” In de tegenwoordige tijd heeft tage de vorm tager; in de verleden tijd is de vorm tog: Jeg tog det op. = “Ik bracht het ter sprake.” In deze uitdrukking verwijst det naar “dat”, zonder dat de zin zelf de precieze referent benoemt. Op hoort bij de combinatie en geeft hier niet simpelweg een fysieke richting aan. Voorbeeld: Hun tager problemet op. = “Zij brengt het probleem ter sprake.” Samen betekent Så bør jeg tage det op.: “Dus moet ik dat ter sprake brengen.” De opbouw is Så (“dus”) + bør jeg (“moet ik / zou ik moeten”) + tage det op (“dat ter sprake brengen”). De zin geeft een gevolgtrekking weer over wat de spreker hoort te doen; ondanks de woordvolgorde na Så is het hier geen afzonderlijke vraag, zoals ook uit de vaste vertaling blijkt.

  7. Spørg, om det kan være en bivirkning, og hvilke advarselstegn du skal holde øje med.

    Vraag of het een bijwerking kan zijn en op welke waarschuwingssignalen je moet letten.

    Spørg
    vraag
    om
    of
    kan være
    kan zijn
    bivirkning
    bijwerking
    hvilke
    welke
    advarselstegn
    waarschuwingssignalen
    du skal
    je moet
    holde øje med
    letten op
    Uitgebreide uitleg

    Spørg is de gebiedende wijs van spørge (“vragen”): spørge → spørg. De vorm spreekt de aangesproken persoon rechtstreeks aan. Voorbeeld: Spørg lægen. — “Vraag de arts.” om leidt hier een indirecte ja/nee-vraag in en betekent “of”. Het gaat dus om de vraag of iets het geval kan zijn, niet om een voorwaarde. Vergelijk: Spørg, om han kommer. — “Vraag of hij komt.” kan være bestaat uit kan (“kan/mogelijk zijn”) en het infinitief være (“zijn”). Samen drukt het hier uit dat iets mogelijk een bijwerking is. kan is de tegenwoordige vorm van kunne; na een modaal werkwoord staat het volgende werkwoord in het infinitief. Voorbeeld: Det kan være alvorligt. — “Het kan ernstig zijn.” bivirkning betekent hier “bijwerking”. Het is een zelfstandig naamwoord; het onbepaalde enkelvoud is en bivirkning, en het meervoud is bivirkninger. hvilke betekent “welke” bij meervoud. Het vraagt hier om aan te geven welke signalen relevant zijn. Vergelijk hvilket tegn (“welk signaal”) met hvilke tegn (“welke signalen”). advarselstegn betekent “waarschuwingssignaal”. Het is een samenstelling van advarsel (“waarschuwing”) en tegn (“teken/signaal”). De vorm zonder extra uitgang kan in het Deens zowel enkelvoud als meervoud zijn; in hvilke advarselstegn blijkt het meervoud uit hvilke. Voorbeeld: Kend advarselstegnene. — “Ken de waarschuwingssignalen.” du skal combineert het persoonlijk voornaamwoord du (“je/jij”) met skal, de tegenwoordige vorm van skulle. skal geeft hier aan wat je moet doen: de handeling wordt als noodzakelijk of vereist gepresenteerd. Na skal volgt een infinitief. Voorbeeld: Du skal ringe. — “Je moet bellen.” holde øje med is een vaste uitdrukking: letterlijk “het oog houden op”, maar in natuurlijk Nederlands “letten op” of “in de gaten houden”. holde staat na skal in het infinitief; med maakt deel uit van de uitdrukking. Voorbeeld: Hold øje med symptomerne. — “Let op de symptomen.” De zin bouwt eerst een opdracht op: Spørg. Daarna specificeert om ... waarnaar gevraagd moet worden: of het mogelijk een bijwerking is. Met og wordt een tweede onderdeel toegevoegd: welke waarschuwingssignalen je in de gaten moet houden. Als geheel betekent de uiting: “Vraag of het een bijwerking kan zijn en op welke waarschuwingssignalen je moet letten.”

