Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Samen de les herhalen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Was machst du nach dem Unterricht?
vas makhst doe naakh deem oenter-rikht? Wat doe je na de les?Ich bleibe hier und wiederhole.
ikh blaibn hier oent viedar-hohlen. Ik blijf hier en herhaal.Können wir diesen Raum noch eine Weile benutzen?
keunnen vie(r) diezen rauwm nogh aine vaile benoetsen? Kunnen we deze ruimte nog een tijdje gebruiken?Wir können nach dem Unterricht hier bleiben.
vie(r) keunnen nagh deem oenter-rikht hier blaibn. We kunnen hier na de les blijven.Das ist gut zu wissen.
das is(t) goet tsoe vissen. Dat is goed om te weten.Dann wiederholen wir hier zusammen.
dan viedar-hohlen vie(r) hier tsoe-zammen. Dan herhalen we hier samen.Uitleg van de zinnen
Was machst du nach dem Unterricht?
Wat doe je na de les?
- Was
- wat
- machst
- doe
- du
- je; jij
- nach
- na
- Unterricht
- les; onderwijs
Uitgebreide uitleg
Was vraagt hier naar wat iemand doet: “wat?”. Het is een vraagwoord voor een handeling of zaak. Vergelijk bijvoorbeeld: Was liest du? — “Wat lees je?” machst komt van machen (“doen/maken”). In deze zin is het de tegenwoordige tijd bij du: du machst. Bij een vraag staat de persoonsvorm hier vóór het onderwerp: Was machst du ...? De vorm machst hoort dus bij du, niet bij Was. du is de informele tweede persoon enkelvoud: “je/jij”. De combinatie machst du betekent hier “doe je”. nach betekent hier “na” in een tijdsaanduiding. Voor een activiteit of gebeurtenis gebruikt Duits vaak nach met een naamwoordgroep: nach dem Unterricht — “na de les”. Dit is niet hetzelfde als zu, dat onder andere “naar” kan betekenen. Unterricht betekent hier “les” of “onderwijs”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Na nach staat de naamwoordgroep in de datief: der Unterricht wordt dem Unterricht. dem is dus de datiefvorm van het lidwoord bij Unterricht; het betekent hier niet zelfstandig “de”. Samen vormen Was machst du de vraag “Wat doe je?”. nach dem Unterricht voegt het tijdstip toe: “na de les”. De volledige betekenis is daarom: “Wat doe je na de les?”
Ich bleibe hier und wiederhole.
Ik blijf hier en herhaal.
- Ich
- ik
- bleibe
- blijf
- hier
- hier
- wiederhole
- herhaal
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Duits staat het onderwerp vaak vóór de persoonsvorm in een gewone hoofdzin. Een nuttig contrast is du voor “jij” en ich voor “ik”; de vorm van het werkwoord moet daarbij passen. bleibe komt van bleiben, “blijven”. bleibe is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich bleibe = “ik blijf”. De stamklinker blijft in deze vorm behouden; vergelijk in deze zin niet met een andere persoon alsof bleibe een zelfstandig naamwoord zou zijn. hier betekent “hier” en wijst op de plaats die vanuit de spreeksituatie als nabij of relevant wordt aangewezen. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Ich bin hier. — “Ik ben hier.” wiederhole komt van wiederholen, “herhalen”. Het is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich wiederhole = “ik herhaal”. De zin noemt niet wat er herhaald wordt; het werkwoord kan in andere contexten wel een uitgedrukt object hebben, bijvoorbeeld Ich wiederhole den Satz. — “Ik herhaal de zin.” De delen worden verbonden door und, “en”. Ich bleibe hier vormt de eerste mededeling: “Ik blijf hier”. Ich wiederhole vormt de tweede: “ik herhaal”. Samen betekent de vaste uiting: “Ik blijf hier en herhaal.”
Können wir diesen Raum noch eine Weile benutzen?
Kunnen we deze ruimte nog een tijdje gebruiken?
