Bewegen, thuis en in de buurt | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic movement, home, and neighborhood..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Bewegen, thuis en in de buurt oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich komme jetzt.

ich kom-me jetst Ik kom nu.
B

Ich gehe nach Hause.

ich gee-uh naach hau-ze Ik ga naar huis.
A

Ich bin zu Hause.

ich bin tsoe hau-ze Ik ben thuis.
B

Ich bin jetzt draußen.

ich bin jetst drau-sn Ik ben nu buiten.
A

Ich komme zurück.

ich kom-me tsoe-ruk Ik kom terug.
B

Ich wohne hier in der Nähe.

ich voo-nuh hie-uh in dee-uh nee-uh Ik woon hier vlakbij.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich komme jetzt.

    Ik kom nu.

    Ich
    ik
    komme
    kom
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de vorm van het Duitse persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. In een andere rol verandert de vorm bijvoorbeeld in mich als lijdend voorwerp; Ich sehe ihn betekent “Ik zie hem”. komme is hier de vorm van kommen (“komen”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich komme. De uitgang -e hoort in deze vervoeging bij ich; bij du staat bijvoorbeeld du kommst. In deze zin betekent komme volgens de vaste vertaling “kom”. jetzt betekent “nu” en plaatst het komen in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Samen vormen de delen Ich komme jetzt de betekenis “Ik kom nu.”

  2. Ich gehe nach Hause.

    Ik ga naar huis.

    Ich
    ik
    gehe
    ga
    nach Hause
    naar huis
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud van het Duitse persoonlijke voornaamwoord. In een andere persoon verandert het bijvoorbeeld in du (“jij”): Du gehst nach Hause. = “Jij gaat naar huis.” gehe is de vorm van het werkwoord gehen (“gaan”) voor ich in de tegenwoordige tijd: ich gehe. De uitgang -e hoort hier bij de eerste persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld: Ich gehe jetzt. = “Ik ga nu.” nach Hause is een vaste richtingsuitdrukking voor “naar huis”. nach geeft hier beweging naar een bestemming aan; Hause is de traditionele vaste vorm in deze uitdrukking. Vergelijk zu Hause in Ich bin zu Hause.: dat betekent “Ik ben thuis” en beschrijft een verblijfplaats, niet de beweging ernaartoe. Samen vormen de delen: Ich + gehe + nach Hause = “Ik ga naar huis.” De tegenwoordige tijd staat hier voor de huidige of geplande beweging. De mededeling is een gewone hoofdzin: het onderwerp staat vóór het vervoegde werkwoord.

  3. Ich bin zu Hause.

    Ik ben thuis.

    Ich
    ik
    bin
    ben
    zu Hause
    thuis
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier ‘ik’: het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het verwijst naar de spreker. Vergelijk als voorbeeld: Wir sind zu Hause. — ‘Wij zijn thuis.’ Daar verandert het voornaamwoord mee met het aantal personen. bin is de vorm van sein (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich bin. Andere belangrijke vormen zijn du bist (‘jij bent’) en wir sind (‘wij zijn’). Het Duitse sein is onregelmatig; je kunt dus niet uit bin alleen een regelmatige uitgang afleiden. zu Hause is de vaste uitdrukking voor ‘thuis’, dus voor een plaats waar iemand zich bevindt. Hause hoort bij de vaste vorm; het zelfstandige naamwoord is Haus (‘huis’). Voor beweging naar huis gebruikt het Duits een andere uitdrukking: Ich gehe nach Hause. — ‘Ik ga naar huis.’ zu Hause beschrijft dus de verblijfplaats, terwijl nach Hause een richting naar huis uitdrukt. Als nuttig contrast kan Ich bin draußen. ‘Ik ben buiten’ betekenen. Samen vormen de delen Ich bin zu Hause. de mededeling ‘Ik ben thuis’: de spreker (Ich) bevindt zich (bin) thuis (zu Hause).

  4. Ich bin jetzt draußen.

    Ik ben nu buiten.

    Ich bin
    ik ben
    jetzt
    nu
    draußen
    buiten
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin betekent hier: “ik ben”. bin is de vorm van het Duitse werkwoord sein (“zijn”) bij de eerste persoon enkelvoud: ich bin. Andere basisvormen zijn bijvoorbeeld du bist (“jij bent”) en er/sie ist (“hij/zij is”). Deze combinatie beschrijft een toestand of locatie van de spreker. jetzt betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan ook in andere zinnen staan, bijvoorbeeld: Jetzt bin ich zu Hause. — “Nu ben ik thuis.” draußen betekent “buiten”, dus op een plaats buiten. Het is hier een bijwoord en krijgt geen uitgang voor persoon of aantal. Het nuttige contrast is drinnen (“binnen”): Ich bin drinnen. — “Ik ben binnen.” Samen vormen de delen Ich bin jetzt draußen. de betekenis: “Ik ben nu buiten.” De spreker beschrijft zijn of haar huidige locatie; jetzt geeft aan wanneer die toestand geldt en draußen waar de spreker is.

