Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Prijs, weer en ontdekkingen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Wie viel kostet das?
vie viel kostut das? Hoeveel kost dit?Wo wohnst du?
voo voohnst doe? Waar woon je?Das Wetter ist schön.
das vettuh ist sjeun. Het weer is mooi.Es regnet jetzt.
es reegnuht jetst. Het regent nu.Ich habe mein Handy vergessen.
isj haabuh main hendi fehrgeh-sun. Ik ben mijn telefoon vergeten.Ich habe es gefunden.
isj haabuh es guh-foen-dun. Ik heb hem gevonden.Uitleg van de zinnen
Wie viel kostet das?
Hoeveel kost dit?
- Wie viel
- hoeveel
- kostet
- kost
- das
- dit
Uitgebreide uitleg
Wie viel vraagt naar een hoeveelheid of, bij een prijs, naar het bedrag: “hoeveel?”. Het is een vaste vraagcombinatie. Voorbeelden: Wie viel kostet das Buch? — “Hoeveel kost het boek?” en Wie viele Bücher? — “Hoeveel boeken?” In het tweede voorbeeld wordt viel viele omdat het om meerdere telbare dingen gaat. kostet is de vorm van kosten in de tegenwoordige tijd voor één derde persoon. Hier is das het onderwerp, dus de betekenis is “kost”. De vormen zijn bijvoorbeeld ich koste en du kostest, maar in een normale prijs vraag je vaak naar de prijs van iets: Was kostet das? — “Wat kost dat?” das is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dit” volgens de vaste vertaling. De vorm hoort bij een enkelvoudig onzijdig referent; bij een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord verschijnen andere vormen, zoals der of die, afhankelijk van de grammaticale functie. Uit de zin zelf blijkt niet welk concreet voorwerp met das wordt bedoeld. Samen vormt Wie viel kostet das? de vraag “Hoeveel kost dit?”. De volgorde is vraagwoordgroep Wie viel, daarna het vervoegde werkwoord kostet, en vervolgens het onderwerp das. De zin is een neutrale, alledaagse manier om naar de prijs van het bedoelde voorwerp te vragen.
Wo wohnst du?
Waar woon je?
- Wo
- waar
- wohnst
- woont
- du
- je
Uitgebreide uitleg
Wo vraagt naar een plaats: “waar”. Het is een vraagwoord voor locatie. Vergelijk Wie viel in de vorige zin: dat vraagt naar een hoeveelheid, niet naar een plaats. Voorbeeld: Wo arbeitest du? — Waar werk je? wohnst komt van wohnen (“wonen”). Dit is de tegenwoordige tijd met du: ich wohne, du wohnst, er/sie/es wohnt. De uitgang -st markeert hier de tweede persoon enkelvoud. Voorbeeld: Du wohnst in Berlin. — Je woont in Berlijn. du is het informele persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “je/jij”. Het werkwoord past daarbij aan als wohnst; bij ich zou het wohne zijn. Samen vormen Wo + wohnst + du een vraag met de volgorde vraagwoord + werkwoord + onderwerp. De volledige betekenis is: “Waar woon je?”
Das Wetter ist schön.
Het weer is mooi.
- Das
- het
- Wetter
- weer
- ist
- is
- schön
- mooi
Uitgebreide uitleg
Das is hier het bepaald lidwoord bij Wetter. Het markeert in deze zin een enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de nominatief; de vorm das hoort bij het onzijdige grammaticale geslacht van Wetter. Het betekent hier niet op zichzelf “deze”. Wetter betekent “weer”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het heeft als basisvorm dezelfde vorm in het enkelvoud; het meervoud is Wetter, maar het lidwoord en de context maken het verschil duidelijk. Voorbeeld: Das Wetter ist kalt. — “Het weer is koud.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm hoort bij het onderwerp Das Wetter. De relevante reeks is: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Voorbeeld: Das Wetter ist warm. — “Het weer is warm.” schön betekent hier “mooi” en beschrijft het weer. Het staat na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt daarom hier geen adjectiefuitgang. Vergelijk: ein schöner Tag — “een mooie dag”; vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord daar wel een uitgang. Samen vormen de delen Das Wetter (“het weer”), ist (“is”) en schön (“mooi”): Das Wetter ist schön. betekent “Het weer is mooi.”
Es regnet jetzt.
Het regent nu.
- Es regnet
- het regent
- jetzt
- nu
Uitgebreide uitleg
Es regnet betekent hier “het regent”. regnet is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd van regnen (“regenen”): regnen → es regnet. In deze weeruitdrukking staat es als onpersoonlijk onderwerp; het verwijst niet naar een concreet genoemde zaak. Het patroon is Es + werkwoord voor weerstoestanden, bijvoorbeeld: Es schneit. — “Het sneeuwt.” jetzt betekent “nu” en plaatst de regen in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. Vergelijk: Es regnet heute. — “Het regent vandaag.” Samen vormen de delen Es regnet jetzt. de neutrale mededeling “Het regent nu.”
