Beginnen met een korte zin | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language lesson, two adults talk about starting with a short sentence and saying it clearly..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Beginnen met een korte zin oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Einfache Wörter sind für mich leichter.

ajn-fach-uh veur-tuh zint fuur misj laj-sj-tuh. Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.
B

Wir können mit einem kurzen Satz beginnen.

vier keunuh met ajnuhm koer-tsun zats beh-gin-nuh. We kunnen beginnen met een korte zin.
A

Das hilft mir, es zu verstehen.

das hilft mier, es tsoe feer-sjtee-un. Dat helpt me om het te begrijpen.
B

Lies diesen Satz nach.

lies die-zun zats naach. Lees deze zin na.
A

Ich bin bereit, es zu versuchen.

isj bin beh-rajt, es tsoe feer-tsoe-khun. Ik ben klaar om het te proberen.
B

Nimm dir Zeit und sag es deutlich.

nim dier tsajt oent zaak es dojt-lisj. Neem de tijd en zeg het duidelijk.

Uitleg van de zinnen

  1. Einfache Wörter sind für mich leichter.

    Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.

    Einfache
    eenvoudige
    Wörter
    woorden
    sind
    zijn
    für mich
    voor mij
    leichter
    makkelijker
    Uitgebreide uitleg

    Einfache betekent hier “eenvoudige” en staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Wörter. Het basiswoord is einfach; de vergelijkende vorm is einfacher (“eenvoudiger”). In Einfache Wörter krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat er vóór het meervoud geen lidwoord staat dat de grammaticale informatie overneemt. Die uitgang drukt hier niet op zichzelf een grammaticaal geslacht uit. Wörter betekent hier “woorden”. Het enkelvoud is das Wort, het meervoud die Wörter. De vorm Wörter heeft een umlaut; die hoort bij deze meervoudsvorm en is geen apart woord. sind is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij sie in het meervoud: sie sind. Hier verbindt het Einfache Wörter met de beschrijving leichter. Voorbeeld: Die Sätze sind kurz. — “De zinnen zijn kort.” für mich betekent “voor mij”. mich is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud; vergelijk ich (“ik”) als onderwerp met mich na für. De combinatie geeft hier aan voor wie de vergelijking geldt. leichter betekent hier “makkelijker”. Het basiswoord is leicht (“makkelijk”); leichter is de vergelijkende vorm met -er. De vorm vergelijkt de ervaren moeilijkheid van eenvoudige woorden met die van iets anders dat in de context wordt begrepen, zonder dat de zin dat vergelijkingspunt benoemt. Voorbeeld: Dieser Text ist leichter. — “Deze tekst is makkelijker.” Samen vormen de delen: Einfache Wörter (“eenvoudige woorden”) + sind (“zijn”) + für mich (“voor mij”) + leichter (“makkelijker”). De volledige betekenis is: “Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.”

  2. Wir können mit einem kurzen Satz beginnen.

    We kunnen beginnen met een korte zin.

    Wir können
    wij kunnen
    mit
    met
    kurzen
    kort
    Satz
    zin
    beginnen
    beginnen
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier “wij kunnen” en vormt met beginnen een modale constructie. können is de infinitief; in de tegenwoordige tijd krijg je bijvoorbeeld ich kann, du kannst, wir können. Na een vervoegde vorm van een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief, meestal achteraan: Wir können anfangen. — “Wij kunnen beginnen.” mit betekent “met” en wordt in deze betekenis gevolgd door de datief. In mit einem kurzen Satz staat einem daarom in de datief; het is hier de vorm bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Satz. einen Satz is daarentegen een accusatiefvorm, bijvoorbeeld in Ich schreibe einen Satz. — “Ik schrijf een zin.” Na mit gebruik je hier dus niet einen, maar einem. Het voorzetsel mit verandert niet. kurzen betekent hier “korte”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm kurz. In einem kurzen Satz krijgt kurz de uitgang -en, omdat het bijvoeglijk naamwoord bij Satz hoort en de woordgroep door einem als datief wordt gemarkeerd. Voorbeelden: ein kurzer Satz — “een korte zin” (nominatief), maar mit einem kurzen Satz — “met een korte zin” (datief). Satz betekent hier “zin”, in de betekenis van een reeks woorden. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Satz; de meervoudsvorm is die Sätze — “de zinnen”. Het zelfstandig naamwoord zelf blijft in mit einem kurzen Satz enkelvoud; de datief wordt vooral zichtbaar in einem en in de uitgang van kurzen. beginnen betekent “beginnen”. De infinitief staat hier na können, omdat können de persoon en tijd draagt. Belangrijke vormen zijn beginnen, beginnt, begann, hat begonnen. Voorbeeld: Wir beginnen heute. — “Wij beginnen vandaag.” Met een modaal werkwoord blijft de infinitief staan: Wir können heute beginnen. — “Wij kunnen vandaag beginnen.” Samen bestaat de zin uit Wir können beginnen (“Wij kunnen beginnen”) en mit einem kurzen Satz (“met een korte zin”). De volledige betekenis is daarom: “Wij kunnen met een korte zin beginnen.”

