Begrijpen en weten | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic understanding and knowledge..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Begrijpen en weten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich verstehe es jetzt.

isj fer-SJTEE-uh es jets Ik begrijp het nu.
B

Ich verstehe es nicht.

isj fer-SJTEE-uh es nisjt Ik begrijp het niet.
A

Ich weiß es nicht.

isj vais es nisjt Ik weet het niet.
B

Was meinst du?

vas mainst doe? Wat bedoel je?
A

Verstehst du mich?

fer-SJTEEST doe misj? Begrijp je mij?
B

Kennst du ihn?

kenst doe ien? Ken je hem?

Woord voor woord

Ich “Ich” betekent “ik” en is het onderwerp in “Ich verstehe es jetzt.” en “Ich weiß es nicht.” Je gebruikt “Ich” om over jezelf te spreken, bijvoorbeeld in een zin als “Ich verstehe ...” met wat je begrijpt.
verstehe “verstehe” betekent hier “begrijp” en komt voor in “Ich verstehe es jetzt.” en “Ich verstehe es nicht.” Dit is de vorm van “verstehen” die in deze zinnen bij “Ich” hoort; je kunt “Ich verstehe ...” gebruiken met wat je begrijpt.
es “es” betekent hier “het” in “Ich verstehe es jetzt.” en “Ich verstehe es nicht.” Het verwijst naar datgene wat iemand begrijpt of niet begrijpt; de combinatie “Ich verstehe es” is een bruikbaar patroon.
jetzt “jetzt” betekent “nu” en geeft in “Ich verstehe es jetzt.” aan dat het begrip op dit moment is ontstaan. Je kunt “jetzt” gebruiken om het tijdstip van een handeling of toestand aan te geven.
nicht “nicht” maakt in “Ich verstehe es nicht.” en “Ich weiß es nicht.” de uitspraak ontkennend: iets wordt niet begrepen of niet geweten. Je kunt “nicht” na de inhoud van de zin gebruiken om een handeling of kennis te ontkennen.
weiß “weiß” betekent hier “weet” in “Ich weiß es nicht.” en verwijst naar kennis van iets. Dit is de vorm van “wissen” die in deze zin bij “Ich” hoort; een bruikbaar patroon is “Ich weiß es ...” met een bevestiging of ontkenning.
Was “Was” betekent “wat” in de vraag “Was meinst du?” en vraagt naar de bedoelde inhoud. Je gebruikt “Was” vaak aan het begin van een vraag wanneer je naar iets of een betekenis vraagt.
meinst “meinst” betekent hier “bedoel” in de vraag “Was meinst du?” Dit is de vorm van “meinen” die in deze vraag bij “du” hoort; samen met “Was” vormt het een bruikbaar patroon om te vragen wat iemand bedoelt.
du “du” betekent “jij” en is de persoon tot wie de vragen “Was meinst du?” en “Verstehst du mich?” gericht zijn. Je gebruikt “du” in informele vragen en uitspraken tegen één persoon.
mich “mich” betekent “mij” in “Verstehst du mich?” en verwijst naar de persoon die begrepen moet worden. Je kunt “Verstehst du mich?” gebruiken om te vragen of iemand jou begrijpt.
Kennst “Kennst” betekent hier “ken” in “Kennst du ihn?” en gaat over het kennen van een persoon. Dit is de vorm van “kennen” die in deze vraag bij “du” hoort; je kunt “Kennst du ...?” gebruiken om te vragen of iemand een persoon kent.
ihn “ihn” betekent “hem” in “Kennst du ihn?” en verwijst naar een mannelijke persoon. Je gebruikt “ihn” hier als de persoon die iemand kent, na de vraag “Kennst du ...?”.

Grammatica

W-vraag: vraagwoord + werkwoord + onderwerp

Was meinst du?

vas mainst doe?

Wat bedoel je?

In een Duitse vraag met een vraagwoord staat het werkwoord vóór het onderwerp: Was meinst du?

Accusatief voor persoonlijke voornaamwoorden

Verstehst du mich?

fer-SJTEEST doe misj?

Begrijp je mij?

Na een werkwoord als verstehen gebruik je mich voor ‘mij’ en ihn voor ‘hem’, niet de onderwerpvorm ich of er.

Duits woordenschat

du voornaamwoord
doe jij

Was meinst du?

es voornaamwoord
es het

Ich verstehe es jetzt.

ich voornaamwoord
isj ik

Ich verstehe es jetzt.

ihn voornaamwoord
ien hem

Kennst du ihn?

jetzt bijwoord
jets nu

Ich verstehe es jetzt.

kennen werkwoord
kenun kennen kennst

Kennst du ihn?

meinen werkwoord
mainun bedoelen meinst

Was meinst du?

mich voornaamwoord
misj mij

Verstehst du mich?

nicht bijwoord
nisjt niet

Ich verstehe es nicht.

verstehen werkwoord
fer-SJTEE-uhn begrijpen verstehe

Ich verstehe es jetzt.

was voornaamwoord
vas wat

Was meinst du?

wissen werkwoord
vissun weten weiß

Ich weiß es nicht.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik begrijp het nu.

Antwoord tonenIch verstehe es jetzt.

Ik begrijp het niet.

Antwoord tonenIch verstehe es nicht.

Ik weet het niet.

Antwoord tonenIch weiß es nicht.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kennen

Antwoord tonenkennst

weten

Antwoord tonenweiß

begrijpen

Antwoord tonenverstehe

bedoelen

Antwoord tonenmeinst