Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een notitieboekje gebruiken in de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe vergessen, mein Notizbuch mitzubringen.
iesj haa-buh fer-GES-suhn, main no-TIETS-boegh mit-tsoe-BRING-uhn. Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.Du kannst dieses Papier benutzen.
doe kanst DIE-zuhs pa-PIER be-NOET-suhn. Je kunt dit papier gebruiken.Danke. Ich will die neuen Wörter aufschreiben.
DAN-kuh. iesj vil die NOY-uhn VEUR-tuh auf-SJRAAI-buhn. Dank je. Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.Gute Idee. Ich schreibe sie auch auf.
GOE-tuh ie-DEE. iesj SJRAAI-buh zie auch auf. Goed idee. Ik schrijf ze ook op.Können wir sie nach dem Unterricht überprüfen?
KEUN-uhn vier zie naach deem OEN-tuh-rieçt uu-buh-PRUU-fuhn? Kunnen we ze na de les controleren?Wir können sie zusammen lesen.
Vier KEUN-uhn zie tsoe-ZAM-uhn LEE-zuhn. We kunnen ze samen lezen.Uitleg van de zinnen
Ich habe vergessen, mein Notizbuch mitzubringen.
Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.
- Ich habe
- ik heb
- vergessen
- vergeten
- mein
- mijn
- Notizbuch
- notitieboek
- mitzubringen
- mee te nemen
Uitgebreide uitleg
Ich habe vormt hier samen de eerste persoon enkelvoud van het perfectum van haben: ich habe = “ik heb”. In deze zin is het een hulpwerkwoord; de eigenlijke handeling volgt in de rest van de zin. Vergelijk als patroon: Ich habe ... = “Ik heb ...”. vergessen betekent hier “vergeten”. Het is het voltooid deelwoord van vergessen, maar ziet er hier hetzelfde uit als de infinitief: vergessen – vergaß – hat vergessen. Na vergessen kan een infinitiefgroep met zu volgen wanneer iemand nalaat iets te doen: Ich habe vergessen, anzurufen. = “Ik ben vergeten te bellen.” mein betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het krijgt in deze combinatie de vorm voor onzijdig enkelvoud in de accusatief, omdat Notizbuch onzijdig is en het voorwerp van mitzubringen vormt. De vorm van het bezittelijk woord hangt dus niet alleen af van de bezitter ich, maar ook van het zelfstandig naamwoord en zijn grammaticale functie. mein kan bijvoorbeeld ook vóór een mannelijk woord staan, maar dan kunnen de vorm en de uitgang in andere naamvalcombinaties verschillen. Notizbuch betekent “notitieboek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Notizbuch; het meervoud is die Notizbücher. In de vaste zin gaat het om het notitieboek dat de spreker bedoelt, zonder dat er een aantal wordt beweerd door mein. mitzubringen betekent “mee te nemen” of letterlijk “mee te brengen”. Het komt van het scheidbare werkwoord mitbringen (“meenemen”) en bevat hier zu in de infinitiefconstructie: mitbringen → mitzubringen. Bij scheidbare werkwoorden komt zu in deze vorm tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam. Voorbeeld: Sie versucht, das Buch mitzubringen. = “Zij probeert het boek mee te nemen.” Samen is Ich habe vergessen, mein Notizbuch mitzubringen. een perfectumzin met de constructie vergessen, etwas zu tun: “Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.” De spreker beschrijft dus het vergeten van die handeling, niet het vergeten van het notitieboek zelf.
Du kannst dieses Papier benutzen.
Je kunt dit papier gebruiken.