  5. Ich komme zurück.

    Ik kom terug.

    Ich
    ik
    komme
    kom
    zurück
    terug
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord; vergelijk in een andere zin du (“jij”) voor één aangesprokene. komme is de vorm van kommen (“komen”) bij ich in de tegenwoordige tijd. De stam blijft herkenbaar, maar de persoonsuitgang verandert: ich komme, du kommst, er/sie kommt. Voorbeeld: Ich komme morgen. — “Ik kom morgen.” zurück betekent hier “terug”. Samen met kommen vormt het het scheidbare werkwoord zurückkommen (“terugkomen”). In een gewone hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede positie en komt zurück aan het einde: Ich komme zurück. In een bijzin kan het geheel bij elkaar blijven, bijvoorbeeld ..., weil ich zurückkomme. — “..., omdat ik terugkom.” Samen betekent Ich komme zurück.: “Ik kom terug.” Het onderwerp is de spreker; komme drukt de tegenwoordige tijd uit en zurück geeft de richting of het resultaat “terug” aan. De korte vorm is bruikbaar als patroon: Ich komme + [scheidbaar voorvoegsel/deel], waarbij het laatste deel in een hoofdzin achteraan kan staan.

  6. Ich wohne hier in der Nähe.

    Ik woon hier vlakbij.

    Ich
    ik
    wohne
    woon
    hier
    hier
    in der Nähe
    vlakbij; in de buurt
    Uitgebreide uitleg

    Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Duits staat die persoon hier als onderwerp in de nominatief. Voorbeeld: Ich lerne. — “Ik leer.” wohne komt van wohnen (“wonen”). Het is de tegenwoordige tijd voor ich: ich wohne. De uitgang -e hoort hier bij de eerste persoon enkelvoud; bij du is de vorm bijvoorbeeld du wohnst. In deze zin betekent wohne dat de spreker ergens woont. hier is een bijwoord van plaats en betekent “hier”, op de plaats waar de spreker zich bevindt of waarnaar de spreker verwijst. Het verandert niet naar geslacht of getal. Voor een andere plaats kan bijvoorbeeld dort (“daar”) worden gebruikt. in der Nähe is een plaatsaanduiding met de betekenis “vlakbij” of “in de buurt”. Nähe is het zelfstandig naamwoord; de basisvorm daarvan is Nähe, met het vrouwelijke lidwoord die: die Nähe. Na in staat hier de datief, omdat het om een plaats zonder beweging naar die plaats gaat: in der Nähe. der is hier dus de datiefvorm van het vrouwelijke lidwoord die. De uitdrukking kan ook een andere plaats nader bepalen: in der Nähe des Bahnhofs — “in de buurt van het station”. Samen vormen Ich wohne het onderwerp en de werkwoordelijke kern: “ik woon”. hier geeft de plaats aan, en in der Nähe preciseert die plaats als “vlakbij/in de buurt”. De volledige betekenis is: “Ik woon hier vlakbij.”

Grammatica

nach Hause / zu Hause

Ich gehe nach Hause. Ich bin zu Hause.

ich gee-uh naach hau-ze. ich bin tsoe hau-ze.

Ik ga naar huis. Ik ben thuis.

Gebruik nach Hause bij beweging naar huis en zu Hause voor een plaats waar je bent.

Duits woordenschat

draußen bijwoord
drau-sn buiten
gehen werkwoord
gee-en gaan gehe
hier bijwoord
hie-uh hier
Ich voornaamwoord
ich ik
in der Nähe uitdrukking
in dee-uh nee-uh in de buurt

Ich wohne hier in der Nähe.

jetzt bijwoord
jetst nu
kommen werkwoord
kom-men komen komme
nach Hause uitdrukking
naach hau-ze naar huis

Ich gehe nach Hause.

sein werkwoord
zain zijn bin
wohnen werkwoord
voo-nen wonen wohne
zu Hause uitdrukking
tsoe hau-ze thuis

Ich bin zu Hause.

zurück bijwoord
tsoe-ruk terug

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik kom nu.

Antwoord tonenIch komme jetzt.

Ik ga naar huis.

Antwoord tonenIch gehe nach Hause.

Ik ben thuis.

Antwoord tonenIch bin zu Hause.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

terug

Antwoord tonenzurück

buiten

Antwoord tonendraußen

gaan

Antwoord tonengehe

nu

Antwoord tonenjetzt