Es
‘Es’ is hier het onpersoonlijke onderwerp in zinnen over de temperatuur: ‘Es ist zu heiß’ en ‘Es ist zu kalt’. Gebruik ‘Es ist’ als begin van een eenvoudige uitspraak over het weer of de temperatuur.
ist
‘ist’ betekent hier ‘is’ en vormt met ‘Es’ de uitspraak over de temperatuur. Gebruik het patroon ‘Es ist’ gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord, zoals in ‘Es ist zu heiß’.
zu
‘zu’ betekent hier ‘te’ en geeft aan dat de temperatuur een grens overschrijdt. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord, in het patroon ‘zu’ + bijvoeglijk naamwoord; je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen dat iets onaangenaam warm of koud is.
heiß
‘heiß’ betekent hier ‘heet’ en beschrijft de temperatuur in ‘Es ist zu heiß’. Gebruik ‘heiß’ na ‘ist’ om een hoge temperatuur te beschrijven, bijvoorbeeld wanneer een kamer of dag onaangenaam warm is.
kalt
‘kalt’ betekent hier ‘koud’ en beschrijft de temperatuur in ‘Es ist zu kalt’. Gebruik ‘kalt’ na ‘ist’ om te zeggen dat de temperatuur onaangenaam laag is.
Ich
‘Ich’ betekent ‘ik’ en is het onderwerp van de zinnen over de eigen toestand. Gebruik ‘Ich’ vóór het werkwoord in zinnen zoals ‘Ich bin sehr müde’ of ‘Ich habe großen Hunger’.
bin
‘bin’ betekent hier ‘ben’ en is de vorm van ‘sein’ die bij ‘Ich’ hoort. Gebruik het patroon ‘Ich bin’ gevolgd door een beschrijving van je toestand, zoals ‘Ich bin sehr müde’.
sehr
‘sehr’ betekent ‘erg’ of ‘zeer’ en versterkt hier ‘müde’. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord in het patroon ‘sehr’ + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld wanneer je wilt zeggen dat je erg moe bent.
müde
‘müde’ betekent ‘moe’ en beschrijft in ‘Ich bin sehr müde’ de toestand van de spreker. Gebruik ‘müde’ na ‘Ich bin’ om tegen iemand te zeggen dat je weinig energie hebt, bijvoorbeeld na een lange dag.
habe
‘habe’ betekent hier ‘heb’ en wordt gebruikt in de Duitse uitdrukkingen ‘Ich habe großen Hunger’ en ‘Ich habe großen Durst’. Gebruik bij ‘Ich’ het patroon ‘Ich habe’ gevolgd door een zelfstandig naamwoord om honger of dorst uit te drukken.
großen
‘großen’ hoort in ‘großen Hunger’ en ‘großen Durst’ bij de uitdrukking voor veel of sterke honger en dorst; de volledige uitdrukking bepaalt die betekenis. In deze patronen staat ‘großen’ vóór ‘Hunger’ of ‘Durst’, bijvoorbeeld wanneer je aan tafel zegt dat je veel honger hebt.
Hunger
‘Hunger’ betekent ‘honger’ in de uitdrukking ‘Ich habe großen Hunger’. Gebruik het in het patroon ‘Ich habe großen Hunger’ wanneer je wilt zeggen dat je iets wilt eten.
Durst
‘Durst’ betekent ‘dorst’ in de uitdrukking ‘Ich habe großen Durst’. Gebruik het in het patroon ‘Ich habe großen Durst’ wanneer je iets wilt drinken.
fühle
‘fühle’ betekent hier ‘voel’ in ‘Ich fühle mich krank’. Het is de vorm die bij ‘Ich’ hoort; gebruik het patroon ‘Ich fühle mich’ gevolgd door een beschrijving van hoe je je voelt, bijvoorbeeld tegenover een arts.
mich
‘mich’ betekent hier ‘me’ en verwijst terug naar ‘Ich’ in de uitdrukking ‘Ich fühle mich krank’. Het hoort bij het patroon ‘Ich fühle mich’ wanneer je je eigen toestand beschrijft, zoals wanneer je zegt dat je je ziek voelt.
krank
‘krank’ betekent ‘ziek’ en beschrijft in ‘Ich fühle mich krank’ hoe de spreker zich voelt. Gebruik het patroon ‘Ich fühle mich krank’ om iemand, bijvoorbeeld een arts of huisgenoot, te vertellen dat je je ziek voelt.