Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Eerste les en de leraar oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Schön, dich kennenzulernen.
sjeun, dich kennen tsoe leren. Leuk je te ontmoeten.Ist das deine erste Stunde hier?
ist das daine eers-tuh sjtoen-duh hie-uh? Is dit je eerste les hier?Ich war schon einmal hier.
ich vaar sjoon ain-maal hie-uh. Ik ben hier eerder geweest.Ich bin schon eine Weile hier.
ich bin sjoon ainuh vaile hie-uh. Ik ben hier al een tijdje.Wie ist der Lehrer?
vie ist dehr lee-ruh? Hoe is de leraar?Der Lehrer ist sehr nett.
dehr lee-ruh ist zeer net. De leraar is heel aardig.Uitleg van de zinnen
Schön, dich kennenzulernen.
Leuk je te ontmoeten.
- Schön
- leuk; prettig
- dich
- jou
- kennenzulernen
- leren kennen; ontmoeten
Uitgebreide uitleg
Schön is hier een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “prettig” of “leuk”; het beschrijft de hele situatie, niet een zelfstandig naamwoord. De basisvorm is schön; vergelijkend zijn schöner en am schönsten. In deze begroetingsformule betekent Schön, ... ongeveer “Leuk om ...”. dich is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord du (“jij”). De vorm du gebruik je als onderwerp, maar dich wanneer de persoon het directe voorwerp van de handeling is: Ich sehe dich. — “Ik zie jou.” kennenzulernen is de infinitief met zu van kennenlernen (“leren kennen”). Dit werkwoord is scheidbaar: in een gewone hoofdzin staat bijvoorbeeld Ich lerne dich kennen. — “Ik leer je kennen.” In de zu-infinitief komt zu tussen de twee delen: kennenzulernen. Het gaat hier dus om iemand leren kennen, niet alleen om iemand toevallig zien. Samen vormt de zin de vaste, vriendelijke formule Schön, dich kennenzulernen.: “Leuk je te ontmoeten” of letterlijker “Leuk om je te leren kennen.” Schön geeft de positieve beoordeling, en dich kennenzulernen noemt de activiteit die prettig wordt gevonden.
Ist das deine erste Stunde hier?
Is dit je eerste les hier?
- Ist das
- is dit
- deine
- jouw
- erste
- eerste
- Stunde
- les
- hier
- hier
Uitgebreide uitleg
Ist das vormt hier een ja-neevraag: ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”), en das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dit”. In een Duitse ja-neevraag staat de persoonsvorm vóór het onderwerp: Ist das ...? Vergelijk als mededeling: Das ist ... — “Dit is ...”. De precieze referent van das wordt in de vaste zin niet afzonderlijk benoemd, maar de vaste vertaling ondersteunt hier de betekenis “dit”. deine betekent hier “jouw” en hoort bij Stunde. De vorm is gebaseerd op dein en krijgt hier de uitgang -e, omdat Stunde vrouwelijk en enkelvoudig is en deze naamwoordgroep in de nominatief staat: deine Stunde. Voorbeelden: dein Kurs — “jouw cursus” (mannelijk), maar deine Klasse — “jouw klas” (vrouwelijk). erste betekent “eerste”. Het is hier het rangtelwoord bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord: die erste Stunde. De basisvorm is erst; vergelijk der erste Tag — “de eerste dag” en das erste Mal — “de eerste keer”. De uitgang van erste hangt samen met de grammaticale eigenschappen van het zelfstandig naamwoord én met de naamwoordgroep waarin het staat. In deine erste Stunde heeft het een zwakke adjectiefuitgang na deine; het verandert niet op grond van de persoon van de bezitter. Stunde betekent hier “les”, zoals de vaste vertaling aangeeft. In andere contexten kan hetzelfde Duitse woord ook “uur” betekenen. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Stunde. Het meervoud is die Stunden, bijvoorbeeld zwei Stunden — “twee lessen” of “twee uur”, afhankelijk van de context. hier is een onveranderlijk bijwoord met de betekenis “hier”. Het krijgt geen uitgang voor persoon, getal of geslacht. Voorbeeld: Ich bin hier. — “Ik ben hier.” Samen bouwen de delen de vraag Ist das deine erste Stunde hier? op: “Is dit je eerste les hier?” De vraag gebruikt Ist das als vraagkader, daarna de bezitsgroep deine erste Stunde en ten slotte hier om de plaats of context van de les aan te geven.
