Samen de les herhalen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: After a language lesson, two adults talk about staying in the classroom and reviewing together..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen de les herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Was machst du nach dem Unterricht?

vas makhst doe naakh deem oenter-rikht? Wat doe je na de les?
B

Ich bleibe hier und wiederhole.

ikh blaibn hier oent viedar-hohlen. Ik blijf hier en herhaal.
A

Können wir diesen Raum noch eine Weile benutzen?

keunnen vie(r) diezen rauwm nogh aine vaile benoetsen? Kunnen we deze ruimte nog een tijdje gebruiken?
B

Wir können nach dem Unterricht hier bleiben.

vie(r) keunnen nagh deem oenter-rikht hier blaibn. We kunnen hier na de les blijven.
A

Das ist gut zu wissen.

das is(t) goet tsoe vissen. Dat is goed om te weten.
B

Dann wiederholen wir hier zusammen.

dan viedar-hohlen vie(r) hier tsoe-zammen. Dan herhalen we hier samen.

Uitleg van de zinnen

  1. Was machst du nach dem Unterricht?

    Wat doe je na de les?

    Was
    wat
    machst
    doe
    du
    je; jij
    nach
    na
    Unterricht
    les; onderwijs
    Uitgebreide uitleg

    Was vraagt hier naar wat iemand doet: “wat?”. Het is een vraagwoord voor een handeling of zaak. Vergelijk bijvoorbeeld: Was liest du? — “Wat lees je?” machst komt van machen (“doen/maken”). In deze zin is het de tegenwoordige tijd bij du: du machst. Bij een vraag staat de persoonsvorm hier vóór het onderwerp: Was machst du ...? De vorm machst hoort dus bij du, niet bij Was. du is de informele tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. De combinatie machst du betekent hier “doe je”. nach betekent hier “na” in een tijdsaanduiding. Voor een activiteit of gebeurtenis gebruikt Duits vaak nach met een naamwoordgroep: nach dem Unterricht — “na de les”. Dit is niet hetzelfde als zu, dat onder andere “naar” kan betekenen. Unterricht betekent hier “les” of “onderwijs”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Na nach staat de naamwoordgroep in de datief: der Unterricht wordt dem Unterricht. dem is dus de datiefvorm van het lidwoord bij Unterricht; het betekent hier niet zelfstandig “de”. Samen vormen Was machst du de vraag “Wat doe je?”. nach dem Unterricht voegt het tijdstip toe: “na de les”. De volledige betekenis is daarom: “Wat doe je na de les?”

  2. Ich bleibe hier und wiederhole.

    Ik blijf hier en herhaal.

    Ich
    ik
    bleibe
    blijf
    hier
    hier
    wiederhole
    herhaal
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Duits staat het onderwerp vaak vóór de persoonsvorm in een gewone hoofdzin. Een nuttig contrast is du voor “jij” en ich voor “ik”; de vorm van het werkwoord moet daarbij passen. bleibe komt van bleiben, “blijven”. bleibe is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich bleibe = “ik blijf”. De stamklinker blijft in deze vorm behouden; vergelijk in deze zin niet met een andere persoon alsof bleibe een zelfstandig naamwoord zou zijn. hier betekent “hier” en wijst op de plaats die vanuit de spreeksituatie als nabij of relevant wordt aangewezen. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Ich bin hier. — “Ik ben hier.” wiederhole komt van wiederholen, “herhalen”. Het is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich wiederhole = “ik herhaal”. De zin noemt niet wat er herhaald wordt; het werkwoord kan in andere contexten wel een uitgedrukt object hebben, bijvoorbeeld Ich wiederhole den Satz. — “Ik herhaal de zin.” De delen worden verbonden door und, “en”. Ich bleibe hier vormt de eerste mededeling: “Ik blijf hier”. Ich wiederhole vormt de tweede: “ik herhaal”. Samen betekent de vaste uiting: “Ik blijf hier en herhaal.”

  3. Können wir diesen Raum noch eine Weile benutzen?

    Kunnen we deze ruimte nog een tijdje gebruiken?

