Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Basisvragen om toestemming oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kann ich das benutzen?
kan iesj das benóetsen? Kan ik dit gebruiken?Kann ich hier sitzen?
kan iesj hie-uh zítsen? Kan ik hier zitten?Kann ich reinkommen?
kan iesj raainkómmen? Kan ik binnenkomen?Kann ich es sehen?
kan iesj es zéé-ən? Kan ik het zien?Kann ich es ausprobieren?
kan iesj es áoutsprobíeren? Kan ik het proberen?Kann ich das haben?
kan iesj das haaben? Kan ik dit hebben?Uitleg van de zinnen
Kann ich das benutzen?
Kan ik dit gebruiken?
- Kann ich
- kan ik
- das
- dit/dat
- benutzen
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Kann ich betekent hier “kan ik?” en vormt een vraag met het modale werkwoord können (“kunnen”) in de ik-vorm: ich kann = “ik kan”. In een ja-neevraag staat kann vóór ich, terwijl in een gewone mededelende zin de volgorde ich kann is. Voorbeeld: Kann ich hier sitzen? = “Kan ik hier zitten?” das verwijst hier naar het ding dat de spreker wil gebruiken en betekent in deze vertaling “dit”. Het is een aanwijzend voornaamwoord; het concrete ding wordt in de aangeleverde zin niet benoemd. De vorm das is bovendien ook het Duitse bepaalde lidwoord voor onzijdige zelfstandige naamwoorden, maar hier staat het zelfstandig als voorwerp. benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief. Na het modale werkwoord können staat de andere werkwoordsvorm in de infinitief aan het einde: Kann ich das benutzen? Voorbeeld: Ich kann den Computer benutzen. = “Ik kan de computer gebruiken.” Samen vormen de delen: Kann ich + das + benutzen? → “Kan ik dit gebruiken?” De vraag vraagt of de spreker toestemming of de mogelijkheid heeft om dit te gebruiken; de zin specificeert niet wat das precies aanduidt.
Kann ich hier sitzen?
Kan ik hier zitten?
- Kann ich
- Kan ik …?
- hier
- hier
- sitzen
- zitten
Uitgebreide uitleg
Kann ich is hier een herbruikbaar vraagpatroon: “Kan ik …?” kann is de vorm van können bij ich in de tegenwoordige tijd. In een vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en volgt het onderwerp: Kann ich ...? Het patroon vraagt hier of de spreker iets mag of kan doen. Voorbeeld: Kann ich das benutzen? = “Kan ik dit gebruiken?” hier betekent “hier”, dus op de plaats waar de spreker zich bevindt of waarnaar de context verwijst. Het is een bijwoord en verandert niet voor persoon of aantal. Voorbeeld: Ich wohne hier. = “Ik woon hier.” sitzen betekent hier “zitten”. Dit is de infinitief; na het vervoegde modale werkwoord kann blijft sitzen aan het einde van de zin staan. De vorm sitzen kan ook zonder kann worden gebruikt, bijvoorbeeld: Ich sitze hier. = “Ik zit hier.” Daar is sitze de vervoegde vorm van sitzen bij ich. Samen vormen de delen Kann ich + hier + sitzen de vraag: “Kan ik hier zitten?” De zin vraagt in deze context of de spreker op deze plaats mag of kan zitten.
Kann ich reinkommen?
Kan ik binnenkomen?
- Kann ich
- kan ik
- reinkommen
- binnenkomen
Uitgebreide uitleg
Kann ich is hier de vaste vraagopening “kan ik …?”. kann is de vorm van het werkwoord können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan, gevolgd door het onderwerp: Kann ich …?. reinkommen betekent hier “naar binnen komen” of “binnenkomen”. Het is een samengesteld werkwoord met rein (“naar binnen”) en kommen (“komen”). Na kann blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief staan: Kann ich reinkommen? Een bruikbaar patroon is: Kann ich + infinitief? Voorbeeld: Kann ich sitzen? — “Kan ik zitten?” Samen vormt de zin dus de vraag of de spreker naar binnen mag of kan komen: “Kan ik binnenkomen?”
Kann ich es sehen?
Kan ik het zien?