Ich war schon einmal hier.
Ik ben hier eerder geweest.
- Ich
- ik
- war
- was
- schon einmal
- eerder, al eens
- hier
- hier
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker. Het hoort bij de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een nieuw voorbeeld: Ich bin müde. — “Ik ben moe.” war is de vorm van sein (“zijn”) in de verleden tijd, hier bij ich: ich war. De vorm zegt dat de aanwezigheid in het verleden plaatsvond. In het Duits is dit de Präteritum-vorm; in de Nederlandse vertaling klinkt daarvoor natuurlijk de voltooide tijd: “ben geweest”. Vergelijk: Ich war gestern dort. — “Ik was daar gisteren.” schon einmal betekent hier “eerder” of “al eens”: het verwijst naar minstens één eerdere gelegenheid. einmal alleen kan “één keer” betekenen, maar in deze combinatie ligt de nadruk op eerdere ervaring, niet op een nieuw exact aantal dat de zin nu vastlegt. Een herbruikbaar voorbeeld is: Ich habe das schon einmal gesehen. — “Ik heb dat al eens gezien.” hier betekent “hier” en verwijst naar de plaats waar de spreker zich bevindt of waarover wordt gesproken. Het is een plaatsbijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Bijvoorbeeld: Wir sind hier. — “Wij zijn hier.” Samen vormen de delen Ich war + schon einmal + hier de betekenis: “Ik ben hier eerder geweest.” De zin meldt dus dat de spreker op een eerdere gelegenheid op deze plaats was; schon einmal maakt die eerdere ervaring expliciet.
Ich bin schon eine Weile hier.
Ik ben hier al een tijdje.
- Ich
- ik
- bin
- ben
- schon
- al
- eine Weile
- een tijdje
- hier
- hier
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord. De vorm verandert volgens de grammaticale rol; bijvoorbeeld mich betekent “mij” als lijdend voorwerp: Er sieht mich. = “Hij ziet mij.” bin is de vorm van het werkwoord sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd voor ich: ich bin. De tegenwoordige tijd kan in deze zin een toestand beschrijven die nu geldt. Vergelijk: Ich bin dort. = “Ik ben daar.” schon betekent hier “al”: de aanwezigheid duurt op het bedoelde moment reeds een tijd. Het is niet hetzelfde als noch (“nog”); schon markeert dat iets al het geval is, terwijl noch aangeeft dat iets voortduurt of nog niet veranderd is. eine Weile is een vaste tijdsaanduiding voor “een tijdje”. Weile is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het onbepaalde lidwoord in de vorm eine. Het lidwoord drukt hier niet zelfstandig een precies aantal uit. De uitdrukking kan bijvoorbeeld ook in het verleden voorkomen: Ich wartete eine Weile. = “Ik wachtte een tijdje.” hier betekent “hier”, dus op de plaats die vanuit de spreeksituatie als nabij of relevant wordt aangewezen. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Samen vormen de delen Ich bin + schon eine Weile + hier de betekenis: “Ik ben hier al een tijdje.” De zin beschrijft de huidige aanwezigheid van de spreker en maakt duidelijk dat die aanwezigheid niet pas net begonnen is.
Wie ist der Lehrer?
Hoe is de leraar?
