Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een shirt passen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich brauche ein neues Hemd.
Ich brau-ghe ain nui-uhs hemt. Ik heb een nieuw shirt nodig.Welche Farbe suchen Sie?
Vel-sje far-buh zoe-ghen zie? Welke kleur zoekt u?Etwas Blaues, wenn Sie es haben.
Et-vas blau-uhs, ven zie es haa-ben. Iets blauws, als u dat heeft.Hier ist eins in Ihrer Größe.
Hie-uh ist ains in ie-rer gruh-suh. Hier is er een in uw maat.Kann ich es anprobieren?
Kan iech es an-pro-bie-ren? Mag ik het passen?Die Umkleidekabine ist gleich hier.
Die oem-klai-duh-ka-bie-nuh ist glai-sj hie-uh. De paskamer is hier vlakbij.Es passt wirklich gut.
Es past virk-liech goet. Het zit echt goed.Es steht Ihnen gut.
Es sjeet ie-nen goet. Het staat u goed.Uitleg van de zinnen
Ich brauche ein neues Hemd.
Ik heb een nieuw shirt nodig.
- Ich
- ik
- brauche
- heb nodig
- neues
- nieuw
- Hemd
- shirt
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”. Het is de vorm van het Duitse persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud in de onderwerpsfunctie (nominatief). Andere naamvalsvormen zijn bijvoorbeeld mich (“mij”, als lijdend voorwerp) en mir (“mij”, in een andere grammaticale functie). brauche komt van brauchen en is de tegenwoordige tijd bij ich: ich brauche. In deze zin betekent het “nodig hebben”. Het werkwoord staat dus in de eerste persoon enkelvoud; bij er/sie wordt dat bijvoorbeeld braucht. Voorbeeld: Ich brauche Wasser. — “Ik heb water nodig.” neues komt van het bijvoeglijk naamwoord neu (“nieuw”). De uitgang -es hoort bij deze vorm van het bijvoeglijk naamwoord, niet bij het zelfstandig naamwoord. Hemd is onzijdig: das Hemd. Omdat het hier na ein als lijdend voorwerp staat, krijgt neu de vorm neues: ein neues Hemd. Ter vergelijking: ein neuer Mantel — “een nieuwe jas”; daar is Mantel mannelijk en krijgt neu een andere uitgang. Hemd is een zelfstandig naamwoord en betekent hier “shirt”. Het meervoud is Hemden: zwei Hemden — “twee shirts”. Het Duitse zelfstandig naamwoord wordt met een hoofdletter geschreven. Samen vormen Ich brauche en ein neues Hemd de betekenis: “Ik heb een nieuw shirt nodig.” ein is hier het onbepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Hemd; het drukt niet op zichzelf een expliciete telwaarde uit. De structuur is herbruikbaar als Ich brauche + een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld Ich brauche einen Stift. — “Ik heb een pen nodig.”
Welche Farbe suchen Sie?
Welke kleur zoekt u?
