Beginnen met een korte zin | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language lesson, two adults talk about starting with a short sentence and saying it clearly..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Beginnen met een korte zin oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Einfache Wörter sind für mich leichter.

ajn-fach-uh veur-tuh zint fuur misj laj-sj-tuh. Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.
B

Wir können mit einem kurzen Satz beginnen.

vier keunuh met ajnuhm koer-tsun zats beh-gin-nuh. We kunnen beginnen met een korte zin.
A

Das hilft mir, es zu verstehen.

das hilft mier, es tsoe feer-sjtee-un. Dat helpt me om het te begrijpen.
B

Lies diesen Satz nach.

lies die-zun zats naach. Lees deze zin na.
A

Ich bin bereit, es zu versuchen.

isj bin beh-rajt, es tsoe feer-tsoe-khun. Ik ben klaar om het te proberen.
B

Nimm dir Zeit und sag es deutlich.

nim dier tsajt oent zaak es dojt-lisj. Neem de tijd en zeg het duidelijk.

Woord voor woord

Einfache ‘Einfache’ betekent hier ‘eenvoudige’ en beschrijft ‘Wörter’. Dit is de vorm van ‘einfach’ die in ‘Einfache Wörter’ wordt gebruikt; je kunt dit patroon gebruiken om woorden of andere dingen te beschrijven.
Wörter ‘Wörter’ betekent hier ‘woorden’. Het is het meervoud van ‘Wort’ en staat in ‘Einfache Wörter’ als datgene waarover wordt gezegd dat het makkelijker is.
sind ‘sind’ betekent hier ‘zijn’ en verbindt ‘Einfache Wörter’ met ‘leichter’. In ‘Wörter sind ...’ gebruik je deze vorm van ‘sein’ om iets over meerdere woorden te zeggen.
für ‘für’ betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie iets makkelijker is. In ‘für mich’ staat het samen met de vorm ‘mich’; dit patroon kun je gebruiken om de persoon aan te geven voor wie iets geldt.
mich ‘mich’ betekent hier ‘mij’ in ‘für mich’. Het verwijst naar de spreker als de persoon voor wie eenvoudige woorden makkelijker zijn; ‘für mich’ is een vaste, bruikbare combinatie om een persoonlijke beoordeling te geven.
leichter ‘leichter’ betekent hier ‘makkelijker’. Het vergelijkt eenvoudige woorden met iets dat moeilijker is en staat na ‘sind’ in ‘Wörter sind für mich leichter’; de basisvorm is ‘leicht’.
Wir ‘Wir’ betekent ‘wij’ en verwijst hier naar de spreker en de aangesproken persoon samen. In ‘Wir können ...’ staat het als onderwerp van een voorstel of mogelijkheid.
können ‘können’ betekent hier ‘kunnen’ en drukt uit dat iets mogelijk is: ‘Wir können ...’. Na ‘können’ staat het werkwoord ‘beginnen’ als infinitief aan het einde van de zin.
mit ‘mit’ betekent hier ‘met’ en leidt in ‘mit einem kurzen Satz’ het middel of uitgangspunt in. Je kunt ‘mit’ gebruiken om aan te geven waarmee je iets begint of wat je erbij gebruikt.
einem ‘einem’ betekent hier ‘een’ in ‘mit einem kurzen Satz’. Dit is de vorm die in deze combinatie na ‘mit’ voor ‘Satz’ wordt gebruikt; leer het als onderdeel van ‘mit einem ... Satz’.
kurzen ‘kurzen’ betekent hier ‘korte’ en beschrijft ‘Satz’. De vorm staat in ‘mit einem kurzen Satz’; de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is ‘kurz’.
Satz ‘Satz’ betekent hier ‘zin’, namelijk een korte zin waarmee de les kan beginnen. In ‘mit einem kurzen Satz’ benoemt het woord het concrete taalmateriaal waarmee men start.
beginnen ‘beginnen’ betekent hier ‘beginnen’ of ‘starten’. Het staat als infinitief na ‘können’ in ‘Wir können mit einem kurzen Satz beginnen’; dit patroon gebruik je om te zeggen waarmee je start.
Das ‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het beginnen met een korte zin. In ‘Das hilft mir’ staat het als onderwerp van de volgende uitspraak en verwijst het naar de voorafgaande hele handeling.
hilft ‘hilft’ betekent hier ‘helpt’ en zegt dat iets ondersteuning geeft bij het begrijpen. In ‘Das hilft mir’ staat ‘mir’ voor degene die geholpen wordt; de basisvorm is ‘helfen’.
mir ‘mir’ betekent hier ‘mij’ in ‘Das hilft mir’. Het geeft aan wie de hulp ontvangt; met ‘helfen’ gebruik je deze vorm in een patroon zoals ‘Das hilft mir’.
es ‘es’ betekent hier ‘het’ en verwijst naar datgene wat de spreker probeert te begrijpen. In ‘es zu verstehen’ staat het als datgene waarop ‘verstehen’ betrekking heeft.
zu ‘zu’ markeert hier de infinitiefconstructie ‘zu verstehen’, die na een andere uitdrukking volgt. Samen met ‘verstehen’ geeft het aan dat het om ‘te begrijpen’ gaat; in ‘bereit, es zu versuchen’ heeft ‘zu’ dezelfde functie.
verstehen ‘verstehen’ betekent hier ‘begrijpen’ in ‘es zu verstehen’. Het is de infinitief na ‘zu’ en benoemt wat de spreker wil kunnen begrijpen; de combinatie ‘etwas zu verstehen’ is een bruikbaar patroon.
Lies ‘Lies’ betekent hier ‘lees’ en is een directe instructie aan één persoon. In ‘Lies diesen Satz nach’ wordt iemand gevraagd een zin na de ander te lezen; de basisvorm is ‘lesen’.
diesen ‘diesen’ betekent hier ‘deze’ in ‘diesen Satz’. Het wijst naar de specifieke zin die gelezen moet worden; samen met ‘Satz’ vormt het ‘diesen Satz’ als object van ‘Lies’.
nach ‘nach’ maakt in ‘Lies diesen Satz nach’ deel uit van de instructie om de zin na de ander te lezen. De betekenis van de hele handeling komt uit de combinatie ‘Lies diesen Satz nach’, niet uit ‘nach’ alleen.
Ich ‘Ich’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de spreker. In ‘Ich bin bereit’ staat het als onderwerp van een uitspraak over de eigen bereidheid.
bin ‘bin’ betekent hier ‘ben’ in ‘Ich bin bereit’. Het is de vorm van ‘sein’ die bij ‘Ich’ hoort; ‘Ich bin ...’ gebruik je om een toestand of eigenschap van jezelf te beschrijven.
bereit ‘bereit’ betekent hier ‘klaar’ of ‘bereid’ om iets te doen. In ‘Ich bin bereit, es zu versuchen’ volgt na ‘bereit’ de infinitiefconstructie ‘es zu versuchen’.
zu versuchen ‘zu versuchen’ betekent hier ‘te proberen’ in ‘Ich bin bereit, es zu versuchen’. ‘zu’ markeert de infinitiefconstructie en ‘versuchen’ betekent ‘proberen’; samen zeggen ze wat de spreker bereid is te doen.
versuchen ‘versuchen’ betekent hier ‘proberen’ in de constructie ‘es zu versuchen’. Het benoemt de handeling die de spreker in de les wil uitvoeren; de vorm staat als infinitief na ‘zu’.
Nimm ‘Nimm’ betekent hier ‘neem’ in de aanmoediging ‘Nimm dir Zeit’. Het is een directe instructie aan één persoon om niet te haasten; de basisvorm is ‘nehmen’.
dir ‘dir’ betekent hier ‘je’ of ‘voor jezelf’ in ‘Nimm dir Zeit’. Het hoort bij de hele uitdrukking ‘Nimm dir Zeit’, waarmee iemand wordt aangemoedigd zichzelf voldoende tijd te geven.
Zeit ‘Zeit’ betekent hier ‘tijd’ in ‘Nimm dir Zeit’. Het is datgene wat iemand zichzelf moet geven om rustig te kunnen lezen en spreken; ‘Nimm dir Zeit’ is een veelgebruikte aanmoediging.
und ‘und’ betekent ‘en’ en verbindt in ‘Nimm dir Zeit und sag es deutlich’ twee instructies. Het maakt duidelijk dat rustig de tijd nemen en duidelijk spreken bij dezelfde aanmoediging horen.
sag ‘sag’ betekent hier ‘zeg’ in ‘sag es deutlich’. Het is een directe instructie aan één persoon om iets uit te spreken; de basisvorm is ‘sagen’.
deutlich ‘deutlich’ betekent hier ‘duidelijk’ en geeft aan hoe ‘es’ gezegd moet worden. In ‘sag es deutlich’ beschrijft het de gewenste manier van spreken; deze combinatie is bruikbaar wanneer je iemand vraagt iets helder uit te spreken.

