Met de fiets naar het gemeentehuis | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a city hall entrance, two adults talk about arriving by bike and going inside to find the right counter..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Met de fiets naar het gemeentehuis oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich war noch nie in diesem Rathaus.

Isj vaar nog nie in die-zum raathaus. Ik ben nog nooit in dit gemeentehuis geweest.
B

Das Gebäude ist schöner, als ich erwartet habe.

Das guh-bou-duh isjt sjeuner, als isj er-vaar-tut haa-buh. Het gebouw is mooier dan ik had verwacht.
A

Der Eingang ist neben dem Fahrradparkplatz.

Deer ain-gang isjt nee-ben deem faa-raat-park-plats. De ingang is naast de fietsenstalling.
B

Viele Leute sind mit dem Fahrrad gekommen.

Fie-luh loy-tuh zint mit deem faa-raat guh-kom-uhn. Veel mensen zijn met de fiets gekomen.
A

Das ist logisch.

Das isjt loo-giesj. Dat is logisch.
A

Es ist einfacher, als auf den Bus zu warten.

Es isjt ain-fa-kher, als auwf deen bus tsoe var-tuhn. Het is makkelijker dan wachten op de bus.
B

Nächstes Mal könnten wir auch mit dem Fahrrad hierherfahren.

Neks-tus maal keun-tun vier auch mit deem faa-raat hier-heer-faa-run. Volgende keer kunnen we ook hierheen fietsen.
A

Dann können wir die Fahrräder nahe am Eingang abstellen.

Dan keunuhn vier die faa-ree-duh naa-uh am ain-gang ap-sjtelluhn. Dan kunnen we de fietsen dicht bij de ingang laten.
B

Jetzt gehen wir hinein und suchen den richtigen Schalter.

Jets-t gee-uhn vier hi-nain unt soe-khun deen rikh-ti-gun sjal-tuh. Voor nu gaan we naar binnen en zoeken we de juiste balie.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich war noch nie in diesem Rathaus.

    Ik ben nog nooit in dit gemeentehuis geweest.

    Ich war
    ik was
    noch nie
    nog nooit
    in
    in
    diesem
    dit
    Rathaus
    gemeentehuis
    Uitgebreide uitleg

    Ich war betekent hier “ik was” en wordt in de vaste vertaling natuurlijk weergegeven als “ik ben geweest”. war is de verleden tijd (Präteritum) van sein bij ich: ich bin → ich war. Voorbeeld: Ich war gestern zu Hause. — “Ik was gisteren thuis.” noch nie betekent samen “nog nooit”. nie betekent “nooit”; noch nie drukt uit dat iets tot nu toe geen enkele keer is gebeurd. Voorbeeld: Ich war noch nie in Berlin. — “Ik ben nog nooit in Berlijn geweest.” in geeft hier een plaats aan. Bij een vaste locatie staat in met de datief. Bij beweging naar binnen staat het vaak met de accusatief, bijvoorbeeld Ich gehe in das Rathaus. — “Ik ga het gemeentehuis binnen.” diesem betekent hier “dit”. Het is de datief enkelvoud van het aanwijzende woord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Rathaus: dieses Rathaus (nominatief of accusatief) → diesem Rathaus (datief). De datief wordt hier veroorzaakt door de vaste locatie na in; het aanwijzende karakter alleen bepaalt die naamval niet. Rathaus betekent “gemeentehuis” of “stadhuis”. Het is onzijdig: das Rathaus. Het meervoud is die Rathäuser; in dat meervoud verandert ook de klinker. Voorbeeld: Das Rathaus ist alt. — “Het gemeentehuis is oud.” Samen betekenen Ich war noch nie in diesem Rathaus dus: “Ik ben nog nooit in dit gemeentehuis geweest.” noch nie maakt duidelijk dat de ervaring tot het huidige moment niet heeft plaatsgevonden; in diesem Rathaus benoemt de plaats van die ervaring.

  2. Das Gebäude ist schöner, als ich erwartet habe.

    Het gebouw is mooier dan ik had verwacht.