Ich habe mein Handy vergessen.
Ik ben mijn telefoon vergeten.
- Ich habe
- ik heb
- mein
- mijn
- Handy
- mobiele telefoon
- vergessen
- vergeten
Uitgebreide uitleg
Ich habe vormt hier samen met vergessen de voltooide tijd (Perfekt): haben staat in de tegenwoordige tijd en draagt de persoonsvorm voor ich; het voltooid deelwoord komt verderop in de zin. haben betekent op zichzelf vaak “hebben”, maar in deze combinatie helpt het een gebeurtenis uit het verleden uit te drukken. Voorbeeld: Ich habe gelernt. — “Ik heb geleerd.” mein betekent hier “mijn” en hoort bij Handy. Het is de bezittelijke vorm bij de spreker: het geeft aan dat de telefoon van de spreker is. De vorm kan veranderen afhankelijk van het grammaticale geslacht, getal en de naamval van het bezeten zelfstandig naamwoord; bij het onzijdige Handy staat hier in de accusatief de vorm mein. Handy is in het Duits het gewone woord voor een mobiele telefoon. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. Het meervoud is Handys. Voorbeeld: Mein Handy ist neu. — “Mijn mobiele telefoon is nieuw.” vergessen is hier het voltooid deelwoord van het werkwoord vergessen (“vergeten”). Het voltooid deelwoord heeft in deze vorm dezelfde vorm als het infinitief. De eenvoudige verleden tijd heeft de vorm vergaß, terwijl het Perfekt hat vergessen gebruikt. In deze zin staat vergessen achteraan, zoals het voltooid deelwoord vaak doet in een hoofdzin met haben. Samen betekent Ich habe mein Handy vergessen.: “Ik ben mijn telefoon vergeten.” Ich is de spreker en is het onderwerp; mein Handy is wat de spreker vergeten is. Ich habe markeert samen met vergessen het Perfekt, en vergessen benoemt de handeling. Deze formulering is neutraal en alledaags.
Ich habe es gefunden.
Ik heb hem gevonden.
- Ich habe
- ik heb
- es
- hem
- gefunden
- gevonden
Uitgebreide uitleg
Ich habe: ich betekent “ik” en habe is de eerste persoon enkelvoud van haben (“hebben”). Samen vormen ze hier het begin van het Duitse Perfekt: ich habe + een voltooid deelwoord. Het hulpwerkwoord past dus bij de spreker. Voorbeeld: Ich habe gelernt. — “Ik heb geleerd.” es: dit is het Duitse persoonlijke voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), enkelvoud onzijdig. In deze vaste zin geeft de Nederlandse vertaling de bedoelde betekenis als “hem”; de Duitse vorm es laat op zichzelf niet dezelfde Nederlandse verwijzingsvorm zien. De vorm staat hier als lijdend voorwerp bij “gevonden”. gefunden: dit is het voltooid deelwoord van finden (“vinden”): finden — gefunden. In combinatie met habe drukt het uit dat het vinden als afgeronde gebeurtenis wordt voorgesteld. Voorbeeld: Sie hat den Schlüssel gefunden. — “Zij heeft de sleutel gevonden.” Samen betekent Ich habe es gefunden.: “Ik heb hem gevonden.” De volgorde is letterlijk: onderwerp Ich, het hulpwerkwoord habe, het lijdend voorwerp es, en ten slotte het voltooid deelwoord gefunden. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde hulpwerkwoord vooraan in het werkwoordelijk geheel en het voltooid deelwoord aan het einde.
Grammatica
Fragewort + Verb + Subjekt
Wo wohnst du?
voo voohnst doe?Waar woon je?
Bij Duitse vragen met wo staat het werkwoord vóór het onderwerp: wo + wohnst + du.
Wie viel + Verb + Subjekt
Wie viel kostet das?
vie viel kostut das?Hoeveel kost dit/dat?
Na wie viel komt direct het werkwoord; das staat daarna als onderwerp.
Duits woordenschat
Wie viel kostet das?
Wo wohnst du?
Ich habe mein Handy vergessen.
Es regnet jetzt.
Wie viel kostet das?
Es regnet jetzt.
Das Wetter ist schön.
Ich habe mein Handy vergessen.
Das Wetter ist schön.
Wie viel kostet das?
Wo wohnst du?
Wo wohnst du?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Hoeveel kost dit?
Antwoord tonen
Wie viel kostet das?Waar woon je?
Antwoord tonen
Wo wohnst du?Het weer is mooi.
Antwoord tonen
Das Wetter ist schön.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
weer
Antwoord tonen
Wetterregenen
Antwoord tonen
regnetwonen
Antwoord tonen
wohnstkosten