Dieser
“Dieser” betekent hier “deze” en verwijst naar de stoel die wordt aangewezen of besproken. In de exacte combinatie “Dieser Stuhl” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om één concreet voorwerp dichtbij of in de huidige situatie aan te wijzen.
Stuhl
“Stuhl” betekent hier “stoel”. In “Dieser Stuhl” gaat het om het meubel waarop iemand zit. Je kunt het woord gebruiken wanneer je over een stoel in een kamer, klaslokaal of andere ruimte praat.
ist
“ist” betekent hier “is” en verbindt de stoel met de beschrijving “zu niedrig”. Het beschrijft dus de toestand of eigenschap van de stoel. Je gebruikt “ist” ook om te zeggen hoe iets is of waar het zich bevindt.
zu
“zu” betekent hier “te” in de combinatie “zu niedrig”: de stoel is lager dan gewenst. Het staat vóór een bijvoeglijk woord om aan te geven dat een eigenschap een ongewenst sterke graad heeft. Deze structuur kun je gebruiken om te zeggen dat iets te groot, te klein of te duur is.
niedrig
“niedrig” betekent hier “laag” en beschrijft de hoogte van de stoel. In “zu niedrig” betekent het samen met “zu” dat de stoel te laag is. Je gebruikt het voor iets waarvan de hoogte of het niveau laag is.
Du
“Du” betekent hier “je” of “jij” en richt zich tot één persoon. Het is de informele aanspreekvorm in deze zin. Je gebruikt het bijvoorbeeld in een gesprek met een bekende of iemand met wie je informeel praat.
kannst
“kannst” betekent hier “kunt” of “kan” in de zin dat de aangesproken persoon iets kan doen. Het is de vorm die bij “Du” hoort in “Du kannst”. Na deze vorm staat de handeling als infinitief, hier “ändern”. Je gebruikt de combinatie om iemands mogelijkheid of toestemming voor een handeling te bespreken.
die
“die” betekent hier “de” en hoort bij het concrete zelfstandig naamwoord “Höhe” in “die Höhe ändern”. Het verwijst naar een specifieke hoogte, namelijk de hoogte van de stoel. Je gebruikt het met een zelfstandig naamwoord wanneer het om iets bepaalds gaat.
Höhe
“Höhe” betekent hier “hoogte”, specifiek de hoogte van de stoel. In “die Höhe ändern” is het datgene waarvan de instelling wordt veranderd. Je gebruikt het woord ook wanneer je de hoogte van een tafel, plank of andere zaak bespreekt.
ändern
“ändern” betekent hier “veranderen” en beschrijft de handeling die mogelijk is: de hoogte aanpassen. In “Du kannst die Höhe ändern” staat het na “kannst” als de handeling die nog moet gebeuren. Je kunt het gebruiken met iets dat je anders wilt maken, zoals “die Höhe”.
Wie
“Wie” betekent hier “hoe” en vraagt naar de manier waarop iets gedaan moet worden. In “Wie mache ich das?” opent het een vraag naar de juiste werkwijze. Je gebruikt het om te vragen hoe je een handeling uitvoert.
mache
“mache” betekent hier “doe” in de vraag “Wie mache ich das?”. Het beschrijft de handeling van de spreker zelf. Je gebruikt de vorm in een vraag naar hoe je iets uitvoert, met een object of verwijzing zoals “das”.
ich
“ich” betekent hier “ik” en verwijst naar de spreker. In “Wie mache ich das?” vraagt de spreker hoe hij of zij de handeling moet uitvoeren. Je gebruikt het om naar jezelf als uitvoerder van een handeling te verwijzen.
das
“das” betekent hier “dat” en verwijst naar de zojuist genoemde handeling, namelijk de hoogte veranderen. In “Wie mache ich das?” gaat het dus niet om een nieuw zelfstandig voorwerp, maar om wat de andere persoon heeft voorgesteld. Je gebruikt het om naar een eerder genoemde handeling of zaak terug te verwijzen.
Drück
“Drück” betekent hier “druk” en is een directe instructie aan één persoon. In “Drück den Knopf” geeft het aan welke handeling de ander moet uitvoeren. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand informeel een korte praktische aanwijzing geeft.
den
“den” betekent hier “de” in “den Knopf” en verwijst naar de specifieke knop waarover de twee spreken. Het staat vóór het voorwerp van de instructie “Drück den Knopf”. Je gebruikt deze combinatie wanneer je iemand vraagt of opdraagt iets met een bepaalde knop te doen.
