Basisberichten en om hulp vragen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic messages and asking for help..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisberichten en om hulp vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Bitte sagen Sie es noch einmal.

bit-te zaa-guh(n) zie es nokh aain-maal. Zeg het alstublieft nog een keer.
B

Bitte schreiben Sie es auf.

bit-te shraai-buh(n) zie es aauf. Schrijf het alstublieft op.
A

Bitte zeigen Sie es mir.

bit-te tsaa-guh(n) zie es mier. Laat het me alstublieft zien.
B

Bitte helfen Sie mir.

bit-te hel-fuh(n) zie mier. Help me alstublieft.
A

Wie kann ich Ihnen helfen?

fie kan ikh ie-nuh(n) hel-fuh(n)? Hoe kan ik u helpen?
B

Bitte rufen Sie mich später an.

bit-te roe-fuh zie mikh shpee-tuh an. Bel me alstublieft later.

Woord voor woord

Bitte ‘Bitte’ maakt het verzoek beleefd en betekent hier ‘alstublieft’. In ‘Bitte sagen Sie es noch einmal’ staat het aan het begin van het verzoek. Gebruik het bijvoorbeeld wanneer je iemand beleefd vraagt iets te doen.
sagen ‘sagen’ drukt hier de gevraagde handeling uit: iets zeggen. In ‘Bitte sagen Sie es noch einmal’ gaat het om iemand vragen de boodschap opnieuw uit te spreken. Het patroon ‘Bitte sagen Sie ...’ is bruikbaar voor een beleefd verzoek om iets te zeggen.
Sie ‘Sie’ betekent hier ‘u’ als beleefde aanspreekvorm en verwijst naar de persoon aan wie het verzoek is gericht. In ‘sagen Sie’ staat het bij de aangesprokene. Gebruik ‘Sie’ bijvoorbeeld tegenover een onbekende, klant of andere persoon die je formeel aanspreekt.
es ‘es’ verwijst hier naar wat eerder is gezegd en betekent ‘het’. In ‘Bitte sagen Sie es noch einmal’ is het datgene wat opnieuw gezegd moet worden. Je kunt ‘es’ in hetzelfde patroon gebruiken wanneer de inhoud al duidelijk is.
noch ‘noch’ draagt in ‘noch einmal’ de betekenis ‘nog’ bij en maakt duidelijk dat iets opnieuw moet gebeuren. De vaste combinatie ‘noch einmal’ betekent hier ‘nog een keer’. Gebruik die combinatie wanneer je iemand vraagt iets te herhalen.
einmal ‘einmal’ betekent in ‘noch einmal’ ‘een keer’. Samen met ‘noch’ vormt het de uitdrukking ‘noch einmal’, dus ‘nog een keer’. Gebruik ‘noch einmal’ bijvoorbeeld als je een zin of uitleg opnieuw wilt horen.
schreiben ‘schreiben’ betekent hier schrijven, in het bijzonder iets opschrijven. In ‘Bitte schreiben Sie es auf’ gaat het om de boodschap schriftelijk vastleggen. Het patroon ‘Bitte schreiben Sie es auf’ is bruikbaar wanneer je iemand vraagt informatie te noteren.
auf ‘auf’ is hier het deeltje dat samen met schrijven uitdrukt dat iets wordt opgeschreven. In ‘Bitte schreiben Sie es auf’ maakt het duidelijk dat de informatie schriftelijk wordt vastgelegd. Gebruik het in dit patroon wanneer je iemand vraagt iets te noteren.
zeigen ‘zeigen’ betekent hier iets aan iemand laten zien. In ‘Bitte zeigen Sie es mir’ gaat het om het tonen van iets aan de spreker. Gebruik het patroon ‘Bitte zeigen Sie es mir’ wanneer je iemand beleefd vraagt een voorwerp, scherm of handeling te tonen.
mir ‘mir’ betekent ‘aan mij’ en geeft in ‘zeigen Sie es mir’ aan wie iets wordt getoond. Het verwijst naar de spreker als ontvanger van het tonen. Gebruik ‘mir’ in dit patroon wanneer je vraagt iets aan jezelf te laten zien.
helfen ‘helfen’ betekent hier helpen en drukt in ‘Bitte helfen Sie mir’ een verzoek om hulp uit. Het wordt in deze zin gebruikt met ‘mir’, de persoon die hulp nodig heeft. Gebruik ‘helfen Sie mir’ wanneer je iemand rechtstreeks om hulp vraagt.
Wie ‘Wie’ betekent hier ‘hoe’ en vraagt op welke manier hulp kan worden gegeven. In ‘Wie kann ich Ihnen helfen?’ maakt het deel uit van een beleefde vraag naar de gewenste hulp. Gebruik deze vraag bijvoorbeeld wanneer je een klant of bezoeker wilt helpen.
kann ‘kann’ betekent ‘kan’ of ‘in staat is’ en is hier de vorm van ‘können’ bij ‘ich’. In ‘Wie kann ich Ihnen helfen?’ vraagt het naar de mogelijkheid om hulp te bieden. Het patroon ‘Wie kann ich Ihnen helfen?’ is bruikbaar als beleefd hulpaanbod.
ich ‘ich’ betekent ‘ik’ en verwijst in ‘Wie kann ich Ihnen helfen?’ naar de persoon die hulp aanbiedt. Het maakt duidelijk wie de handeling kan uitvoeren. Gebruik ‘ich’ in het patroon ‘Wie kann ich ...?’ wanneer je vraagt wat je voor iemand kunt doen.
Ihnen ‘Ihnen’ betekent hier ‘u’ of ‘aan u’ in de beleefde aanspreekvorm en verwijst naar de persoon die hulp kan krijgen. In ‘Ihnen helfen’ is die persoon degene aan wie hulp wordt geboden. Gebruik deze vorm in een formele vraag naar hulp of dienstverlening.
rufen ‘rufen’ betekent hier niet roepen, maar bellen als onderdeel van het scheidbare werkwoord ‘anrufen’. In ‘rufen Sie mich später an’ wordt de betekenis ‘mij later bellen’ door ‘rufen’ en ‘an’ samen gevormd. Gebruik de beleefde zin ‘Rufen Sie mich später an’ wanneer je iemand vraagt later telefonisch contact op te nemen.
mich ‘mich’ betekent ‘mij’ en verwijst in ‘rufen Sie mich später an’ naar de persoon die gebeld moet worden. Het is de persoon op wie de handeling van bellen gericht is. Gebruik ‘mich’ in dit patroon wanneer je iemand vraagt jou te bellen.
später ‘später’ betekent ‘later’ en geeft aan dat het bellen niet nu, maar op een later moment moet gebeuren. In ‘rufen Sie mich später an’ bepaalt het wanneer de handeling plaatsvindt. Gebruik het bijvoorbeeld om een telefoongesprek uit te stellen.
an ‘an’ is hier het scheidbare deeltje van ‘anrufen’, dat ‘bellen’ betekent. In ‘rufen Sie mich später an’ staat het aan het einde van de zin en maakt het samen met ‘rufen’ de betekenis ‘opbellen’. Gebruik deze combinatie wanneer je iemand vraagt later telefonisch contact op te nemen.

