Rustig aan voor de eerste les | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before a language lesson, two adults talk about feeling nervous, hearing that the group is friendly, and starting slowly..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Rustig aan voor de eerste les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich bin vor dem Unterricht nervös.

iesj bin foo-uh deem oenta-risjt neur-feus. Ik voel me zenuwachtig voor de les.
B

Dieses Gefühl ist normal. Die Gruppe ist freundlich.

dee-zuhs guh-fuul ist nor-MAAL. Dee groe-puh ist froint-lisj. Dat gevoel is normaal. De groep is vriendelijk.
A

Ich bin froh, das zu hören.

iesj bin froo, das tsoe heuren. Ik ben blij dat te horen.
B

Am Anfang machen wir es langsam.

am AN-fang ma-chen vie-uh es lang-zaam. In het begin doen we het rustig aan.
A

Das klingt gut.

das klinkt goet. Dat klinkt goed.
B

Der erste Teil ist einfach.

dee-uh ee-uh-stuh taajl ist ajn-fach. Het eerste deel is makkelijk.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich bin vor dem Unterricht nervös.

    Ik voel me zenuwachtig voor de les.

    Ich bin
    ik ben
    vor
    voor
    Unterricht
    les; onderwijs
    nervös
    zenuwachtig
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin betekent hier dat de spreker een toestand beschrijft: “ik ben”. bin is de vorm van sein (“zijn”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Vergelijk: ich bin — “ik ben”, du bist — “jij bent”. Voorbeeld: Ich bin müde. — “Ik ben moe.” vor geeft hier een tijdsrelatie aan: “voor, voorafgaand aan”. In deze betekenis staat het bij een tijdstip of een gebeurtenis. In vor dem Unterricht staat dem Unterricht na vor in de datief: Unterricht is een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, en dem is hier de bijbehorende datiefvorm van het lidwoord. Voorbeeld: Vor dem Essen wasche ich meine Hände. — “Voor het eten was ik mijn handen.” Unterricht betekent “les” of “onderwijs” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Unterricht. Het verwijst hier naar de les als activiteit of onderwijsgebeuren, niet noodzakelijk naar een specifiek lokaal of een afzonderlijke lesuurbenaming. Voorbeeld: Der Unterricht beginnt um neun Uhr. — “De les begint om negen uur.” nervös is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “zenuwachtig”. Na sein staat het hier als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt het daarom geen verbuigingsuitgang: Ich bin nervös. — “Ik ben zenuwachtig.” Voorbeeld: Sie ist vor der Prüfung nervös. — “Zij is zenuwachtig voor het examen.” Samen vormen de delen Ich bin + nervös de toestand “ik ben zenuwachtig”, en vor dem Unterricht bepaalt wanneer die toestand geldt: vóór de les. De volledige betekenis is dus: “Ik voel me zenuwachtig voor de les.”

  2. Dieses Gefühl ist normal. Die Gruppe ist freundlich.

    Dat gevoel is normaal. De groep is vriendelijk.

    Dieses
    dit
    Gefühl
    gevoel
    normal
    normaal
    Gruppe
    groep
    freundlich
    vriendelijk
    Uitgebreide uitleg

    Dieses betekent hier “dit” en verwijst in deze zin naar Gefühl. Het is de vorm voor een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord in de eerste naamval: dieser (mannelijk), diese (vrouwelijk en meervoud), dieses (onzijdig). Voorbeeld: Dieses Buch ist interessant. — “Dit boek is interessant.” Gefühl betekent “gevoel”. De meervoudsvorm is Gefühle; het zelfstandig naamwoord is onzijdig, wat je ook ziet aan das Gefühl en hier aan dieses Gefühl. Voorbeeld: Ich habe ein gutes Gefühl. — “Ik heb een goed gevoel.” normal betekent hier “normaal”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na ist als gezegde staat en daarom in deze zin geen uitgang krijgt: Das ist normal. — “Dat is normaal.” Voor een zelfstandig naamwoord kan het wel een uitgang krijgen, bijvoorbeeld ein normales Gefühl — “een normaal gevoel”. Gruppe betekent “groep”. Het is vrouwelijk: die Gruppe. De meervoudsvorm is Gruppen; in die Gruppe tegenover die Gruppen herken je het verschil dus vooral aan de uitgang van het zelfstandig naamwoord. Het lidwoord die is in deze twee vormen hetzelfde. Voorbeeld: Die Gruppen warten. — “De groepen wachten.” freundlich betekent hier “vriendelijk”. Ook dit bijvoeglijk naamwoord staat na ist als gezegde en krijgt daarom geen uitgang: Die Person ist freundlich. — “De persoon is vriendelijk.” Het kan vóór een zelfstandig naamwoord wel een uitgang krijgen, bijvoorbeeld eine freundliche Person — “een vriendelijke persoon”. In de eerste zin vormen Dieses Gefühl en ist normal samen: “Dit gevoel is normaal.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”); het onderwerp is Dieses Gefühl, een enkelvoudig naamwoordelijk geheel. In de tweede zin is Die Gruppe het onderwerp en ist freundlich het gezegde: “De groep is vriendelijk.”

