Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een zin opnieuw horen en samen oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kannst du das noch einmal sagen?
kanst doe das nog ainmaal zaagen Kun je dat nog een keer zeggen?Ich sage es noch einmal.
ich zaage es nog ainmaal Ik zal het nog een keer zeggen.Jetzt verstehe ich es.
jets fersjtee-uh ich es Nu begrijp ik het.Lass uns den Satz zusammen üben.
las oens deen zats tsoe-zammen uuben Laten we de zin samen oefenen.Der erste Teil ist für mich immer noch schwer.
deer eerste tail ist vuur mich immer nog sjveer Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.Wir können diesen Teil langsam üben.
vier keunnen deezen tail langzaam uuben We kunnen dat deel langzaam oefenen.Uitleg van de zinnen
Kannst du das noch einmal sagen?
Kun je dat nog een keer zeggen?
- Kannst du
- kun je
- das
- dat
- noch einmal
- nog een keer
- sagen
- zeggen
Uitgebreide uitleg
Kannst du vormt hier een ja/nee-vraag: het vervoegde modale werkwoord können staat vooraan en du is de tweede persoon enkelvoud. De vorm is du kannst; in een vraag staat die vorm vóór het onderwerp. Het eigenlijke werkwoord komt aan het einde in de infinitief. Voorbeeld: Kannst du warten? — Kun je wachten? das is hier een zelfstandig gebruikt aanwijzend voornaamwoord met de betekenis ‘dat’. Het verwijst naar iets dat in deze vaste zin niet nader wordt benoemd. In deze zin is het het lijdend voorwerp van sagen; das is hier de onzijdige accusatiefvorm. De vorm zelf identificeert niet wat precies bedoeld wordt. noch einmal betekent ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’. Het is een vaste, breed bruikbare manier om herhaling aan te geven. Een kortere, meer informele variant is noch mal. Voorbeeld: Sag das noch einmal. — Zeg dat nog een keer. sagen betekent ‘zeggen’. Dit is de infinitief, die na het modale werkwoord aan het einde van de vraag staat. In de tegenwoordige tijd zijn bijvoorbeeld ich sage — ik zeg, en du sagst — jij zegt. In de contextzin verschijnt sage als de vorm bij ich. Samen betekent Kannst du das noch einmal sagen?: ‘Kun je dat nog een keer zeggen?’ können drukt hier uit dat de aangesprokene iets kan zeggen; das is datgene waarnaar wordt verwezen, noch einmal voegt de herhaling toe, en sagen staat als infinitief aan het einde.
Ich sage es noch einmal.
Ik zal het nog een keer zeggen.
- Ich
- ik
- sage
- zeg
- es
- het
- noch einmal
- nog een keer
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud. In het Duits staat het als onderwerp vóór het werkwoord. Vergelijk du voor “jij” en wir voor “wij”; de keuze hangt af van de spreker en het aantal personen. sage komt van het werkwoord sagen (“zeggen”). sage is de vorm van de tegenwoordige tijd bij ich: ich sage. Duits gebruikt de tegenwoordige tijd soms ook voor iets dat onmiddellijk hierna zal gebeuren; daarom past de vaste vertaling “ik zal het nog een keer zeggen” bij deze zin. Een eenvoudig voorbeeld is Ich sage die Antwort. — “Ik zeg het antwoord.” es is een onzijdig persoonlijk voornaamwoord met de betekenis “het”. Het staat hier als lijdend voorwerp bij sage: de spreker zal “het” opnieuw zeggen. De vorm es geeft niet zelf aan welke concrete inhoud bedoeld is; die inhoud komt uit de context. Als het voorwerp bijvoorbeeld vrouwelijk is, kan Duits in een andere zin sie gebruiken, maar dat verandert de vorm niet in deze vaste zin. noch einmal is een vaste, herbruikbare combinatie met de betekenis “nog een keer” of “opnieuw”. noch betekent hier niet simpelweg “nog” in de zin van voortduring; samen met einmal geeft de combinatie herhaling aan. Een voorbeeld is Sag das noch einmal. — “Zeg dat nog een keer.” Samen vormen Ich sage es en noch einmal de boodschap: “Ik zeg het nog een keer.” De tegenwoordige vorm sage beschrijft hier, in aansluiting op de context, de aangekondigde of direct volgende handeling; es is wat gezegd zal worden en noch einmal maakt duidelijk dat de handeling wordt herhaald.
