Betalen en een tas vragen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a shop checkout, a customer asks for a shopping bag, pays by card, and asks for the receipt in the bag..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Betalen en een tas vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe meine Einkaufstasche vergessen.

iesj haa-buh mai-nuh ain-kauf-tash-uh fer-gess-un. Ik ben mijn boodschappentas vergeten.
B

Sie können hier eine Tasche kaufen.

zie keur-nun heer ai-nuh tash-uh kauf-un. U kunt hier een tas kopen.
A

Eine Einkaufstasche wäre hilfreich.

ai-nuh ain-kauf-tash-uh vair-uh hilf-rai-sj. Een boodschappentas zou helpen.
B

Möchten Sie mit Karte oder bar bezahlen?

meur-sjtun zie mit kar-tuh oh-der baar beh-tsaa-lun? Wilt u met pin of contant betalen?
A

Ich zahle mit Karte.

iesj tsaa-luh mit kar-tuh. Ik betaal met de kaart.
B

Brauchen Sie einen Kassenbon?

brau-ghun zie ai-nun kas-un-boon? Heeft u een bon nodig?
A

Legen Sie den Kassenbon bitte in die Tasche.

lee-gun zie deen kas-un-boon bit-uh in die tash-uh. Doe de bon alstublieft in de tas.
B

Hier sind Ihre Einkäufe.

heer zint ie-ruh ain-koi-fuh. Hier zijn uw boodschappen.
A

Ich kann sie jetzt tragen.

iesj kan zie yetst traa-gun. Ik kan ze nu dragen.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich habe meine Einkaufstasche vergessen.

    Ik ben mijn boodschappentas vergeten.

    Ich habe
    ik heb
    meine
    mijn
    Einkaufstasche
    boodschappentas
    vergessen
    vergeten
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier samen met vergessen de voltooide tijd. habe is de eerste persoon enkelvoud van haben; bij veel werkwoorden, waaronder vergessen, gebruikt het Duits haben als hulpwerkwoord. Het onderwerp is ich, dus de vorm is habe. Voorbeeld: Ich habe den Schlüssel gefunden. — Ik heb de sleutel gevonden. meine betekent hier “mijn” en verwijst naar het bezit van de spreker. De vorm past zich aan het zelfstandig naamwoord en zijn grammaticale rol aan: Tasche is vrouwelijk en staat hier als lijdend voorwerp in de enkelvoudsvorm, waardoor het bezittelijk woord meine luidt. Vergelijk in een andere rol: Meine Tasche ist hier. — Mijn tas is hier. Einkaufstasche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een tas die je voor boodschappen gebruikt. Het is een samenstelling van Einkauf en Tasche; bij Duitse samenstellingen bepaalt het laatste deel, hier Tasche, het grammaticale geslacht. Het meervoud is Einkaufstaschen. Voorbeeld: Die Einkaufstasche ist schwer. — De boodschappentas is zwaar. vergessen betekent hier “vergeten”. Het is zowel de basisvorm als het voltooid deelwoord van vergessen: vergessen – vergaß – hat vergessen. In deze zin staat het als voltooid deelwoord aan het einde van de voltooide tijd. Voorbeeld: Ich habe den Termin vergessen. — Ik ben de afspraak vergeten. Samen betekent Ich habe meine Einkaufstasche vergessen.: “Ik ben mijn boodschappentas vergeten.” Ich habe geeft de voltooide tijd aan, meine Einkaufstasche is wat de spreker vergeten is, en vergessen benoemt de voltooide handeling.

  2. Sie können hier eine Tasche kaufen.

    U kunt hier een tas kopen.

    Sie können
    u kunt
    hier
    hier
    Tasche
    tas
    kaufen
    kopen
    Uitgebreide uitleg

    Sie können betekent hier “u kunt”. Sie is de beleefde aanspreekvorm voor één of meer personen; de vorm wordt met een hoofdletter geschreven. können is de vervoegde vorm van können (“kunnen”) bij Sie. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en komt het andere werkwoord aan het einde: Sie können ... kaufen. hier betekent “hier”, dus op de plaats waar de spreker zich bevindt of naar verwijst. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. eine Tasche betekent “een tas”. Tasche is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Taschen. Het onbepaalde lidwoord eine past hier bij het vrouwelijke enkelvoud. Het zegt in deze zin dat het om een niet nader bepaalde tas gaat, niet op zichzelf om een geteld aantal. kaufen betekent “kopen”. Dit is de infinitief. Na het modale werkwoord können blijft kaufen in de infinitief en staat het achteraan in de hoofdzin. Voorbeelden: Ich kann das kaufen. — “Ik kan dat kopen.” Sie kauft eine Tasche. — “Zij koopt een tas.” In het tweede voorbeeld is kauft de vervoegde vorm van kaufen, zonder modaal werkwoord. Samen vormen de delen Sie können hier eine Tasche kaufen de betekenis: “U kunt hier een tas kopen.” De plaatsbepaling hier staat vóór het lijdend voorwerp eine Tasche; können drukt de mogelijkheid uit en kaufen benoemt de handeling.

