Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een zitplaats vinden in de trein oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Im Zug ist es angenehm kühl.
Im tsoek is es ang-uh-neem kuul. Binnen in de trein is het lekker koel.Weiter hinten gibt es freie Plätze.
Vai-tuh hin-tuhn geeft es frai-uh plet-suh. Verder naar binnen zijn er vrije zitplaatsen.Nach dem vielen Laufen möchte ich sitzen.
Naach dehm fie-luhn lau-fuhn meuch-tuh iech zit-suhn. Na al dat lopen wil ik zitten.Diese Sitze sind bequem.
Die-zuh zit-suh zint be-kveem. Deze zitplaatsen zijn comfortabel.Die Fahrt ist auch ruhig.
Die faart is auch roe-iech. De rit is ook rustig.Kannst du von dort die Anzeige mit den Stationen sehen?
Kanst doe fon dort die an-tsai-guh mit deen sjta-tsie-oo-nuhn zee-uhn? Kun je vanaf daar het scherm met de stations zien?Wir haben noch drei Stationen.
Vie-uh haa-buhn noch drai sjta-tsie-oo-nuhn. We hebben nog drie haltes.Dann können wir uns ein bisschen ausruhen, bevor wir aussteigen.
Dan keun-uhn vie-uh oens ain bis-jehn ous-roei-uhn, beh-foor vie-uh ous-sjtai-guhn. Dan kunnen we een beetje uitrusten voordat we uitstappen.Uitleg van de zinnen
Im Zug ist es angenehm kühl.
Binnen in de trein is het lekker koel.
- Zug
- trein
- ist es
- het is
- angenehm
- aangenaam
- kühl
- koel
Uitgebreide uitleg
Zug betekent hier “trein”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Zug (mannelijk), met meervoud die Züge. In im Zug staat Zug na im, de samentrekking van in dem; deze vorm drukt hier een plaats uit: binnen in de trein. ist es vormt hier samen de onpersoonlijke kern “het is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein – ist – war. Het es verwijst hier niet naar een specifiek eerder genoemd zelfstandig naamwoord, maar vervult de grammaticale rol van “het” in deze beschrijving. angenehm betekent hier “aangenaam” of “lekker” in de zin van prettig. Het versterkt de daaropvolgende beschrijving van de temperatuur: het is niet alleen koel, maar prettig koel. Voorbeeld: Das Wasser ist angenehm warm. — “Het water is aangenaam warm.” kühl betekent hier “koel”. Het is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. De vergelijking is kühl – kühler – am kühlsten (“koel – koeler – het koelst”); het tegenovergestelde is warm (“warm”). Voorbeeld: Der Raum ist kühl. — “De kamer is koel.” Samen geeft Im Zug ist es angenehm kühl de betekenis: “Binnen in de trein is het lekker koel.” De plaatsbepaling im Zug staat vooraan; daarna volgt de onpersoonlijke constructie ist es, met angenehm kühl als beschrijving van de temperatuur.
Weiter hinten gibt es freie Plätze.
Verder naar binnen zijn er vrije zitplaatsen.
- Weiter hinten
- verder naar binnen
- gibt es
- er zijn
- freie
- vrije
- Plätze
- zitplaatsen
Uitgebreide uitleg
Weiter hinten geeft hier aan dat iets verder naar achteren, dus verder naar binnen, ligt. Weiter is de vergelijkende vorm van weit (ver): weit – weiter – am weitesten. In deze combinatie vergelijkt het de plaats met een minder ver gelegen plek. Hinten betekent “achteraan” of “naar achteren”; het tegenovergestelde is vorne (“vooraan”). Voorbeeld: Weiter vorne ist der Eingang. — “Verder naar voren is de ingang.” Gibt es is een vaste existentiële constructie met de betekenis “er is/zijn”. Het werkwoord is geben; gibt is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In de gewone volgorde staat vaak Es gibt freie Plätze. Door Weiter hinten vooraan te zetten, volgt de persoonsvorm vóór es: Weiter hinten gibt es .... De constructie es gibt neemt een lijdend voorwerp in de vierde naamval: Es gibt einen Platz en Es gibt freie Plätze. Freie betekent hier “vrij” in de betekenis “niet bezet” of “beschikbaar”. De basisvorm is het bijvoeglijk naamwoord frei. In freie Plätze staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder lidwoord; daarom krijgt het hier de uitgang -e. Voorbeeld: Wir suchen freie Sitze. — “We zoeken vrije zitplaatsen.” Plätze is het meervoud van Platz. De umlaut verandert de klinker in het meervoud: der Platz – die Plätze. In deze context betekent Platz een zitplaats; in andere contexten kan het ook een plek, ruimte of plein betekenen. De vaste vertaling en de context van de trein maken hier de betekenis “zitplaatsen” passend. Voorbeeld: Dieser Platz ist frei. — “Deze zitplaats is vrij.” Samen bestaat de zin uit een plaatsbepaling (Weiter hinten) en de constructie gibt es, gevolgd door wat daar beschikbaar is (freie Plätze). De volledige betekenis is: “Verder naar binnen zijn er vrije zitplaatsen.”