    Können wir
    kunnen we
    diesen
    deze
    Raum
    ruimte
    noch eine Weile
    nog een tijdje
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Können wir is een herbruikbare vraagconstructie: können is de tegenwoordige tijd van können bij wir, met de betekenis “kunnen” en, afhankelijk van de situatie, soms “mogen”. Hier vraagt de spreker of de groep de ruimte nog kan gebruiken; de zin legt niet zelfstandig vast of het om praktische mogelijkheid of toestemming gaat. In een Duitse ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord voor het onderwerp: Können wir ...? Voorbeeld: Können wir hier warten? — “Kunnen we hier wachten?” diesen is hier de aanwijzende bepaler “deze”. De vorm is mannelijk enkelvoud in de accusatief, omdat hij hoort bij Raum en die woordgroep het directe object van benutzen is. Het is dus niet alleen de enkelvoudsvorm die deze vorm bepaalt: ook het grammaticale geslacht van Raum en de naamval spelen mee. Vergelijk bijvoorbeeld dieser Raum als onderwerp met diesen Raum als direct object. Raum betekent hier “ruimte” of “kamer”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum; het meervoud is die Räume. De umlaut in Räume hoort bij de meervoudsvorm. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” noch eine Weile geeft een verdere of voortgezette tijdsduur aan: “nog een tijdje”. noch betekent hier dat het gebruik voortduurt of extra tijd omvat; eine Weile is een niet precies bepaalde periode. Weile is een zelfstandig naamwoord en daarom wordt eine eraan aangepast. Voorbeeld: Wir bleiben noch eine Weile hier. — “We blijven hier nog een tijdje.” benutzen is het werkwoord “gebruiken”. Dit is de infinitief die na het modale werkwoord können staat; bij zo’n combinatie blijft het hoofdwerkwoord als infinitief staan. Het is een regelmatig werkwoord: ich benutze, wir benutzen. Voorbeeld: Sie benutzt den Computer. — “Zij gebruikt de computer.” Samen vormt de zin een ja/nee-vraag. Können wir vraagt of de groep iets kan doen, waarbij de context eventueel ook een toestemmingsvraag kan ondersteunen; diesen Raum is wat gebruikt wordt, noch eine Weile bepaalt de verdere tijdsduur, en benutzen noemt de handeling. De volledige betekenis is: “Kunnen we deze ruimte nog een tijdje gebruiken?”

  4. Wir können nach dem Unterricht hier bleiben.

    We kunnen hier na de les blijven.

    Wir
    wij
    können
    kunnen
    Unterricht
    les
    hier
    hier
    bleiben
    blijven
    Uitgebreide uitleg

    Wir betekent hier “wij”: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de handelende groep. Het is de eerste persoon meervoud; vergelijk ich (“ik”) en ihr (“jullie”) als andere persoonlijke voornaamwoorden. können is de vorm van können bij wir. Het betekent hier dat de groep de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen; de vaste vertaling kiest “kunnen”. De tegenwoordige tijd is: ich kann, du kannst, er/sie kann, wir können, ihr könnt, sie/Sie können. Als modaal werkwoord staat können vóór het andere werkwoord, terwijl dat andere werkwoord als infinitief aan het einde staat. In nach dem Unterricht betekent Unterricht “les” of “onderwijs”. Het zelfstandige naamwoord is mannelijk: der Unterricht. Na nach staat hier de datief, waardoor der de vorm dem krijgt: nach dem Unterricht = “na de les”. Unterricht wordt in deze betekenis vaak als een ontelbaar begrip gebruikt; voor een afzonderlijke les kan ook eine Unterrichtsstunde worden gebruikt. hier betekent “hier”, dus op de plaats die in de situatie als nabij of aangewezen geldt. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht, getal of naamval. Voor een andere plaats gebruik je bijvoorbeeld dort (“daar”). bleiben betekent “blijven”. Hier staat het als infinitief na können; het beschrijft wat de groep kan doen. In andere tijden of met een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld ich bleibe (“ik blijf”) en wir bleiben (“wij blijven”). De volledige opbouw is Wir können ... bleiben: “Wij kunnen ... blijven”. Het tijdsbepalende deel nach dem Unterricht zegt wanneer, en hier zegt waar. Samen betekent Wir können nach dem Unterricht hier bleiben.: “We kunnen hier na de les blijven.”

  5. Das ist gut zu wissen.

    Dat is goed om te weten.

