Kannst
In "Kannst du das noch einmal sagen?" betekent "Kannst" «kun je» en drukt het uit dat iemand iets kan of wil doen. Het is de vorm die hier bij "du" hoort. Gebruik het patroon "Kannst du ...?" om een verzoek of vraag naar iemands mogelijkheid te formuleren, bijvoorbeeld in een klas.
du
In "Kannst du das noch einmal sagen?" betekent "du" «jij» en spreekt de zin één persoon rechtstreeks aan. Het staat hier als degene die iets opnieuw kan zeggen. Gebruik "du" voor een directe vraag aan één persoon, zoals in "Kannst du ...?".
das
In "Kannst du das noch einmal sagen?" verwijst "das" naar wat de andere persoon zojuist heeft gezegd en betekent het «dat». Het maakt duidelijk wat opnieuw gezegd moet worden. Het patroon "Kannst du das ... sagen?" is bruikbaar wanneer je naar een eerder genoemde uitspraak verwijst.
noch
In de uitdrukking "noch einmal" draagt "noch" de betekenis «nog» bij: de handeling moet opnieuw gebeuren. Samen met "einmal" vormt het hier de vraag om iets nog een keer te zeggen. Gebruik "noch einmal" bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt iets te herhalen.
einmal
In "noch einmal" betekent "einmal" «een keer» en geeft het aan dat de handeling één keer opnieuw gebeurt. Samen met "noch" vormt het de uitdrukking voor «nog een keer». In een taalles kun je "noch einmal sagen" gebruiken om om een herhaling te vragen.
sagen
In "Kannst du das noch einmal sagen?" betekent "sagen" «zeggen». Dit is de vorm die na "Kannst" staat voor de handeling die iemand kan uitvoeren. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is "etwas sagen", waarbij je aangeeft wat iemand moet zeggen.
Ich
In "Ich sage es noch einmal" betekent "Ich" «ik» en verwijst het naar de spreker zelf. Het is degene die de zin opnieuw zal zeggen. Gebruik "Ich" als onderwerp wanneer je over je eigen handeling of reactie spreekt.
sage
In "Ich sage es noch einmal" betekent "sage" «zeg» en beschrijft het dat de spreker de uitspraak opnieuw doet. Deze vorm hoort hier bij het onderwerp "Ich". Het patroon "Ich sage es noch einmal" is bruikbaar wanneer je aankondigt dat je iets herhaalt.
es
In "Ich sage es noch einmal" verwijst "es" naar wat eerder gezegd werd en betekent het «het» of «dat». Het is dus hetgene wat opnieuw gezegd wordt, niet de persoon die spreekt. Gebruik het patroon "Ich sage es ..." wanneer de inhoud al uit de context bekend is.
Jetzt
In "Jetzt verstehe ich es" betekent "Jetzt" «nu» en markeert het moment waarop de spreker de inhoud begrijpt. Het maakt duidelijk dat het begrip op dit moment ontstaat. Gebruik "Jetzt verstehe ich es" wanneer een uitleg of herhaling eindelijk duidelijk is.
verstehe
In "Jetzt verstehe ich es" betekent "verstehe" «begrijp». De vorm beschrijft hier de reactie van de spreker op wat zojuist opnieuw is gezegd. Gebruik het patroon "Ich verstehe es" wanneer je aangeeft dat je iets begrijpt.
Lass
In "Lass uns den Satz zusammen üben" maakt "Lass" deel uit van een voorstel om iets samen te doen: «laten we». De volledige uitdrukking "Lass uns ..." krijgt deze voorstelbetekenis samen met "uns" en de daaropvolgende handeling. Gebruik haar bijvoorbeeld wanneer je een medeleerling uitnodigt om samen te oefenen.
uns
In "Lass uns den Satz zusammen üben" betekent "uns" «ons» en verwijst het naar de spreker en de aangesprokene samen. Binnen "Lass uns ..." maakt het van de zin een voorstel voor een gezamenlijke activiteit. Gebruik het patroon "Lass uns + infinitief" om samen iets voor te stellen.
den
In "Lass uns den Satz zusammen üben" is "den" het bepaalde lidwoord bij "Satz" en betekent het hier «de». Het verwijst naar de specifieke zin die in de les geoefend wordt. Het vaste woordverband "den Satz üben" benoemt wat er geoefend wordt.