  3. Eine Einkaufstasche wäre hilfreich.

    Een boodschappentas zou helpen.

    Einkaufstasche
    boodschappentas
    wäre
    zou zijn
    hilfreich
    behulpzaam
    Uitgebreide uitleg

    Einkaufstasche betekent hier een boodschappentas. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Einkauf + Tasche; het hele woord is vrouwelijk: die Einkaufstasche. Het meervoud is Einkaufstaschen. In een nieuw voorbeeld: Eine Einkaufstasche ist praktisch. — “Een boodschappentas is praktisch.” wäre is de Konjunktiv-II-vorm van sein bij een enkelvoudig onderwerp: sein → wäre. Hier geeft die vorm een voorwaardelijke of hypothetische beoordeling weer, vergelijkbaar met “zou zijn”. Het onderwerp is Eine Einkaufstasche, dus de vorm staat in het enkelvoud. Een vergelijkbare vorm is würde + infinitief, maar hier gebruikt het Duits rechtstreeks wäre. hilfreich is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “behulpzaam” of, bij een voorwerp, “nuttig”. Na sein staat het als naamwoordelijk deel zonder verbuiging: Eine Tasche wäre hilfreich. — “Een tas zou nuttig zijn.” Het woord beschrijft hier de tas, niet een handeling van helpen. Samen vormt Eine Einkaufstasche wäre hilfreich. de betekenis: “Een boodschappentas zou nuttig zijn.” De vaste Nederlandse vertaling “Een boodschappentas zou helpen” geeft dezelfde praktische strekking weer: de spreker noemt een boodschappentas als iets dat in deze situatie van nut zou zijn.

  4. Möchten Sie mit Karte oder bar bezahlen?

    Wilt u met pin of contant betalen?

    Möchten Sie
    wilt u
    Karte
    kaart
    bar
    contant
    bezahlen
    betalen
    Uitgebreide uitleg

    Möchten Sie is een beleefde vraagvorm: “wilt u…?”. möchten is de vorm die in deze vaste uitdrukking van mögen komt en drukt hier een wens of beleefd aanbod uit; Sie is de formele vorm van “u” en wordt altijd met een hoofdletter geschreven. Het werkwoord staat in de vraag vóór het onderwerp. Voorbeeld: Möchten Sie Wasser? — “Wilt u water?” Karte betekent hier “kaart”, in de context een betaalkaart. Het is een zelfstandig naamwoord; de meervoudsvorm is Karten. Na mit staat het Duitse datief, maar bij dit onbepaalde gebruik verschijnt hier geen lidwoord: mit Karte. Voorbeeld: Ich bezahle mit Karte. — “Ik betaal met de kaart.” bar betekent hier “contant”. Het is in deze zin een bijwoordelijke manier van betalen, niet het zelfstandig naamwoord “bar” voor een horecagelegenheid. Voorbeeld: Sie bezahlt bar. — “Zij betaalt contant.” bezahlen betekent “betalen”. Dit is de infinitief; na möchten blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van de vraag. Voorbeeld: Ich möchte bezahlen. — “Ik wil betalen.” mit Karte en bar geven de twee betaalwijzen aan die met oder (“of”) tegenover elkaar worden gezet. Samen met Möchten Sie en de infinitief bezahlen ontstaat de beleefde keuzevraag: “Wilt u met pin of contant betalen?”

  5. Ich zahle mit Karte.

    Ik betaal met de kaart.

    Ich
    ik
    zahle
    betaal
    mit
    met
    Karte
    kaart
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier ‘ik’: het is de persoonlijke vorm voor de eerste persoon enkelvoud en staat als onderwerp. Een bruikbaar contrast is ich tegenover du (‘jij’) of Sie (‘u’), afhankelijk van de aangesprokene. zahle komt van het werkwoord zahlen (‘betalen’). Dit is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich zahle = ‘ik betaal’. Vergelijk: ich zahle, du zahlst, er/sie zahlt. De uitgang -e hoort hier dus bij de vorm voor ‘ik’. mit betekent ‘met’. In het Duits wordt na mit de datief gebruikt. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is de datief enkelvoud bijvoorbeeld mit der Karte; in deze vaste uitdrukking voor een betaalwijze staat echter vaak geen lidwoord: mit Karte. Karte betekent ‘kaart’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Karte; het meervoud is die Karten. In mit Karte verwijst het volgens de vaste vertaling naar de kaart als betaalmiddel, niet naar een nader gespecificeerde afzonderlijke kaart. Samen vormen Ich zahle (‘ik betaal’) en mit Karte (‘met de kaart’/‘met kaart’) de volledige betekenis: ‘Ik betaal met de kaart.’ Het patroon is herbruikbaar als Ich zahle mit ..., bijvoorbeeld: Ich zahle mit Bargeld. = ‘Ik betaal contant.’