    Gebäude
    gebouw
    schöner
    mooier
    als ich erwartet habe
    dan ik had verwacht
    Uitgebreide uitleg

    Gebäude betekent hier “gebouw”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Gebäude; het meervoud heeft dezelfde vorm: die Gebäude. In deze zin verwijst Das Gebäude volgens de vaste vertaling naar het gebouw waarover gesproken wordt. schöner betekent hier “mooier” en is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord schön (“mooi”): schön → schöner → am schönsten. De vorm schöner beschrijft het gebouw en wordt gebruikt omdat het gebouw wordt vergeleken met de verwachting van de spreker. Voorbeeld: Der Park ist schöner als früher. — “Het park is mooier dan vroeger.” als ich erwartet habe is de vergelijkende bijzin: “dan ik had verwacht”. erwartet is het voltooid deelwoord van erwarten (“verwachten”); habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich. Samen vormen ze hier het perfectum: ich habe erwartet, met de betekenis “ik heb verwacht” of, in deze vergelijking, natuurlijk “ik had verwacht”. In een Duitse bijzin staat de persoonsvorm aan het einde: als ich das erwartet habe. Samen betekent Das Gebäude ist schöner “Het gebouw is mooier”, en als ich erwartet habe geeft aan waarmee die beoordeling wordt vergeleken: met wat de spreker eerder verwachtte. De volledige zin betekent dus: “Het gebouw is mooier dan ik had verwacht.”

  3. Der Eingang ist neben dem Fahrradparkplatz.

    De ingang is naast de fietsenstalling.

    Eingang
    ingang
    neben
    naast
    Fahrradparkplatz
    fietsenstalling
    Uitgebreide uitleg

    Eingang betekent hier “ingang”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Eingang; het meervoud is die Eingänge. In deze zin is het de plaats die wordt gelokaliseerd. neben betekent “naast”. Bij een vaste plaats gebruikt neben hier de datief: neben dem ... = “naast de ...”. Bij beweging naar een plaats kan dezelfde voorzetselgroep de accusatief krijgen, bijvoorbeeld: Ich stelle das Fahrrad neben den Eingang. — “Ik zet de fiets naast de ingang.” Fahrradparkplatz betekent hier “fietsenstalling” of “parkeerplaats voor fietsen”. Het is een samenstelling van Fahrrad en Parkplatz; het hele woord is mannelijk: der Fahrradparkplatz. Na neben in deze plaatsbepaling wordt dat dem Fahrradparkplatz, dus met de datiefvorm van het lidwoord. Het zelfstandig naamwoord zelf krijgt hier geen zichtbare datiefuitgang. ist verbindt het onderwerp met zijn plaats: Der Eingang ist ... = “De ingang is ...”. Samen vormt neben dem Fahrradparkplatz de plaatsbepaling. De volledige zin betekent daarom: “De ingang is naast de fietsenstalling.”

  4. Viele Leute sind mit dem Fahrrad gekommen.

    Veel mensen zijn met de fiets gekomen.

    Viele
    veel
    Leute
    mensen
    Fahrrad
    fiets
    gekommen
    gekomen
    Uitgebreide uitleg

    Viele betekent hier ‘veel’ bij een telbaar meervoud. Het staat in de meervoudsvorm en stemt in deze zin af op Leute: viele Leute = ‘veel mensen’. Vergelijk: viel Wasser = ‘veel water’, waarbij Wasser geen telbaar meervoud aanduidt. Leute betekent hier ‘mensen’. Dit woord wordt in het gewone gebruik als meervoud gebruikt; voor één persoon zeg je bijvoorbeeld eine Person of ein Mensch. Voorbeeld: Viele Leute warten. — ‘Veel mensen wachten.’ Fahrrad betekent ‘fiets’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Fahrrad. Na mit staat het zelfstandig naamwoord in de datief, dus mit dem Fahrrad = ‘met de fiets’. Het lidwoord verandert daarbij van das in dem; Fahrrad zelf krijgt hier geen zichtbare uitgang. Voorbeeld: Ich fahre mit dem Fahrrad. — ‘Ik ga met de fiets.’ gekommen is het voltooid deelwoord van kommen (‘komen’): kommen — kam — ist gekommen. Bij dit werkwoord wordt de voltooide tijd met sein gevormd. In deze zin staat daarom het hulpwerkwoord sind bij het meervoudige onderwerp, terwijl gekommen zelf niet voor persoon of getal verandert. Voorbeeld: Sie ist spät gekommen. — ‘Zij is laat gekomen.’ Samen vormen Viele Leute het onderwerp: ‘veel mensen’. sind ... gekommen drukt uit dat zij gekomen zijn. De woordgroep mit dem Fahrrad geeft het vervoermiddel aan. In het Duits staat in deze hoofdzin het vervoermiddel vóór het voltooid deelwoord, en de volledige zin betekent: ‘Veel mensen zijn met de fiets gekomen.’

  5. Das ist logisch.

    Dat is logisch.