  3. Das hilft mir, es zu verstehen.

    Dat helpt me om het te begrijpen.

    Das
    dat
    hilft
    helpt
    mir
    mij
    es
    het
    verstehen
    begrijpen
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp van de zin. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord verwijst het naar iets dat uit de context bekend is; de precieze referent wordt in deze ene zin niet benoemd. Vergelijk als voorbeeld: Das ist gut. — “Dat is goed.” hilft komt van helfen en is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: helfen → hilft. De klinker verandert dus in deze vorm. Helfen gebruikt voor de geholpen persoon een datiefvorm. Voorbeeld: Das hilft uns. — “Dat helpt ons.” mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ich → mir. Het betekent hier “mij” als degene die hulp krijgt. Andere vormen zijn bijvoorbeeld mich voor de accusatief en mein voor bezit; die hebben een andere grammaticale functie. es is hier het persoonlijke voornaamwoord “het”. Het staat als lijdend voorwerp bij verstehen; de vorm es markeert in deze constructie geen menselijke deelnemer. verstehen betekent “begrijpen”. Dit is de infinitief, de basisvorm van het werkwoord. Na helfen kan een daaropvolgende handeling worden uitgedrukt met zu + infinitief: es zu verstehen betekent “het te begrijpen”. Voorbeeld: Ich versuche, es zu verstehen. — “Ik probeer het te begrijpen.” Samen betekent Das hilft mir “Dat helpt mij”. De infinitiefgroep es zu verstehen zegt waarbij die hulp helpt: het helpt mij om het te begrijpen. De volledige betekenis is dus: “Dat helpt me om het te begrijpen.”

  4. Lies diesen Satz nach.

    Lees deze zin na.

    Lies … nach
    lees na
    diesen
    deze
    Satz
    zin
    Uitgebreide uitleg

    Lies … nach is hier een bevel aan één aangesproken persoon met de informele vorm du. De betekenis is: lees iets na, bijvoorbeeld om het te controleren. Het werkwoord is nachlesen; dit scheidbare werkwoord staat hier als lies vooraan en nach aan het einde. Lies is de gebiedende wijs voor du, gevormd op basis van lesen. Voorbeeld: Lies den Text nach. — Lees de tekst na. diesen hoort hier bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Satz en staat in de vierde naamval (accusatief), omdat diesen Satz het lijdend voorwerp is. Vergelijk: dieser Satz als onderwerp, maar diesen Satz als lijdend voorwerp. De uitgang -en op diesen laat hier de combinatie van mannelijk en accusatief zien. Voorbeeld: Ich lese diesen Text nach. — Ik lees deze tekst na. Satz betekent hier ‘zin’. Het zelfstandig naamwoord is Satz; de gebruikelijke woordenboekvorm is der Satz, en het meervoud is die Sätze. In deze uiting staat Satz als lijdend voorwerp na diesen. Samen vormen Lies diesen Satz nach. één bevel: diesen Satz is het lijdend voorwerp van het scheidbare werkwoord nachlesen. De volledige betekenis is: ‘Lees deze zin na.’

  5. Ich bin bereit, es zu versuchen.

    Ik ben klaar om het te proberen.

    Ich bin
    ik ben
    bereit
    klaar; bereid
    es
    het
    zu versuchen
    te proberen
    Uitgebreide uitleg

    Ich bin betekent hier “ik ben”. Ich is de eerste persoon enkelvoud: de spreker is het onderwerp. bin is de vorm van sein (“zijn”) bij ich; vergelijk du bist (“jij bent”) en wir sind (“wij zijn”). bereit betekent hier “klaar” of “bereid”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als gezegde staat. Het verandert in deze positie niet door de persoon van het onderwerp: Ich bin bereit (“Ik ben klaar”), Wir sind bereit (“Wij zijn klaar”). es betekent hier “het”. Dit is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), hier als voorwerp van versuchen. De zin specificeert niet waarnaar es verwijst; de vaste vertaling ondersteunt alleen de betekenis “het”. Voorbeeld: Ich sehe es. — “Ik zie het.” zu versuchen betekent “te proberen”. versuchen is de infinitief (“proberen”); met zu vormt hij hier een infinitiefconstructie. Na een bijvoeglijk naamwoord zoals bereit kan Duits zo aangeven waartoe iemand klaar of bereid is: bereit, etwas zu tun — “klaar om iets te doen”. Bij scheidbare werkwoorden staat zu binnen de vorm, maar versuchen is hier geen scheidbaar werkwoord. Samen vormen de delen: Ich bin bereit (“Ik ben klaar”) + es zu versuchen (“het te proberen”). De volledige betekenis is dus: “Ik ben klaar om het te proberen.”