  6. Brauchen Sie einen Kassenbon?

    Heeft u een bon nodig?

    Brauchen
    nodig hebben
    Sie
    u (beleefd)
    Kassenbon
    kassabon
    Uitgebreide uitleg

    Brauchen betekent hier ‘nodig hebben’. De infinitief is brauchen; in deze vraag is Brauchen de tegenwoordige tijd, derde persoon meervoud of de beleefde Sie-vorm. Die persoonsvorm ziet er hier dus hetzelfde uit als de infinitief. In een mededelende zin staat bijvoorbeeld Sie brauchen einen Kassenbon. — ‘U heeft een kassabon nodig.’ In een ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vooraan: Brauchen Sie ...? — ‘Heeft u ... nodig?’ Sie is hier de beleefde aanspreekvorm ‘u’. Deze vorm wordt met een hoofdletter geschreven. sie met een kleine letter kan in andere zinnen bijvoorbeeld ‘zij’ of ‘ze’ betekenen; die betekenis geldt hier niet. Kassenbon betekent ‘kassabon’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Kassenbons. In einen Kassenbon staat het mannelijke enkelvoud na brauchen als lijdend voorwerp in de accusatief. Daarom heeft het onbepaalde lidwoord hier de vorm einen; het lidwoord introduceert een niet nader bepaalde kassabon en stelt op zichzelf geen numerieke hoeveelheid vast. Voorbeeld: Ich brauche einen Kassenbon. — ‘Ik heb een kassabon nodig.’ De volledige structuur is Brauchen Sie einen Kassenbon?: eerst de persoonsvorm Brauchen, daarna het onderwerp Sie, en vervolgens het lijdend voorwerp einen Kassenbon. Samen betekent de zin: ‘Heeft u een kassabon nodig?’

  7. Legen Sie den Kassenbon bitte in die Tasche.

    Doe de bon alstublieft in de tas.

    Legen Sie
    doe …
    den Kassenbon
    de kassabon
    bitte
    alstublieft
    in die Tasche
    in de tas
    Uitgebreide uitleg

    Legen Sie: Dit is de formele gebiedende wijs van legen (“leggen” of “plaatsen”). Sie is de formele aanspreekvorm en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. legen beschrijft meestal het plaatsen van iets; liegen (“liggen”) beschrijft een toestand. Voorbeeld: Legen Sie das Buch auf den Tisch. — Legt u het boek op tafel. den Kassenbon: Kassenbon betekent hier “kassabon”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kassenbon. In deze zin is het het lijdend voorwerp van legen, dus staat het in de accusatief: der Kassenbon → den Kassenbon. Het meervoud is die Kassenbons. Voorbeeld: Ich brauche den Kassenbon. — Ik heb de kassabon nodig. bitte: Dit beleefdheidswoord maakt een verzoek vriendelijker en betekent hier “alstublieft”. Het kan ook in andere verzoeken staan, bijvoorbeeld: Kommen Sie bitte. — Komt u alstublieft. in die Tasche: Dit betekent “in de tas”. Tasche is vrouwelijk: die Tasche. Omdat de tas de bestemming van het plaatsen is, gebruikt in hier de accusatief. Bij dit vrouwelijke enkelvoud blijft het lidwoord zichtbaar die; bij een mannelijk woord krijg je bijvoorbeeld in den Korb. Bij een plaats zonder bewegingsrichting gebruikt in doorgaans de datief: Der Bon ist in der Tasche. — De bon zit in de tas. Samen vormen de delen een beleefd formeel verzoek: Legen Sie geeft de handeling en de aangesprokene aan, den Kassenbon is wat geplaatst moet worden, bitte verzacht het verzoek en in die Tasche geeft de bestemming aan. De volledige betekenis is: “Doe de bon alstublieft in de tas.”

  8. Hier sind Ihre Einkäufe.

    Hier zijn uw boodschappen.

