Basisacties in het dagelijks leven | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic actions happening now..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Basisacties in het dagelijks leven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Was machst du gerade?

vas makhst doe ge-ráá-də Wat ben je aan het doen?
B

Ich esse jetzt.

isj esə jetst Ik eet nu.
A

Ich trinke Wasser.

isj trinkə vásər Ik drink water.
B

Ich mache das Abendessen.

isj makhə das áá-bənt-esən Ik maak het avondeten.
A

Ich putze mein Zimmer.

isj poetsə main tsimər Ik maak mijn kamer schoon.
B

Ich dusche gerade.

isj doesjə ge-ráá-də Ik neem een douche.

Uitleg van de zinnen

  1. Was machst du gerade?

    Wat ben je aan het doen?

    Was
    wat
    machst
    doen; hier: aan het doen zijn
    du
    jij
    gerade
    nu; op dit moment
    Uitgebreide uitleg

    Was betekent hier “wat” en vraagt naar de handeling of activiteit. Het is een vraagwoordelijk voornaamwoord. Vergelijk: Wer? = “Wie?”, wanneer je naar een persoon vraagt. machst is de vorm van machen (“doen/maken”) voor du in de tegenwoordige tijd: du machst. De uitgang -st markeert hier de tweede persoon enkelvoud. In deze vraag verwijst machen niet naar “maken”, maar naar “doen”: de activiteit waar iemand op dit moment mee bezig is. du betekent “jij” en is het onderwerp. De vorm hoort bij één aangesproken persoon; de beleefde vorm is Sie, bijvoorbeeld in Was machen Sie? (“Wat doet u?”). gerade betekent hier “op dit moment” of “nu”. Het maakt duidelijk dat de vraag over de huidige activiteit gaat, niet algemeen over wat iemand gewoonlijk doet. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vaak vooraan, maar dit is een vraag met een vraagwoord. Daarom staat het vraagwoord eerst, gevolgd door het werkwoord en daarna het onderwerp: Was machst du gerade? De onderdelen vormen samen: “Wat ben je op dit moment aan het doen?” Dit patroon kun je hergebruiken met andere vraagwoorden, bijvoorbeeld Was liest du gerade? = “Wat ben je op dit moment aan het lezen?”

  2. Ich esse jetzt.

    Ik eet nu.

    Ich
    ik
    esse
    eet
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier ik: het is de eerste persoon enkelvoud, dus de spreker verwijst naar zichzelf. Het bijbehorende Duitse onderwerp voor jij is du; die vorm staat bijvoorbeeld in de eerdere vraag Was machst du gerade?. esse is de vorm van het werkwoord essen (eten) bij ich in de tegenwoordige tijd. Het onderwerp bepaalt hier de persoonsvorm: ich esse, maar du isst. De stam verandert dus in de vorm voor du; leer daarom niet alleen essen, maar ook het nuttige paar ich esse – du isst. Voorbeeld: Ich esse Brot. — Ik eet brood. jetzt betekent nu. Het is een bijwoord en geeft aan dat de handeling op dit moment plaatsvindt. Het verschilt van gerade, dat ook op dit moment kan betekenen en in de eerdere vraag voorkomt; in deze zin staat alleen jetzt. Samen vormt Ich esse jetzt. de structuur onderwerp + persoonsvorm + tijdsbepaling: Ik eet nu. De zin zegt dat de spreker op dit moment aan het eten is. De tegenwoordige tijd van esse kan in deze context dus een handeling in het huidige moment uitdrukken.

  3. Ich trinke Wasser.

    Ik drink water.

    Ich
    ik
    trinke
    drink
    Wasser
    water
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: het is de persoonlijke voornaamwoordsvorm voor de spreker in de eerste persoon enkelvoud. De vorm verandert niet naar gelang het geslacht van de spreker. Vergelijk: du = “jij/je” voor één aangesproken persoon. trinke is de vorm van het werkwoord trinken (“drinken”) in de tegenwoordige tijd voor ich. De stamkoppeling is: trinken — ich trinke — du trinkst. Voorbeeld: Ich trinke Tee. = “Ik drink thee.” Het onderwerp Ich en de uitgang van het werkwoord maken samen duidelijk wie drinkt; de tegenwoordige tijd beschrijft hier het drinken als huidige handeling. Wasser betekent “water”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. In deze zin staat het zonder lidwoord: de zin zegt algemeen dat de spreker water drinkt en geeft geen specifieke hoeveelheid aan. Voorbeeld: Das Wasser ist kalt. = “Het water is koud.” Hier maakt das van water een bepaald zelfstandig naamwoord. Samen vormen de delen Ich trinke Wasser. de eenvoudige structuur onderwerp + werkwoord + voorwerp: “Ik drink water.”

  4. Ich mache das Abendessen.

    Ik maak het avondeten.

