Beoordeling, grootte en moeilijkheid | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic evaluation, size, and difficulty..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Beoordeling, grootte en moeilijkheid oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Das ist sehr gut.

Das ist zeer goet. Dit is heel goed.
B

Das ist nicht gut.

Das ist nigt goet. Dat is niet goed.
A

Das ist zu groß.

Das ist tsoe groos. Dit is te groot.
B

Das ist zu klein.

Das ist tsoe klain. Dit is te klein.
A

Es ist sehr einfach.

Es ist zeer ainfach. Het is heel makkelijk.
B

Es ist sehr schwierig.

Es ist zeer sjwierig. Het is heel moeilijk.

Woord voor woord

Das In Das ist sehr gut. en Das ist nicht gut. betekent Das ‘dit’ of ‘dat’, afhankelijk van waarnaar je verwijst. Das staat hier als onderwerp voor iets dat je beoordeelt. Een bruikbaar patroon is Das ist + een beoordeling wanneer je naar een zaak of situatie verwijst.
ist Ist betekent hier ‘is’ en verbindt het onderwerp met de beoordeling of eigenschap erna. Het is de vorm van sein die bij Das en Es in deze zinnen wordt gebruikt. Gebruik ist in een zin met de structuur onderwerp + ist + eigenschap.
sehr Sehr versterkt de beoordeling in sehr gut, sehr einfach en sehr schwierig: ‘heel’ of ‘zeer’. Het staat hier vóór het bijvoeglijk naamwoord dat het versterkt. Een betrouwbaar patroon is sehr + bijvoeglijk naamwoord om een sterke mate uit te drukken.
gut Gut betekent in Das ist sehr gut. ‘goed’ en geeft een positieve beoordeling. Het staat na ist als eigenschap van Das. Gebruik gut bijvoorbeeld om iets, een resultaat of een situatie positief te beoordelen.
nicht Nicht maakt de beoordeling in Das ist nicht gut. ontkennend: ‘niet goed’. Het staat hier vóór gut en ontkent die eigenschap. Gebruik nicht vóór het deel dat je in een zin wilt ontkennen.
zu Zu betekent in Das ist zu groß. en Das ist zu klein. ‘te’, dus in een te hoge of ongeschikte mate. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en geeft aan dat de grootte een probleem is. Een bruikbaar patroon is zu + bijvoeglijk naamwoord wanneer iets een grens overschrijdt.
groß Groß betekent in Das ist zu groß. ‘groot’; met zu betekent de hele beoordeling dat iets te groot is. Groß staat hier na ist als eigenschap van Das. Gebruik groß om de grootte van iets te beschrijven.
klein Klein betekent in Das ist zu klein. ‘klein’; met zu geeft het aan dat iets kleiner is dan gewenst. Klein staat hier na ist als eigenschap van Das. Gebruik klein om de grootte van iets te beschrijven.
Es In Es ist sehr einfach. en Es ist sehr schwierig. betekent Es ‘het’ en verwijst het als onderwerp naar iets dat gemakkelijk of moeilijk is. Es staat hier als onderwerp vóór ist. Gebruik de structuur Es ist + bijvoeglijk naamwoord om iets algemeen te beoordelen.
einfach Einfach betekent in Es ist sehr einfach. ‘gemakkelijk’ of ‘eenvoudig’. Het beschrijft hier iets dat weinig moeilijkheid heeft en staat na ist. Gebruik einfach om een taak, uitleg of situatie als gemakkelijk te beoordelen.
schwierig Schwierig betekent in Es ist sehr schwierig. ‘moeilijk’. Het beschrijft hier iets dat veel moeite of vaardigheid vraagt en staat na ist. Gebruik schwierig om een taak, uitleg of situatie als moeilijk te beoordelen.

Grammatica

sehr + Adjektiv

Das ist sehr gut.

Das ist zeer goet.

Dit is heel goed.

„sehr“ versterkt een bijvoeglijk naamwoord, zoals „gut“.

zu + Adjektiv

Es ist zu groß.

Es ist tsoe groos.

Het is te groot.

„zu“ betekent hier „te“ en geeft aan dat iets meer is dan gewenst.

Duits woordenschat

Das voornaamwoord
das dit/dat
einfach bijvoeglijk naamwoord
ainfach makkelijk
Es voornaamwoord
es het
groß bijvoeglijk naamwoord
groos groot
gut bijvoeglijk naamwoord
goet goed
ist werkwoord
ist is
klein bijvoeglijk naamwoord
klain klein
schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjwierig moeilijk
sehr bijwoord
zeer heel
zu bijwoord
tsoe te

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Dit is heel goed.

Antwoord tonenDas ist sehr gut.

Dat is niet goed.

Antwoord tonenDas ist nicht gut.

Dit is te groot.

Antwoord tonenDas ist zu groß.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

heel

Antwoord tonensehr

klein

Antwoord tonenklein

groot

Antwoord tonengroß

makkelijk

Antwoord toneneinfach