Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Wonen en naar de les gaan oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Wo wohnst du?
voo voonst doe? Waar woon je?Ich wohne ganz in der Nähe.
ich voone gants in dee-uh nee-uh. Ik woon hier vlakbij.Wie kommst du hierher?
vie komst doe hie-uh-heer-uh? Hoe kom je hier?An sonnigen Tagen fahre ich mit dem Fahrrad.
an zonniegen taa-gen faa-ruh ich mit deem faa-raat. Op zonnige dagen ga ik met de fiets.Und an Regentagen?
oent an ree-gen-taa-gen? En op regenachtige dagen?Ich fahre mit dem Bus, wenn es regnet.
ich faa-ruh mit deem boes, ven es ree-gnet. Ik neem de bus als het regent.Uitleg van de zinnen
Wo wohnst du?
Waar woon je?
- Wo
- waar
- wohnst
- woont
- du
- je/jij
Uitgebreide uitleg
Wo betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Het is een vraagwoord; vergelijk wo met wohin (“waarheen”), dat juist een richting of bestemming vraagt. Voorbeeld: Wo arbeitest du? — “Waar werk je?” wohnst komt van wohnen, “wonen”. De vorm wohnst is de tegenwoordige tijd voor du: du wohnst. Andere nuttige vormen zijn ich wohne en sie wohnen. Voorbeeld: Du wohnst in Berlin. — “Je woont in Berlijn.” du is het informele persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. Het staat hier als onderwerp en bepaalt daarom de werkwoordsvorm wohnst. In een formele aanspreking gebruikt het Duits Sie, met de werkwoordsvorm wohnen: Wo wohnen Sie? — “Waar woont u?” Samen vormt Wo wohnst du? een Duitse vraag naar de woonplaats: letterlijk komt het vraagwoord eerst, daarna de persoonsvorm wohnst, en vervolgens het onderwerp du. De natuurlijke vertaling is: “Waar woon je?”
Ich wohne ganz in der Nähe.
Ik woon hier vlakbij.
- Ich
- ik
- wohne
- woon
- ganz in der Nähe
- vlakbij
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: het is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm die je als onderwerp gebruikt. Vergelijk bijvoorbeeld: Ich lerne. — “Ik leer.” wohne komt van wohnen (“wonen”) en is de tegenwoordige tijd bij ich: ich wohne. De uitgang -e markeert hier de eerste persoon enkelvoud. Andere vormen zijn bijvoorbeeld du wohnst (“jij woont”) en sie wohnen (“zij wonen”). Voor een plaats waar iemand woont gebruik je wohnen, bijvoorbeeld: Ich wohne in Berlin. — “Ik woon in Berlijn.” ganz in der Nähe is een vaste, bruikbare uitdrukking voor “vlakbij” of “heel dichtbij”. ganz versterkt hier de nabijheid; het betekent in deze zin niet “volledig”. Nähe is een zelfstandig naamwoord met de betekenis “nabijheid” of “buurt”. In in der Nähe staat der bij de vrouwelijke datiefvorm van die Nähe; de uitdrukking verwijst naar een plaats in de nabijheid. Bijvoorbeeld: Die Schule ist ganz in der Nähe. — “De school is vlakbij.” Samen vormt de zin Ich wohne + ganz in der Nähe: “Ik woon hier vlakbij.” Het Duitse origineel noemt geen afzonderlijk woord dat letterlijk “hier” betekent; de vaste vertaling maakt de bedoelde nabijheid expliciet. De zin is een neutrale manier om te zeggen dat de spreker op korte afstand woont.
Wie kommst du hierher?
Hoe kom je hier?
