Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Aanwijzen en bezit oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Was ist das hier?
Vas ist das hie-uh? Wat is dit?Was ist das da?
Vas ist das daa? Wat is dat?Wer ist das?
Vee-uh ist das? Wie is dat?Welches ist deins?
Velches ist dains? Welke is van jou?Das hier ist meins.
Das hie-uh ist mains. Deze is van mij.Das da ist deins.
Das daa ist dains. Die daar is van jou.Uitleg van de zinnen
Was ist das hier?
Wat is dit?
- Was
- wat
- ist
- is
- das
- dit
- hier
- hier
Uitgebreide uitleg
Was betekent hier ‘wat’ en vraagt naar de identiteit of aard van iets. Het is het Duitse vraagwoord voor een zaak of situatie; voor een persoon gebruik je meestal wer (‘wie’). Voorbeeld: Was ist das? — ‘Wat is dat?’ ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd. De vorm hoort hier bij das: letterlijk wordt gevraagd wat dit is. De belangrijke vormreeks is sein — ist — sind; sind gebruik je bijvoorbeeld bij een meervoudig onderwerp. Voorbeeld: Was ist das? — ‘Wat is dat?’ das is hier geen lidwoord bij een zelfstandig naamwoord, maar een aanwijzend voornaamwoord: ‘dit’ in deze concrete vertaling. Het verwijst naar iets zonder dat het zelfstandig naamwoord zelf wordt genoemd. De vorm das is in deze aanwijzende functie onzijdig enkelvoud; andere aanwijzende vormen kunnen bijvoorbeeld der, die of diese zijn, afhankelijk van de grammaticale vorm en de bedoelde verwijzing. Voorbeeld: Das ist neu. — ‘Dit is nieuw.’ hier is een bijwoord van plaats en betekent ‘hier’, dus op deze plaats of in de directe omgeving. Het staat in het vaste voorbeeld na das en maakt de nabijheid expliciet. Vergelijk da in Was ist das da? — ‘Wat is dat daar?’; hier en da geven een verschillende plaatsrelatie aan. Samen vormen de delen de vraag Was ist das hier?: ‘Wat is dit?’ De spreker vraagt welke zaak of welk object het aangewezen nabije ding is. De formulering is een gewone, directe vraag.
Was ist das da?
Wat is dat?
- Was
- wat
- ist
- is
- das
- dat
- da
- daar
Uitgebreide uitleg
Was betekent hier “wat” en vraagt naar de identiteit of aard van iets. Het is een vraagwoord; vergelijk wer in Wer ist das? (“Wie is dat?”), dat naar een persoon vraagt. Een nuttig patroon is Was ist …? — “Wat is …?”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – ist. In deze zin verbindt het de vraag naar “wat” met het aangewezen ding. Voorbeeld: Was ist das? — “Wat is dat?” das betekent hier “dat” en is een aanwijzend voornaamwoord voor het aangewezen ding. Het verwijst in deze zin naar iets dat de spreker aanwijst; de concrete identiteit van dat ding wordt niet verder genoemd. De vorm das kan ook als lidwoord bij een onzijdig zelfstandig naamwoord voorkomen, maar hier staat het zelfstandig als aanwijzing. da betekent hier “daar” en geeft een plaatselijk onderscheid aan: het aangewezen ding bevindt zich daar. Vergelijk hier in Was ist das hier? — “Wat is dit hier?”; hier wijst naar de plaats van de spreker, terwijl da naar een andere of verder weg gelegen plaats kan wijzen. De precieze afstand wordt door deze zin niet vastgelegd. Samen vormen das da de betekenis “dat daar”: de spreker vraagt wat het aangewezen ding op die plek is. De volledige zin Was ist das da? betekent dus “Wat is dat daar?”. Het is een gewone, korte vraag om iets te identificeren.
Wer ist das?
Wie is dat?
- Wer
- wie
- ist
- is
- das
- dat
Uitgebreide uitleg
Wer betekent hier “wie” en vraagt naar de identiteit van de persoon of personen die als onderwerp worden voorgesteld. Het is de nominatieve vorm van het vragende voornaamwoord: wer (onderwerp), wen (lijdend voorwerp), wem (meewerkend voorwerp). Voorbeeld: Wer kommt? — “Wie komt?” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De relevante reeks is sein: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Voorbeeld: Das ist Anna. — “Dat is Anna.” das staat hier zelfstandig en betekent “dat”; het is dus geen lidwoord vóór een zelfstandig naamwoord. De vorm das is de onzijdige vorm van het aanwijzende voornaamwoord, maar daaruit volgt niet welk concreet persoon of voorwerp bedoeld wordt. Voorbeeld: Was ist das? — “Wat is dat?” Samen vormen de woorden het herbruikbare vraagpatroon wer + persoonsvorm + dat/dit?: Wer ist das? betekent “Wie is dat?” De vraagwoordvorm staat vooraan, de persoonsvorm ist volgt direct, en das is datgene waarvan de identiteit wordt gevraagd. De zin geeft zelf niet aan wie of wat de referent precies is.
Welches ist deins?
Welke is van jou?