- Welche
- welke
- Farbe
- kleur
- suchen
- zoeken
- Sie
- u
Uitgebreide uitleg
Welche staat hier vóór een zelfstandig naamwoord en vraagt om een keuze uit mogelijke kleuren: “welke?”. De vorm hoort bij Farbe, dat vrouwelijk en enkelvoud is: welche Farbe. Vergelijk in een andere vorm bijvoorbeeld welcher Mann (mannelijk enkelvoud) en welche Farben (meervoud). Het is dus niet op zichzelf een zelfstandig naamwoord. Farbe betekent hier “kleur”. Het basiswoord is die Farbe; het meervoud is die Farben. In de vaste zin is het woord het voorwerp waarnaar gevraagd wordt: de spreker wil weten welke kleur de aangesprokene zoekt. suchen betekent hier “zoeken”. De vorm is in deze zin de tegenwoordige tijd bij het formele Sie; zij is ook gelijk aan de infinitief suchen. In de vraag staat het vervoegde werkwoord als suchen: Sie suchen betekent “u zoekt”. Voorbeeld: Ich suche ein Buch. — “Ik zoek een boek.” Sie is hier de formele tweede persoon: “u”. Deze beleefde vorm krijgt een hoofdletter en gebruikt dezelfde werkwoordsvorm als het meervoudige sie: Sie suchen. Het is niet de informele enkelvoudsvorm du; daarbij hoort du suchst. In de vraag staat het vraagwoord met zijn zelfstandig naamwoord vooraan, gevolgd door het werkwoord en daarna de aangesproken persoon: Welche Farbe suchen Sie? Letterlijk opgebouwd is dat “Welke kleur zoekt u?”. De hele uiting vraagt dus welke kleur de aangesprokene zoekt. In de gegeven context kan dat aansluiten bij het eerder genoemde nieuwe shirt, maar de vraag zelf noemt het voorwerp niet opnieuw.
Etwas Blaues, wenn Sie es haben.
Iets blauws, als u dat heeft.
- Etwas
- iets
- Blaues
- blauws
- wenn
- als
- Sie
- u
- es
- dat
- haben
- hebben
Uitgebreide uitleg
Etwas betekent hier een niet nader bepaald ding: “iets”. Het geeft op zichzelf geen expliciet aantal aan. Met een beschrijvend woord erachter ontstaat een patroon als etwas + bijvoeglijk naamwoord: “iets ...”. Blaues is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord blau (“blauw”) in Etwas Blaues. Na etwas krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de onzijdige uitgang -es; omdat het zelfstandig gebruikt wordt, begint het met een hoofdletter. Vergelijk als oefenvoorbeeld: etwas Neues = “iets nieuws”. wenn betekent hier “als” en leidt de voorwaardelijke bijzin in. In een Duitse bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Voorbeeld: Wenn ich Zeit habe, komme ich. = “Als ik tijd heb, kom ik.” Sie is de beleefde aanspreekvorm voor “u”. De vorm Sie wordt zowel voor één persoon als voor meerdere personen gebruikt; de context hier ondersteunt de beleefde aanspreking, maar bepaalt geen aantal. Bij deze vorm hoort in de tegenwoordige tijd haben, niet een enkelvoudsvorm. es is een onzijdig voornaamwoord in de vierde naamval en is hier het lijdend voorwerp van haben. In deze uiting wordt het bedoeld als “dat”; de precieze zelfstandige naam die het vervangt, wordt niet in de zin genoemd. haben is de tegenwoordige vorm van het werkwoord haben (“hebben”) bij Sie. De basisvorm is ook haben; in deze bijzin staat deze vorm aan het einde: wenn Sie es haben = “als u dat heeft”. Samen vormt Etwas Blaues het gevraagde onbepaalde voorwerp: iets blauws. wenn Sie es haben voegt de voorwaarde toe: de spreker bedoelt iets blauws, mits u dat heeft. De hele uiting is een elliptisch, beleefd verzoek; het hoofdwerkwoord van het verzoek is weggelaten omdat het uit de situatie begrijpelijk is.
Hier ist eins in Ihrer Größe.
Hier is er een in uw maat.