    Ich
    ik
    mache
    maak
    das
    het
    Abendessen
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. In het Duits blijft deze vorm als onderwerp gelijk, ongeacht het geslacht van de spreker. Vergelijk: Ich trinke Wasser. = “Ik drink water.” mache is de vorm van machen (“maken/doen”) voor ich in de tegenwoordige tijd: ich mache. De uitgang -e markeert hier de eerste persoon enkelvoud. Voor hergebruik: Ich mache ... kan betekenen “Ik maak ...” wanneer het werkwoord een concreet product of gerecht als object heeft. das is hier het bepaald lidwoord bij Abendessen. Het zelfstandig naamwoord Abendessen is onzijdig, daarom staat de nominatief- of accusatiefvorm das; de vorm wordt dus niet door het geslacht van een persoon bepaald. Het betekent hier niet zelfstandig “het” als los object, maar vormt samen met het zelfstandig naamwoord de bepaalde naamwoordgroep. Abendessen betekent “avondeten” of “avondmaaltijd”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het kan zowel de maaltijd als het eten voor die maaltijd aanduiden. Voorbeeld: Das Abendessen ist fertig. = “Het avondeten is klaar.” Samen vormen Ich mache en das Abendessen de structuur onderwerp + werkwoord + lijdend voorwerp: “Ik maak het avondeten.” De hele uiting zegt dat de spreker het avondeten maakt; de tegenwoordige tijd wordt hier gebruikt voor de handeling in het heden.

  5. Ich putze mein Zimmer.

    Ik maak mijn kamer schoon.

    Ich
    ik
    putze
    maak schoon; poets
    mein
    mijn
    Zimmer
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp: de persoon die de handeling uitvoert. De vorm ich hoort bij de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een andere zin bijvoorbeeld Du putzt = “Jij maakt schoon”; daarbij verandert de persoon en dus ook de werkwoordsvorm. putze komt van putzen en betekent hier “schoonmaken”. putze is de tegenwoordige tijd voor ich: ich putze = “ik maak schoon”. Het werkwoord kan afhankelijk van het object ook “poetsen” betekenen, maar hier gaat het om een kamer schoonmaken. Voorbeeld: Ich putze das Bad. — “Ik maak de badkamer schoon.” mein betekent hier “mijn” en is een bezittelijke bepaler bij Zimmer. Het geeft aan dat de kamer bij de spreker hoort of met de spreker verbonden is. Omdat Zimmer een onzijdig zelfstandig naamwoord is en hier het lijdend voorwerp vormt, blijft deze vorm mein: mein Zimmer. In andere combinaties kan de vorm veranderen, bijvoorbeeld meine Tasche = “mijn tas”. Zimmer betekent “kamer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer. Het meervoud heeft dezelfde vorm: die Zimmer = “de kamers”. In deze zin is Zimmer het lijdend voorwerp van putze. Samen vormen Ich putze en mein Zimmer de structuur “ik maak schoon” + “mijn kamer”. De volledige zin betekent daarom: “Ik maak mijn kamer schoon.”

  6. Ich dusche gerade.

    Ik neem een douche.

    Ich
    ik
    dusche
    douche
    gerade
    nu; op dit moment
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: een persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. In het Duits bepaalt dit onderwerp de vorm van het werkwoord in de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk bijvoorbeeld: Ich lerne. — “Ik leer.” dusche is de vorm van het werkwoord duschen (“douchen”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De stam blijft herkenbaar en krijgt hier de uitgang -e: ich dusche. Voorbeeld: Ich dusche jeden Morgen. — “Ik douche elke ochtend.” gerade geeft hier aan dat de handeling op het moment van spreken bezig is: “nu” of “op dit moment”. Het beschrijft dus de timing van dusche, niet een extra handeling. Voorbeeld: Ich lese gerade. — “Ik ben nu aan het lezen.” Samen vormen de delen Ich dusche gerade de betekenis: “Ik douche nu” of natuurlijker in het Nederlands: “Ik neem nu een douche.” De tegenwoordige tijd met gerade maakt duidelijk dat het douchen op dit moment plaatsvindt.

Grammatica

Was machst du gerade?

Was machst du gerade?

vas makhst doe ge-ráá-də

Wat doe je nu?

In een Duitse vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: machst du.

ich + werkwoord op -e

Ich esse jetzt und trinke Wasser.

isj esə jetst oent trinkə vásər

Ik eet nu en drink water.

Bij ich eindigt het werkwoord vaak op -e: esse, trinke, mache, putze, dusche.

Duits woordenschat

Abendessen zelfstandig naamwoord
áá-bənt-esən avondeten das Abendessen

Ich mache das Abendessen.

du voornaamwoord
doe je; jij

Was machst du gerade?

essen werkwoord
esən eten esse

Ich esse jetzt.

gerade bijwoord
ge-ráá-də nu; op dit moment

Was machst du gerade?

ich voornaamwoord
isj ik

Ich esse jetzt.

jetzt bijwoord
jetst nu

Ich esse jetzt.

machen werkwoord
makhən doen; maken machst

Was machst du gerade?

mein bepaler
main mijn

Ich putze mein Zimmer.

putzen werkwoord
poetsən schoonmaken; poetsen putze

Ich putze mein Zimmer.

trinken werkwoord
trinkən drinken trinke

Ich trinke Wasser.

was voornaamwoord
vas wat

Was machst du gerade?

Wasser zelfstandig naamwoord
vásər water

Ich trinke Wasser.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat ben je aan het doen?

Antwoord tonenWas machst du gerade?

Ik eet nu.

Antwoord tonenIch esse jetzt.

Ik drink water.

Antwoord tonenIch trinke Wasser.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

water

Antwoord tonenWasser

nu

Antwoord tonenjetzt

drinken

Antwoord tonentrinke

eten

Antwoord tonenesse