  3. Ich bin froh, das zu hören.

    Ik ben blij dat te horen.

    Ich bin
    ik ben
    froh
    blij
    das
    dat
    zu hören
    te horen
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin: bin is the first-person singular present form of sein (“zijn”): ich bin, du bist, er/sie/es ist. Together, Ich bin says that the speaker is in a certain state. Example: Ich bin müde. — “Ik ben moe.” froh: this adjective means “blij” in this sentence. It comes after sein and describes the speaker’s state; it does not change here because it is used as a predicate adjective. Example: Sie ist froh. — “Zij is blij.” das: here this is a demonstrative pronoun meaning “dat”. It is the object of hören and points to something understood from the situation; the fixed sentence does not identify that referent more specifically. This form is distinct from the article das, which appears before a noun, as in das Gefühl — “het gevoel”. zu hören: hören is the base form “horen”; zu hören is its infinitive with zu, comparable to “te horen”. In the construction etwas zu hören, the thing heard is placed before the infinitive: Ich freue mich, das zu hören. — “Ik ben blij dat te horen.” In the supplied sentence, das zu hören forms the infinitive group after froh. Together, Ich bin froh, das zu hören. means “Ik ben blij dat te horen.” The speaker describes being glad and gives the reason or content of that gladness as das zu hören: hearing that. The comma marks the boundary before the infinitive group. This is a neutral, reusable way to express a present emotional state followed by an infinitive construction.

  4. Am Anfang machen wir es langsam.

    In het begin doen we het rustig aan.

    Am Anfang
    in het begin
    machen
    doen
    wir
    we
    es
    het
    langsam
    rustig aan
    Uitgebreide uitleg

    Am Anfang betekent hier “in het begin”. Het is een tijdsbepaling; am is de samengevoegde vorm van an dem. Het zelfstandig naamwoord Anfang betekent “begin”; een nuttig tegenovergesteld woord is Ende (“einde”). Voorbeeld: Am Anfang war es schwer. — “In het begin was het moeilijk.” machen betekent hier “doen” in de uitdrukking es langsam machen: iets rustig aanpakken of het rustig aan doen. De basisvorm is machen; in de tegenwoordige tijd verandert de vorm met het onderwerp, bijvoorbeeld ich mache en wir machen. Voorbeeld: Wir machen das später. — “We doen dat later.” wir is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud: “wij/we”. Het omvat de spreker en minstens één andere persoon. De enkelvoudige vorm voor alleen de spreker is ich (“ik”). Voorbeeld: Wir lernen Deutsch. — “Wij leren Duits.” es betekent in deze vaste uitdrukking “het” en vormt samen met machen en langsam het patroon es langsam machen. Hier wordt geen specifiek benoemd zelfstandig naamwoord als referent aangewezen; behandel es daarom als onderdeel van de uitdrukking “het rustig aan doen”. Het is in dit patroon niet een vorm die afhankelijk van het grammaticale geslacht van een genoemd zelfstandig naamwoord verandert. Voorbeeld: Wir machen es morgen. — “We doen het morgen.” langsam betekent hier “langzaam” en krijgt in combinatie met es machen de contextuele betekenis “rustig aan”. Het beschrijft hoe de handeling wordt uitgevoerd en werkt hier bijwoordelijk. De vergrotende trap is langsamer (“langzamer”) en de overtreffende trap am langsamsten (“het langzaamst”). Voorbeeld: Bitte fahr langsam. — “Rijd alsjeblieft langzaam.” Samen betekenen Am Anfang en machen wir es langsam: “In het begin doen we het rustig aan.” Am Anfang plaatst de handeling aan het begin. wir is de uitvoerder, terwijl es langsam machen de manier van handelen uitdrukt: het rustig aan doen. De Duitse hoofdzin heeft hier een tijdsbepaling vooraan; daarna volgt het vervoegde werkwoord machen, vervolgens het onderwerp wir.