- Wie
- hoe
- ist
- is
- Lehrer
- leraar
Uitgebreide uitleg
Wie betekent hier “hoe” en vraagt naar een kenmerk of toestand. Het staat aan het begin van deze vraag. Vergelijk: Wie ist der Film? = “Hoe is de film?” Dit is iets anders dan Was ist der Film?, waarbij was naar de identiteit of soort vraagt. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein → ist. Deze vorm hoort bij een enkelvoudig onderwerp, zoals der Lehrer. Voorbeelden: Er ist nett. = “Hij is aardig.” en Sie ist hier. = “Zij is hier.” der Lehrer betekent “de leraar”. Lehrer is het zelfstandig naamwoord; de basisvorm is eveneens Lehrer. Het meervoud is Lehrer, dus het lidwoord en de context maken het verschil: der Lehrer = “de leraar”, die Lehrer = “de leraren”. der is hier het bepaalde lidwoord bij het grammaticale mannelijke zelfstandig naamwoord Lehrer; het lidwoord drukt niet op zichzelf uit hoeveel leraren er in de werkelijkheid zijn. De vraag gebruikt het patroon Wie ist + onderwerp? om te vragen naar de toestand, eigenschappen of algemene indruk van iemand of iets. Wie staat vooraan als vraagwoord, daarna komt de persoonsvorm ist, en vervolgens het onderwerp der Lehrer. Samen betekent Wie ist der Lehrer?: “Hoe is de leraar?”
Der Lehrer ist sehr nett.
De leraar is heel aardig.
- Lehrer
- leraar
- ist
- is
- sehr
- heel; erg
- nett
- aardig
Uitgebreide uitleg
Lehrer betekent hier “leraar”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Lehrer; het meervoud heeft dezelfde vorm: die Lehrer. De vrouwelijke vorm is die Lehrerin. Voorbeeld: Der Lehrer kommt. — “De leraar komt.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm hoort bij een enkelvoudig onderwerp, zoals der Lehrer; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld sind: Die Lehrer sind nett. — “De leraren zijn aardig.” sehr versterkt een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “heel” of “erg”. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord: sehr gut — “heel goed”. Het drukt een sterkere graad uit dan alleen nett. nett betekent hier “aardig”. Als naamwoordelijk deel na sein krijgt het in deze zin geen uitgang: Der Lehrer ist nett. — “De leraar is aardig.” Bijvoeglijke naamwoorden kunnen wel graden aangeven: nett, netter, am nettesten — “aardig”, “aardiger”, “het aardigst”. Voorbeeld: Meine Nachbarin ist sehr nett. — “Mijn buurvrouw is heel aardig.” In het geheel is Der Lehrer het enkelvoudige onderwerp. ist verbindt dit onderwerp met de eigenschap nett, en sehr versterkt die eigenschap. Daarom betekent Der Lehrer ist sehr nett.: “De leraar is heel aardig.”
Grammatica
Schön, dich kennenzulernen
Schön, dich kennenzulernen.
sjeun, dich kennen tsoe leren.Leuk je te leren kennen.
Na schön staat hier een infinitiefgroep met zu: kennenzulernen. De voorvoegselvorm kennen-zu-lernen wordt aan elkaar geschreven.
Duits woordenschat
Schön, dich kennenzulernen.
Ich war schon einmal hier.
Ist das deine erste Stunde hier?
Ist das deine erste Stunde hier?
Schön, dich kennenzulernen.
Wie ist der Lehrer?
Der Lehrer ist sehr nett.
Schön, dich kennenzulernen.
Ich war schon einmal hier.
Ist das deine erste Stunde hier?
Ich war schon einmal hier.
Ich bin schon eine Weile hier.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Leuk je te ontmoeten.
Antwoord tonen
Schön, dich kennenzulernen.Is dit je eerste les hier?
Antwoord tonen
Ist das deine erste Stunde hier?Ik ben hier eerder geweest.
Antwoord tonen
Ich war schon einmal hier.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
leuk
Antwoord tonen
schöneen keer
Antwoord tonen
einmallesuur
Antwoord tonen
Stundeeerste