    Das
    dat
    ist
    is
    logisch
    logisch
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp vooraan. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord kan het naar iets verwijzen dat in de situatie al duidelijk is; in deze zin wordt geen specifieker referent benoemd. De vorm das is onzijdig enkelvoud wanneer zij bij een onzijdig zelfstandig naamwoord hoort, maar hier staat zij zelfstandig. Aan het begin van de zin krijgt zij een hoofdletter. ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) in de derde persoon enkelvoud: sein → ist. Het werkwoord koppelt het onderwerp aan een eigenschap. In een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld Das bin ich = “Dat ben ik.” logisch betekent hier “logisch” of “redelijk te begrijpen”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein predicatief wordt gebruikt. In die positie krijgt het in het Duits geen uitgang: Das ist logisch. Voor een zelfstandig naamwoord kan de vorm wel een uitgang krijgen, bijvoorbeeld ein logischer Schluss = “een logische conclusie”. Samen vormen de delen Das ist logisch de eenvoudige patroonzin Das ist + eigenschap: “Dat is + eigenschap”. De vaste Nederlandse vertaling is daarom: “Dat is logisch.”

  6. Es ist einfacher, als auf den Bus zu warten.

    Het is makkelijker dan wachten op de bus.

    Es ist
    het is
    einfacher
    makkelijker
    als
    dan
    warten
    wachten
    Bus
    bus
    Uitgebreide uitleg

    Es ist betekent hier “het is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): ich bin, du bist, er/sie/es ist. Es is hier een onpersoonlijk onderwerp; het verwijst niet naar een specifiek eerder genoemd zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar patroon is Es ist + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld: Es ist wichtig. — “Het is belangrijk.” einfacher betekent hier “makkelijker”. Dit is de vergrotende trap van einfach (“makkelijk/eenvoudig”): einfach → einfacher → am einfachsten. De vorm einfacher vergelijkt de beschreven handeling met een andere handeling. Voorbeeld: Der Weg ist kürzer als die Straße. — “De weg is korter dan de straat.” als betekent in deze vergelijking “dan”. Na een vergrotende trap zoals einfacher introduceert als de vergelijking: schneller als = “sneller dan”. Dit gebruik verschilt van als in een tijdsbepaling, zoals Als ich ankam, ... — “Toen ik aankwam, ...”. warten betekent “wachten”. Dit is de infinitief; in de zin staat hij in zu warten, dus “te wachten”. Het werkwoord gebruikt hier de vaste combinatie auf + accusatief: auf den Bus warten betekent “op de bus wachten”. Voorbeeld: Wir warten auf Maria. — “Wij wachten op Maria.” Bus is het zelfstandig naamwoord “bus”. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. In den Bus staat het mannelijke zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord den, omdat warten auf hier een object in de accusatief vraagt. Het patroon is auf etwas/jemanden warten — “op iets/iemand wachten”. Voorbeeld: Ich warte auf den Zug. — “Ik wacht op de trein.” De delen vormen samen: Es ist einfacher (“Het is makkelijker”) + als (“dan”) + auf den Bus zu warten (“op de bus te wachten”). De volledige betekenis is dus: “Het is makkelijker dan op de bus te wachten.” De vergelijking stelt de beschreven handeling tegenover het expliciet genoemde alternatief auf den Bus zu warten: het wachten op de bus.

  7. Nächstes Mal könnten wir auch mit dem Fahrrad hierherfahren.

    Volgende keer kunnen we ook hierheen fietsen.

    Nächstes Mal
    volgende keer
    könnten wir
    zouden we kunnen
    Fahrrad
    fiets
    hierherfahren
    hierheen rijden
    Uitgebreide uitleg

    Nächstes Mal betekent hier “volgende keer”. nächstes is de verbogen vorm van nächst- bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Mal; het is dus niet Mal dat verbogen is. Een bruikbaar patroon is nächstes Mal + een voorstel of plan, bijvoorbeeld: Nächstes Mal gehen wir früher. — “Volgende keer gaan we vroeger.” könnten wir bevat könnten, de Konjunktiv-II-vorm van können, met wir als onderwerp. Hier drukt die vorm geen vast verleden uit, maar een voorzichtige mogelijkheid of suggestie: “zouden we kunnen”. können heeft in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld wir können; vergelijk dus wir können — “we kunnen” met wir könnten — “we zouden kunnen”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. Fahrrad betekent hier “fiets”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Fahrrad; het meervoud is die Fahrräder. In mit dem Fahrrad staat Fahrrad na mit, en mit vereist hier de datief: dem Fahrrad betekent “met de fiets”. Het onbepaalde lidwoord of bepaalde lidwoord geeft daarbij niet op zichzelf een numerieke bewering; de zin spreekt gewoon over fietsen als vervoermiddel. hierherfahren betekent “hierheen rijden”, in deze zin concreet “hierheen fietsen”. Het is gevormd uit hierher (“hierheen”) en fahren (“rijden/reizen met een voertuig”). Als zelfstandig vervoegd werkwoord staat het bijvoorbeeld in Wir fahren hierher. — “We rijden hierheen.” Na könnten blijft het als infinitief achteraan staan: könnten wir ... hierherfahren. Samen vormen Nächstes Mal en könnten wir een voorstel voor een volgende gelegenheid. auch voegt “ook” toe. mit dem Fahrrad geeft het vervoermiddel aan, en hierherfahren geeft de richting naar hier aan. De hele zin betekent daarom: “Volgende keer kunnen we ook hierheen fietsen.”

