Voorin zitten in de les | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults talk about sitting near the front, hearing the teacher clearly, and focusing during class..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Voorin zitten in de les oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Sitzt du immer hier?

zits doe immer hier? Zit je altijd hier?
B

Ich sitze gern vorne.

ich zitse gern forne. Ik zit graag vooraan.
A

Ich kann den Lehrer gut hören.

ich kan deen lee-rer goed heuren. Ik kan de leraar goed horen.
B

Hier kann man leicht Fragen stellen.

hier kan man laicht fraagn sjtellen. Je kunt hier makkelijk vragen stellen.
A

Lass uns nächstes Mal zusammen sitzen.

las oens nechstes maal tsoe-zammen zitsen. Laten we de volgende keer samen zitten.
B

Das würde ich gern machen.

das wurde ich gern maachen. Dat zou ik graag willen.
B

Vorne zu sitzen hilft mir, mich zu konzentrieren.

forne tsoe zitsen hilft mier, mich tsoe konsentrie-ren. Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.

Uitleg van de zinnen

  1. Sitzt du immer hier?

    Zit je altijd hier?

    Sitzt
    zit
    du
    je / jij
    immer
    altijd
    hier
    hier
    Uitgebreide uitleg

    Sitzt komt van sitzen en betekent hier “zitten”. Dit is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: du sitzt. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Sitzt du ...? De vraagvorm is dus niet een nieuwe werkwoordstam, maar dezelfde tegenwoordige vorm in een andere woordvolgorde. Voorbeeld: Sitzt du dort? = “Zit je daar?” du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. Het staat hier als onderwerp bij sitzt. Vergelijk: ich sitze = “ik zit”, maar du sitzt = “je zit”. immer betekent “altijd”. Het geeft aan dat de beschreven situatie telkens of gewoonlijk het geval is. Voorbeeld: Du bist immer pünktlich. = “Je bent altijd op tijd.” hier betekent “hier”, dus op de plaats die als het huidige of bedoelde nabijgelegen punt geldt. Voorbeeld: Ich sitze hier. = “Ik zit hier.” Samen vormen de woorden de vraag Sitzt du immer hier?: “Zit je altijd hier?” De woordvolgorde is letterlijk persoonsvorm + onderwerp + tijdsbepaling + plaatsbepaling. De vraag gaat na of de aangesproken persoon gewoonlijk op deze plaats zit.

  2. Ich sitze gern vorne.

    Ik zit graag vooraan.

    Ich
    ik
    sitze
    zit
    gern
    graag
    vorne
    vooraan
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; als onderwerp staat het in deze mededelende zin vooraan. sitze is de vorm van sitzen (“zitten”) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich sitze. In het Duits krijgt het werkwoord hier dus de uitgang -e. Voorbeeld: Ich sitze hier. — “Ik zit hier.” gern is een bijwoord dat bij een activiteit aangeeft dat iemand die activiteit met plezier doet. Ich sitze gern betekent daarom “ik zit graag”, niet alleen “ik zit”. Het kan ook bij andere werkwoorden staan, bijvoorbeeld: Ich lese gern. — “Ik lees graag.” vorne is een plaatsbijwoord met de betekenis “vooraan” of “aan de voorkant”. Het noemt hier de plaats waar de spreker zit, zonder zelf een zelfstandig naamwoord te zijn. Voorbeeld: Wir sitzen vorne. — “Wij zitten vooraan.” Samen vormen Ich sitze en gern de betekenis “ik zit graag”, en vorne specificeert de plaats: “vooraan”. De volledige zin Ich sitze gern vorne. betekent dus: “Ik zit graag vooraan.”

  3. Ich kann den Lehrer gut hören.

    Ik kan de leraar goed horen.

    Ich kann
    ik kan
    Lehrer
    leraar
    gut
    goed
    hören
    horen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan of in staat is te doen. kann is de vorm van können bij ich; de infinitief van het andere werkwoord staat in deze constructie achteraan: Ich kann gut hören. — Ik kan goed horen. In een vraag verandert de woordvolgorde bijvoorbeeld: Kannst du gut hören? — Kun je goed horen? Lehrer betekent hier ‘leraar’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het na den in de accusatief: den Lehrer. De vorm Lehrer zelf verandert hier niet door deze naamval. Een vrouwelijk equivalent is Lehrerin, bijvoorbeeld: Ich höre die Lehrerin. — Ik hoor de lerares. gut betekent hier ‘goed’ en beschrijft hoe goed het horen lukt. Het is geen vorm van hören; het is een bijwoord bij dat werkwoord. Het tegenovergestelde is schlecht: Ich kann schlecht hören. — Ik kan slecht horen. hören betekent ‘horen’ of ‘luisteren’, afhankelijk van de context. Hier gaat het volgens de vaste vertaling om horen. Dit is de infinitief na kann; de persoonsvorm kann draagt de persoon en de modaliteit. Zonder modaal werkwoord krijgt het werkwoord bij ich bijvoorbeeld de vorm Ich höre den Lehrer. — Ik hoor de leraar. Samen vormen de delen: Ich kann + den Lehrer + gut + hören. De spreker zegt dat hij of zij de leraar goed kan horen. De combinatie können + infinitief is een herbruikbaar patroon om vermogen of mogelijkheid uit te drukken; het onderwerp blijft vooraan en de infinitief staat achteraan.