- Hier ist
- hier is
- eins
- er een
- in Ihrer Größe
- in uw maat
Uitgebreide uitleg
Hier ist betekent hier: “hier is”. Duits gebruikt dit patroon om iets aan te wijzen of aan te bieden: Hier ist + onderwerp. Het werkwoord ist staat op de tweede plaats, terwijl eins daarna het onderwerp vormt. Voorbeeld: Hier ist ein roter Pullover. — “Hier is een rode trui.” eins is hier een zelfstandig gebruikt telwoord/voornaamwoord met de betekenis “er een” of “één ervan”. Het verwijst naar één niet nader benoemd kledingstuk; het Nederlandse er geeft die eerder bedoelde soort zaak weer. Het is niet hetzelfde als het lidwoord ein: ein staat bij een zelfstandig naamwoord, zoals in ein Pullover, terwijl eins zelfstandig kan staan. Voorbeeld: Ich nehme eins. — “Ik neem er een.” in Ihrer Größe betekent “in uw maat”. Größe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Na in staat hier de datief, omdat de uitdrukking een toestand of beschikbare maat aanduidt, niet een beweging naar een plaats. Daarom verschijnt het formele bezittelijke voornaamwoord als Ihrer: in Ihrer Größe. De hoofdletter in Ihrer hoort bij de beleefde aanspreekvorm Sie; bij informele aanspreking is het bijvoorbeeld in deiner Größe — “in jouw maat”. Samen betekent Hier ist eins in Ihrer Größe.: “Hier is er een in uw maat.” De spreker biedt dus één exemplaar aan dat beschikbaar is in de maat van de aangesprokene. De formulering is geschikt voor een beleefde winkelinteractie.
Kann ich es anprobieren?
Mag ik het passen?
- Kann ich
- mag ik
- es
- het
- anprobieren
- passen
Uitgebreide uitleg
Kann ich vormt hier een vraag naar toestemming: “mag ik …?” Het werkwoord kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich; ich kann betekent letterlijk “ik kan”, maar in deze vraag drukt het natuurlijk toestemming of mogelijkheid uit. In deze ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en blijft ich het onderwerp. Voorbeeld: Kann ich hereinkommen? — “Mag ik binnenkomen?” es is het persoonlijke voornaamwoord “het”. Hier staat het als lijdend voorwerp in de vierde naamval (accusatief) en verwijst het, volgens de vertaling en context, naar het aangeboden kledingstuk. De vorm es hoort bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Bij dit voornaamwoord zijn nominatief en accusatief in deze vorm gelijk: es; de accusatief blijkt hier dus uit de functie als lijdend voorwerp, niet uit een zichtbare verandering van de vorm. Voorbeeld: Ich kaufe es. — “Ik koop het.” anprobieren betekent hier “passen” in de betekenis kleding of schoenen aantrekken om te controleren of ze goed zitten. Het is een scheidbaar werkwoord. In een gewone hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede plaats en komt het voorvoegsel an aan het einde: Ich probiere es an. — “Ik pas het.” Na een modaal werkwoord zoals können blijft het volledige infinitief anprobieren aan het einde: Ich kann es anprobieren. — “Ik kan het passen.” Samen betekent Kann ich es anprobieren? dus: “Mag ik het passen?” De zin is een directe, alledaagse vraag in een winkel. De voorafgaande context ondersteunt dat es naar het aangeboden kledingstuk verwijst; de volgende context situeert de vraag bij de paskamer.
Die Umkleidekabine ist gleich hier.
De paskamer is hier vlakbij.
- Umkleidekabine
- paskamer
- ist
- is
- gleich hier
- vlak hier
Uitgebreide uitleg
Umkleidekabine betekent hier ‘paskamer’. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: umkleiden verwijst naar omkleden en Kabine naar een afgeschermde ruimte. Het hele woord is vrouwelijk; daarom staat ervoor die. Voorbeeld: Die Umkleidekabine ist dort. — ‘De paskamer is daar.’ ist is de vorm van sein (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es ist. In deze zin verbindt het de paskamer met haar locatie. Voorbeeld: Die Kabine ist frei. — ‘De cabine is vrij.’ gleich hier betekent hier ‘vlakbij, hier vlak in de buurt’. In deze combinatie versterkt gleich de plaatsaanduiding met hier; het betekent dus niet dat de paskamer onmiddellijk een handeling uitvoert. gleich kan in andere contexten ook ‘meteen’ of ‘hetzelfde’ betekenen, maar die betekenissen passen hier niet. Samen vormt Die Umkleidekabine ist gleich hier. de betekenis: ‘De paskamer is hier vlakbij.’ Die Umkleidekabine is het onderwerp, ist zegt waar dat onderwerp zich bevindt, en gleich hier geeft die nabije locatie aan.
