Basisacties in het dagelijks leven | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: A beginner practices six useful English phrases about basic actions happening now..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Basisacties in het dagelijks leven oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Was machst du gerade?

vas makhst doe ge-ráá-də Wat ben je aan het doen?
B

Ich esse jetzt.

isj esə jetst Ik eet nu.
A

Ich trinke Wasser.

isj trinkə vásər Ik drink water.
B

Ich mache das Abendessen.

isj makhə das áá-bənt-esən Ik maak het avondeten.
A

Ich putze mein Zimmer.

isj poetsə main tsimər Ik maak mijn kamer schoon.
B

Ich dusche gerade.

isj doesjə ge-ráá-də Ik neem een douche.

Woord voor woord

Was Was is hier het vraagwoord voor “wat” in “Was machst du gerade?”. Het staat aan het begin van de vraag en vraagt naar de activiteit van de ander. Je gebruikt Was aan het begin van een vraag wanneer je wilt weten wat iemand doet of wat iets is.
machst Machst betekent hier “doe” in “Was machst du gerade?”. Het is de vorm van machen die samen met du wordt gebruikt; de volgorde is “machst du” na het vraagwoord Was. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon informeel vraagt naar zijn of haar activiteit.
du Du betekent hier “jij” of “je” en is degene tot wie “Was machst du gerade?” gericht is. In deze vraag staat du na het werkwoord: “machst du”. Je gebruikt du wanneer je één persoon informeel aanspreekt.
gerade Gerade betekent hier “nu” of “op dit moment” in “Was machst du gerade?”. Het maakt duidelijk dat de vraag over de huidige activiteit gaat. Je gebruikt gerade om te vragen of te zeggen wat er op dit moment gebeurt.
Ich Ich betekent “ik” en verwijst in de antwoorden naar de persoon die spreekt. Het staat vooraan in zinnen zoals “Ich esse jetzt.” en “Ich trinke Wasser.”. Je gebruikt Ich om iets over jezelf te vertellen, meestal gevolgd door een werkwoord.
esse Esse betekent hier “eet” in “Ich esse jetzt.”. Het is de vorm van essen die samen met Ich wordt gebruikt. Je gebruikt “Ich esse” om te zeggen dat je aan het eten bent, bijvoorbeeld wanneer iemand vraagt wat je doet.
jetzt Jetzt betekent “nu” in “Ich esse jetzt.”. Het geeft het tijdstip van de handeling aan en benadrukt dat het eten nu gebeurt. Je gebruikt jetzt bij een handeling die op het huidige moment plaatsvindt.
trinke Trinke betekent hier “drink” in “Ich trinke Wasser.”. Het is de vorm van trinken die samen met Ich wordt gebruikt. Je gebruikt “Ich trinke” gevolgd door wat je drinkt, zoals Wasser, wanneer je over je huidige drankje vertelt.
Wasser Wasser betekent “water” in “Ich trinke Wasser.”. Het is datgene wat de spreker drinkt. Je gebruikt Wasser bijvoorbeeld als object bij trinke wanneer je zegt welk drankje je neemt.
mache Mache betekent hier “maak” of “bereid” in “Ich mache das Abendessen.”. Het is de vorm van machen die samen met Ich wordt gebruikt en verwijst hier naar het klaarmaken van het avondeten. Je gebruikt “Ich mache” gevolgd door wat je maakt of klaarmaakt.
das Das betekent hier “het” in de woordgroep “das Abendessen”. Het staat vóór Abendessen en maakt daarvan de bepaalde woordgroep voor het avondeten. Je gebruikt “das Abendessen” wanneer je naar de maaltijd van de avond verwijst.
Abendessen Abendessen betekent “avondeten” of “diner” in “Ich mache das Abendessen.”. Samen met das verwijst het naar de avondmaaltijd die wordt klaargemaakt. Je gebruikt Abendessen bijvoorbeeld in de combinatie “das Abendessen machen” voor het bereiden van de avondmaaltijd.
putze Putze betekent hier “maak schoon” in “Ich putze mein Zimmer.”. Het is de vorm van putzen die samen met Ich wordt gebruikt. Je gebruikt “Ich putze” gevolgd door de plaats of het voorwerp dat je schoonmaakt.
mein Mein betekent “mijn” in “mein Zimmer” en laat zien dat de kamer bij de spreker hoort. Het staat vóór Zimmer in deze woordgroep. Je gebruikt mein vóór iets waar je naar verwijst als iets van jezelf.
Zimmer Zimmer betekent “kamer” in “Ich putze mein Zimmer.”. Het is de plaats die de spreker schoonmaakt. Je gebruikt Zimmer bijvoorbeeld in “mein Zimmer” wanneer je over je eigen kamer praat.
dusche Dusche betekent hier “douche” als handeling in “Ich dusche gerade.”. Het is de vorm van duschen die samen met Ich wordt gebruikt en betekent dat de spreker op dit moment doucht. Je gebruikt “Ich dusche gerade” om te vertellen wat je in de badkamer aan het doen bent.

Grammatica

Was machst du gerade?

Was machst du gerade?

vas makhst doe ge-ráá-də

Wat doe je nu?

In een Duitse vraag staat het werkwoord vóór het onderwerp: machst du.

ich + werkwoord op -e

Ich esse jetzt und trinke Wasser.

isj esə jetst oent trinkə vásər

Ik eet nu en drink water.

Bij ich eindigt het werkwoord vaak op -e: esse, trinke, mache, putze, dusche.

Duits woordenschat

Abendessen zelfstandig naamwoord
áá-bənt-esən avondeten das Abendessen

Ich mache das Abendessen.

du voornaamwoord
doe je; jij

Was machst du gerade?

essen werkwoord
esən eten esse

Ich esse jetzt.

gerade bijwoord
ge-ráá-də nu; op dit moment

Was machst du gerade?

ich voornaamwoord
isj ik

Ich esse jetzt.

jetzt bijwoord
jetst nu

Ich esse jetzt.

machen werkwoord
makhən doen; maken machst

Was machst du gerade?

mein bepaler
main mijn

Ich putze mein Zimmer.

putzen werkwoord
poetsən schoonmaken; poetsen putze

Ich putze mein Zimmer.

trinken werkwoord
trinkən drinken trinke

Ich trinke Wasser.

was voornaamwoord
vas wat

Was machst du gerade?

Wasser zelfstandig naamwoord
vásər water

Ich trinke Wasser.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat ben je aan het doen?

Antwoord tonenWas machst du gerade?

Ik eet nu.

Antwoord tonenIch esse jetzt.

Ik drink water.

Antwoord tonenIch trinke Wasser.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

water

Antwoord tonenWasser

nu

Antwoord tonenjetzt

drinken

Antwoord tonentrinke

eten

Antwoord tonenesse