Nach dem vielen Laufen möchte ich sitzen.
Na al dat lopen wil ik zitten.
- Nach
- na; na afloop van
- vielen
- veel
- Laufen
- lopen
- möchte ich
- ik wil graag
- sitzen
- zitten
Uitgebreide uitleg
Nach geeft hier een tijdsrelatie aan: na een activiteit volgt de gewenste handeling. Het staat met de datief: nach dem .... Het kan ook voor plaatsen worden gebruikt, maar in deze zin is de betekenis temporeel. vielen is de verbogen vorm van viel bij Laufen. In dem vielen Laufen staat het bijvoeglijk naamwoord in de datief, onzijdig enkelvoud, na het bepaalde lidwoord dem; daarom krijgt het de uitgang -en. Het betekent hier een grote hoeveelheid of veel activiteit, niet noodzakelijk een exact telbaar aantal. Laufen is de zelfstandig gebruikte infinitief van laufen en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. Als zelfstandig naamwoord betekent het hier ‘het lopen’ of ‘het hardlopen’. De infinitief als zelfstandig naamwoord kan bijvoorbeeld ook in Nach dem Essen voorkomen, maar Essen is daar een ander zelfstandig gebruikt werkwoord. möchte ich drukt uit dat de spreker iets graag zou willen. möchte is de vorm van mögen die in deze betekenis vaak wordt gebruikt voor een wens; ich is het onderwerp. Het is dus niet hetzelfde als een gewone mededeling dat iemand al zit. Een bruikbaar patroon is Ich möchte ... + een zelfstandig naamwoord of infinitief. Voorbeeld: Ich möchte schlafen. — ‘Ik zou graag willen slapen.’ sitzen is de infinitief van sitzen en betekent ‘zitten’, dus zich in zittende toestand bevinden. Na möchte blijft het volgende werkwoord in de infinitief: Ich möchte sitzen. Vergelijk sitzen met setzen: Ich sitze auf dem Stuhl. — ‘Ik zit op de stoel’; Ich setze mich auf den Stuhl. — ‘Ik ga op de stoel zitten.’ sitzen beschrijft de toestand, terwijl setzen een beweging naar die toestand beschrijft. Samen betekent Nach dem vielen Laufen ‘na al dat lopen’. möchte ich sitzen betekent ‘wil ik graag zitten’ of natuurlijker ‘zou ik graag willen zitten’. De volledige zin zegt dus: ‘Na al dat lopen wil ik graag zitten.’
Diese Sitze sind bequem.
Deze zitplaatsen zijn comfortabel.
- Diese
- deze
- Sitze
- zitplaatsen
- sind
- zijn
- bequem
- comfortabel
Uitgebreide uitleg
Diese betekent hier “deze” en verwijst naar de zitplaatsen die in de vertaling worden genoemd. De vorm is meervoud; bij een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud verandert het aanwijzende woord, bijvoorbeeld dieser Sitz (“deze zitplaats”). De precieze naamvals- en geslachtsvorm hangt in het Duits ook van de zin af. Sitze is hier het meervoud van Sitz, “zitplaats” of “stoel”. Het enkelvoud is dus ein Sitz, en het meervoud Sitze. Het woord kan afhankelijk van de context ook een andere soort plaats om te zitten aanduiden; in deze zin gaat het om zitplaatsen. Sind is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij een meervoudig onderwerp: sie sind = “zij zijn”. In deze zin hoort sind bij Diese Sitze. Vergelijk: Der Sitz ist bequem (“De zitplaats is comfortabel”) tegenover Die Sitze sind bequem (“De zitplaatsen zijn comfortabel”). Bequem betekent “comfortabel” of “gerieflijk”. Na sein staat dit bijvoeglijk naamwoord hier zonder uitgang: Die Sitze sind bequem. Voor vergelijking heeft het de reeks bequem – bequemer – am bequemsten: “comfortabel” – “comfortabeler” – “het comfortabelst”. Samen vormen de delen: Diese Sitze (“deze zitplaatsen”) + sind (“zijn”) + bequem (“comfortabel”). De volledige betekenis is: “Deze zitplaatsen zijn comfortabel.”
Die Fahrt ist auch ruhig.
De rit is ook rustig.
