Was
Was is hier het vraagwoord voor “wat” in “Was machst du gerade?”. Het staat aan het begin van de vraag en vraagt naar de activiteit van de ander. Je gebruikt Was aan het begin van een vraag wanneer je wilt weten wat iemand doet of wat iets is.
machst
Machst betekent hier “doe” in “Was machst du gerade?”. Het is de vorm van machen die samen met du wordt gebruikt; de volgorde is “machst du” na het vraagwoord Was. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon informeel vraagt naar zijn of haar activiteit.
du
Du betekent hier “jij” of “je” en is degene tot wie “Was machst du gerade?” gericht is. In deze vraag staat du na het werkwoord: “machst du”. Je gebruikt du wanneer je één persoon informeel aanspreekt.
gerade
Gerade betekent hier “nu” of “op dit moment” in “Was machst du gerade?”. Het maakt duidelijk dat de vraag over de huidige activiteit gaat. Je gebruikt gerade om te vragen of te zeggen wat er op dit moment gebeurt.
Ich
Ich betekent “ik” en verwijst in de antwoorden naar de persoon die spreekt. Het staat vooraan in zinnen zoals “Ich esse jetzt.” en “Ich trinke Wasser.”. Je gebruikt Ich om iets over jezelf te vertellen, meestal gevolgd door een werkwoord.
esse
Esse betekent hier “eet” in “Ich esse jetzt.”. Het is de vorm van essen die samen met Ich wordt gebruikt. Je gebruikt “Ich esse” om te zeggen dat je aan het eten bent, bijvoorbeeld wanneer iemand vraagt wat je doet.
jetzt
Jetzt betekent “nu” in “Ich esse jetzt.”. Het geeft het tijdstip van de handeling aan en benadrukt dat het eten nu gebeurt. Je gebruikt jetzt bij een handeling die op het huidige moment plaatsvindt.
trinke
Trinke betekent hier “drink” in “Ich trinke Wasser.”. Het is de vorm van trinken die samen met Ich wordt gebruikt. Je gebruikt “Ich trinke” gevolgd door wat je drinkt, zoals Wasser, wanneer je over je huidige drankje vertelt.
Wasser
Wasser betekent “water” in “Ich trinke Wasser.”. Het is datgene wat de spreker drinkt. Je gebruikt Wasser bijvoorbeeld als object bij trinke wanneer je zegt welk drankje je neemt.
mache
Mache betekent hier “maak” of “bereid” in “Ich mache das Abendessen.”. Het is de vorm van machen die samen met Ich wordt gebruikt en verwijst hier naar het klaarmaken van het avondeten. Je gebruikt “Ich mache” gevolgd door wat je maakt of klaarmaakt.
das
Das betekent hier “het” in de woordgroep “das Abendessen”. Het staat vóór Abendessen en maakt daarvan de bepaalde woordgroep voor het avondeten. Je gebruikt “das Abendessen” wanneer je naar de maaltijd van de avond verwijst.
Abendessen
Abendessen betekent “avondeten” of “diner” in “Ich mache das Abendessen.”. Samen met das verwijst het naar de avondmaaltijd die wordt klaargemaakt. Je gebruikt Abendessen bijvoorbeeld in de combinatie “das Abendessen machen” voor het bereiden van de avondmaaltijd.
putze
Putze betekent hier “maak schoon” in “Ich putze mein Zimmer.”. Het is de vorm van putzen die samen met Ich wordt gebruikt. Je gebruikt “Ich putze” gevolgd door de plaats of het voorwerp dat je schoonmaakt.
mein
Mein betekent “mijn” in “mein Zimmer” en laat zien dat de kamer bij de spreker hoort. Het staat vóór Zimmer in deze woordgroep. Je gebruikt mein vóór iets waar je naar verwijst als iets van jezelf.
Zimmer
Zimmer betekent “kamer” in “Ich putze mein Zimmer.”. Het is de plaats die de spreker schoonmaakt. Je gebruikt Zimmer bijvoorbeeld in “mein Zimmer” wanneer je over je eigen kamer praat.
dusche
Dusche betekent hier “douche” als handeling in “Ich dusche gerade.”. Het is de vorm van duschen die samen met Ich wordt gebruikt en betekent dat de spreker op dit moment doucht. Je gebruikt “Ich dusche gerade” om te vertellen wat je in de badkamer aan het doen bent.