  5. Das klingt gut.

    Dat klinkt goed.

    Das
    dat
    klingt
    klinkt
    gut
    goed
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst naar een eerder genoemde zaak of situatie, zonder dat de bron precies vastlegt waarnaar. Het is de onzijdige vorm van het aanwijzende voornaamwoord: der, die, das in de nominatieve vorm voor respectievelijk mannelijk, vrouwelijk en onzijdig; in deze zin staat das zelfstandig en is het onderwerp. Voor een meervoudige verwijzing is de vorm das niet juist; dan gebruik je die. klingt komt van klingen (“klinken”) en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: das klingt. Het onderwerp bepaalt hier de vorm. Klingen kan letterlijk over geluid gaan, maar in deze zin betekent het dat iets een bepaalde indruk wekt, zoals ook in Das klingt interessant. — “Dat klinkt interessant.” gut betekent hier “goed”. Het beschrijft hoe iets klinkt en staat na klingen als een predicatief bijvoeglijk naamwoord. In deze positie krijgt gut geen uitgang. Vergelijk: Das ist gut. — “Dat is goed.” Samen vormen de delen Das klingt gut.: “Dat klinkt goed.” De zin geeft een positieve beoordeling van iets dat eerder is genoemd of op dat moment ter sprake is. De formulering is alledaags en neutraal.

  6. Der erste Teil ist einfach.

    Het eerste deel is makkelijk.

    erste
    eerste
    Teil
    deel
    einfach
    makkelijk; eenvoudig
    Uitgebreide uitleg

    erste betekent hier “eerste”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat een rangorde aanduidt. In der erste Teil krijgt het de uitgang -e: na het bepaalde lidwoord der staat hier de zwakke verbuiging. De uitgang van een Duits bijvoeglijk naamwoord hangt onder meer samen met geslacht, getal en naamval, én met het voorafgaande lidwoord of ander bepalend woord. Vergelijk das erste Kapitel en die ersten Teile. Teil betekent hier “deel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Teil. Het meervoud is die Teile. Voorbeeld: Der zweite Teil ist kurz. — “Het tweede deel is kort.” einfach betekent hier “makkelijk” of “eenvoudig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is einfacher en de overtreffende trap is am einfachsten. Voorbeeld: Diese Aufgabe ist einfacher. — “Deze opgave is makkelijker.” In Der erste Teil markeert der een bepaald mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief; erste beschrijft de rang ervan. ist is hier de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud. einfach staat na ist als naamwoordelijk deel en krijgt daar geen adjectiefuitgang. Samen betekent Der erste Teil ist einfach.: “Het eerste deel is makkelijk.”

Grammatica

zu + Infinitiv

froh, zu hören

froo, tsoe heuren

blij om te horen

Na froh kan een infinitief met zu volgen: froh, zu hören betekent ‘blij om te horen’.

Dieses + onzijdig zelfstandig naamwoord

Dieses Gefühl

dee-zuhs guh-fuul

Dit/dat gevoel

Gefühl is onzijdig (das Gefühl); daarom krijgt dieses de uitgang -es.

Duits woordenschat

Am Anfang uitdrukking
am AN-fang in het begin
bin werkwoord
bin ben
Dieses bepaler
dee-zuhs dit/dat
freundlich bijvoeglijk naamwoord
froint-lisj vriendelijk
froh bijvoeglijk naamwoord
froo blij
Gefühl zelfstandig naamwoord
guh-fuul gevoel
Gruppe zelfstandig naamwoord
groe-puh groep
nervös bijvoeglijk naamwoord
neur-feus zenuwachtig
normal bijvoeglijk naamwoord
nor-MAAL normaal
Unterricht zelfstandig naamwoord
oenta-risjt les
vor voorzetsel
foo-uh voor
zu hören uitdrukking
tsoe heuren te horen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik voel me zenuwachtig voor de les.

Antwoord tonenIch bin vor dem Unterricht nervös.

Ik ben blij dat te horen.

Antwoord tonenIch bin froh, das zu hören.

In het begin doen we het rustig aan.

Antwoord tonenAm Anfang machen wir es langsam.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vriendelijk

Antwoord tonenfreundlich

les

Antwoord tonenUnterricht

gevoel

Antwoord tonenGefühl

dit/dat

Antwoord tonenDieses