- Können wir
- kunnen we
- diesen
- deze
- Raum
- ruimte
- noch eine Weile
- nog een tijdje
- benutzen
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Können wir is een herbruikbare vraagconstructie: können is de tegenwoordige tijd van können bij wir, met de betekenis “kunnen” en, afhankelijk van de situatie, soms “mogen”. Hier vraagt de spreker of de groep de ruimte nog kan gebruiken; de zin legt niet zelfstandig vast of het om praktische mogelijkheid of toestemming gaat. In een Duitse ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord voor het onderwerp: Können wir ...? Voorbeeld: Können wir hier warten? — “Kunnen we hier wachten?” diesen is hier de aanwijzende bepaler “deze”. De vorm is mannelijk enkelvoud in de accusatief, omdat hij hoort bij Raum en die woordgroep het directe object van benutzen is. Het is dus niet alleen de enkelvoudsvorm die deze vorm bepaalt: ook het grammaticale geslacht van Raum en de naamval spelen mee. Vergelijk bijvoorbeeld dieser Raum als onderwerp met diesen Raum als direct object. Raum betekent hier “ruimte” of “kamer”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Raum; het meervoud is die Räume. De umlaut in Räume hoort bij de meervoudsvorm. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” noch eine Weile geeft een verdere of voortgezette tijdsduur aan: “nog een tijdje”. noch betekent hier dat het gebruik voortduurt of extra tijd omvat; eine Weile is een niet precies bepaalde periode. Weile is een zelfstandig naamwoord en daarom wordt eine eraan aangepast. Voorbeeld: Wir bleiben noch eine Weile hier. — “We blijven hier nog een tijdje.” benutzen is het werkwoord “gebruiken”. Dit is de infinitief die na het modale werkwoord können staat; bij zo’n combinatie blijft het hoofdwerkwoord als infinitief staan. Het is een regelmatig werkwoord: ich benutze, wir benutzen. Voorbeeld: Sie benutzt den Computer. — “Zij gebruikt de computer.” Samen vormt de zin een ja/nee-vraag. Können wir vraagt of de groep iets kan doen, waarbij de context eventueel ook een toestemmingsvraag kan ondersteunen; diesen Raum is wat gebruikt wordt, noch eine Weile bepaalt de verdere tijdsduur, en benutzen noemt de handeling. De volledige betekenis is: “Kunnen we deze ruimte nog een tijdje gebruiken?”
Wir können nach dem Unterricht hier bleiben.
We kunnen hier na de les blijven.
- Wir
- wij
- können
- kunnen
- Unterricht
- les
- hier
- hier
- bleiben
- blijven
Uitgebreide uitleg
Wir betekent hier “wij”: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de handelende groep. Het is de eerste persoon meervoud; vergelijk ich (“ik”) en ihr (“jullie”) als andere persoonlijke voornaamwoorden. können is de vorm van können bij wir. Het betekent hier dat de groep de mogelijkheid of toestemming heeft om iets te doen; de vaste vertaling kiest “kunnen”. De tegenwoordige tijd is: ich kann, du kannst, er/sie kann, wir können, ihr könnt, sie/Sie können. Als modaal werkwoord staat können vóór het andere werkwoord, terwijl dat andere werkwoord als infinitief aan het einde staat. In nach dem Unterricht betekent Unterricht “les” of “onderwijs”. Het zelfstandige naamwoord is mannelijk: der Unterricht. Na nach staat hier de datief, waardoor der de vorm dem krijgt: nach dem Unterricht = “na de les”. Unterricht wordt in deze betekenis vaak als een ontelbaar begrip gebruikt; voor een afzonderlijke les kan ook eine Unterrichtsstunde worden gebruikt. hier betekent “hier”, dus op de plaats die in de situatie als nabij of aangewezen geldt. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht, getal of naamval. Voor een andere plaats gebruik je bijvoorbeeld dort (“daar”). bleiben betekent “blijven”. Hier staat het als infinitief na können; het beschrijft wat de groep kan doen. In andere tijden of met een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld ich bleibe (“ik blijf”) en wir bleiben (“wij blijven”). De volledige opbouw is Wir können ... bleiben: “Wij kunnen ... blijven”. Het tijdsbepalende deel nach dem Unterricht zegt wanneer, en hier zegt waar. Samen betekent Wir können nach dem Unterricht hier bleiben.: “We kunnen hier na de les blijven.”
