Wie
Wie betekent hier ‘hoe’ in een vraag naar een aantal. In de vraagvorm Wie viele Scheiben vraag je hoeveel exemplaren er zijn.
viele
viele betekent hier ‘veel’ of ‘hoeveel’ en geeft het aantal aan in Wie viele Scheiben. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Scheiben.
Scheiben
Scheiben betekent hier ‘sneetjes’ in Scheiben Brot. Het is de meervoudsvorm van Scheibe en benoemt het aantal sneetjes dat je wilt kopen.
Brot
Brot betekent ‘brood’. In Scheiben Brot geeft het aan waarvan de sneetjes zijn.
sollen
sollen geeft in sollen wir kaufen aan wat we samen zouden moeten kopen; hier klinkt het als een vraag over het plan. Na sollen staat de andere werkwoordsvorm kaufen aan het einde van de zin.
wir
wir betekent ‘we’ en is hier de persoon of groep die samen brood koopt. In sollen wir kaufen staat wir als onderwerp vóór kaufen.
kaufen
kaufen betekent ‘kopen’. Het staat als infinitief na sollen in sollen wir kaufen en benoemt de geplande handeling.
Insgesamt
Insgesamt betekent hier ‘in totaal’ en vat het genoemde aantal samen. Je kunt het vooraan zetten in een korte mededeling zoals Insgesamt vier Scheiben.
für
für betekent ‘voor’ en verbindt hier elke hoeveelheid met de persoon voor wie die bestemd is, in für mich en für dich. Gebruik für zo om de bestemming voor een persoon aan te geven.
mich
mich betekent ‘mij’ in für mich en geeft aan voor wie twee sneetjes bestemd zijn. De combinatie für mich kun je gebruiken om iets voor jezelf aan te wijzen.
und
und betekent ‘en’ en verbindt hier twee gelijke delen: zwei für mich en zwei für dich. Gebruik und om woorden of zinsdelen naast elkaar te zetten.
dich
dich betekent ‘jou’ in für dich en geeft aan voor wie het andere deel bestemd is. De combinatie für dich kun je gebruiken om iets voor de aangesproken persoon aan te wijzen.
Das
Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist genoemde hoeveelheid van vier sneetjes. In Das sollte reichen gaat het om de beoordeling of die hoeveelheid volstaat.
sollte
sollte geeft in Das sollte reichen aan dat iets naar verwachting voldoende zal zijn. In deze zin staat daarna de infinitief reichen, waarmee een voorzichtige inschatting wordt uitgedrukt.
reichen
reichen betekent hier ‘genoeg zijn’ of ‘volstaan’. In Das sollte reichen beoordeel je of een hoeveelheid voldoende is; na sollte staat reichen in de basisvorm.
brauchen
brauchen betekent ‘nodig hebben’. In Wir brauchen noch Orangensaft staat het vóór wat je nodig hebt.
noch
noch betekent hier ‘nog’: naast het brood is er extra sinaasappelsap nodig. In Wir brauchen noch Orangensaft staat het vóór het extra benodigde.
Orangensaft
Orangensaft betekent ‘sinaasappelsap’. In Wir brauchen noch Orangensaft is het wat nodig is, en in den Orangensaft is het wat gezocht wordt.
Kann
De volledige vorm Kannst in Kannst du den Orangensaft finden? betekent ‘kun je’. Kannst is een vervoegde vorm van können en wordt hier gebruikt om iemand rechtstreeks iets te vragen.
du
du betekent ‘jij’ en is de aangesproken persoon in Kannst du den Orangensaft finden? Samen met Kannst vormt het een directe vraag aan één persoon.
den
den is hier het bepaalde lidwoord vóór Orangensaft in den Orangensaft. Het verwijst naar het concrete sinaasappelsap waarnaar gevraagd wordt.
finden
finden betekent ‘vinden’. In Kannst du den Orangensaft finden? staat het na Kannst als de handeling waarnaar gevraagd wordt.
nicht
nicht betekent ‘niet’ en maakt de mededeling negatief. Samen met noch vormt het in Noch nicht de betekenis ‘nog niet’, als antwoord dat iets tot nu toe niet is gelukt.
Schauen
Schauen betekent hier ‘kijken’ of ‘controleren’ in Schauen wir im nächsten Regal nach. De vorm aan het begin nodigt de gesprekspartner uit om samen te kijken; in deze zin hoort nach bij die kijkactie.
im
im betekent ‘in het’ in im nächsten Regal en geeft de plaats van het kijken aan. Het is de verkorte vorm van in dem.
nächsten
nächsten betekent ‘volgende’ in im nächsten Regal. Het beschrijft welk schap bedoeld wordt.
Regal
Regal betekent ‘schap’ of ‘rek’. In im nächsten Regal verwijst het naar de plek waar ze verder zoeken naar sinaasappelsap.
nach
nach betekent hier niet ‘na’, maar is het laatste deel van Schauen wir im nächsten Regal nach. Samen geeft deze zin aan dat ze in het volgende schap controleren of zoeken.
Fragen
Fragen betekent hier ‘laten we vragen’ in Fragen wir jemanden, der hier arbeitet. Het is een voorstel om samen iemand aan te spreken.
jemanden
jemanden betekent ‘iemand’ in Fragen wir jemanden, der hier arbeitet. Het verwijst naar een nog niet bepaalde persoon die ze willen aanspreken.
der
der betekent hier ‘die’ of ‘degene die’ en verwijst terug naar jemanden. In der hier arbeitet beschrijft het wie die persoon is: iemand die hier werkt.
hier
hier betekent ‘hier’ en geeft de plaats aan waar die persoon werkt. In der hier arbeitet verwijst het naar de winkel waarin ze zich bevinden.
arbeitet
arbeitet betekent ‘werkt’ in der hier arbeitet. Het beschrijft waarom deze persoon geschikt is om aan te spreken: hij of zij werkt op deze plek.