Satz
In "Lass uns den Satz zusammen üben" betekent "Satz" «zin»: de gesproken zin die de cursisten oefenen. Het woord is hier het concrete lesonderwerp van de oefening. Gebruik "den Satz zusammen üben" wanneer je in een taalles een specifieke zin gezamenlijk oefent.
zusammen
In "Lass uns den Satz zusammen üben" betekent "zusammen" «samen» en geeft het aan dat beide personen deelnemen. Het beschrijft de gezamenlijke manier van oefenen. Gebruik het patroon "zusammen üben" wanneer je met iemand aan dezelfde taaloefening werkt.
üben
In "Lass uns den Satz zusammen üben" en "diesen Teil langsam üben" betekent "üben" «oefenen». Het benoemt de activiteit die de cursisten samen of stap voor stap uitvoeren. Gebruik "etwas üben", zoals in "den Satz ... üben" of "diesen Teil ... üben", wanneer je een taalonderdeel herhaaldelijk traint.
Der
In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" is "Der" het bepaalde lidwoord bij "Teil" en betekent het hier «de». Het introduceert het specifieke eerste deel van de zin als onderwerp van de uitspraak. Gebruik het patroon "Der erste Teil ist ..." om een eerste onderdeel te beschrijven.
erste
In "Der erste Teil" betekent "erste" «eerste» en geeft het de plaats van dit deel in de zin aan. Het beschrijft welk onderdeel moeilijk is. Gebruik de woordgroep "der erste Teil" wanneer je het eerste onderdeel van een reeks of zin aanwijst.
Teil
In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" betekent "Teil" «deel» en verwijst het naar een onderdeel van de zin. In "diesen Teil langsam üben" gaat het om precies dat onderdeel dat eerder genoemd werd. Gebruik "diesen Teil ... üben" wanneer je een specifiek deel afzonderlijk wilt oefenen.
ist
In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" betekent "ist" «is» en verbindt het onderwerp met de beschrijving dat het moeilijk is. Het beschrijft de toestand van het eerste deel voor de spreker. Gebruik het patroon "etwas ist ..." om een eigenschap of toestand te benoemen.
für
In "für mich" geeft "für" aan voor wie iets geldt: voor de spreker. In de volledige zin maakt het duidelijk dat het eerste deel vanuit het perspectief van de spreker moeilijk is. Gebruik het vaste patroon "für mich" om een persoonlijke beoordeling of ervaring uit te drukken.
mich
In "für mich" betekent "mich" «mij» en verwijst het naar de spreker als degene voor wie het eerste deel moeilijk is. Samen met "für" vormt het de persoonlijke perspectiefuitdrukking "für mich". Gebruik "für mich" wanneer je zegt hoe iets voor jou is.
immer
In de uitdrukking "immer noch" draagt "immer" het idee van voortduring bij: de moeilijkheid blijft bestaan. Samen met "noch" betekent de uitdrukking hier «nog steeds». Gebruik "immer noch" wanneer een toestand ondanks eerdere tijd of oefening blijft voortduren.
schwer
In "Der erste Teil ist für mich immer noch schwer" betekent "schwer" «moeilijk» en beschrijft het hoe de spreker het eerste deel ervaart. Het staat na "ist" als beschrijving van dat deel. Gebruik het patroon "etwas ist für mich schwer" om te zeggen dat iets voor jou moeilijk is.
Wir
In "Wir können diesen Teil langsam üben" betekent "Wir" «wij» en verwijst het naar de spreker en de andere persoon samen. Het maakt van het oefenen een gezamenlijke mogelijkheid. Gebruik "Wir" als onderwerp wanneer je een handeling voor jezelf en minstens één andere persoon beschrijft.
können
In "Wir können diesen Teil langsam üben" betekent "können" «kunnen» en stelt het voor dat de twee personen dit deel op die manier kunnen oefenen. De eigenlijke handeling staat verderop in "üben". Gebruik het patroon "Wir können ... üben" om een haalbare gezamenlijke oefening voor te stellen.
diesen
In "diesen Teil" betekent "diesen" «deze» en verwijst het naar het deel dat in de vorige zin als moeilijk werd genoemd. Het maakt het aangewezen deel specifiek. Gebruik het patroon "diesen Teil üben" wanneer je een bepaald onderdeel opnieuw wilt oefenen.
langsam
In "diesen Teil langsam üben" betekent "langsam" «langzaam» en beschrijft het de manier waarop het deel geoefend wordt. Het geeft aan dat de cursisten het tempo verlagen om het moeilijke gedeelte beter te kunnen volgen. Gebruik "etwas langsam üben" wanneer extra tijd of een lager tempo nodig is.