- Du kannst
- je kunt
- dieses
- dit
- Papier
- papier
- benutzen
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Du kannst: Dit is de combinatie van het persoonlijk voornaamwoord du (“je”, enkelvoud, informeel) met de vervoegde vorm kannst van können (“kunnen”). kannst is de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze zin drukt können uit dat de aangesprokene iets kan of mag doen. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. Voorbeeld: Du kannst kommen. — “Je kunt komen.” dieses: Dit is een vorm van het aanwijzende woord dieser (“deze/dit”). Hier staat het bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud: dieses Papier. De vorm dieses markeert in deze combinatie het onzijdige accusatief; de vorm moet dus bij Papier passen, niet bij du. Papier: Papier betekent “papier” en is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Papier. In deze zin staat het als lijdend voorwerp bij benutzen, daarom staat het in de accusatief. Bij dit onzijdige enkelvoud ziet het zelfstandig naamwoord er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief. Voorbeeld: Ich brauche Papier. — “Ik heb papier nodig.” benutzen: Dit is de infinitief van het werkwoord benutzen, “gebruiken”. Na können blijft het werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde: Du kannst ... benutzen. De vorm benutzen zelf geeft hier niet aan wie de handeling uitvoert; dat wordt door du kannst bepaald. Voorbeeld: Wir können den Computer benutzen. — “We kunnen de computer gebruiken.” Samen betekent Du kannst dieses Papier benutzen.: “Je kunt dit papier gebruiken.” De structuur is onderwerp + vervoegd modaal werkwoord + voorwerp + infinitief: Du kannst + dieses Papier + benutzen. De zin zegt dat de aangesprokene dit papier kan of mag gebruiken.
Danke. Ich will die neuen Wörter aufschreiben.
Dank je. Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.
- Danke
- Dank je
- Ich will
- ik wil
- neuen
- nieuwe
- Wörter
- woorden
- aufschreiben
- opschrijven
Uitgebreide uitleg
Danke is hier een zelfstandige bedanking: “dank je”. Het is de korte vorm die je gebruikt om iemand te bedanken. Voor een volledige zin kun je bijvoorbeeld zeggen: Ich danke dir. — “Ik bedank je.” Ich will bestaat uit ich (“ik”) en will, de vorm van wollen voor de eerste persoon enkelvoud. Hier betekent het “ik wil” en drukt het een bedoeling of wens uit; het is in deze zin niet simpelweg de toekomstige tijd. Ich will lernen. betekent “Ik wil leren.” Na will staat het andere werkwoord in de infinitief. neuen betekent hier “nieuwe”. Het bijvoeglijk naamwoord is neu; neuen is de verbogen vorm in die neuen Wörter. De uitgang -en hangt hier samen met het lidwoord die en de meervoudige naamwoordgroep. Vergelijk: ein neues Wort — “een nieuw woord”. Daar is het bijvoeglijk naamwoord neues, omdat de vorm van de hele naamwoordgroep anders is. Wörter betekent hier “woorden”. Het is het meervoud van Wort: ein Wort — “een woord”, zwei Wörter — “twee woorden”. Wörter is hier het lijdend voorwerp van aufschreiben: de woorden zijn wat de spreker wil opschrijven. aufschreiben betekent “opschrijven” of “noteren”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin kan auf naar het einde gaan, zoals in Ich schreibe das Wort auf. — “Ik schrijf het woord op.” Na het modale werkwoord will blijft het werkwoord echter als infinitief bij elkaar: Ich will das Wort aufschreiben. De delen vormen samen: Ich will (“ik wil”) + die neuen Wörter (“de nieuwe woorden”) + aufschreiben (“opschrijven”). De volledige betekenis is dus: “Ik wil de nieuwe woorden opschrijven.”
Gute Idee. Ich schreibe sie auch auf.
Goed idee. Ik schrijf ze ook op.
