Basisvragen over plaats en tijd | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic place and time questions..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisvragen over plaats en tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wo ist es?

voo ist es? Waar is het?
B

Wo bist du?

voo bist doe? Waar ben je?
A

Was ist hier passiert?

vas ist hier pasiért? Wat is hier gebeurd?
B

Wie spät ist es?

vie sjpeet ist es? Hoe laat is het?
A

Wann kommst du?

van komst doe? Wanneer kom je?
B

Warum bist du zu spät?

varóem bist doe tsoe sjpeet? Waarom ben je laat?

Woord voor woord

Wo ‘Wo’ betekent ‘waar’ en vraagt in ‘Wo ist es?’ en ‘Wo bist du?’ naar een plaats. Het staat aan het begin van een directe vraag. Gebruik ‘Wo ist ...?’ voor de locatie van iets en ‘Wo bist du?’ voor de locatie van iemand.
ist ‘ist’ betekent ‘is’ in ‘Wo ist es?’ en is de vorm van ‘sein’ die daar bij ‘es’ hoort. In ‘Was ist hier passiert?’ staat ‘ist’ samen met ‘passiert’ in een vraag naar wat er is gebeurd. De vraagvolgorde ‘Wo ist ...?’ is een bruikbaar patroon om naar de locatie van iets te vragen.
es ‘es’ betekent ‘het’ in ‘Wo ist es?’ en verwijst naar iets waarvan al duidelijk is waarover men spreekt. Het staat hier na ‘ist’ in de vraag ‘Wo ist es?’. Gebruik dit patroon wanneer je naar de plaats van een ding of situatie vraagt zonder het opnieuw te benoemen.
bist ‘bist’ betekent ‘bent’ in ‘Wo bist du?’ en is de vorm van ‘sein’ die met ‘du’ wordt gebruikt. Samen met ‘du’ vormt het de vraag naar iemands locatie. Gebruik het patroon ‘Wo bist du?’ wanneer je een persoon rechtstreeks vraagt waar die is.
du ‘du’ betekent ‘jij’ of ‘je’ en is in ‘Wo bist du?’ de persoon die wordt aangesproken. Het staat na ‘bist’, omdat dit een vraag is. Gebruik ‘du’ voor één persoon die je rechtstreeks en informeel aanspreekt.
Was ‘Was’ betekent ‘wat’ en vraagt in ‘Was ist hier passiert?’ naar de gebeurtenis of informatie waarover men iets wil weten. Het staat aan het begin van de directe vraag. Gebruik het patroon ‘Was ist ...?’ om te vragen wat iets is of wat er is gebeurd.
hier ‘hier’ betekent ‘hier’ en verwijst in ‘Was ist hier passiert?’ naar de huidige of bedoelde plaats. Het bepaalt waar de gebeurtenis plaatsvond, zonder de hele vraag alleen te dragen. Gebruik ‘hier’ om een gebeurtenis aan de plaats van de gesprekssituatie te koppelen.
passiert ‘passiert’ betekent hier ‘gebeurd’ in ‘Was ist hier passiert?’. Samen met ‘ist’ vormt het de constructie ‘ist hier passiert’ voor iets dat heeft plaatsgevonden; ‘passiert’ staat aan het einde van de vraag. Gebruik deze vraag om in een concrete situatie te vragen wat er is gebeurd.
Wie ‘Wie’ betekent ‘hoe’ en staat in ‘Wie spät ist es?’ samen met ‘spät’ om naar het tijdstip te vragen. Het staat aan het begin van de directe vraag. Het patroon ‘Wie + bijvoeglijk woord’ kan worden gebruikt om naar een eigenschap of mate te vragen.
spät ‘spät’ betekent ‘laat’. In ‘Wie spät ist es?’ draagt het samen met ‘Wie’ het idee van ‘hoe laat’ bij; de volledige vraag vraagt naar de tijd. Gebruik ‘Wie spät ist es?’ wanneer je iemand naar het huidige tijdstip vraagt.
Wann ‘Wann’ betekent ‘wanneer’ en vraagt in ‘Wann kommst du?’ naar het moment waarop iemand komt. Het staat aan het begin van de directe vraag. Gebruik ‘Wann’ om naar een tijdstip of moment van een gebeurtenis te vragen.
kommst ‘kommst’ betekent hier ‘komt’ in ‘Wann kommst du?’. Het is de vorm van ‘kommen’ die met ‘du’ wordt gebruikt en staat in deze vraag vóór ‘du’. Gebruik ‘Wann kommst du?’ wanneer je iemand vraagt wanneer die persoon zal komen.
Warum ‘Warum’ betekent ‘waarom’ en vraagt naar een reden. In ‘Warum bist du zu spät?’ vraagt het specifiek naar de reden dat iemand te laat is. Gebruik ‘Warum’ aan het begin van een directe vraag wanneer je een verklaring wilt weten.
zu ‘zu’ betekent in ‘zu spät’ niet alleen ‘te’, maar maakt samen met ‘spät’ de betekenis ‘te laat’. De volledige woordgroep ‘zu spät’ beschrijft dat iets later gebeurt dan passend of verwacht is. Het patroon ‘zu + bijvoeglijk woord’ kan aangeven dat iets een te hoge of te sterke mate heeft.

Grammatica

Warum + Verb + Subjekt ...?

Warum kommst du zu spät?

varóem komst doe tsoe sjpeet?

Waarom kom je te laat?

In een Duitse vraag met een vraagwoord staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp.

zu spät

Du kommst zu spät.

doe komst tsoe sjpeet.

Je komt te laat.

De vaste uitdrukking zu spät betekent ‘te laat’; zu staat vóór het bijvoeglijk naamwoord.

Duits woordenschat

du voornaamwoord
doe je
es voornaamwoord
es het
hier bijwoord
hier hier
kommst werkwoord
komst komt
passiert werkwoord
pasiért gebeurd
Wann bijwoord
van wanneer
Warum bijwoord
varóem waarom
Was voornaamwoord
vas wat
Wie spät uitdrukking
vie sjpeet hoe laat
Wo bijwoord
voo waar
zu spät uitdrukking
tsoe sjpeet te laat

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar is het?

Antwoord tonenWo ist es?

Waar ben je?

Antwoord tonenWo bist du?

Wat is hier gebeurd?

Antwoord tonenWas ist hier passiert?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebeurd

Antwoord tonenpassiert

komt

Antwoord tonenkommst

wanneer

Antwoord tonenWann

hier

Antwoord tonenhier