    Hier sind
    Hier zijn
    Ihre
    uw
    Einkäufe
    boodschappen
    Uitgebreide uitleg

    Hier sind betekent hier “hier zijn”. Hier wijst naar de plaats waar iets zich bevindt. sind is de meervoudsvorm van sein (“zijn”): sein — ist voor enkelvoud — sind voor meervoud. Het werkwoord staat hier in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Hier sind die Schlüssel. — “Hier zijn de sleutels.” Ihre betekent hier “uw” en verwijst naar de formele aanspreekvorm Sie. De hoofdletter is belangrijk: Ihre is de bezittelijke vorm bij formeel “u”; de vorm stemt daarnaast af op het zelfstandig naamwoord dat erop volgt. In deze zin staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud, waardoor Ihre hier “uw” bij een meervoudige bezitting uitdrukt. Einkäufe betekent hier “boodschappen” of “aankopen”. Het is het meervoud van Einkauf (“aankoop”); het woord kan in deze context naar gekochte boodschappen verwijzen. Het meervoud verklaart waarom de zin sind gebruikt en niet ist. Samen vormt de zin: Hier + sind + Ihre Einkäufe: “Hier zijn uw boodschappen.” De zin presenteert de boodschappen als iets dat zich op de aangewezen plaats bevindt.

  9. Ich kann sie jetzt tragen.

    Ik kan ze nu dragen.

    Ich kann
    ik kan
    sie
    ze
    jetzt
    nu
    tragen
    dragen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan”. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann, du kannst, er/sie/es kann. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in het Duits doorgaans als infinitief aan het einde van de zin. Voorbeeld: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” sie betekent hier “ze”. In overeenstemming met de vaste vertaling en de voorafgaande vermelding van de boodschappen verwijst het hier naar die boodschappen. De kleine letter is belangrijk: sie kan in andere zinnen onder meer “zij” of “ze/hen” betekenen; het beleefde “u” wordt als Sie met een hoofdletter geschreven. Hier is sie het meervoudige persoonlijke voornaamwoord als lijdend voorwerp. jetzt betekent “nu”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Ich komme jetzt. — “Ik kom nu.” tragen betekent hier “dragen”. Dit is de infinitief van het werkwoord; de werkwoordstam is trag-. In de combinatie met kann krijgt tragen geen persoonsuitgang: Ich kann sie tragen. Voorbeeld: Wir können die Taschen tragen. — “Wij kunnen de tassen dragen.” Samen vormen de delen Ich kann + sie + jetzt + tragen: “Ik kan ze nu dragen.” Het modale werkwoord drukt mogelijkheid of vermogen uit, sie is wat gedragen wordt, jetzt geeft het tijdstip aan en tragen benoemt de handeling.

Grammatica

wäre + Adjektiv

wäre hilfreich

vair-uh hilf-rai-sj

zou handig zijn

wäre drukt een hypothetische of beleefde formulering uit; hilfreich is hier een bijvoeglijk naamwoord.

bar + werkwoord

bar bezahlen

baar beh-tsaa-lun

contant betalen

bar is hier een bijwoord en beschrijft hoe je betaalt; het verandert niet van vorm.

Duits woordenschat

bar bijwoord
baar contant

mit Karte oder bar bezahlen

bezahlen werkwoord
beh-tsaa-lun betalen

bar bezahlen

brauchen werkwoord
brau-ghun nodig hebben Brauchen

Brauchen Sie einen Kassenbon?

Einkaufstasche zelfstandig naamwoord
ain-kauf-tash-uh boodschappentas

meine Einkaufstasche

hilfreich bijvoeglijk naamwoord
hilf-rai-sj handig

wäre hilfreich

Karte zelfstandig naamwoord
kar-tuh kaart

mit Karte

kaufen werkwoord
kauf-un kopen

eine Tasche kaufen

möchten werkwoord
meur-sjtun willen Möchten

Möchten Sie mit Karte oder bar bezahlen?

Tasche zelfstandig naamwoord
tash-uh tas

eine Tasche

vergessen werkwoord
fer-gess-un vergeten

Ich habe meine Einkaufstasche vergessen.

wäre werkwoord
vair-uh zou zijn

Eine Einkaufstasche wäre hilfreich.

zahlen werkwoord
tsaa-lun betalen zahle

Ich zahle mit Karte.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik ben mijn boodschappentas vergeten.

Antwoord tonenIch habe meine Einkaufstasche vergessen.

U kunt hier een tas kopen.

Antwoord tonenSie können hier eine Tasche kaufen.

Een boodschappentas zou helpen.

Antwoord tonenEine Einkaufstasche wäre hilfreich.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zou zijn

Antwoord tonenwäre

tas

Antwoord tonenTasche

handig

Antwoord tonenhilfreich

willen

Antwoord tonenMöchten