- Gute
- goed
- Idee
- idee
- Ich
- ik
- schreibe … auf
- opschrijven
- sie
- ze
- auch
- ook
Uitgebreide uitleg
Gute betekent hier ‘goed’ en staat vóór het zelfstandig naamwoord Idee. In het Duits krijgt een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord een uitgang die onder meer van het geslacht, getal en de naamval afhangt. gute hoort bij Idee, niet bij een zelfstandig naamwoord dat ernaast staat. Vergelijk: ein guter Plan (‘een goed plan’) en eine gute Idee (‘een goed idee’). In deze korte uitroep is het lidwoord weggelaten; Gute Idee! is een gebruikelijke verkorte uitroep voor ‘Goed idee!’. Dit is een voorbeeld van een uitroep, niet een volledige bronzin met een expliciet werkwoord. Idee is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘idee’. Het meervoud is Ideen: viele Ideen betekent ‘veel ideeën’. In de vaste uitdrukking Gute Idee! benoemt het woord het idee dat wordt beoordeeld als goed. Ich betekent ‘ik’. Het is de eerste persoon enkelvoud. Het onderwerp is hier degene die schrijft. Vergelijk ich schreibe (‘ik schrijf’) met wir schreiben (‘wij schrijven’); het werkwoord verandert mee met persoon en getal. schreibe komt van schreiben, ‘schrijven’. schreibe is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich schreibe. Het werkwoord aufschreiben betekent ‘opschrijven’ of ‘noteren’, dus iets schriftelijk vastleggen. Een nuttige tegenstelling is lesen (‘lezen’): Ich lese die Wörter betekent ‘Ik lees de woorden’, terwijl Ich schreibe die Wörter auf betekent ‘Ik schrijf de woorden op’. auf hoort hier bij het scheidbare werkwoord aufschreiben. In een gewone hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede plaats en komt het voorvoegsel aan het einde: Ich schreibe die Wörter auf. In de infinitief blijft het één vorm: Ich will die Wörter aufschreiben. In de eerdere context staat precies die infinitief; hier wordt hij vervoegd als schreibe ... auf. sie betekent hier ‘ze’ of ‘hen’ en is het lijdend voorwerp van aufschreiben: de spreker schrijft ze op. In deze context verwijst het naar die neuen Wörter (‘de nieuwe woorden’), zoals ook door de vaste Nederlandse vertaling wordt bevestigd. De vorm sie kan in andere zinnen ook een vrouwelijk enkelvoudig voornaamwoord of het beleefde ‘u’ zijn; de context bepaalt welke lezing geldt. Hier is het meervoudig (‘ze/hen’). auch betekent ‘ook’. Het voegt toe dat de spreker dezelfde handeling uitvoert als iemand of iets dat al in de context genoemd is. Het hoort qua betekenis bij de mededeling dat de spreker ze opschrijft; het verandert niet wie ‘ze’ zijn. Samen vormen Ich schreibe sie auch auf de structuur onderwerp + vervoegd deel van een scheidbaar werkwoord + voorwerp + ook + voorvoegsel: ‘Ik schrijf ze ook op.’ De eerste zin Gute Idee. is de korte waardering ‘Goed idee.’ De volledige uiting betekent dus: ‘Goed idee. Ik schrijf ze ook op.’
Können wir sie nach dem Unterricht überprüfen?
Kunnen we ze na de les controleren?