  4. Hier kann man leicht Fragen stellen.

    Je kunt hier makkelijk vragen stellen.

    Hier
    hier
    kann man
    je kunt
    leicht
    gemakkelijk
    Fragen
    vragen
    stellen
    stellen
    Uitgebreide uitleg

    Hier betekent hier, op de plaats die in deze zin wordt aangewezen. Het is een plaatsbijwoord en kan ook vooraan staan om de locatie te benadrukken. kann man bestaat uit kann, de derde persoon enkelvoud van können, en het onbepaalde voornaamwoord man. Können drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit: “kunnen”. Man verwijst niet naar een specifiek genoemde persoon, maar naar mensen in het algemeen; de Nederlandse vertaling gebruikt daarom “je” in een algemene betekenis. Bij een ander onderwerp verandert de vorm van können: ich kann, wir können. Voorbeeld: Man kann hier warten. — “Je kunt hier wachten.” Man blijft daarbij het algemene onderwerp; warten staat als infinitief achteraan. leicht betekent hier gemakkelijk of zonder veel moeite. In deze zin beschrijft het de manier waarop de handeling gebeurt en werkt het dus als bijwoord. Hetzelfde woord kan bij een zelfstandig naamwoord ook “licht” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. Fragen is het meervoud van die Frage (“de vraag”). Het hoofdlettergebruik laat zien dat het in het Duits een zelfstandig naamwoord is. In de vaste verbinding Fragen stellen betekent het “vragen stellen”. stellen betekent in de basis “plaatsen” of “zetten”, maar in Fragen stellen is het het werkwoord in de vaste combinatie “vragen stellen”. Na een vervoegd modaal werkwoord zoals kann staat stellen als infinitief aan het einde van de zin. Samen vormen de delen: Hier + kann man + leicht + Fragen stellen. De zin betekent daardoor: “Je kunt hier makkelijk vragen stellen.” De algemene man-formulering maakt de uitspraak niet specifiek voor één genoemde persoon.

  5. Lass uns nächstes Mal zusammen sitzen.

    Laten we de volgende keer samen zitten.

    Lass uns
    laten we
    nächstes
    volgende
    Mal
    keer
    zusammen
    samen
    sitzen
    zitten
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns betekent hier “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van lassen (“laten”); uns is de vorm voor “ons”. Samen vormen ze een veelgebruikte aansporing: Lass uns + infinitief, bijvoorbeeld Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” nächstes hoort bij het zelfstandig naamwoord Mal en betekent hier “volgende”. Het is de verbogen vorm van nächst-; de vorm past zich aan Mal aan, dat onzijdig is. In nächstes Mal staat de tijdsaanduiding “de volgende keer”. Het bijvoeglijk naamwoord is dus niet zelf het woord voor “keer”. Mal betekent hier “keer” in een tijdsaanduiding. Het meervoud is Male, bijvoorbeeld zwei Male — “twee keer”. In deze zin is Mal enkelvoudig en vormt het met nächstes de uitdrukking nächstes Mal. zusammen betekent “samen”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Wir arbeiten zusammen. — “Wij werken samen.” sitzen betekent “zitten”. Dit is de infinitief. Na de constructie Lass uns blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief: Lass uns warten. — “Laten we wachten.” Hier beschrijft sitzen de voorgestelde handeling. Samen wordt de zin: Lass uns (“laten we”) + nächstes Mal (“de volgende keer”) + zusammen sitzen (“samen zitten”). De volledige betekenis is daarom: “Laten we de volgende keer samen zitten.”

  6. Das würde ich gern machen.

    Dat zou ik graag willen.