- Welches
- welke
- ist
- is
- deins
- van jou
Uitgebreide uitleg
Welches betekent hier “welke/welk exemplaar?” en staat zelfstandig: het vervangt het niet genoemde ding waarnaar gevraagd wordt. De vorm welches is de onzijdige enkelvoudsvorm in deze naamval. Vergelijk in dezelfde vraagfunctie: welcher voor mannelijk enkelvoud en welche voor vrouwelijk enkelvoud of meervoud. Voorbeeld: Welcher ist richtig? — “Welke is juist?” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Dezelfde vorm wordt gebruikt bij een enkelvoudig onderwerp, bijvoorbeeld: Das ist neu. — “Dat is nieuw.” deins is een zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: “van jou” of “jouw exemplaar”. Het verwijst hier niet naar een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord. De vorm hoort bij een onzijdig enkelvoudig ding; vergelijk meins (“van mij”) in Das hier ist meins. De bezittelijke vormen veranderen volgens het grammaticale geslacht en getal van het bedoelde ding, niet volgens de persoon die eigenaar is: meins/deins voor onzijdig enkelvoud, tegenover bijvoorbeeld meiner/deiner voor mannelijk enkelvoud. Samen vormt Welches ist deins? de vraag “Welke is van jou?”: Welches vraagt welk exemplaar bedoeld is, ist verbindt dat met de bezitsrelatie, en deins geeft aan dat het exemplaar aan de aangesprokene toebehoort.
Das hier ist meins.
Deze is van mij.
- Das hier
- dit hier
- ist
- is
- meins
- van mij
Uitgebreide uitleg
Das hier betekent hier “dit hier” of natuurlijker “deze hier”: een aanwijzende vorm met hier om iets in de buurt aan te wijzen. Das is in deze uiting de zelfstandige aanwijzende vorm; het verwijst naar iets dat uit de situatie duidelijk is, zonder dat de zin zelf benoemt wat het precies is. Het voorafgaande Welches en het volgende Das da laten zien dat zulke vormen naar een aangewezen voorwerp kunnen verwijzen. Hier staat tegenover da wanneer je “hier” en “daar” tegenover elkaar zet. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm ist wordt gebruikt met een enkelvoudig onderwerp: Das ist ... betekent “Dat/deze is ...”. meins is hier een zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: “van mij” of “het mijne”. Het sluit aan bij het onbenoemde, onzijdige enkelvoud waarnaar das verwijst. Vergelijk de vormen in gebruik: mein Buch = “mijn boek”, maar Das Buch ist meins = “Het boek is van mij”. Meins is dus niet het zelfstandig naamwoord van het voorwerp; het drukt bezit uit. Het vrouwelijke en meervoudige equivalent is vaak meine, bijvoorbeeld Die Tasche ist meine (“De tas is van mij”), maar die vorm hoort niet bij het onzijdige enkelvoud in deze uiting. Samen vormen de delen Das hier ist meins.: “Deze hier is van mij.” De zin wijst een niet nader genoemd voorwerp aan en zegt dat het aan de spreker toebehoort. De constructie is herbruikbaar als Das hier ist + bezittelijk voornaamwoord, bijvoorbeeld Das hier ist deins. = “Deze hier is van jou.”
Das da ist deins.
Die daar is van jou.
- Das da
- dat daar
- ist
- is
- deins
- van jou
Uitgebreide uitleg
Das da betekent hier “dat daar”. Das staat zelfstandig als aanwijzend voornaamwoord. In deze vorm is het nominatief enkelvoud onzijdig; de concrete referent wordt door de zin zelf niet benoemd. Da voegt de verwijzing naar iets op afstand toe. Samen vormt dit een herbruikbaar patroon: Das da = “dat daar”. Ter vergelijking uit de context: Das hier betekent “dit hier”; hier en da geven dus een verschillende plaatsaanwijzing aan. Ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. Het verbindt het aangewezen ding met de bezitsbeschrijving. Voorbeeld: Das ist neu. — “Dat is nieuw.” Deins is een zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord en betekent hier “van jou”. Het verwijst naar iets dat van de aangesproken persoon is en vervangt een zelfstandig naamwoord: dein Buch betekent “jouw boek”, maar Das Buch ist deins. betekent “Het boek is van jou.” De vorm deins hoort bij een weggelaten onzijdig zelfstandig naamwoord in het nominatief enkelvoud, zoals na ist. Het verwante meins in de context betekent “van mij”; het verschil zit in de persoon: dein- verwijst naar “jouw”, mein- naar “mijn”. Samen wijst Das da een ding aan, ist koppelt het aan een eigenschap of relatie, en deins geeft de bezitter aan. De volledige betekenis is daarom: “Dat daar is van jou.”
Grammatica
Was ist das?
Was ist das?
Vas ist das?Wat is dat?
In deze vraag staat het vraagwoord was vóór de persoonsvorm ist.
Welches ist deins?
Welches ist deins?
Velches ist dains?Welke is van jou?
Deins en meins staan zelfstandig en betekenen ‘van jou’ en ‘van mij’.
Duits woordenschat
Was ist das da?
Was ist das hier?
Welches ist deins?
Was ist das hier?
Was ist das?
Das hier ist meins.
Was ist das hier?
Welches ist deins?
Wer ist das?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat is dit?
Antwoord tonen
Was ist das hier?Wat is dat?
Antwoord tonen
Was ist das da?Wie is dat?
Antwoord tonen
Wer ist das?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
welke; welke één
Antwoord tonen
welcheshier
Antwoord tonen
hiervan mij
Antwoord tonen
meinsvan jou