Jetzt verstehe ich es.
Nu begrijp ik het.
- Jetzt
- nu
- verstehe
- begrijp
- ich
- ik
- es
- het
Uitgebreide uitleg
Jetzt betekent hier “nu”: het plaatst het begrijpen in het huidige moment. Het kan ook elders in de zin staan, bijvoorbeeld: Jetzt übe ich. — “Nu oefen ik.” verstehe komt van verstehen (“begrijpen”). Dit is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich verstehe. Het werkwoord is hier dus afgestemd op ich; bij du staat bijvoorbeeld du verstehst. Verstehen is een sterk werkwoord: de verleden tijd heeft de vorm verstand, maar die vorm is niet nodig voor deze zin. ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. In een gewone mededelende hoofdzin staat het onderwerp hier na het tijdsbepalende woord Jetzt, terwijl het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats blijft staan: Jetzt verstehe ich .... Vergelijk: Ich verstehe es jetzt. — “Ik begrijp het nu.” es is het persoonlijke voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud met de vorm es; hier verwijst het naar iets dat al uit de context bekend is en wordt het als lijdend voorwerp gebruikt. De vaste vertaling maakt de bedoelde betekenis “het”. De vorm verandert volgens de grammaticale rol: in een andere zin kan men bijvoorbeeld Es ist klar. zeggen — “Het is duidelijk.” Samen vormen de delen Jetzt verstehe ich es. de betekenis “Nu begrijp ik het.” Jetzt geeft het moment aan, verstehe zegt wat er gebeurt, ich is degene die begrijpt en es is datgene wat begrepen wordt. De hoofdzin gebruikt dus de Duitse volgorde met het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats.
Lass uns den Satz zusammen üben.
Laten we de zin samen oefenen.
- Lass uns
- laten we
- Satz
- zin
- zusammen
- samen
- üben
- oefenen
Uitgebreide uitleg
Lass uns is een vaste manier om in het Duits een voorstel te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor één aangesproken persoon; uns betekent hier “ons” en is het object van lassen. Het patroon is Lass uns + infinitief: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” Satz betekent hier “zin”. De basisvorm is der Satz; in den Satz staat het zelfstandig naamwoord in de accusatief, omdat het rechtstreeks het object is van üben. Het meervoud is die Sätze. Voorbeeld: Ich lese den Satz. — “Ik lees de zin.” zusammen is een bijwoord en betekent “samen”: het beschrijft dat de handeling gezamenlijk gebeurt. Voorbeeld: Wir lernen zusammen. — “Wij leren samen.” üben betekent “oefenen”. Dit is de infinitief; na Lass uns blijft het werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van deze zin. Voorbeeld: Wir üben die Aussprache. — “Wij oefenen de uitspraak.” Samen vormen de delen Lass uns den Satz zusammen üben.: “Laten we de zin samen oefenen.” De spreker stelt dus voor dat de aangesprokene en de spreker gezamenlijk deze zin oefenen.
Der erste Teil ist für mich immer noch schwer.
Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.
