Koffie in de pauze | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: During a classroom break, two adults talk about coffee, sugar, and milk when milk is not available..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Koffie in de pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Möchtest du Kaffee?

Meugsj-tuhst doe kafee? Wil je koffie?
B

Ja, bitte. Nur eine kleine Tasse.

Jaa, bituh. Noer ai-nuh klai-nuh tassuh. Ja, graag. Alleen een klein kopje.
A

Bitte schön.

Bituh sjeun. Alsjeblieft.
B

Es riecht gut.

Es riegt goet. Het ruikt lekker.
A

Brauchst du Zucker?

Brau-gst doe tsoekuh? Heb je suiker nodig?
B

Nein, nur Milch, bitte.

Nain, noer milsj, bituh. Nee, alleen melk, graag.
A

Tut mir leid, es gibt keine Milch.

Toet mier lait, es giept kai-nuh milsj. Sorry, er is geen melk.
B

Das ist okay.

Das ist okee. Dat is oké.

Woord voor woord

Möchtest ‘Möchtest’ drukt in ‘Möchtest du Kaffee?’ uit dat je vraagt of de ander koffie wil. Het is de vorm van ‘möchten’ die hier bij ‘du’ hoort. Je kunt het patroon ‘Möchtest du + iets?’ gebruiken wanneer je iemand iets aanbiedt.
du ‘du’ verwijst in ‘Möchtest du Kaffee?’ naar één persoon die je aanspreekt. Het staat hier na ‘Möchtest’ in een vraag aan die persoon. Gebruik ‘du’ in een vergelijkbare informele vraag, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld: ‘Möchtest du Tee?’
Kaffee ‘Kaffee’ betekent hier koffie, het drankje dat wordt aangeboden. Het is het voorwerp van de vraag ‘Möchtest du Kaffee?’. Als nieuw voorbeeld kun je zeggen: ‘Ich trinke Kaffee.’
Ja ‘Ja’ bevestigt hier dat de spreker koffie wil aannemen. In ‘Ja, bitte’ staat het aan het begin van een beleefd bevestigend antwoord. Je kunt ‘Ja’ gebruiken om op een vraag bevestigend te reageren.
bitte In ‘Ja, bitte’ maakt ‘bitte’ de instemming beleefd en betekent het ‘alsjeblieft’. Het staat hier na ‘Ja’ in een antwoord op een aanbod. In ‘Bitte schön’ is ‘bitte’ onderdeel van een vaste uitdrukking die je gebruikt wanneer je iets aan iemand geeft.
Nur ‘Nur’ beperkt de wens in ‘Nur eine kleine Tasse.’: de spreker wil alleen één klein kopje. Het staat vóór het deel waarop de beperking slaat. Gebruik het patroon ‘nur + zelfstandig naamwoord’ wanneer je iets beperkt tot één mogelijkheid.
eine ‘eine’ betekent hier ‘een’ en hoort bij ‘Tasse’ in ‘eine kleine Tasse’. Het introduceert het kopje dat de spreker wil. Je gebruikt ‘eine’ hier vóór de beschreven Tasse in dit soort woordgroepen.
kleine ‘kleine’ beschrijft in ‘eine kleine Tasse’ de grootte van het kopje. De vorm staat vóór ‘Tasse’ en maakt duidelijk dat het om een klein kopje gaat. Het patroon ‘eine kleine + zelfstandig naamwoord’ is bruikbaar wanneer je een klein voorwerp bestelt of beschrijft.
Tasse ‘Tasse’ betekent hier kopje, meer bepaald het kleine kopje koffie waar de spreker om vraagt. Het woord staat in ‘eine kleine Tasse’. Als nieuw voorbeeld kun je zeggen: ‘eine Tasse Kaffee’.
Bitte schön ‘Bitte schön’ betekent hier ‘alsjeblieft, hier is het’ wanneer A het kopje geeft. ‘Bitte’ maakt de overdracht beleefd en ‘schön’ geeft de uitdrukking een vriendelijke toon; samen vormen ze de volledige reactie. Gebruik ‘Bitte schön’ wanneer je iets aan iemand overhandigt.
Es ‘Es’ verwijst in ‘Es riecht gut’ naar de koffie die al bekend is in het gesprek. Het staat als onderwerp aan het begin van de zin over de geur. Je kunt ‘Es’ zo gebruiken wanneer je iets bekends beschrijft, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld: ‘Es ist okay.’
riecht ‘riecht’ betekent in ‘Es riecht gut’ dat iets een aangename geur heeft. Het is de vorm van ‘riechen’ die hier bij ‘Es’ hoort. Gebruik het patroon ‘Es riecht + beschrijving’ wanneer je de geur van iets beoordeelt.
gut ‘gut’ betekent in ‘Es riecht gut’ dat de geur aangenaam is. Het staat na ‘riecht’ en geeft de beoordeling van de geur. Je kunt ‘gut’ in deze combinatie gebruiken wanneer je positief reageert op een geur.
Brauchst ‘Brauchst’ drukt in ‘Brauchst du Zucker?’ uit dat A vraagt of B iets nodig heeft. De vorm komt van ‘brauchen’ en staat hier bij ‘du’. Gebruik het patroon ‘Brauchst du + voorwerp?’ om te vragen of iemand iets nodig heeft.
Zucker ‘Zucker’ betekent suiker en is in ‘Brauchst du Zucker?’ het gevraagde ingrediënt voor de koffie. Het staat als voorwerp na ‘Brauchst du’. Je kunt ‘Zucker’ gebruiken wanneer je naar suiker voor een drankje of gerecht verwijst.
Nein ‘Nein’ geeft hier een ontkennend antwoord op de vraag of de spreker suiker nodig heeft. Het staat aan het begin van ‘Nein, nur Milch, bitte.’. Gebruik ‘Nein’ aan het begin van een antwoord wanneer je iets afwijst of ontkent.
Milch ‘Milch’ betekent melk. In ‘nur Milch’ noemt het de enige gewenste toevoeging, terwijl ‘keine Milch’ later aangeeft dat er geen melk beschikbaar is. Als nieuw voorbeeld kun je zeggen: ‘Kaffee mit Milch.’
Tut mir leid ‘Tut mir leid’ is als geheel een vaste verontschuldiging en betekent ‘het spijt me’. Binnen de uitdrukking begint ‘Tut’ de werkwoordelijke formulering, verwijst ‘mir’ naar de persoon die spijt heeft, en vult ‘leid’ het idee van spijt aan. Gebruik de volledige uitdrukking wanneer je je verontschuldigt, bijvoorbeeld in het nieuwe voorbeeld: ‘Tut mir leid, ich bin spät.’
gibt ‘gibt’ vormt samen met ‘es’ in ‘es gibt keine Milch’ de uitdrukking ‘er is geen melk’ en geeft aan dat iets aanwezig of beschikbaar is. De betekenis komt hier dus uit de hele constructie ‘es gibt’. Gebruik het patroon ‘es gibt + zelfstandig naamwoord’ om te zeggen dat iets er is of ontbreekt.
keine ‘keine’ markeert in ‘es gibt keine Milch’ dat er geen melk aanwezig of beschikbaar is. Het staat direct vóór ‘Milch’ en maakt de ontkenning van dat woord duidelijk. Gebruik het patroon ‘es gibt keine + zelfstandig naamwoord’ wanneer je meldt dat iets ontbreekt.
Das ‘Das’ verwijst in ‘Das ist okay’ naar de voorafgaande situatie: er is geen melk. Het betekent hier ‘dat’ en staat aan het begin van het antwoord. Je kunt ‘Das’ gebruiken om naar een zojuist genoemde situatie te verwijzen.
ist ‘ist’ koppelt in ‘Das ist okay’ de situatie ‘Das’ aan de beoordeling ‘okay’. Het is de vorm van ‘sein’ die hier bij ‘Das’ hoort. Gebruik het patroon ‘Das ist + beoordeling’ om te zeggen hoe je op een situatie reageert.
okay ‘okay’ betekent in ‘Das ist okay’ dat de situatie aanvaardbaar is en geen probleem vormt. B zegt dit als geruststellend antwoord op de verontschuldiging over de ontbrekende melk. Je kunt ‘okay’ gebruiken om te laten weten dat iets in orde is.