  8. Det føles risikabelt at gætte, især når det gælder medicin.

    Het voelt riskant om te gokken, vooral als het om medicijnen gaat.

    føles
    voelt
    risikabelt
    riskant
    gætte
    gokken
    især
    vooral
    når
    als; wanneer
    det gælder
    het gaat om
    medicin
    medicijnen
    Uitgebreide uitleg

    føles betekent hier dat iets een bepaalde indruk of gewaarwording geeft: “voelt”. Het is de vorm van føle in de constructie det føles ...; det is hier een onpersoonlijk onderwerp en verwijst niet noodzakelijk naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Vergelijk Det føles koldt. — “Het voelt koud aan.” risikabelt betekent hier “riskant”. Dit is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord risikabel bij het onzijdige det: bij een onzijdig enkelvoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -t. Bijvoorbeeld: Det er farligt. — “Het is gevaarlijk.” De vorm risikabel hoort bijvoorbeeld bij een gemeenschappelijk-geslachtig zelfstandig naamwoord, zoals in en risikabel beslutning — “een riskante beslissing”. gætte is de infinitief “gokken” of “raden”, met at ervoor. Het gaat hier om een onzekere inschatting maken, niet om een spel of een willekeurig raden zonder onderwerp. De constructie at gætte kan in andere zinnen opnieuw worden gebruikt: Det er svært at gætte. — “Het is moeilijk om te raden.” især betekent “vooral” en beperkt of benadrukt wat erop volgt. Het woord verandert niet mee met persoon of getal. Jeg kan især lide te. — “Ik houd vooral van thee.” når leidt hier de voorwaardelijke/tijdelijke bijzin in die begint met det gælder. In deze context is “als het om ... gaat” de passende betekenis. Het kan ook “wanneer” betekenen, afhankelijk van de relatie tussen de gebeurtenissen; hier gaat het niet om een extra vastgestelde tijdsaanduiding, maar om het geval waarin iets over medicatie gaat. det gælder vormt samen de herbruikbare uitdrukking “het gaat om” of “het betreft”. gælder komt van gælde; in deze tegenwoordige tijd staat het bij het onderwerp det. In når det gælder medicin betekent det niet specifiek een genoemd persoon of voorwerp, maar “de kwestie/het onderwerp” waarover men spreekt. Voorbeeld: Når det gælder sikkerhed, spørger jeg en ekspert. — “Als het om veiligheid gaat, vraag ik een deskundige.” medicin betekent hier “medicijnen” of “medicatie”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in deze uitdrukking zonder lidwoord gebruikt, omdat het om medicatie als onderwerp in algemene zin gaat. Een concreet soort kan bijvoorbeeld worden genoemd als en medicin — “een medicijn”; dat is een andere vorm en verwijst naar één bepaald middel. Samen bestaat de zin uit Det føles risikabelt — “Het voelt riskant” — gevolgd door at gætte — “om te gokken” — en de beperking især når det gælder medicin — “vooral als het om medicijnen gaat”. De volledige betekenis is dus: “Het voelt riskant om te gokken, vooral als het om medicijnen gaat.” De formulering is geschikt voor een algemene waarschuwing; det føles beschrijft de ervaren indruk, terwijl når det gælder ... het specifieke onderwerp afbakent.

  9. En fagperson kan forklare risiciene tydeligere.

    Een deskundige kan de risico's duidelijker uitleggen.

    fagperson
    deskundige
    kan
    kan
    forklare
    uitleggen
    risiciene
    de risico’s
    tydeligere
    duidelijker
    Uitgebreide uitleg