- Die
- de
- Fahrt
- rit
- ist
- is
- auch
- ook
- ruhig
- rustig
Uitgebreide uitleg
Die hoort bij Fahrt: die Fahrt is een vrouwelijke zelfstandignaamwoordgroep in de onderwerpsvorm. Het is hier een bepaald lidwoord: “de rit”. Vergelijk als herbruikbaar patroon: die Fahrt, maar der Zug en das Auto; het lidwoord wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald, maar ook door het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord. Fahrt betekent hier “rit”. De basisvorm is die Fahrt; het meervoud is die Fahrten. Het woord verwijst naar het reizen of de verplaatsing zelf, niet naar het voertuig. Voorbeeld: Die Fahrt dauert eine Stunde. — “De rit duurt een uur.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm sein gebruik je als basisvorm; in de tegenwoordige tijd krijg je onder andere ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt ist het onderwerp Die Fahrt met de beschrijving die erop volgt. auch betekent “ook”. Het voegt de mededeling over de rit toe aan iets anders dat al als vergelijkbaar of relevant geldt. In deze zin staat het vóór de eigenschapsbeschrijving ruhig; de precieze nadruk kan in andere zinnen door de plaatsing veranderen. Voorbeeld: Die Rückfahrt ist auch ruhig. — “De terugrit is ook rustig.” ruhig betekent hier “rustig”, dus zonder veel beweging, drukte of onrust. Als bijvoeglijk naamwoord na sein staat het hier predicatief en krijgt het geen uitgang: Die Fahrt ist ruhig. Wanneer hetzelfde bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staat, kan het wel een uitgang krijgen, bijvoorbeeld eine ruhige Fahrt — “een rustige rit”. Samen vormen de delen Die Fahrt (het onderwerp), ist (de vorm van “zijn”), auch (“ook”) en ruhig (de beschrijving) de betekenis: “De rit is ook rustig.”
Kannst du von dort die Anzeige mit den Stationen sehen?
Kun je vanaf daar het scherm met de stations zien?
- Kannst du
- Kun je
- von dort
- vanaf daar
- Anzeige
- scherm
- mit
- met
- Stationen
- stations
- sehen
- zien
Uitgebreide uitleg
Kannst du is een vaste vraagopening met können (“kunnen”) en du (“je/jij”). können drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. In een hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie; in deze ja-neevraag staat Kannst vooraan en blijft het andere werkwoord als infinitief verderop staan: Kannst du ... sehen? = “Kun je ... zien?” von dort betekent “vanaf daar”. von geeft het vertrekpunt aan en dort verwijst naar een plaats die uit de context bekend is. De uitdrukking zegt hier waarvandaan het zien plaatsvindt; ze zegt niet wie of wat met dort bedoeld wordt. Anzeige betekent hier “scherm”, in de context van een display waarop informatie over de stations staat. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Anzeige. Het meervoud is die Anzeigen; dat is niet de vorm die in deze zin staat. Voorbeeld: Die Anzeige ist hell. — “Het scherm is helder.” mit betekent “met” en leidt hier een aanvulling in die zegt wat er op of bij de Anzeige staat. Na mit staat in het Duits de datief. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord is de datiefvorm vaak herkenbaar aan -n, als die vorm dat nodig heeft. Stationen is het meervoud van Station, “station” of, in deze vervoerscontext, “halte”. De vorm Stationen staat hier na mit in de datief meervoud: mit den Stationen. Voorbeeld: Wir fahren zu den Stationen. — “We rijden naar de haltes.” sehen betekent “zien”. Dit is de infinitief die bij kannst hoort; de vervoegde vorm van können draagt de persoon en het getal van du, terwijl sehen zelf hier niet vervoegd wordt. Voorbeeld: Ich kann die Anzeige sehen. — “Ik kan het scherm zien.” Samen vormen de delen: Kannst du + von dort + die Anzeige mit den Stationen + sehen? De vraag betekent: “Kun je vanaf daar het scherm met de stations zien?” die Anzeige mit den Stationen is het object van sehen, en mit den Stationen specificeert welk scherm bedoeld wordt.
Wir haben noch drei Stationen.
We hebben nog drie haltes.