  8. Dann können wir die Fahrräder nahe am Eingang abstellen.

    Dan kunnen we de fietsen dicht bij de ingang laten.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    Fahrräder
    fietsen
    nahe
    dichtbij
    Eingang
    ingang
    abstellen
    stallen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” in de zin van een volgend moment of een volgende stap: “Dan kunnen we …”. Het verwijst in deze context naar wat hierna kan gebeuren, maar de vorm zelf geeft geen specifieke tijdsduur aan. können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir. können drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit: “kunnen”. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede zinsplaats en staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde. wir is de eerste persoon meervoud: “wij”. Voor één spreker is de vorm ich kann; voor “wij” is hij wir können. Voorbeeld: Wir können morgen kommen. — “We kunnen morgen komen.” Het modale werkwoord können blijft vervoegd en kommen blijft infinitief. Fahrräder is het meervoud van Fahrrad, “fiets”. Het meervoud heeft hier de vorm Fahrräder; de umlaut in ä hoort bij deze vorm. In de zin is dit wat men kan stallen, en niet de manier waarop men zich verplaatst. Het bepaalde lidwoord die maakt duidelijk dat het om bepaalde fietsen gaat; Fahrräder zelf markeert het meervoud. nahe betekent “dicht bij” of “in de nabijheid van”. Het geeft hier de plaats aan waar de fietsen worden gestald. In nahe am Eingang staat am voor an dem; dem Eingang is een datiefvorm na deze plaatsaanduiding. Eingang is mannelijk; daarom wordt der Eingang in deze combinatie dem Eingang. Eingang betekent “ingang”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Eingang. Een bruikbaar contrast is der Ausgang, “uitgang”. In het voorbeeld verwijst am Eingang naar de plaats dicht bij de ingang, niet naar een beweging door de ingang. abstellen betekent hier “stallen” of “ergens neerzetten”, specifiek de fietsen op een plaats achterlaten. Het is een scheidbaar werkwoord: in een vervoegde hoofdzin staat de stam bij de persoonsvorm en komt ab aan het einde, bijvoorbeeld Wir stellen die Fahrräder ab. — “We stallen de fietsen.” In deze zin blijft abstellen als infinitief bij het modale werkwoord staan. De delen worden zo samengevoegd: Dann geeft de volgende stap aan; können wir zegt dat die stap mogelijk is; die Fahrräder zijn het bepaalde meervoudige voorwerp; nahe am Eingang bepaalt de plaats; en abstellen benoemt de handeling. De volledige betekenis is daarom: “Dan kunnen we de fietsen dicht bij de ingang stallen.”

  9. Jetzt gehen wir hinein und suchen den richtigen Schalter.

    Voor nu gaan we naar binnen en zoeken we de juiste balie.

    Jetzt
    nu
    gehen
    gaan
    wir
    wij
    hinein
    naar binnen
    suchen
    zoeken
    richtigen
    juiste
    Schalter
    balie
    Uitgebreide uitleg