- Wie
- hoe
- kommst
- komt
- hierher
- hierheen
Uitgebreide uitleg
Wie betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier waarop iets gebeurt. Het is een vraagwoord voor een wijze of manier; naar een persoon vraag je met wer. Voorbeeld: Wie lernst du Deutsch? — “Hoe leer je Duits?” kommst is de vorm van kommen (“komen”) voor du in de tegenwoordige tijd: du kommst. De uitgang -st markeert hier de tweede persoon enkelvoud. Voorbeeld: Du kommst morgen. — “Je komt morgen.” In deze vraag staat de persoonsvorm vóór du, zoals gebruikelijk in een Duitse vraagwoordvraag: Wie kommst du ...? hierher betekent “hierheen”: een beweging in de richting van de plaats die met “hier” wordt aangeduid. hier beschrijft een plaats, terwijl hierher de richting naar die plaats benadrukt. Voorbeeld: Komm hierher! — “Kom hierheen!” Samen vormen Wie + kommst du + hierher? de vraag “Hoe kom je hier?” De vraag gaat naar de manier waarop de aangesprokene hier komt; hierher geeft de richting naar hier aan. De formulering kan bijvoorbeeld informeren of iemand te voet, per fiets of met een ander vervoermiddel komt.
An sonnigen Tagen fahre ich mit dem Fahrrad.
Op zonnige dagen ga ik met de fiets.
- An
- op
- sonnigen
- zonnige
- Tagen
- dagen
- fahre
- ga / rijd
- ich
- ik
- mit dem
- met de
- Fahrrad
- fiets
Uitgebreide uitleg
An geeft hier een tijdsrelatie aan: “op” bepaalde dagen. In tijdsaanduidingen staat an vaak bij dagen, bijvoorbeeld an jedem Sonntag = “elke zondag”. sonnigen betekent hier “zonnige” en hoort bij Tagen. Het bijvoeglijk naamwoord heeft de basisvorm sonnig; in deze woordgroep krijgt het de uitgang -en, omdat an hier de datief meervoud vereist. De vorm sonnigen zegt dus niet zelf of er één of meer dagen zijn; Tagen is de meervoudsvorm. Tagen is de datief meervoudsvorm van Tag (“dag”): der Tag → die Tage (meervoud) → an Tagen (datief meervoud). Het geheel an sonnigen Tagen betekent “op zonnige dagen”. fahre is de vorm van fahren bij ich in de tegenwoordige tijd: ich fahre. fahren kan “rijden” betekenen, maar in deze zin wordt de manier van reizen verder gespecificeerd door mit dem Fahrrad; daarom past in de vertaling “ga ... met de fiets”. Voorbeelden: Ich fahre nach Berlin. = “Ik ga/rijd naar Berlijn.” Ich fahre mit dem Bus. = “Ik ga met de bus.” ich betekent “ik” en is hier de handelende persoon. Het is de eerste persoon enkelvoud. Omdat de tijdsbepaling vooraan staat, volgt in de hoofdzin eerst het vervoegde werkwoord en daarna het onderwerp: An sonnigen Tagen fahre ich .... Dit is een veelgebruikt Duits patroon waarbij het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats staat. mit dem betekent samen “met de”. mit krijgt in het Duits de datief. dem is hier de datief enkelvoud van het bepaald lidwoord bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord; de vorm van het lidwoord wordt dus door Fahrrad bepaald, niet door mit alleen. Fahrrad betekent “fiets”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Fahrrad; na mit wordt dat mit dem Fahrrad. De vaste woordgroep mit dem Fahrrad fahren betekent “met de fiets gaan/fietsen”. De zin wordt zo opgebouwd: an sonnigen Tagen = “op zonnige dagen”, fahre ich = “ga ik”, en mit dem Fahrrad = “met de fiets”. Samen betekent An sonnigen Tagen fahre ich mit dem Fahrrad.: “Op zonnige dagen ga ik met de fiets.”
Und an Regentagen?
En op regenachtige dagen?
