Bezit en kunnen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic possession and ability..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Bezit en kunnen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe dieses hier.

iech haa-buh die-zus hie-uh Ik heb deze hier.
B

Ich habe es nicht.

iech haa-buh es niecht Ik heb het niet.
A

Ich kann es.

iech kan es Ik kan het.
B

Ich kann es nicht.

iech kan es niecht Ik kan het niet.
A

Kannst du mir helfen?

kanst doe mie-uh hel-fun? Kun je me helpen?
B

Kannst du das machen?

kanst doe das maakhun? Kun je dit doen?

Uitleg van de zinnen

  1. Ich habe dieses hier.

    Ik heb deze hier.

    Ich
    ik
    habe
    heb
    dieses
    deze
    hier
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord. Een bruikbaar contrast is du = “jij”, voor de aangesprokene. habe is de vorm van haben (“hebben”) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich habe. De vorm haben hoort onder andere bij wir, sie en Sie; bij du staat hast. Voorbeeld: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” dieses verwijst hier naar een aangewezen ding en betekent in deze zin “deze”. De vorm is een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord; dies- krijgt in het Duits verschillende uitgangen volgens onder andere geslacht, naamval en getal. Uit deze zin alleen blijkt niet welk concreet zelfstandig naamwoord ermee wordt aangeduid. De vorm dieses is typisch voor enkelvoud onzijdig in de nominatief of accusatief, maar het weggelaten referent moet uit de situatie blijken. hier betekent “hier” en geeft een plaats aan. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Samen vormen de delen Ich habe dieses hier de betekenis “Ik heb deze hier.” Ich is degene die iets heeft, habe drukt het hebben uit, dieses duidt het bedoelde ding aan en hier plaatst het in de nabijheid van de spreker. De zin is geschikt wanneer de spreker een bepaald ding aanwijst of op een andere manier identificeert.

  2. Ich habe es nicht.

    Ik heb het niet.

    Ich
    ik
    habe
    heb
    es
    het
    nicht
    niet
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: het is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het verwijst naar de spreker. Vergelijk du voor “jij” en wir voor “wij”. habe is hier de vorm van haben (“hebben”) in de tegenwoordige tijd voor ich: ich habe. Andere vormen zijn bijvoorbeeld du hast en er/sie/es hat. In deze zin drukt habe bezit uit. es betekent hier “het”. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm en staat bij haben als lijdend voorwerp. De vorm es wordt hier bepaald door de grammaticale kenmerken en de naamval van het vervangen woord, niet door het geslacht van de spreker. De vaste vertaling bevestigt hier de betekenis “het”. nicht betekent “niet” en ontkent hier de bewering dat de spreker het heeft. In deze korte zin staat de ontkenning aan het einde: Ich habe es nicht. Samen vormen Ich habe es nicht de betekenis “Ik heb het niet.” Het patroon is Ich habe + voornaamwoord + nicht: “Ik heb het niet.” In de gegeven context verwijst es naar het eerder bedoelde voorwerp; de zin zegt niet welk voorwerp dat precies is.

  3. Ich kann es.

    Ik kan het.

    Ich
    ik
    kann
    kan
    es
    het
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier ‘ik’: de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; vergelijk in een ander voorbeeld du voor één aangesproken persoon en wir voor meerdere personen, maar die andere vormen zijn geen onderdeel van de vaste zin. kann is de vorm van het werkwoord können in de tegenwoordige tijd voor ich. können drukt hier vermogen of mogelijkheid uit: ‘kunnen’. De vormen veranderen met het onderwerp: ich kann, maar bijvoorbeeld wir können. In deze korte zin staat kann als persoonsvorm vóór het voorwerp. Voorbeeld: Ich kann schwimmen. — ‘Ik kan zwemmen.’ es betekent hier ‘het’. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud en verwijst naar iets dat in de context als ‘het’ wordt opgevat. De zin zelf benoemt niet waarnaar es verwijst. Als lijdend voorwerp staat het na de persoonsvorm: Ich sehe es. — ‘Ik zie het.’ Samen vormen Ich kann es. de structuur onderwerp + persoonsvorm + lijdend voorwerp: ‘Ik kan het.’ De zin zegt dat de spreker het vermogen of de mogelijkheid heeft om iets te doen of te kunnen omgaan met iets dat door es wordt aangeduid. De omliggende zinnen laten zien dat nicht de ontkenning toevoegt: Ich kann es nicht. betekent ‘Ik kan het niet.’

  4. Ich kann es nicht.

    Ik kan het niet.