    Jetzt betekent hier “nu” en wordt in deze vaste zin door de vertaling weergegeven als “voor nu”. Het is een tijdsbepaling; het zegt wanneer de handeling plaatsvindt. Voorbeeld: Jetzt warten wir. — “Nu wachten we.” gehen is de vorm van gehen (“gaan”). In de tegenwoordige tijd is de relevante tegenstelling hier: ich gehe, maar wir gehen; de vorm met wir eindigt dus op -en. In een gewone mededelende hoofdzin staat de persoonsvorm in het Duits op de tweede zinsplaats, ook wanneer Jetzt vooraan staat. wir betekent “wij” en is hier het onderwerp: de spreker rekent zichzelf samen met minstens één andere persoon tot de groep. Het voornaamwoord staat in de nominatief. Voorbeeld: Wir gehen hinein. — “Wij gaan naar binnen.” hinein geeft een richting naar de binnenkant aan. Samen met gehen vormt het de betekenis “naar binnen gaan”; het is geen zelfstandig naamwoord. Het staat hier na de persoonsvorm, maar zulke richtingsbijwoorden kunnen afhankelijk van de zinsbouw ook elders staan. Voorbeeld: Sie geht hinein. — “Zij gaat naar binnen.” und verbindt twee gelijkwaardige handelingen: naar binnen gaan en de tweede genoemde handeling uitvoeren. Und bepaalt op zichzelf niet of de handelingen achter elkaar of gelijktijdig plaatsvinden en verandert de vorm van de persoonsvorm niet. suchen is de vorm van suchen (“zoeken”). Omdat het onderwerp nog steeds wir is, staat het werkwoord in de tegenwoordige tijd in de vorm wir suchen. Het werkwoord krijgt hier een lijdend voorwerp: wat men zoekt, wordt met de naamwoordgroep den richtigen Schalter genoemd. Voorbeeld: Wir suchen den Eingang. — “Wij zoeken de ingang.” richtigen betekent hier “juiste” of “goede” in de betekenis van de bedoelde balie. De vorm hoort bij het bijvoeglijk naamwoord richtig (“juist”): richtig is de basisvorm, terwijl richtigen hier een verbogen vorm is. De uitgang komt doordat het bijvoeglijk naamwoord bij den Schalter staat: de naamwoordgroep is mannelijk enkelvoud en staat in de accusatief als lijdend voorwerp. Alleen het bijvoeglijk naamwoord draagt hier deze vorm -en; Schalter is niet de basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Wir wählen den richtigen Weg. — “Wij kiezen de juiste weg.” Schalter betekent in deze context “balie”, zoals de vaste vertaling expliciet aangeeft. Het Duitse woord kan in andere contexten ook een “schakelaar” betekenen; hier is de bedoelde betekenis de balie die men zoekt. den Schalter is een mannelijke enkelvoudige naamwoordgroep in de accusatief: den markeert hier onder meer de vorm van het mannelijke lijdend voorwerp. Voorbeeld: Der Schalter ist dort. — “De balie is daar.” Samen vormt Jetzt gehen wir hinein de mededeling “Nu gaan wij naar binnen”. In het vervolg van de zin verbindt und de tweede handeling: suchen den richtigen Schalter — “zoeken de juiste balie”. Het volledige geheel betekent dus: “Voor nu gaan we naar binnen en zoeken we de juiste balie.”

Grammatica

schöner als

schöner als erwartet

sjeuner als er-vaar-tut

mooier dan verwacht

Voor een vergelijking gebruik je de vergrotende trap en als voor ‘dan’.

neben + Dativ

neben diesem Fahrradparkplatz

nee-ben die-zum faa-raat-park-plats

naast deze fietsenstalling

Bij een plaatsaanduiding staat na neben de datief; dieser wordt diesem.

Duits woordenschat

als voegwoord
als dan

Das Gebäude ist schöner, als ich erwartet habe.

diesem bepaler
die-zum dit

Ich war noch nie in diesem Rathaus.

Eingang zelfstandig naamwoord
ain-gang ingang

Der Eingang ist neben dem Fahrradparkplatz.

erwartet werkwoord
er-vaar-tut verwacht

Das Gebäude ist schöner, als ich erwartet habe.

Fahrradparkplatz zelfstandig naamwoord
faa-raat-park-plats fietsenstalling

Der Eingang ist neben dem Fahrradparkplatz.

Gebäude zelfstandig naamwoord
guh-bou-duh gebouw

Das Gebäude ist schöner, als ich erwartet habe.

neben voorzetsel
nee-ben naast

Der Eingang ist neben dem Fahrradparkplatz.

noch nie bijwoord
nog nie nog nooit

Ich war noch nie in diesem Rathaus.

Rathaus zelfstandig naamwoord
raat-haus gemeentehuis

Ich war noch nie in diesem Rathaus.

schöner bijvoeglijk naamwoord
sjeuner mooier

Das Gebäude ist schöner, als ich erwartet habe.

viele bepaler
fie-luh veel Viele

Viele Leute sind mit dem Fahrrad gekommen.

war werkwoord
vaar was

Ich war noch nie in diesem Rathaus.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De ingang is naast de fietsenstalling.

Antwoord tonenDer Eingang ist neben dem Fahrradparkplatz.

Dat is logisch.

Antwoord tonenDas ist logisch.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gebouw

Antwoord tonenGebäude

dit

Antwoord tonendiesem

mooier

Antwoord tonenschöner

gemeentehuis

Antwoord tonenRathaus