Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Gevoel, voorbereiding en tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich fühle mich besser.
iegh fuu-luh miegh bes-uh. Ik voel me beter.Ich bin sehr beschäftigt.
iech bin zee-uh buh-sjeftikt. Ik heb het erg druk.Ich bin jetzt bereit.
iech bin yets(t) buh-rait. Ik ben nu klaar.Ich bin nicht bereit.
iech bin niecht buh-rait. Ik ben niet klaar.Ich brauche mehr Zeit.
iech brau-ghuh mee-uh tsait. Ik heb meer tijd nodig.Hast du Zeit?
hast duu tsait? Heb je tijd?Uitleg van de zinnen
Ich fühle mich besser.
Ik voel me beter.
- Ich fühle mich
- ik voel me
- besser
- beter
Uitgebreide uitleg
Ich fühle mich betekent hier “ik voel me”. De vaste uitdrukking sich fühlen betekent “zich voelen” en beschrijft iemands toestand of ervaring. In deze zin is fühle de tegenwoordige tijd van fühlen bij ich; mich is het wederkerende voornaamwoord dat bij ich hoort. Vergelijk: Du fühlst dich gut. — “Jij voelt je goed.” De vorm van het werkwoord verandert dus mee met de persoon: ich fühle, du fühlst. besser betekent hier “beter”. Het is de vergrotende trap van gut: gut — “goed”, besser — “beter”, am besten — “het best”. Besser vergelijkt de huidige toestand met een eerdere of andere toestand, zonder in deze zin te zeggen waarmee precies. Voorbeeld: Heute fühle ich mich besser. — “Vandaag voel ik me beter.” Samen vormen de delen Ich fühle mich besser. de betekenis “Ik voel me beter.” Het onderwerp is ich (“ik”), fühle mich geeft de toestand van de spreker weer, en besser vergelijkt die toestand met een eerdere of andere toestand. De zin staat in de tegenwoordige tijd en is een gewone, neutrale formulering.
Ich bin sehr beschäftigt.
Ik heb het erg druk.
- Ich bin
- ik ben
- sehr
- erg
- beschäftigt
- druk
Uitgebreide uitleg
Ich bin betekent hier “ik ben”. Ich is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. bin is de vorm van sein bij ich; de volledige tegenwoordige-tijdreeks is bijvoorbeeld ich bin, du bist, er/sie ist. Voorbeeld: Ich bin bereit. — “Ik ben klaar.” sehr versterkt het bijvoeglijk naamwoord dat erop volgt en betekent hier “erg”. Het staat vóór beschäftigt. Voorbeeld: Das ist sehr wichtig. — “Dat is erg belangrijk.” beschäftigt betekent in deze zin “druk” of “bezig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord in de predicatieve positie na sein, waardoor het hier geen extra uitgang krijgt. Het kan ook “bezet” of “in beslag genomen” betekenen; in deze zin gaat het volgens de vaste vertaling om het hebben van veel bezigheden. De vorm hangt samen met het werkwoord beschäftigen, maar in deze uiting beschrijft beschäftigt de toestand van de spreker. Voorbeeld: Sie ist beschäftigt. — “Zij is bezig.” Samen vormen de delen Ich bin + sehr + beschäftigt de betekenis “Ik heb het erg druk.” Duits gebruikt hier letterlijk een vorm van sein met een beschrijvend woord, terwijl het Nederlands deze toestand natuurlijk weergeeft met het druk hebben.
Ich bin jetzt bereit.
Ik ben nu klaar.
- Ich bin
- ik ben
- jetzt
- nu
- bereit
- klaar; gereed
Uitgebreide uitleg
Ich bin betekent hier “ik ben”. bin is de vorm van het werkwoord sein (zijn) in de tegenwoordige tijd bij ich: ich bin, tegenover bijvoorbeeld du bist. De constructie Ich bin + bijvoeglijk naamwoord beschrijft een toestand of eigenschap van de spreker. Voorbeeld: Ich bin beschäftigt. — “Ik heb het druk.” jetzt is een bijwoord met de betekenis “nu”. Het plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Het kan ook in andere zinnen staan, bijvoorbeeld: Jetzt bin ich bereit. — “Nu ben ik klaar.” bereit betekent hier “klaar” of “gereed”, in de zin dat de spreker klaar is om iets te doen. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Na sein staat het hier als naamwoordelijk deel en krijgt het geen uitgang: Ich bin bereit. Een nuttig contrast is nicht bereit — “niet klaar”, zoals in Ich bin nicht bereit. — “Ik ben niet klaar.” Samen vormen de delen Ich bin jetzt bereit. de betekenis “Ik ben nu klaar”: de spreker beschrijft zichzelf als klaar op het huidige moment.
Ich bin nicht bereit.
Ik ben niet klaar.