    Das
    dat
    würde ich gern
    zou ik graag
    machen
    doen; maken
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” als een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord. De concrete zaak of handeling waarnaar het verwijst, wordt in deze zin niet benoemd; de vertaling bevestigt wel deze verwijzing naar “dat”. Het woord heeft hier dus niet de functie van een lidwoord bij een genoemd zelfstandig naamwoord. würde ich gern bevat drie afzonderlijke onderdelen die samen een veelgebruikt patroon vormen. würde is de Konjunktiv-II-vorm van werden, hier gebruikt als hulpwerkwoord. Met een infinitief aan het einde vormt het een voorwaardelijke of voorzichtig geformuleerde constructie: würde ... machen = “zou ... doen”. Het onderwerp ich staat tussen het hulpwerkwoord en gern; in een hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede plaats. Gern is een bijwoord en drukt uit dat de spreker iets met plezier of bereidwilligheid zou doen. Het verandert niet mee met persoon of getal. Vergelijk: Ich würde gern helfen. — “Ik zou graag helpen.” machen is de infinitief van het werkwoord machen, “doen” of “maken”. In deze zin betekent het “doen”, omdat het verwijst naar de niet nader genoemde handeling uit Das. In Ich mache einen Kuchen. betekent hetzelfde werkwoord daarentegen “maken”. Na würde blijft het werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van de hoofdzin. Samen vormen de delen Das würde ich gern machen.: Das is het bedoelde “dat”, würde ... machen geeft “zou ... doen” weer, en gern voegt “graag” toe. De volledige betekenis is dus: “Dat zou ik graag willen doen.”

  7. Vorne zu sitzen hilft mir, mich zu konzentrieren.

    Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.

    Vorne
    vooraan
    zu sitzen
    zitten
    hilft
    helpt
    mir
    mij
    mich zu konzentrieren
    me te concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Vorne betekent hier “vooraan” of “aan de voorkant”. Het is een bijwoord: het beschrijft waar iemand zit. Een bruikbaar contrast is vorne tegenover hinten (“achteraan”). zu sitzen komt van sitzen (“zitten”). In Vorne zu sitzen staat een te-infinitief; de hele infinitiefgroep werkt als onderwerp van hilft. Het patroon ... zu sitzen hilft ... betekent letterlijk dat “vooraan zitten” iemand helpt. Voorbeeld: Zu lesen hilft mir. — “Lezen helpt me.” hilft is de tegenwoordige tijd van helfen (“helpen”), bij de derde persoon enkelvoud. De vorm is onregelmatig: helfen → er/sie/es hilft; de klinker verandert dus in deze vorm. Het onderwerp is hier niet een persoon, maar de volledige infinitiefgroep Vorne zu sitzen, die als één geheel enkelvoudig wordt behandeld. helfen krijgt bij de geholpen persoon een datief: jemandem helfen. mir is de datiefvorm van het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud: ich → mir. Het betekent hier “mij/me” als degene voor wie het zitten helpend is. Vergelijk: Das hilft mir. — “Dat helpt me.” mich zu konzentrieren betekent hier “me te concentreren”. mich is de accusatiefvorm van ich in de wederkerende constructie sich konzentrieren; bij de eerste persoon wordt dat ich konzentriere mich. zu konzentrieren is de te-infinitief van konzentrieren. Het patroon jemandem helfen, sich zu konzentrieren betekent “iemand helpen zich te concentreren”. Voorbeeld: Die Ruhe hilft ihr, sich zu konzentrieren. — “De rust helpt haar zich te concentreren.” Samen vormen de delen: Vorne zu sitzen (“vooraan zitten”) is het onderwerp, hilft mir (“helpt me”) geeft aan wie daar baat bij heeft, en mich zu konzentrieren (“me te concentreren”) noemt het doel of resultaat. De volledige betekenis is dus: “Vooraan zitten helpt me om me te concentreren.”

Grammatica

mich zu konzentrieren

mich zu konzentrieren

mich tsoe konsentrie-ren

me te concentreren

In het Duits staat zu vóór de infinitief: zu konzentrieren. Het wederkerend voornaamwoord is mich bij ik.

Duits woordenschat

Frage zelfstandig naamwoord
fraa-guh vraag Fragen

Hier kann man leicht Fragen stellen.

gern bijwoord
gern graag

Ich sitze gern vorne.

hier bijwoord
hier hier

Sitzt du immer hier?

hören werkwoord
heuren horen

Ich kann den Lehrer gut hören.

immer bijwoord
immer altijd

Sitzt du immer hier?

lassen werkwoord
lassen laten Lass

Lass uns nächstes Mal zusammen sitzen.

Lehrer zelfstandig naamwoord
lee-rer leraar den Lehrer

Ich kann den Lehrer gut hören.

leicht bijwoord
laicht makkelijk

Hier kann man leicht Fragen stellen.

nächstes Mal uitdrukking
nechstes maal volgende keer

Lass uns nächstes Mal zusammen sitzen.

sitzen werkwoord
zitsen zitten Sitzt

Sitzt du immer hier?

stellen werkwoord
sjtellen stellen

Hier kann man leicht Fragen stellen.

vorne bijwoord
forne vooraan

Ich sitze gern vorne.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zit je altijd hier?

Antwoord tonenSitzt du immer hier?

Ik zit graag vooraan.

Antwoord tonenIch sitze gern vorne.

Ik kan de leraar goed horen.

Antwoord tonenIch kann den Lehrer gut hören.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vraag

Antwoord tonenFragen

graag

Antwoord tonengern

horen

Antwoord tonenhören

hier

Antwoord tonenhier