Es passt wirklich gut.
Het zit echt goed.
- Es passt
- Het past / zit goed
- wirklich
- echt
- gut
- goed
Uitgebreide uitleg
Es passt: passen is the base form; passt is the present-tense form for a third-person singular subject. Here es refers to the clothing item understood from the situation, although that item is not named in the sentence. Together, Es passt means that the item fits or is suitable. Example: Das passt. — Dat past. wirklich: This adverb strengthens the statement: it means “echt” or “werkelijk”. It can also modify other descriptions, for example: Das ist wirklich schön. — Dat is echt mooi. gut: gut means “goed”. In this sentence it functions adverbially and describes how well the item fits; its form does not change here. Its comparison is gut – besser – am besten (“goed – beter – het best”). Example: Der Mantel passt gut. — De jas past goed. Together, Es passt wirklich gut. says that the understood clothing item fits very well: Es passt gives the idea of fitting, wirklich intensifies it, and gut describes the result. In this clothing context, passen focuses on fit or suitability. This differs from stehen, as in Es steht Ihnen gut, which focuses on how something looks on someone.
Es steht Ihnen gut.
Het staat u goed.
- steht
- staat
- Ihnen
- u (beleefd)
- gut
- goed
Uitgebreide uitleg
steht is de vorm van stehen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: stehen → steht. In deze zin betekent het niet letterlijk alleen “staan”; met een persoon in de datief kan het ook betekenen dat iets iemand goed staat of goed past. Voorbeeld: Das Kleid steht ihr gut. — “De jurk staat haar goed.” Ihnen is de beleefde aanspreekvorm “u” in de datief. De hoofdletter hoort bij de formele Duitse aanspreekvorm: Sie (onderwerp), Ihnen (datief). De vorm Ihnen verandert hier niet omdat het om één of meerdere aangesproken personen gaat; de formele vorm kan beide betekenen, afhankelijk van de context. gut betekent hier “goed”. Het beschrijft in deze combinatie hoe iets iemand staat; het is dus geen zelfstandig naamwoord. Vergelijk gut met schlecht: Die Farbe steht ihm gut. — “De kleur staat hem goed.” In steht Ihnen gut vormt stehen met een datiefpersoon en gut een herbruikbaar patroon: [iets] steht [iemand in de datief] gut. Het onderwerp Es staat vóór dit werkwoord en verwijst hier naar datgene waarvan wordt gezegd dat het de aangesproken persoon goed staat. Samen betekent Es steht Ihnen gut: “Het staat u goed.”
Grammatica
etwas + substantiviertes Adjektiv
etwas Blaues
et-vas blau-uhsiets blauws
Na etwas krijgt het bijvoeglijk naamwoord een hoofdletter en de uitgang -es: etwas Blaues.
Duits woordenschat
Etwas Blaues
Ich brauche ein neues Hemd.
Etwas Blaues, wenn Sie es haben.
Welche Farbe suchen Sie?
in Ihrer Größe
wenn Sie es haben
Ich brauche ein neues Hemd.
ein neues Hemd
Welche Farbe suchen Sie?
Welche Farbe suchen Sie?
Welche Farbe suchen Sie?
wenn Sie es haben
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb een nieuw shirt nodig.
Antwoord tonen
Ich brauche ein neues Hemd.Welke kleur zoekt u?
Antwoord tonen
Welche Farbe suchen Sie?Iets blauws, als u dat heeft.
Antwoord tonen
Etwas Blaues, wenn Sie es haben.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
iets
Antwoord tonen
etwasblauw
Antwoord tonen
Blauesnodig hebben
Antwoord tonen
brauchezoeken