    fagperson betekent hier een deskundige of vakprofessional. Het is een zelfstandig naamwoord; en ervoor maakt de verwijzing onbepaald: het gaat om een niet nader genoemde deskundige, niet noodzakelijk om het getal één. Een herbruikbaar voorbeeld is: En fagperson arbejder her. — Een deskundige werkt hier. kan is de tegenwoordige vorm van het Deense modale werkwoord kunne. Hier drukt het uit dat de deskundige in staat is om iets uit te leggen. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder een extra infinitiefmarker: kan forklare — kan uitleggen. Kan verandert hierbij niet mee met de persoon of het getal van het onderwerp. forklare is de infinitief van forklare en betekent uitleggen. In deze zin volgt het op kan, dus het blijft in de infinitief. Een voorbeeld is: Jeg kan forklare det. — Ik kan het uitleggen. risiciene betekent de risico's. Het is de bepaalde meervoudsvorm van risiko: en risiko — een risico, risikoen — het risico, risici — risico's, risiciene — de risico's. De bepaaldheid zit hier in het achtervoegsel; er staat niet nog een afzonderlijk woord voor de bij. tydeligere is de vergrotende vorm van het bijvoeglijk naamwoord tydelig — duidelijk. Hier wordt het als bijwoord gebruikt en beschrijft het hoe het uitleggen gebeurt: duidelijker. De reeks is tydelig — duidelijk, tydeligere — duidelijker, tydeligst — duidelijkst. Een voorbeeld is: Forklar det tydeligere. — Leg het duidelijker uit. Samen vormt En fagperson kan forklare risiciene tydeligere de betekenis: een deskundige kan de risico's duidelijker uitleggen. En fagperson is het onderwerp, kan forklare geeft de mogelijkheid of bekwaamheid aan, risiciene is wat wordt uitgelegd, en tydeligere geeft de manier van uitleggen aan.

  10. Jeg kan skrive spørgsmålene ned, før jeg ringer.

    Ik kan de vragen opschrijven voordat ik bel.

    Jeg kan
    ik kan
    skrive … ned
    opschrijven
    spørgsmålene
    de vragen
    før
    voordat
    ringer
    bel
    Uitgebreide uitleg

    Jeg kan: jeg betekent “ik”. kan is de tegenwoordige vorm van het modale werkwoord kunne en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit: “ik kan”. Na kan staat het volgende werkwoord in de infinitief, zonder extra infinitiefmarker: kan skrive = “kan schrijven”. Voorbeelden: Jeg kan vente. = “Ik kan wachten.” Hun kan hjælpe. = “Zij kan helpen.” skrive … ned: Samen vormen deze woorden het werkwoord skrive ned, “opschrijven”. skrive is de infinitief van skrive; ned maakt hier duidelijk dat informatie schriftelijk wordt vastgelegd. De twee delen kunnen in deze zin uit elkaar staan: het object spørgsmålene komt ertussen. Voorbeeld: Jeg skriver adressen ned. = “Ik schrijf het adres op.” spørgsmålene: Dit is het bepaalde meervoud van spørgsmål, “vraag”. De uitgang -ene markeert hier bepaald meervoud: “de vragen”. Het woord blijft hetzelfde voor grammaticaal geslacht; het getal en de bepaaldheid worden hier door de vorm aangegeven. Vergelijk et spørgsmål = “een vraag” en spørgsmålene = “de vragen”. før: før betekent hier “voordat” en leidt de tijdsbepaling in. Het verbindt de hoofdzin met een gebeurtenis die eerder moet plaatsvinden: eerst de vragen opschrijven, daarna bellen. Als voorzetsel kan før ook “voor” betekenen, maar hier staat er een bijzin achter: før jeg ringer = “voordat ik bel”. ringer: Dit is de tegenwoordige vorm van ringe, “bellen”. De vorm eindigt op -r; in het Deens verandert het werkwoord in de tegenwoordige tijd niet naar persoon of meervoud. Het onderwerp staat hier expliciet in de bijzin: jeg ringer = “ik bel”. De tegenwoordige tijd kan in zo’n tijdsbepaling naar een toekomstige handeling verwijzen: før jeg ringer betekent “voordat ik bel”, ook als het bellen nog moet gebeuren. Samenstelling: Jeg kan skrive spørgsmålene ned betekent “Ik kan de vragen opschrijven”. før jeg ringer voegt de tijdsrelatie toe: dit opschrijven gebeurt vóór het bellen. De volledige zin betekent dus: “Ik kan de vragen opschrijven voordat ik bel.”