  6. Nimm dir Zeit und sag es deutlich.

    Neem de tijd en zeg het duidelijk.

    Nimm dir
    neem voor jezelf
    Zeit
    tijd
    sag
    zeg
    es
    het
    deutlich
    duidelijk
    Uitgebreide uitleg

    Nimm dir is de gebiedende wijs voor de informele enkelvoudige aanspreekvorm van nehmen (“nemen”): nimm. dir is hier de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor “jij”, in de vaste uitdrukking sich Zeit nehmen — letterlijk ongeveer “tijd voor zichzelf nemen”. In deze zin wordt dat als aansporing gebruikt: “neem je tijd”. De gebiedende wijs voor meerdere personen en die voor de beleefde aanspreekvorm hebben andere vormen. Zeit betekent hier “tijd”. In sich Zeit nehmen staat het zelfstandig naamwoord zonder lidwoord; samen vormt dit een veelgebruikte uitdrukking. Voorbeelden: Nimm dir Ruhe. — “Neem rust.” Ich nehme mir Zeit. — “Ik neem de tijd.” sag is de gebiedende wijs voor de informele enkelvoudige aanspreekvorm van sagen (“zeggen”). De basisvorm is sagen; in de tegenwoordige tijd is de vorm voor “jij” du sagst, terwijl de gebiedende wijs hier sag is. Voorbeeld: Sag die Wahrheit. — “Zeg de waarheid.” es is een persoonlijk voornaamwoord in het onzijdige accusatief en is hier het lijdend voorwerp van sag: “het”. Het verwijst in deze zin naar wat gezegd moet worden, zonder dat de concrete inhoud wordt genoemd. De vorm blijft es in de nominatief en accusatief; de datiefvorm is ihm. deutlich betekent hier “duidelijk”. Het bepaalt hoe het zeggen gebeurt en functioneert dus als bijwoord. Dezelfde vorm kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld eine deutliche Antwort — “een duidelijk antwoord”. Het tegenovergestelde is undeutlich — “onduidelijk”. De twee gebiedende delen zijn verbonden door und (“en”): Nimm dir Zeit + sag es deutlich. Samen betekent de volledige uiting: “Neem de tijd en zeg het duidelijk.” De spreker geeft daarmee twee samenhangende aansporingen: de nodige tijd nemen en iets helder zeggen.

Grammatica

Imperativ: Lies + Akkusativ

Lies diesen Satz.

lies die-zun zats.

Lees deze zin.

De gebiedende wijs gebruikt hier de werkwoordsvorm Lies zonder onderwerp; diesen Satz is het lijdend voorwerp.

mit + Dativ: mit kurzen Wörtern

Wir beginnen mit kurzen Wörtern.

vier beh-gin-nuh mit koer-tsun veur-tuh.

Wij beginnen met korte woorden.

Na mit staat de datief. In het meervoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en: kurzen Wörtern.

Duits woordenschat

beginnen werkwoord
beh-gin-nuh beginnen
Einfache bijvoeglijk naamwoord
ajn-fach-uh eenvoudige
für voorzetsel
fuur voor
hilft werkwoord
hilft helpt
kurzen bijvoeglijk naamwoord
koer-tsun korte
leichter bijvoeglijk naamwoord
laj-sj-tuh makkelijker
mich voornaamwoord
misj mij
mit voorzetsel
mit met
Satz zelfstandig naamwoord
zats zin
verstehen werkwoord
feer-sjtee-un begrijpen
Wir voornaamwoord
vier wij
Wörter zelfstandig naamwoord
veur-tuh woorden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.

Antwoord tonenEinfache Wörter sind für mich leichter.

Dat helpt me om het te begrijpen.

Antwoord tonenDas hilft mir, es zu verstehen.

Lees deze zin na.

Antwoord tonenLies diesen Satz nach.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

makkelijker

Antwoord tonenleichter

woorden

Antwoord tonenWörter

mij

Antwoord tonenmich

korte

Antwoord tonenkurzen