- Ich bin
- Ik ben
- nicht
- niet
- bereit
- klaar
Uitgebreide uitleg
Ich bin betekent hier “ik ben”. Ich is de eerste persoon enkelvoud. bin is de vorm van het werkwoord sein (“zijn”) bij ich; andere vormen zijn bijvoorbeeld du bist en er/sie ist. Samen vormen ze de persoonsvorm in deze zin. nicht ontkent wat erop volgt: “niet”. In deze zin maakt het van “klaar” de betekenis “niet klaar”. De plaats van nicht kan in andere Duitse zinnen afhangen van wat precies ontkend wordt, maar hier ontkent het de toestand bereit. bereit betekent hier “klaar” of “gereed”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein predicatief wordt gebruikt en in deze positie geen uitgang krijgt: Ich bin bereit (“Ik ben klaar”). Het tegenovergestelde is unbereit in beperkte contexten, maar voor alledaags gebruik is nicht bereit de gebruikelijke ontkenning. De delen vormen samen: Ich bin + nicht + bereit → “Ik ben niet klaar.” De zin beschrijft de toestand van de spreker en ontkent dat die toestand aanwezig is. Een herbruikbaar patroon is Ich bin nicht + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld: Ich bin nicht müde. — “Ik ben niet moe.”
Ich brauche mehr Zeit.
Ik heb meer tijd nodig.
- Ich
- ik
- brauche
- heb nodig
- mehr
- meer
- Zeit
- tijd
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier ik: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. In het Duits staat ich als onderwerp vóór het vervoegde werkwoord. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — Ik leer Duits. brauche komt van brauchen en betekent hier nodig hebben. De vorm brauche is de tegenwoordige tijd voor ich; bij du is dat bijvoorbeeld brauchst. Het patroon Ich brauche ... is dus direct herbruikbaar voor iets wat je nodig hebt. Voorbeeld: Ich brauche Hilfe. — Ik heb hulp nodig. mehr betekent meer en drukt een grotere hoeveelheid uit dan een eerder genoemde of verwachte hoeveelheid. Het is de vergrotende vorm die bij viel hoort: viel — mehr — am meisten. Voorbeeld: Ich brauche mehr Wasser. — Ik heb meer water nodig. Zeit betekent tijd. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. In mehr Zeit gaat het om een grotere hoeveelheid tijd; mehr staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het nader bepaalt. Voorbeeld: Wir haben wenig Zeit. — We hebben weinig tijd. Samen vormen de delen Ich brauche mehr Zeit.: Ich brauche geeft aan dat de spreker iets nodig heeft, en mehr Zeit benoemt wat nodig is. De volledige betekenis is: Ik heb meer tijd nodig.
Hast du Zeit?
Heb je tijd?
- Hast du
- heb je …?
- Zeit
- tijd
Uitgebreide uitleg
Hast du vormt hier een vraag in de tweede persoon enkelvoud. hast is de tegenwoordige tijd van haben bij du; de basisvorm is haben. In een gewone ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Hast du ...? betekent hier “Heb je ...?” Voorbeeld: Hast du morgen Zeit? — “Heb je morgen tijd?” Het patroon Hast du + zelfstandig naamwoord? is direct herbruikbaar voor vragen naar beschikbaarheid of bezit. Zeit is een zelfstandig naamwoord: die Zeit (enkelvoud), die Zeiten (meervoud). In Zeit haben betekent het niet alleen letterlijk “tijd hebben”, maar in deze context “beschikbaar zijn” of “tijd vrij hebben”. Het is hier het lijdend voorwerp van haben; zonder lidwoord wordt niet een specifiek geteld tijdsblok aangewezen. Samen betekent Hast du Zeit? dus “Heb je tijd?” De vorm du maakt de aanspreking informeel en enkelvoudig. De formele variant is bijvoorbeeld Haben Sie Zeit?.
Grammatica
sich fühlen + reflexief voornaamwoord
Ich fühle mich besser.
iech fuu-luh miech bes-uh.Ik voel me beter.
Bij fühlen hoort een reflexief voornaamwoord: mich bij ich, dich bij du. Het bijvoeglijk naamwoord staat zonder uitgang.
Duits woordenschat
Ich bin jetzt bereit.
Ich bin sehr beschäftigt.
Ich fühle mich besser.
Ich bin sehr beschäftigt.
Ich brauche mehr Zeit.
Ich fühle mich besser.
Ich fühle mich besser.
Ich bin jetzt bereit.
Ich brauche mehr Zeit.
Ich fühle mich besser.
Ich bin sehr beschäftigt.
Ich brauche mehr Zeit.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik voel me beter.
Antwoord tonen
Ich fühle mich besser.Ik heb het erg druk.
Antwoord tonen
Ich bin sehr beschäftigt.Ik ben nu klaar.
Antwoord tonen
Ich bin jetzt bereit.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
nu
Antwoord tonen
jetztklaar
Antwoord tonen
bereitbeter
Antwoord tonen
bessererg