Basisgezondheid en temperatuur | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic health and temperature..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisgezondheid en temperatuur oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Es ist zu heiß.

es ist tsoe hais Het is te warm.
B

Es ist zu kalt.

es ist tsoe kalt Het is te koud.
A

Ich bin sehr müde.

iech bin zee-uh muu-duh Ik ben erg moe.
B

Ich habe großen Hunger.

iech haa-buh groh-sun hoeng-uh Ik heb erg veel honger.
A

Ich habe großen Durst.

iech haa-buh groh-sun doerst Ik heb erg veel dorst.
B

Ich fühle mich krank.

iech fuu-luh mich krank Ik voel me ziek.

Woord voor woord

Es ‘Es’ is hier het onpersoonlijke onderwerp in zinnen over de temperatuur: ‘Es ist zu heiß’ en ‘Es ist zu kalt’. Gebruik ‘Es ist’ als begin van een eenvoudige uitspraak over het weer of de temperatuur.
ist ‘ist’ betekent hier ‘is’ en vormt met ‘Es’ de uitspraak over de temperatuur. Gebruik het patroon ‘Es ist’ gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord, zoals in ‘Es ist zu heiß’.
zu ‘zu’ betekent hier ‘te’ en geeft aan dat de temperatuur een grens overschrijdt. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord, in het patroon ‘zu’ + bijvoeglijk naamwoord; je gebruikt het bijvoorbeeld om te zeggen dat iets onaangenaam warm of koud is.
heiß ‘heiß’ betekent hier ‘heet’ en beschrijft de temperatuur in ‘Es ist zu heiß’. Gebruik ‘heiß’ na ‘ist’ om een hoge temperatuur te beschrijven, bijvoorbeeld wanneer een kamer of dag onaangenaam warm is.
kalt ‘kalt’ betekent hier ‘koud’ en beschrijft de temperatuur in ‘Es ist zu kalt’. Gebruik ‘kalt’ na ‘ist’ om te zeggen dat de temperatuur onaangenaam laag is.
Ich ‘Ich’ betekent ‘ik’ en is het onderwerp van de zinnen over de eigen toestand. Gebruik ‘Ich’ vóór het werkwoord in zinnen zoals ‘Ich bin sehr müde’ of ‘Ich habe großen Hunger’.
bin ‘bin’ betekent hier ‘ben’ en is de vorm van ‘sein’ die bij ‘Ich’ hoort. Gebruik het patroon ‘Ich bin’ gevolgd door een beschrijving van je toestand, zoals ‘Ich bin sehr müde’.
sehr ‘sehr’ betekent ‘erg’ of ‘zeer’ en versterkt hier ‘müde’. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord in het patroon ‘sehr’ + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld wanneer je wilt zeggen dat je erg moe bent.
müde ‘müde’ betekent ‘moe’ en beschrijft in ‘Ich bin sehr müde’ de toestand van de spreker. Gebruik ‘müde’ na ‘Ich bin’ om tegen iemand te zeggen dat je weinig energie hebt, bijvoorbeeld na een lange dag.
habe ‘habe’ betekent hier ‘heb’ en wordt gebruikt in de Duitse uitdrukkingen ‘Ich habe großen Hunger’ en ‘Ich habe großen Durst’. Gebruik bij ‘Ich’ het patroon ‘Ich habe’ gevolgd door een zelfstandig naamwoord om honger of dorst uit te drukken.
großen ‘großen’ hoort in ‘großen Hunger’ en ‘großen Durst’ bij de uitdrukking voor veel of sterke honger en dorst; de volledige uitdrukking bepaalt die betekenis. In deze patronen staat ‘großen’ vóór ‘Hunger’ of ‘Durst’, bijvoorbeeld wanneer je aan tafel zegt dat je veel honger hebt.
Hunger ‘Hunger’ betekent ‘honger’ in de uitdrukking ‘Ich habe großen Hunger’. Gebruik het in het patroon ‘Ich habe großen Hunger’ wanneer je wilt zeggen dat je iets wilt eten.
Durst ‘Durst’ betekent ‘dorst’ in de uitdrukking ‘Ich habe großen Durst’. Gebruik het in het patroon ‘Ich habe großen Durst’ wanneer je iets wilt drinken.
fühle ‘fühle’ betekent hier ‘voel’ in ‘Ich fühle mich krank’. Het is de vorm die bij ‘Ich’ hoort; gebruik het patroon ‘Ich fühle mich’ gevolgd door een beschrijving van hoe je je voelt, bijvoorbeeld tegenover een arts.
mich ‘mich’ betekent hier ‘me’ en verwijst terug naar ‘Ich’ in de uitdrukking ‘Ich fühle mich krank’. Het hoort bij het patroon ‘Ich fühle mich’ wanneer je je eigen toestand beschrijft, zoals wanneer je zegt dat je je ziek voelt.
krank ‘krank’ betekent ‘ziek’ en beschrijft in ‘Ich fühle mich krank’ hoe de spreker zich voelt. Gebruik het patroon ‘Ich fühle mich krank’ om iemand, bijvoorbeeld een arts of huisgenoot, te vertellen dat je je ziek voelt.

Grammatica

sich fühlen: Ich fühle mich + Adjektiv

Ich fühle mich sehr müde.

iech fuu-luh mich zee-uh muu-duh

Ik voel me erg moe.

Bij fühlen hoort het wederkerend voornaamwoord mich. Het bijvoeglijk naamwoord beschrijft hoe je je voelt.

Hunger/Durst haben

Ich habe Hunger.

iech haa-buh hoeng-uh

Ik heb honger.

In het Duits gebruik je habe met Hunger en Durst, net als in het Nederlands met heb.

Duits woordenschat

Durst zelfstandig naamwoord
doerst dorst

Ich habe großen Durst.

fühle werkwoord
fuu-luh voel

Ich fühle mich krank.

habe werkwoord
haa-buh heb

Ich habe großen Hunger.

heiß bijvoeglijk naamwoord
hais heet

Es ist zu heiß.

Hunger zelfstandig naamwoord
hoeng-uh honger

Ich habe großen Hunger.

kalt bijvoeglijk naamwoord
kalt koud

Es ist zu kalt.

krank bijvoeglijk naamwoord
krank ziek

Ich fühle mich krank.

mich voornaamwoord
mich me

Ich fühle mich krank.

müde bijvoeglijk naamwoord
muu-duh moe

Ich bin sehr müde.

sehr bijwoord
zee-uh erg

Ich bin sehr müde.

zu bijwoord
tsoe te

Es ist zu heiß.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is te warm.

Antwoord tonenEs ist zu heiß.

Het is te koud.

Antwoord tonenEs ist zu kalt.

Ik ben erg moe.

Antwoord tonenIch bin sehr müde.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

heb

Antwoord tonenhabe

dorst

Antwoord tonenDurst

erg

Antwoord tonensehr

moe

Antwoord tonenmüde