    Ich
    ik
    kann
    kan
    es
    het
    nicht
    niet
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud, dus de spreker verwijst naar zichzelf. De vorm blijft gelijk als onderwerp in de tegenwoordige tijd. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich kann. können betekent “kunnen”; andere belangrijke vormen zijn du kannst en wir können. In deze zin geeft kann een mogelijkheid of vermogen aan. Voorbeeld: Ich kann schwimmen. — “Ik kan zwemmen.” es betekent hier “het”. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de onzijdige vorm en staat als object bij kann. De zin bepaalt niet waarnaar es precies verwijst; de vertaling ondersteunt alleen de betekenis “het”. nicht is de gewone Duitse ontkenning. Hier ontkent het de mogelijkheid die door Ich kann es wordt uitgedrukt. Het staat na es, maar de ontkenning geldt voor de hele bewering: de spreker kan het niet. Voorbeeld: Ich verstehe es nicht. — “Ik begrijp het niet.” Samen vormen de delen Ich kann es — “Ik kan het” — en nicht maakt daarvan de ontkende zin: “Ik kan het niet.” De concrete betekenis is dus dat de spreker niet in staat is om het bedoelde te doen of te kunnen uitvoeren; wat es precies aanduidt, wordt in deze ene zin niet nader bepaald.

  5. Kannst du mir helfen?

    Kun je me helpen?

    Kannst du
    kun je
    mir
    me
    helfen
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du bevat de vraagvorm van können met du: können betekent ‘kunnen’, en kannst is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud. In een ja/nee-vraag staat deze werkwoordsvorm vooraan: Kannst du ...? = ‘Kun je ...?’ Het onderwerp is hier dus du; de vorm kann hoort bij ich of er/sie/es, niet bij du. Voorbeeld: Kannst du warten? — ‘Kun je wachten?’ mir betekent hier ‘mij/me’ als degene die hulp ontvangt. Het is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich: ich → mir. In deze betekenis gebruikt helfen een datiefobject. Dat verschilt van de accusatiefvorm mich, die na andere werkwoorden kan staan, bijvoorbeeld Du siehst mich — ‘Je ziet me.’ helfen betekent ‘helpen’. Dit is de infinitiefvorm; na een vervoegde vorm van können blijft het andere werkwoord in de infinitief en staat het in deze vraag aan het einde. De basisvorm is dus helfen, terwijl du hilfst bijvoorbeeld ‘jij helpt’ betekent zonder een modaal werkwoord. Voorbeeld: Ich kann dir helfen. — ‘Ik kan je helpen.’ Daar is dir de datiefvorm van du. Samen vormt Kannst du mir helfen? de structuur Kannst du + datiefpersoon + infinitief?: ‘Kun je me helpen?’ De vraag vraagt of de aangesprokene in staat of bereid is om de spreker te helpen; mir markeert de persoon die hulp krijgt en helfen benoemt de handeling.

  6. Kannst du das machen?

    Kun je dit doen?

    Kannst du
    Kun je
    das
    dit
    machen
    doen
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du is een vraagpatroon met het werkwoord können in de tweede persoon enkelvoud: du kannst betekent “jij kunt”. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Kannst du ...? = “Kun je ...?” De vorm kannst hoort bij du; bij andere personen verandert het werkwoord, bijvoorbeeld ich kann (“ik kan”) en er/sie kann (“hij/zij kan”). das betekent hier “dit” en verwijst naar iets dat uit de situatie of context duidelijk is. Het is hier zelfstandig gebruikt als aanwijzend voornaamwoord, dus zonder een zelfstandig naamwoord erachter. Als een Duitse aanwijzende vorm samen met of in plaats van een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, kan de vorm onder andere volgens naamval, getal en grammaticaal geslacht verschillen; in deze zin staat de vorm das. machen is de infinitief van het werkwoord “doen” of “maken”. Na een vervoegde vorm van können blijft het tweede werkwoord in het Duits in de infinitief: Du kannst das machen. = “Je kunt dit doen.” In de vraag blijft machen dus onveranderd, terwijl kannst de persoon en de mogelijkheid uitdrukt. Een vergelijkbaar patroon is Kannst du helfen? = “Kun je helpen?” Samen vormen de delen Kannst du + das + machen? de vraag “Kun je dit doen?” Kannst du vraagt naar de mogelijkheid van de aangesprokene, terwijl das machen de bedoelde handeling weergeeft. In een passende situatie kan de hele vraag ook als een verzoek worden gebruikt; de Duitse vorm zelf zegt niet afzonderlijk dat de aangesprokene bereid is.

Grammatica

Subjekt + Verb + Objekt + nicht

Ich habe das hier nicht.

iech haa-buh das hie-uh niecht

Ik heb dit hier niet.

Bij een eenvoudige zin staat nicht vaak achter het object als je de hele handeling ontkent.

Duits woordenschat

das voornaamwoord
das dit
dieses voornaamwoord
die-zus deze
du voornaamwoord
doe je
es voornaamwoord
es het
habe werkwoord
haa-buh heb
helfen werkwoord
hel-fun helpen
hier bijwoord
hie-uh hier
ich voornaamwoord
iech ik
machen werkwoord
maakhun doen
mir voornaamwoord
mie-uh mij
nicht bijwoord
niecht niet

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb deze hier.

Antwoord tonenIch habe dieses hier.

Ik heb het niet.

Antwoord tonenIch habe es nicht.

Ik kan het.

Antwoord tonenIch kann es.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hier

Antwoord tonenhier

niet

Antwoord tonennicht

helpen

Antwoord tonenhelfen

deze

Antwoord tonendieses