Een zin opnieuw horen en samen oefenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults talk about hearing a sentence again and practicing the difficult part slowly..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een zin opnieuw horen en samen oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kannst du das noch einmal sagen?

kanst doe das nog ainmaal zaagen Kun je dat nog een keer zeggen?
B

Ich sage es noch einmal.

ich zaage es nog ainmaal Ik zal het nog een keer zeggen.
A

Jetzt verstehe ich es.

jets fersjtee-uh ich es Nu begrijp ik het.
B

Lass uns den Satz zusammen üben.

las oens deen zats tsoe-zammen uuben Laten we de zin samen oefenen.
A

Der erste Teil ist für mich immer noch schwer.

deer eerste tail ist vuur mich immer nog sjveer Het eerste deel is nog steeds moeilijk voor mij.
B

Wir können diesen Teil langsam üben.

vier keunnen deezen tail langzaam uuben We kunnen dat deel langzaam oefenen.

Woord voor woord

Kannst In "Kannst du das noch einmal sagen?" betekent "Kannst" «kun je» en drukt het uit dat iemand iets kan of wil doen. Het is de vorm die hier bij "du" hoort. Gebruik het patroon "Kannst du ...?" om een verzoek of vraag naar iemands mogelijkheid te formuleren, bijvoorbeeld in een klas.
du In "Kannst du das noch einmal sagen?" betekent "du" «jij» en spreekt de zin één persoon rechtstreeks aan. Het staat hier als degene die iets opnieuw kan zeggen. Gebruik "du" voor een directe vraag aan één persoon, zoals in "Kannst du ...?".
das In "Kannst du das noch einmal sagen?" verwijst "das" naar wat de andere persoon zojuist heeft gezegd en betekent het «dat». Het maakt duidelijk wat opnieuw gezegd moet worden. Het patroon "Kannst du das ... sagen?" is bruikbaar wanneer je naar een eerder genoemde uitspraak verwijst.
noch In de uitdrukking "noch einmal" draagt "noch" de betekenis «nog» bij: de handeling moet opnieuw gebeuren. Samen met "einmal" vormt het hier de vraag om iets nog een keer te zeggen. Gebruik "noch einmal" bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt iets te herhalen.
einmal In "noch einmal" betekent "einmal" «een keer» en geeft het aan dat de handeling één keer opnieuw gebeurt. Samen met "noch" vormt het de uitdrukking voor «nog een keer». In een taalles kun je "noch einmal sagen" gebruiken om om een herhaling te vragen.
sagen In "Kannst du das noch einmal sagen?" betekent "sagen" «zeggen». Dit is de vorm die na "Kannst" staat voor de handeling die iemand kan uitvoeren. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is "etwas sagen", waarbij je aangeeft wat iemand moet zeggen.
Ich In "Ich sage es noch einmal" betekent "Ich" «ik» en verwijst het naar de spreker zelf. Het is degene die de zin opnieuw zal zeggen. Gebruik "Ich" als onderwerp wanneer je over je eigen handeling of reactie spreekt.
sage In "Ich sage es noch einmal" betekent "sage" «zeg» en beschrijft het dat de spreker de uitspraak opnieuw doet. Deze vorm hoort hier bij het onderwerp "Ich". Het patroon "Ich sage es noch einmal" is bruikbaar wanneer je aankondigt dat je iets herhaalt.
es In "Ich sage es noch einmal" verwijst "es" naar wat eerder gezegd werd en betekent het «het» of «dat». Het is dus hetgene wat opnieuw gezegd wordt, niet de persoon die spreekt. Gebruik het patroon "Ich sage es ..." wanneer de inhoud al uit de context bekend is.
Jetzt In "Jetzt verstehe ich es" betekent "Jetzt" «nu» en markeert het moment waarop de spreker de inhoud begrijpt. Het maakt duidelijk dat het begrip op dit moment ontstaat. Gebruik "Jetzt verstehe ich es" wanneer een uitleg of herhaling eindelijk duidelijk is.
verstehe In "Jetzt verstehe ich es" betekent "verstehe" «begrijp». De vorm beschrijft hier de reactie van de spreker op wat zojuist opnieuw is gezegd. Gebruik het patroon "Ich verstehe es" wanneer je aangeeft dat je iets begrijpt.
Lass In "Lass uns den Satz zusammen üben" maakt "Lass" deel uit van een voorstel om iets samen te doen: «laten we». De volledige uitdrukking "Lass uns ..." krijgt deze voorstelbetekenis samen met "uns" en de daaropvolgende handeling. Gebruik haar bijvoorbeeld wanneer je een medeleerling uitnodigt om samen te oefenen.
uns In "Lass uns den Satz zusammen üben" betekent "uns" «ons» en verwijst het naar de spreker en de aangesprokene samen. Binnen "Lass uns ..." maakt het van de zin een voorstel voor een gezamenlijke activiteit. Gebruik het patroon "Lass uns + infinitief" om samen iets voor te stellen.
den In "Lass uns den Satz zusammen üben" is "den" het bepaalde lidwoord bij "Satz" en betekent het hier «de». Het verwijst naar de specifieke zin die in de les geoefend wordt. Het vaste woordverband "den Satz üben" benoemt wat er geoefend wordt.
Satz In "Lass uns den Satz zusammen üben" betekent "Satz" «zin»: de gesproken zin die de cursisten oefenen. Het woord is hier het concrete lesonderwerp van de oefening. Gebruik "den Satz zusammen üben" wanneer je in een taalles een specifieke zin gezamenlijk oefent.
zusammen In "Lass uns den Satz zusammen üben" betekent "zusammen" «samen» en geeft het aan dat beide personen deelnemen. Het beschrijft de gezamenlijke manier van oefenen. Gebruik het patroon "zusammen üben" wanneer je met iemand aan dezelfde taaloefening werkt.
üben In "Lass uns den Satz zusammen üben" en "diesen Teil langsam üben" betekent "üben" «oefenen». Het benoemt de activiteit die de cursisten samen of stap voor stap uitvoeren. Gebruik "etwas üben", zoals in "den Satz ... üben" of "diesen Teil ... üben", wanneer je een taalonderdeel herhaaldelijk traint.
Der In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" is "Der" het bepaalde lidwoord bij "Teil" en betekent het hier «de». Het introduceert het specifieke eerste deel van de zin als onderwerp van de uitspraak. Gebruik het patroon "Der erste Teil ist ..." om een eerste onderdeel te beschrijven.
erste In "Der erste Teil" betekent "erste" «eerste» en geeft het de plaats van dit deel in de zin aan. Het beschrijft welk onderdeel moeilijk is. Gebruik de woordgroep "der erste Teil" wanneer je het eerste onderdeel van een reeks of zin aanwijst.
Teil In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" betekent "Teil" «deel» en verwijst het naar een onderdeel van de zin. In "diesen Teil langsam üben" gaat het om precies dat onderdeel dat eerder genoemd werd. Gebruik "diesen Teil ... üben" wanneer je een specifiek deel afzonderlijk wilt oefenen.
ist In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" betekent "ist" «is» en verbindt het onderwerp met de beschrijving dat het moeilijk is. Het beschrijft de toestand van het eerste deel voor de spreker. Gebruik het patroon "etwas ist ..." om een eigenschap of toestand te benoemen.
für In "für mich" geeft "für" aan voor wie iets geldt: voor de spreker. In de volledige zin maakt het duidelijk dat het eerste deel vanuit het perspectief van de spreker moeilijk is. Gebruik het vaste patroon "für mich" om een persoonlijke beoordeling of ervaring uit te drukken.
mich In "für mich" betekent "mich" «mij» en verwijst het naar de spreker als degene voor wie het eerste deel moeilijk is. Samen met "für" vormt het de persoonlijke perspectiefuitdrukking "für mich". Gebruik "für mich" wanneer je zegt hoe iets voor jou is.
immer In de uitdrukking "immer noch" draagt "immer" het idee van voortduring bij: de moeilijkheid blijft bestaan. Samen met "noch" betekent de uitdrukking hier «nog steeds». Gebruik "immer noch" wanneer een toestand ondanks eerdere tijd of oefening blijft voortduren.
schwer In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" betekent "schwer" «moeilijk» en beschrijft het hoe de spreker het eerste deel ervaart. Het staat na "ist" als beschrijving van dat deel. Gebruik het patroon "etwas ist für mich schwer" om te zeggen dat iets voor jou moeilijk is.
Wir In "Wir können diesen Teil langsam üben" betekent "Wir" «wij» en verwijst het naar de spreker en de andere persoon samen. Het maakt van het oefenen een gezamenlijke mogelijkheid. Gebruik "Wir" als onderwerp wanneer je een handeling voor jezelf en minstens één andere persoon beschrijft.
können In "Wir können diesen Teil langsam üben" betekent "können" «kunnen» en stelt het voor dat de twee personen dit deel op die manier kunnen oefenen. De eigenlijke handeling staat verderop in "üben". Gebruik het patroon "Wir können ... üben" om een haalbare gezamenlijke oefening voor te stellen.
diesen In "diesen Teil" betekent "diesen" «deze» en verwijst het naar het deel dat in de vorige zin als moeilijk werd genoemd. Het maakt het aangewezen deel specifiek. Gebruik het patroon "diesen Teil üben" wanneer je een bepaald onderdeel opnieuw wilt oefenen.
langsam In "diesen Teil langsam üben" betekent "langsam" «langzaam» en beschrijft het de manier waarop het deel geoefend wordt. Het geeft aan dat de cursisten het tempo verlagen om het moeilijke gedeelte beter te kunnen volgen. Gebruik "etwas langsam üben" wanneer extra tijd of een lager tempo nodig is.