Das ist gut zu wissen.
Dat is goed om te weten.
- Das
- dat
- ist
- is
- gut
- goed
- zu wissen
- om te weten
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst in deze context naar de vooraf genoemde mogelijkheid om hier na de les te blijven. Als zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord kan das naar een situatie of hele mededeling verwijzen; het is niet automatisch een verwijzing naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In deze zin verbindt het Das met de eigenschap gut. gut betekent hier “goed” en is een bijvoeglijk naamwoord. Na vormen van sein staat het bijvoeglijk naamwoord hier zonder verbuiging: Das ist gut. De vergrotende trap is besser (“beter”); de overtreffende trap is am besten (“het best”). zu wissen betekent “om te weten”. wissen is de basisvorm (“weten”); met zu wordt hier een infinitiefconstructie gevormd. Vergelijk: Es ist wichtig, das zu wissen. — “Het is belangrijk om dat te weten.” In deze constructie staat zu direct voor het werkwoord: zu wissen. Samen vormen de delen Das ist gut zu wissen.: “Dat is goed om te weten.” De zin beoordeelt de vooraf genoemde informatie als nuttig of positief om te kennen. De constructie Das ist gut zu + infinitief is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Das ist schwer zu erklären. — “Dat is moeilijk uit te leggen.”
Dann wiederholen wir hier zusammen.
Dan herhalen we hier samen.
- Dann
- dan
- wiederholen
- herhalen
- wir
- we
- hier
- hier
- zusammen
- samen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” in de betekenis van een volgende stap in het gesprek: na iets dat eerder is gezegd, volgt deze handeling. Het kan ook naar een tijdstip verwijzen, maar die lezing past hier minder goed. wiederholen betekent “opnieuw zeggen of doen”. De vorm is hier zowel de infinitief als de tegenwoordige tijd voor wir: wir wiederholen = “wij herhalen”. Bij andere personen verandert de tegenwoordige tijd, bijvoorbeeld ich wiederhole en sie wiederholen. Voorbeeld: Wir wiederholen die Frage. — “We herhalen de vraag.” wir is het persoonlijke voornaamwoord voor “wij/we”: de spreker en minstens één andere persoon. Het is het onderwerp van wiederholen; daarom staat het werkwoord hier in de vorm voor de eerste persoon meervoud. hier betekent “hier”, dus op de plaats of in de situatie die met de context verbonden is. Voorbeeld: Wir lernen hier. — “We leren hier.” zusammen betekent “samen”: de handeling gebeurt gezamenlijk. Het zegt niet op zichzelf wie precies tot de groep behoort; dat wordt hier door wir aangegeven. Voorbeeld: Wir lesen zusammen. — “We lezen samen.” Samen vormen de woorden de zin Dann wiederholen wir hier zusammen.: “Dan herhalen we hier samen.” De volgorde is kenmerkend voor een Duitse mededelende hoofdzin: Dann staat vooraan, het vervoegde werkwoord wiederholen volgt, daarna het onderwerp wir, en hier zusammen geeft de plaats en de gezamenlijke uitvoering aan.
Grammatica
diesen + mannelijk zelfstandig naamwoord
Diesen Raum benutzen.
diezen rauwm benoetsenGebruik deze ruimte.
Raum is mannelijk. Als lijdend voorwerp verandert dieser in diesen.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat doe je na de les?
Antwoord tonen
Was machst du nach dem Unterricht?Ik blijf hier en herhaal.
Antwoord tonen
Ich bleibe hier und wiederhole.Dat is goed om te weten.
Antwoord tonen
Das ist gut zu wissen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
hier
Antwoord tonen
hiernog
Antwoord tonen
nochdoen
Antwoord tonen
machstruimte