Grammatica

Imperativ: Lies + Akkusativ

Lies diesen Satz.

lies die-zun zats.

Lees deze zin.

De gebiedende wijs gebruikt hier de werkwoordsvorm Lies zonder onderwerp; diesen Satz is het lijdend voorwerp.

mit + Dativ: mit kurzen Wörtern

Wir beginnen mit kurzen Wörtern.

vier beh-gin-nuh mit koer-tsun veur-tuh.

Wij beginnen met korte woorden.

Na mit staat de datief. In het meervoud krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en: kurzen Wörtern.

Duits woordenschat

beginnen werkwoord
beh-gin-nuh beginnen
Einfache bijvoeglijk naamwoord
ajn-fach-uh eenvoudige
für voorzetsel
fuur voor
hilft werkwoord
hilft helpt
kurzen bijvoeglijk naamwoord
koer-tsun korte
leichter bijvoeglijk naamwoord
laj-sj-tuh makkelijker
mich voornaamwoord
misj mij
mit voorzetsel
mit met
Satz zelfstandig naamwoord
zats zin
verstehen werkwoord
feer-sjtee-un begrijpen
Wir voornaamwoord
vier wij
Wörter zelfstandig naamwoord
veur-tuh woorden

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Eenvoudige woorden zijn makkelijker voor mij.

Antwoord tonenEinfache Wörter sind für mich leichter.

Dat helpt me om het te begrijpen.

Antwoord tonenDas hilft mir, es zu verstehen.

Lees deze zin na.

Antwoord tonenLies diesen Satz nach.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

makkelijker

Antwoord tonenleichter

woorden

Antwoord tonenWörter

mij

Antwoord tonenmich

korte

Antwoord tonenkurzen