Grammatica

Lass uns + infinitief

Lass uns diesen Satz zusammen üben.

las oens deezen zats tsoe-zammen uuben

Laten we deze zin samen oefenen.

Lass uns + infinitief gebruik je om samen iets voor te stellen.

Duits woordenschat

das voornaamwoord
das dat

Kannst du das noch einmal sagen?

du voornaamwoord
doe jij

Kannst du das noch einmal sagen?

es voornaamwoord
es het

Jetzt verstehe ich es.

ich voornaamwoord
ich ik

Ich sage es noch einmal.

jetzt bijwoord
jets nu

Jetzt verstehe ich es.

Lass uns uitdrukking
las oens laten we

Lass uns den Satz zusammen üben.

noch einmal bijwoord
nog ainmaal nog een keer

Kannst du das noch einmal sagen?

sagen werkwoord
zaagen zeggen

Kannst du das noch einmal sagen?

Satz zelfstandig naamwoord
zats zin

Lass uns den Satz zusammen üben.

üben werkwoord
uuben oefenen

Lass uns den Satz zusammen üben.

verstehen werkwoord
fersjtee-uh begrijpen verstehe

Jetzt verstehe ich es.

zusammen bijwoord
tsoe-zammen samen

Lass uns den Satz zusammen üben.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kun je dat nog een keer zeggen?

Antwoord tonenKannst du das noch einmal sagen?

Ik zal het nog een keer zeggen.

Antwoord tonenIch sage es noch einmal.

Nu begrijp ik het.

Antwoord tonenJetzt verstehe ich es.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zeggen

Antwoord tonensagen

begrijpen

Antwoord tonenverstehe

nu

Antwoord tonenjetzt

zin

Antwoord tonenSatz