- Können wir
- kunnen we
- sie
- ze
- nach dem Unterricht
- na de les
- Unterricht
- les; onderwijs
- überprüfen
- controleren
Uitgebreide uitleg
Können wir bevat können, de tegenwoordige tijd van können (“kunnen”), met wir (“wij”). In een ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord voor het onderwerp: Können wir ...? betekent “Kunnen wij ...?”. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord meestal als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Können wir anfangen? — “Kunnen we beginnen?” sie is hier het lijdend voorwerp bij überprüfen: “ze”. De vorm kan in het Duits onder meer een vrouwelijk enkelvoud of een meervoudig lijdend voorwerp aanduiden; de gegeven vertaling en context leggen niet vast naar welke concrete personen of zaken het verwijst. Het is dus beter om de grammaticale rol en de ondersteunde betekenis te leren zonder een specifieke referent in te vullen. nach dem Unterricht is een tijdsbepaling: “na de les”. Het voorzetsel nach krijgt in deze betekenis de datief. Daarom staat het mannelijke zelfstandig naamwoord Unterricht hier als dem Unterricht, niet als der Unterricht. Een herbruikbaar patroon is nach dem + mannelijk zelfstandig naamwoord: nach dem Film — “na de film”. Unterricht betekent in deze zin “les” of “onderwijs” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Unterricht. In de vaste uitdrukking nach dem Unterricht verwijst het naar de les als periode of onderwijsactiviteit. Het is niet hetzelfde als Stunde, dat vaak één lesuur of uur aanduidt. überprüfen betekent “controleren” of “nakijken”. Het is hier de infinitief die na können komt; de vorm verandert dus niet voor wir in deze constructie. Zonder modaal werkwoord kan het vervoegde werkwoord bijvoorbeeld zijn: Wir überprüfen sie. — “We controleren ze.” Samen vormt de zin: Können wir + sie + nach dem Unterricht + überprüfen? Het modale werkwoord maakt er een vraag naar mogelijkheid of toestemming van, sie is wat gecontroleerd wordt, nach dem Unterricht geeft het tijdstip aan, en überprüfen benoemt de handeling. De volledige betekenis is: “Kunnen we ze na de les controleren?”
Wir können sie zusammen lesen.
We kunnen ze samen lezen.
- Wir können
- wij kunnen
- sie
- ze
- zusammen
- samen
- lesen
- lezen
Uitgebreide uitleg
Wir können betekent hier “wij kunnen”. wir is de eerste persoon meervoud: de spreker rekent zichzelf en minstens één andere persoon tot de groep. können is hier de tegenwoordige vorm die bij wir hoort; het is een modaal werkwoord met de betekenis “kunnen”. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Wir können zusammen lesen = “Wij kunnen samen lezen.” sie betekent hier “ze” en is het voornaamwoord voor het voorwerp van lesen. In deze zin staat sie in de accusatief. De vorm kan daarbij grammaticaal zowel een vrouwelijk enkelvoud als een meervoud aanduiden; de vaste vertaling identificeert het bedoelde voorwerp niet nauwkeuriger. Dezelfde geschreven vorm sie kan in andere zinnen ook een andere grammaticale functie hebben, dus de functie volgt uit de zin. zusammen betekent “samen”. Het beschrijft hier dat het lezen gezamenlijk gebeurt. Een herbruikbaar voorbeeld is: Wir lernen zusammen. — “Wij leren samen.” lesen betekent “lezen”. Dit is de infinitief van lesen. In combinatie met können blijft lesen onveranderd en staat het achteraan: Ich kann lesen — “Ik kan lezen.” Zonder een modaal werkwoord krijgt het in de tegenwoordige tijd wel een persoonsvorm, bijvoorbeeld Wir lesen — “Wij lezen.” Samen vormen Wir können + sie + zusammen + lesen de betekenis: “Wij kunnen ze samen lezen.” De groep die met wir wordt aangeduid, kan het bedoelde voorwerp gezamenlijk lezen. De woordvolgorde met het modale werkwoord op de tweede positie en de infinitief aan het einde is een nuttig patroon voor vergelijkbare Duitse hoofdzinnen.
Grammatica
mitzubringen
mitzubringen
mit-tsoe-BRING-uhnmeenemen
Bij een scheidbaar werkwoord komt ‘zu’ tussen het voorvoegsel en het werkwoord: mitzubringen.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik ben vergeten mijn notitieboek mee te nemen.
Antwoord tonen
Ich habe vergessen, mein Notizbuch mitzubringen.Je kunt dit papier gebruiken.
Antwoord tonen
Du kannst dieses Papier benutzen.We kunnen ze samen lezen.
Antwoord tonen
Wir können sie zusammen lesen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
woord
Antwoord tonen
Wörtervergeten
Antwoord tonen
vergessenpapier
Antwoord tonen
Papiernieuw