Grammatica

es gibt + keine + zelfstandig naamwoord

Es gibt keine Milch.

Es giept kai-nuh milsj.

Er is geen melk.

Gebruik es gibt om ‘er is/zijn’ uit te drukken. Voor een ontkenning staat keine vóór het zelfstandig naamwoord.

Duits woordenschat

brauchen werkwoord
brau-gun nodig hebben Brauchst

Brauchst du Zucker?

gut bijwoord
goet goed

Es riecht gut.

Kaffee zelfstandig naamwoord
kafee koffie

Möchtest du Kaffee?

klein bijvoeglijk naamwoord
klain klein kleine

Nur eine kleine Tasse.

Milch zelfstandig naamwoord
milsj melk

Nein, nur Milch, bitte.

möchten werkwoord
meugsj-tun willen Möchtest

Möchtest du Kaffee?

nein tussenwerpsel
nain nee

Nein, nur Milch, bitte.

nur bijwoord
noer alleen

Nur eine kleine Tasse.

riechen werkwoord
rie-sjun ruiken riecht

Es riecht gut.

schön bijvoeglijk naamwoord
sjeun mooi

Bitte schön.

Tasse zelfstandig naamwoord
tassuh kopje

Nur eine kleine Tasse.

Zucker zelfstandig naamwoord
tsoekuh suiker

Brauchst du Zucker?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wil je koffie?

Antwoord tonenMöchtest du Kaffee?

Ja, graag. Alleen een klein kopje.

Antwoord tonenJa, bitte. Nur eine kleine Tasse.

Alsjeblieft.

Antwoord tonenBitte schön.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

koffie

Antwoord tonenKaffee

ruiken

Antwoord tonenriecht

klein

Antwoord tonenkleine

willen

Antwoord tonenMöchtest