Knopf
“Knopf” betekent hier “knop”, namelijk het bedieningsonderdeel onder de zitting. In “Drück den Knopf” is het de knop waarop gedrukt moet worden. Je gebruikt het woord voor een knop waarmee je bijvoorbeeld een apparaat of mechanisme bedient.
unter
“unter” betekent hier “onder” en geeft de plaats van de knop aan ten opzichte van de zitting. In “unter dem Sitz” vormt het samen met de rest de plaatsaanduiding “onder de zitting”. Je gebruikt het om aan te geven dat iets lager of beneden een ander voorwerp is.
dem
“dem” betekent hier “de” in de plaatsaanduiding “unter dem Sitz”. Het hoort bij de specifieke zitting waaronder de knop zit. Je gebruikt “unter dem” om een voorwerp aan te wijzen dat zich onder één bepaald mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord bevindt.
Sitz
“Sitz” betekent hier “zitting” of het zitgedeelte van de stoel. In “unter dem Sitz” wordt de plaats van de knop ten opzichte van dit zitgedeelte beschreven. Je gebruikt het woord wanneer je specifiek naar het deel van een stoel verwijst waarop iemand zit.
besser
“besser” betekent hier “beter” en laat zien dat de situatie na het indrukken van de knop verbeterd is. In “Das ist besser” beoordeelt de spreker de nieuwe toestand positief. Je gebruikt het om een verbeterde toestand of oplossing aan te duiden.
Danke
“Danke” betekent hier “bedankt” en drukt dank uit voor de hulp of uitleg. In “Das ist besser. Danke.” bedankt de spreker de andere persoon nadat de stoel beter staat. Je gebruikt het als korte, beleefde reactie wanneer iemand iets voor je doet of uitlegt.
Sag
“Sag” betekent hier “zeg” of “vertel” en is een directe instructie aan één persoon. In “Sag mir” vraagt de spreker de ander om informatie door te geven. Je gebruikt deze vorm bijvoorbeeld wanneer je iemand vraagt je op de hoogte te brengen.
mir
“mir” betekent hier “mij” en geeft aan aan wie de informatie moet worden verteld. In “Sag mir” is de spreker de ontvanger van de mededeling. Je gebruikt “Sag mir” met de informatie die iemand aan jou moet doorgeven.
wenn
“wenn” betekent hier “als” en leidt de voorwaarde in waaronder de ander iets moet zeggen. In “wenn es immer noch nicht richtig ist” gaat het om de voorwaarde dat het nog steeds niet goed is. Je gebruikt het om een voorwaarde of mogelijke situatie aan een hoofdzin te koppelen.
es
“es” betekent hier “het” en verwijst naar de toestand of het resultaat van de stoelinstelling. In “es immer noch nicht richtig ist” wordt gezegd dat die situatie nog niet goed is. Je gebruikt het om in zo’n onpersoonlijke beschrijving naar een eerder besproken situatie te verwijzen.
immer
“immer” draagt hier samen met “noch” bij aan de betekenis “nog steeds” in de exacte combinatie “immer noch”. Het benadrukt dat dezelfde toestand voortduurt. Je gebruikt deze combinatie wanneer iets ondanks een eerdere handeling of verwachting blijft bestaan.
noch
“noch” betekent hier samen met “immer” “nog” in “immer noch”: de toestand duurt voort. Het maakt duidelijk dat iets op dit moment nog niet veranderd is. Je gebruikt “immer noch” om een aanhoudende situatie te beschrijven.
nicht
“nicht” betekent hier “niet” en ontkent de beoordeling “richtig” in “nicht richtig”. Daardoor is de toestand volgens de spreker nog niet in orde. Je gebruikt het om een eigenschap, handeling of beoordeling te ontkennen.
richtig
“richtig” betekent hier “goed”, “juist” of “in orde” in de beoordeling van de stoelinstelling. In “nicht richtig” wordt gezegd dat de toestand nog niet goed is. Je gebruikt het om aan te geven dat iets correct werkt of aan de verwachting voldoet.