- Wir haben
- wij hebben
- noch
- nog
- drei
- drie
- Stationen
- haltes
Uitgebreide uitleg
Wir haben betekent hier “wij hebben”. Wir is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud. haben is de tegenwoordige tijd van haben (“hebben”) bij wir; vergelijk: ich habe, du hast, wir haben. Voorbeeld: Wir haben Zeit. — “We hebben tijd.” noch betekent hier “nog” in de betekenis dat er een resterend aantal is. Het geeft dus aan dat de drie haltes nog moeten komen. In andere zinnen kan noch bijvoorbeeld “nog steeds” betekenen, maar hier past de betekenis “nog over/te gaan”. Voorbeeld: Wir haben noch zehn Minuten. — “We hebben nog tien minuten.” drei is het telwoord “drie”. Het verandert in het Duits niet naar geslacht of naamval. Voorbeeld: drei Tage — “drie dagen”. Stationen betekent hier “haltes”. Dit is het meervoud van Station; de vorm Stationen wordt gebruikt voor meer dan één halte. Na haben is dit het lijdend voorwerp; bij dit meervoud is de vorm in de vierde naamval zichtbaar hetzelfde als in andere gevallen. Voorbeeld: Wir sehen drei Stationen. — “We zien drie haltes.” Samen vormen de delen Wir haben noch drei Stationen de betekenis: “We hebben nog drie haltes.” De spreker telt dus drie resterende haltes vanaf het relevante punt in de reis. De vorm is een gewone, neutrale mededeling.
Dann können wir uns ein bisschen ausruhen, bevor wir aussteigen.
Dan kunnen we een beetje uitrusten voordat we uitstappen.
- Dann
- dan
- können wir
- kunnen we
- uns
- ons
- ein bisschen
- een beetje
- ausruhen
- uitrusten
- bevor
- voordat
- aussteigen
- uitstappen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan”: het verbindt deze voorgestelde volgende stap met de voorafgaande situatie. Het kan ook “toen” betekenen wanneer het naar een moment in het verleden verwijst; die betekenis past hier niet bij de Nederlandse vertaling. können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir. können drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit: “we kunnen”. Het vervoegde werkwoord staat op de tweede plaats in deze hoofdzin, terwijl het volledige werkwoord dat erbij hoort verderop als infinitief staat. Vergelijk: Wir können warten. — “We kunnen wachten.” uns is de wederkerende vorm bij wir: “ons”. Samen met ausruhen vormt het sich ausruhen, “uitrusten”. De vorm past bij het onderwerp wir; bij andere personen verandert het wederkerende voornaamwoord, bijvoorbeeld Ich ruhe mich aus. — “Ik rust uit.” ein bisschen betekent “een beetje” en maakt de hoeveelheid of mate klein. Het is een vaste, veelgebruikte combinatie. Voorbeeld: Ich bin ein bisschen müde. — “Ik ben een beetje moe.” ausruhen is de infinitief “uitrusten”, hier gebruikt na können. Het volledige werkwoord is wederkerend: sich ausruhen. In een gewone hoofdzin wordt het scheidbare deel zichtbaar uit elkaar geplaatst: Wir ruhen uns aus. — “We rusten uit.” Na een modaal werkwoord blijft de infinitief als één vorm staan: Wir können uns ausruhen. — “We kunnen uitrusten.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In die bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het onderwerp wir blijft hetzelfde als in het eerste deel, maar dat is een betekenis uit deze zin, niet een algemene eigenschap van bevor. aussteigen betekent hier “uitstappen”, in de context van een voertuig. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin wordt dat Wir steigen aus. — “We stappen uit.” In de bijzin na bevor blijft het als infinitief staan en komt het aan het einde: bevor wir aussteigen — “voordat we uitstappen”. Samen vormen de delen: Dann (“dan”) + können wir uns ein bisschen ausruhen (“kunnen we een beetje uitrusten”) + bevor wir aussteigen (“voordat we uitstappen”). De hele zin betekent dus: “Dan kunnen we een beetje uitrusten voordat we uitstappen.”
Grammatica
bevor + Nebensatz: Verb am Ende
Bevor wir aussteigen, ruhen wir uns noch aus.
Beh-foor vie-uh ous-sjtai-guhn, roe-uhn vie-uh oens noch ous.Voordat we uitstappen, rusten we nog uit.
Na „bevor” staat het werkwoord aan het einde van de bijzin.
sich ausruhen → wir ruhen uns aus
Wir ruhen uns noch aus.
Vie-uh roe-uhn oens noch ous.We rusten nog uit.
„Sich ausruhen” is wederkerend; bij „wir” wordt het „uns” en staat „aus” achteraan.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Binnen in de trein is het lekker koel.
Antwoord tonen
Im Zug ist es angenehm kühl.Verder naar binnen zijn er vrije zitplaatsen.
Antwoord tonen
Weiter hinten gibt es freie Plätze.Deze zitplaatsen zijn comfortabel.
Antwoord tonen
Diese Sitze sind bequem.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
koel
Antwoord tonen
kühlzitten
Antwoord tonen
sitzenvrij
Antwoord tonen
freiecomfortabel