Over deze les
Met Begrijpen en weten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich verstehe es jetzt.
isj fer-SJTEE-uh es jets Ik begrijp het nu.Ich verstehe es nicht.
isj fer-SJTEE-uh es nisjt Ik begrijp het niet.Ich weiß es nicht.
isj vais es nisjt Ik weet het niet.Was meinst du?
vas mainst doe? Wat bedoel je?Verstehst du mich?
fer-SJTEEST doe misj? Begrijp je mij?Kennst du ihn?
kenst doe ien? Ken je hem?Woord voor woord
Grammatica
W-vraag: vraagwoord + werkwoord + onderwerp
Was meinst du?
vas mainst doe?Wat bedoel je?
In een Duitse vraag met een vraagwoord staat het werkwoord vóór het onderwerp: Was meinst du?
Accusatief voor persoonlijke voornaamwoorden
Verstehst du mich?
fer-SJTEEST doe misj?Begrijp je mij?
Na een werkwoord als verstehen gebruik je mich voor ‘mij’ en ihn voor ‘hem’, niet de onderwerpvorm ich of er.
Duits woordenschat
Was meinst du?
Ich verstehe es jetzt.
Ich verstehe es jetzt.
Kennst du ihn?
Ich verstehe es jetzt.
Kennst du ihn?
Was meinst du?
Verstehst du mich?
Ich verstehe es nicht.
Ich verstehe es jetzt.
Was meinst du?
Ich weiß es nicht.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik begrijp het nu.
Antwoord tonen
Ich verstehe es jetzt.Ik begrijp het niet.
Antwoord tonen
Ich verstehe es nicht.Ik weet het niet.
Antwoord tonen
Ich weiß es nicht.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
kennen
Antwoord tonen
kennstweten
Antwoord tonen
weißbegrijpen
Antwoord tonen
verstehebedoelen