- erste
- eerste
- Teil
- deel
- für mich
- voor mij
- immer noch
- nog steeds
- schwer
- moeilijk
Uitgebreide uitleg
erste betekent hier “eerste”. De basisvorm is erst; erste is de verbogen vorm bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Teil in deze zinsbouw. Vergelijk: der erste Teil = “het eerste deel”, der zweite Teil = “het tweede deel”. Teil betekent hier “deel” of “gedeelte”. Het meervoud is Teile. Het woord kan ook een onderdeel van een geheel aanduiden: ein Teil des Satzes = “een deel van de zin”. für mich betekent “voor mij”. für krijgt in het Duits een voorwerp in de accusatief; het persoonlijke voornaamwoord heeft daarom de vorm mich, niet ich. Vergelijk: für dich = “voor jou”. immer noch betekent “nog steeds” en geeft aan dat een toestand tot het genoemde moment voortduurt. noch alleen kan bijvoorbeeld “nog” betekenen, terwijl immer noch juist de voortdurende situatie benadrukt. Voorbeeld: Ich bin immer noch müde. — “Ik ben nog steeds moe.” schwer betekent hier “moeilijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde staat en daarom geen extra uitgang krijgt. Het kan in een andere context ook letterlijk “zwaar” betekenen; hier bepaalt de betekenis van het geheel dat het om moeilijkheid gaat. Voorbeeld: Die Aufgabe ist schwer. — “De opdracht is moeilijk.” Samen vormt Der erste Teil ist für mich immer noch schwer de betekenis: “Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.” Der erste Teil is het onderwerp, ist verbindt dit met de toestand schwer, en für mich geeft aan voor wie die toestand geldt. De zin zegt dus dat dit deel op het bedoelde moment nog altijd moeilijk is voor de spreker.
Wir können diesen Teil langsam üben.
We kunnen dat deel langzaam oefenen.
- Wir können
- wij kunnen
- diesen
- dat/deze
- Teil
- deel
- langsam
- langzaam
- üben
- oefenen
Uitgebreide uitleg
Wir können betekent hier “we kunnen”. Wir is de vorm voor “wij”, en können is de tegenwoordige tijd van können bij wir; het drukt mogelijkheid of vermogen uit. Als modaal werkwoord staat het zelfstandige werkwoord vaak als infinitief aan het einde: Wir können ... üben = “We kunnen ... oefenen”. diesen betekent hier “dat” in de vaste vertaling “dat deel”. Deze vorm hoort bij het zelfstandig naamwoord Teil: Teil is mannelijk, en als lijdend voorwerp krijgt het aanwijzende woord in het Duits de vorm diesen (mannelijk enkelvoud, accusatief). Vergelijk: dieser Teil = “dit/dat deel” als onderwerp, maar Ich übe diesen Teil = “Ik oefen dat deel”. Teil betekent “deel”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. Het meervoud is Teile: ein Teil = “een deel”, zwei Teile = “twee delen”. langsam betekent hier “langzaam” en zegt hoe het oefenen gebeurt. Het kan ook vóór een zelfstandig naamwoord als bijvoeglijk naamwoord staan, bijvoorbeeld ein langsamer Schritt = “een langzame stap”; in de gegeven zin heeft het een bijwoordelijke functie en verandert het niet van vorm. üben betekent “oefenen”. Dit is de infinitief. Na können blijft die infinitief staan en komt hij aan het einde: Wir können Deutsch üben = “We kunnen Duits oefenen”. Samen vormen de delen: Wir können + diesen Teil + langsam + üben. De zin betekent dus: “We kunnen dat deel langzaam oefenen.”
Grammatica
Lass uns + infinitief
Lass uns diesen Satz zusammen üben.
las oens deezen zats tsoe-zammen uubenLaten we deze zin samen oefenen.
Lass uns + infinitief gebruik je om samen iets voor te stellen.
Duits woordenschat
Kannst du das noch einmal sagen?
Kannst du das noch einmal sagen?
Jetzt verstehe ich es.
Ich sage es noch einmal.
Jetzt verstehe ich es.
Lass uns den Satz zusammen üben.
Kannst du das noch einmal sagen?
Kannst du das noch einmal sagen?
Lass uns den Satz zusammen üben.
Lass uns den Satz zusammen üben.
Jetzt verstehe ich es.
Lass uns den Satz zusammen üben.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Kun je dat nog een keer zeggen?
Antwoord tonen
Kannst du das noch einmal sagen?Ik zal het nog een keer zeggen.
Antwoord tonen
Ich sage es noch einmal.Nu begrijp ik het.
Antwoord tonen
Jetzt verstehe ich es.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
zeggen
Antwoord tonen
sagenbegrijpen
Antwoord tonen
verstehenu
Antwoord tonen
jetztzin