Grammatica

helfen + mir/Ihnen

Sie helfen mir.

zie hel-fuh(n) mier.

U helpt mij.

helfen krijgt een datiefobject: mir betekent ‘mij’ in de datief, niet mich.

rufen + mich/Sie

Ich rufe Sie später.

ikh roe-fuh zie shpee-tuh.

Ik bel u later.

Bij rufen is de persoon het lijdend voorwerp: mich of Sie staat in de accusatief.

Duits woordenschat

es voornaamwoord
es het

Bitte sagen Sie es noch einmal.

helfen werkwoord
hel-fuh(n) helpen

Bitte helfen Sie mir.

ich voornaamwoord
ikh ik

Wie kann ich Ihnen helfen?

Ihnen voornaamwoord
ie-nuh(n) u

Wie kann ich Ihnen helfen?

mir voornaamwoord
mier mij

Bitte zeigen Sie es mir.

noch einmal bijwoord
nokh aain-maal nog een keer

Bitte sagen Sie es noch einmal.

rufen werkwoord
roe-fuh(n) bellen

Bitte rufen Sie mich später an.

sagen werkwoord
zaa-guh(n) zeggen

Bitte sagen Sie es noch einmal.

schreiben werkwoord
shraai-buh(n) schrijven

Bitte schreiben Sie es auf.

Sie voornaamwoord
zie u

Bitte sagen Sie es noch einmal.

wie bijwoord
fie hoe

Wie kann ich Ihnen helfen?

zeigen werkwoord
tsaa-guh(n) laten zien

Bitte zeigen Sie es mir.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zeg het alstublieft nog een keer.

Antwoord tonenBitte sagen Sie es noch einmal.

Schrijf het alstublieft op.

Antwoord tonenBitte schreiben Sie es auf.

Laat het me alstublieft zien.

Antwoord tonenBitte zeigen Sie es mir.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

helpen

Antwoord tonenhelfen

zeggen

Antwoord tonensagen

laten zien

Antwoord tonenzeigen

schrijven

Antwoord tonenschreiben