  11. Det burde gøre telefonsamtalen lettere at følge.

    Dat zou het telefoongesprek makkelijker te volgen moeten maken.

    Det
    dat
    burde
    zou moeten
    gøre
    maken
    telefonsamtalen
    het telefoongesprek
    lettere
    makkelijker
    at følge
    volgen
    Uitgebreide uitleg

    Det betekent hier “dat” en staat als voornaamwoord voor iets dat in de context bedoeld wordt; de aangeleverde vertaling specificeert geen zelfstandig naamwoord als referent. Het is dus niet nodig om zelf een concreet antecedent in te vullen. burde is de vorm van burde, die verwant is aan bør. In deze zin drukt burde samen met de infinitief een verwachting of veronderstelling uit: “zou … moeten”. Bijvoorbeeld: Det burde virke. — “Dat zou moeten werken.” gøre is de infinitief “maken/doen”. Na burde staat de infinitief zonder at: burde gøre. In de constructie gøre X lettere betekent het “X gemakkelijker maken”. telefonsamtalen betekent “het telefoongesprek”. Het woord is een samenstelling van telefon en samtale; de uitgang -en markeert hier de bepaalde enkelvoudsvorm: “het gesprek”. Bijvoorbeeld: Jeg har en telefonsamtale. — “Ik heb een telefoongesprek.” lettere betekent hier “makkelijker”. Het is de vergrotende vorm van let (“makkelijk/eenvoudig”): let → lettere. De vorm vergelijkt de beschreven situatie met een minder gemakkelijke situatie; het zegt niet noodzakelijk dat iets absoluut gemakkelijk is. at følge betekent “volgen”. at markeert hier de infinitief en følge is het werkwoord zelf. In lettere at følge gaat het om iets dat gemakkelijker te volgen of te begrijpen is. Bijvoorbeeld: Det er let at følge planen. — “Het is gemakkelijk om het plan te volgen.” Samen vormen de delen: Det (“dat”) + burde gøre (“zou … moeten maken”) + telefonsamtalen (“het telefoongesprek”) + lettere at følge (“makkelijker om te volgen”). De volledige betekenis is: “Dat zou het telefoongesprek makkelijker te volgen moeten maken.”

Grammatica

skrive ... ned

skrive spørgsmålene ned

sgri-we speu-a-smool-le-ne needh

de vragen opschrijven

Het partikel ned staat na het lijdend voorwerp: skrive spørgsmålene ned.

tage ... op

tage det op

tee-a de ob

het ter sprake brengen

Bij dit vaste werkwoord staat op na het voornaamwoord: tage det op.

Deens woordenschat

apoteker zelfstandig naamwoord
apoteege apotheker apotekeren
Geslacht
common
bivirkning zelfstandig naamwoord
bie-wea-gning bijwerking
Geslacht
common
dosis zelfstandig naamwoord
doo-sis dosis
Geslacht
common
forstå werkwoord
fo-stoo-a begrijpen forstår
fødevare zelfstandig naamwoord
feu-de-vee-a voedingsmiddel fødevarer
Geslacht
common
hovedpine zelfstandig naamwoord
hoo-we-pie-ne hoofdpijn
Geslacht
common
medicinetiket zelfstandig naamwoord
mediesiene-tegeed medicijnetiket
Geslacht
common
måltid zelfstandig naamwoord
mool-tie maaltijd måltider
Geslacht
neuter
tage op uitdrukking
tee-a ob ter sprake brengen tage det op

Så bør jeg tage det op.

tjekke werkwoord
tsjegge controleren
undgå werkwoord
on-goo vermijden
værd bijvoeglijk naamwoord
ve-a de moeite waard

Det er værd at tjekke.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dus moet ik dat ter sprake brengen.

Antwoord tonenSå bør jeg tage det op.

Een deskundige kan de risico's duidelijker uitleggen.

Antwoord tonenEn fagperson kan forklare risiciene tydeligere.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

controleren

Antwoord tonentjekke

apotheker

Antwoord tonenapotekeren

de moeite waard

Antwoord tonenværd

maaltijd

Antwoord tonenmåltider