    Das
    dat
    ist
    is
    gut
    goed
    zu wissen
    om te weten
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en verwijst in deze context naar de vooraf genoemde mogelijkheid om hier na de les te blijven. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord kan das naar een situatie of hele mededeling verwijzen; het is niet automatisch een verwijzing naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In deze zin verbindt het Das met de eigenschap gut. gut betekent hier “goed” en is een bijvoeglijk naamwoord. Na vormen van sein staat het bijvoeglijk naamwoord hier zonder verbuiging: Das ist gut. De vergrotende trap is besser (“beter”); de overtreffende trap is am besten (“het best”). zu wissen betekent “om te weten”. wissen is de basisvorm (“weten”); met zu wordt hier een infinitiefconstructie gevormd. Vergelijk: Es ist wichtig, das zu wissen. — “Het is belangrijk om dat te weten.” In deze constructie staat zu direct voor het werkwoord: zu wissen. Samen vormen de delen Das ist gut zu wissen.: “Dat is goed om te weten.” De zin beoordeelt de vooraf genoemde informatie als nuttig of positief om te kennen. De constructie Das ist gut zu + infinitief is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Das ist schwer zu erklären. — “Dat is moeilijk uit te leggen.”

  6. Dann wiederholen wir hier zusammen.

    Dan herhalen we hier samen.

    Dann
    dan
    wiederholen
    herhalen
    wir
    we
    hier
    hier
    zusammen
    samen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” in de betekenis van een volgende stap in het gesprek: na iets dat eerder is gezegd, volgt deze handeling. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen, maar die lezing past hier minder goed. wiederholen betekent “opnieuw zeggen of doen”. De vorm is hier zowel de infinitief als de tegenwoordige tijd voor wir: wir wiederholen = “wij herhalen”. Bij andere personen verandert de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld ich wiederhole en sie wiederholen. Voorbeeld: Wir wiederholen die Frage. — “We herhalen de vraag.” wir is het persoonlijke voornaamwoord voor “wij/we”: de spreker en minstens één andere persoon. Het is het onderwerp van wiederholen; daarom staat het werkwoord hier in de vorm voor de eerste persoon meervoud. hier betekent “hier”, dus op de plaats of in de situatie die met de context verbonden is. Voorbeeld: Wir lernen hier. — “We leren hier.” zusammen betekent “samen”: de handeling gebeurt gezamenlijk. Het zegt niet op zichzelf wie precies tot de groep behoort; dat wordt hier door wir aangegeven. Voorbeeld: Wir lesen zusammen. — “We lezen samen.” Samen vormen de woorden de zin Dann wiederholen wir hier zusammen.: “Dan herhalen we hier samen.” De volgorde is kenmerkend voor een Duitse mededelende hoofdzin: Dann staat vooraan, het vervoegde werkwoord wiederholen volgt, daarna het onderwerp wir, en hier zusammen geeft de plaats en de gezamenlijke uitvoering aan.

Grammatica

diesen + mannelijk zelfstandig naamwoord

Diesen Raum benutzen.

diezen rauwm benoetsen

Gebruik deze ruimte.

Raum is mannelijk. Als lijdend voorwerp verandert dieser in diesen.

Duits woordenschat

benutzen werkwoord
benoetsen gebruiken
bleiben werkwoord
blaibn blijven
das voornaamwoord
das dat
dieser bepaler
diezer deze diesen
eine Weile uitdrukking
aine vaile een tijdje
hier bijwoord
hie(r) hier
machen werkwoord
makhen doen machst
nach voorzetsel
naakh na
noch bijwoord
nogh nog
Raum zelfstandig naamwoord
rauwm ruimte
Unterricht zelfstandig naamwoord
oenter-rikht les
wiederholen werkwoord
viedar-hohlen herhalen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat doe je na de les?

Antwoord tonenWas machst du nach dem Unterricht?

Ik blijf hier en herhaal.

Antwoord tonenIch bleibe hier und wiederhole.

Dat is goed om te weten.

Antwoord tonenDas ist gut zu wissen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hier

Antwoord tonenhier

nog

Antwoord tonennoch

doen

Antwoord tonenmachst

ruimte

Antwoord tonenRaum