- Kann ich
- kan ik
- es
- het
- sehen
- zien
Uitgebreide uitleg
Kann ich is een herbruikbare vraagconstructie: kann is de 1e persoon enkelvoud van können in de tegenwoordige tijd, samen met ich “ik”. In deze zin vormt het de vraag “kan/mag ik …?”. Na deze vorm staat het hoofdwerkwoord aan het einde van de vraag. Voorbeeld: Kann ich reinkommen? — “Kan ik binnenkomen?” es is het persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud, onzijdig; hier staat het als lijdend voorwerp en betekent het “het”. De vorm es blijft in de nominatief en accusatief gelijk. De zin zelf legt niet vast waarnaar es precies verwijst. sehen betekent hier “zien”. Dit is de infinitief en blijft na kann onvervoegd: Kann ich es sehen? Voorbeeld: Ich kann es sehen. — “Ik kan het zien.” De vormen zijn bijvoorbeeld sehen — sah — gesehen. Samen vormen de delen de vraag Kann ich es sehen?: “Kan ik het zien?” De vraag gebruikt kann ich voor de mogelijkheid of toestemming, es voor “het”, en sehen als het onvervoegde werkwoord aan het einde.
Kann ich es ausprobieren?
Kan ik het proberen?
- Kann ich
- kan ik …?
- es
- het
- ausprobieren
- uitproberen
Uitgebreide uitleg
Kann ich betekent hier “kan ik …?”. kann is de vervoegde vorm van können bij ich; het drukt mogelijkheid of toestemming uit, afhankelijk van de situatie. In een ja-neevraag staat de vervoegde vorm vooraan en staat het onderwerp er direct achter. Het patroon is: Kann ich + aanvulling + infinitief? Bijvoorbeeld: Kann ich warten? — “Kan ik wachten?” es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief met de betekenis “het”. De concrete zaak waarnaar het verwijst, wordt in deze ene zin niet benoemd; de vertaling ondersteunt wel de lezing “het”. De vorm es hoort bij dit grammaticale type en verandert niet doordat het werkwoord later in de zin staat. ausprobieren betekent hier “uitproberen” of “testen”. Het is een samengesteld werkwoord met de infinitiefvorm ausprobieren; bij können blijft het als infinitief staan en krijgt het geen zu: Ich kann es ausprobieren — “Ik kan het uitproberen.” In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het werkwoord gescheiden verschijnen: Ich probiere es aus — “Ik probeer het uit.” Samen vormen de delen de vraag Kann ich es ausprobieren?: “Kan ik het uitproberen?” De vraag vraagt of de spreker de genoemde, maar hier niet nader benoemde zaak mag of kan testen. Het patroon is herbruikbaar als Kann ich + voornaamwoord of ander object + infinitief?
Kann ich das haben?
Kan ik dit hebben?
- Kann ich
- kan ik ...?
- das
- dit
- haben
- hebben
Uitgebreide uitleg
Kann ich vormt hier de vraagconstructie “kan ik …?”. kann is de vorm van können voor ich in de tegenwoordige tijd. In een hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de eerste plaats bij een ja-neevraag, en het onderwerp ich volgt meteen daarna. Voorbeeld: Kann ich kommen? — “Kan ik komen?” das betekent hier “dit” en verwijst naar iets dat in de situatie als zaak of object wordt aangewezen. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord staat het niet bij een genoemd zelfstandig naamwoord. Het Duitse das kan ook een lidwoord zijn, maar in deze zin is de betekenis volgens de vaste vertaling “dit”. haben betekent hier “hebben”. Het is de infinitief van het werkwoord; bij de vraagconstructie staat die infinitief aan het einde: Kann ich das haben? Het modale werkwoord können draagt de persoonsvorm kann, terwijl haben zijn basisvorm behoudt. Vergelijk: Ich kann das haben. — “Ik kan dit hebben.” Samen vormt Kann ich das haben? de herbruikbare structuur Kann ich + object + infinitief?: “Kan ik dit hebben?” De spreker vraagt daarmee of het voor hem of haar mogelijk of toegestaan is om het aangewezen object te hebben. De eerdere zin Kann ich es ausprobieren? gebruikt dezelfde vraagconstructie, maar met een ander object en de infinitief ausprobieren (“uitproberen”).
Grammatica
trennbares Verb: reinkommen → komme ... rein
Ich komme hier rein.
iesj kómme hie-uh raain.Ik kom hier binnen.
Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een gewone hoofdzin achteraan: komme ... rein.
das als aanwijzend voornaamwoord
Ich benutze das hier.
iesj benóetse das hie-uh.Ik gebruik dit hier.
das verwijst naar iets en betekent hier ‘dit’; het staat vóór het bijwoord hier.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Kan ik dit gebruiken?
Antwoord tonen
Kann ich das benutzen?Kan ik hier zitten?
Antwoord tonen
Kann ich hier sitzen?Kan ik binnenkomen?
Antwoord tonen
Kann ich reinkommen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
hier
Antwoord tonen
hiergebruiken
Antwoord tonen
benutzenzien
Antwoord tonen
sehenbinnenkomen