- Und
- en
- an
- op (bij tijdsaanduidingen)
- Regentagen
- regendagen
Uitgebreide uitleg
Und betekent hier “en” en koppelt deze korte vraag aan iets dat al genoemd of begrepen is. Voorbeeld: Und dann fahre ich nach Hause. — “En dan ga ik naar huis.” an wordt bij dagen gebruikt voor een tijdsaanduiding. In an Regentagen staat het volgende zelfstandig naamwoord in de datief meervoud. Bij der Tag is het meervoud die Tage, maar de datief meervoudsvorm is den Tagen. Regentagen is de datief-meervoudsvorm van Regentag, een samenstelling van Regen (“regen”) en Tag (“dag”). Regentag betekent “regendag” of “regenachtige dag”; het is hier niet het bijvoeglijk naamwoord regnerisch. Voorbeeld: An Arbeitstagen fahre ich früh los. — “Op werkdagen vertrek ik vroeg.” Een vergelijkbare formulering met een bijvoeglijk naamwoord is an regnerischen Tagen — “op regenachtige dagen”. Ook daar staat Tagen in de datief meervoud en krijgt regnerisch de vorm regnerischen. Met een bepaald lidwoord is het an den regnerischen Tagen. Samen vormen Und an Regentagen? een verkorte vraag: “En op regenachtige dagen?” De zichtbare zin noemt de omstandigheden en laat de handeling open; die kan uit de context worden aangevuld. Het herbruikbare patroon is Und an + [datief meervoud van dagen]?, bijvoorbeeld Und an Feiertagen? — “En op feestdagen?” In de gegeven context sluit de vraag aan bij de keuze van vervoer wanneer het regent.
Ich fahre mit dem Bus, wenn es regnet.
Ik neem de bus als het regent.
- Ich
- ik
- fahre
- rijd / ga
- Bus
- bus
- wenn
- als / wanneer
- es regnet
- het regent
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; bij een andere persoon verandert het voornaamwoord, bijvoorbeeld du = “jij”. fahre komt van fahren en is de vorm voor ich: ich fahre. In deze zin betekent fahren niet alleen “rijden”, maar in combinatie met een vervoermiddel ook “met dat vervoermiddel gaan”. Het vervoermiddel staat in het patroon mit + datief: mit dem Bus = “met de bus”. Voorbeeld: Ich fahre mit dem Zug. — “Ik ga met de trein.” Bus betekent “bus”. Het zelfstandig naamwoord staat hier na mit dem; dem is de datiefvorm van het lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Bus. Het patroon mit dem Bus is dus “met de bus”, niet een losse betekenis van Bus als vervoershandeling. wenn leidt hier een voorwaardelijke tijdsbepaling in: “als/wanneer”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan. Vergelijk: Wenn es schneit, fahre ich mit dem Bus. — “Als het sneeuwt, ga ik met de bus.” es regnet betekent “het regent”. regnet komt van regnen en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud: es regnet. es is hier het grammaticale onderwerp dat bij het weerwerkwoord hoort; het verwijst niet naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Ook in Es regnet heute. betekent het geheel “Het regent vandaag.” De volledige structuur is Ich fahre mit dem Bus, wenn es regnet. Eerst staat de hoofdzin Ich fahre mit dem Bus — “Ik ga met de bus”. Daarna volgt de voorwaardelijke bijzin wenn es regnet — “als het regent”. Samen betekent de zin: “Ik neem de bus als het regent.”
Grammatica
an + Dativ Plural: an sonnigen Tagen
an sonnigen Tagen
an zonniegen taa-genop zonnige dagen
Na an in tijdsaanduidingen staat het meervoud in de derde naamval. Daarom krijgen sonnig en Tag de uitgang -en.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Waar woon je?
Antwoord tonen
Wo wohnst du?Ik woon hier vlakbij.
Antwoord tonen
Ich wohne ganz in der Nähe.Hoe kom je hier?
Antwoord tonen
Wie kommst du hierher?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
wonen
Antwoord tonen
wohnstkomen
Antwoord tonen
kommsthierheen
Antwoord tonen
hierherzonnig