Naar de inschrijfbalie | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: On the stairs inside a public building, two adults follow the event sign and prepare to reach the registration desk..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Naar de inschrijfbalie oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich sehe das Veranstaltungsschild an der Wand.

isj zee-uh das fer-AN-sjtaal-toengs-sjilt an dea vant. Ik zie het bord voor het evenement aan de muur.
B

Da steht, dass der Anmeldeschalter oben ist.

daa sjteet, das dea an-mel-duh-sjal-tuh oo-bun ist. Er staat dat de balie boven is.
A

Der Weg nach oben ist leicht zu finden.

dea week naach oo-bun ist laich tsoe fin-dun. De weg naar boven is makkelijk te volgen.
B

Das Schild hilft sehr.

das sjilt hilft zeer. Het bord helpt veel.
A

Der Treppenabsatz ist gleich vor uns.

dea trep-un-ap-zats ist glaich foa oens. De overloop is vlak voor ons.
B

Dann müsste der Anmeldeschalter nah sein.

dan müstuh dea an-mel-duh-sjal-tuh naa zeen. Dan moet de inschrijfbalie dichtbij zijn.
A

Gehen wir, bevor die Schlange länger wird.

gee-un vier, buh-FOA die sjlang-uh leng-uh virt. Laten we gaan voordat de rij langer wordt.
B

Ich halte das Formular bereit.

isj hal-tuh das for-moe-laar buh-RAAIT. Ik houd het formulier klaar.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich sehe das Veranstaltungsschild an der Wand.

    Ik zie het bord voor het evenement aan de muur.

    Ich
    ik
    sehe
    zie
    Veranstaltungsschild
    bord voor een evenement
    an der
    aan de
    Wand
    muur
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker; vergelijk du voor één aangesproken persoon en wir voor meerdere personen, inclusief de spreker. sehe is de vorm van sehen (“zien”): tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich sehe. Het onderwerp Ich bepaalt deze vorm. Voorbeeld: Ich sehe den Eingang. — “Ik zie de ingang.” Veranstaltungsschild is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Veranstaltung (“evenement”) + Schild (“bord” of “aanduidingsbord”). In deze zin betekent het dus een bord voor het evenement. Het volledige woord is onzijdig: das Veranstaltungsschild; daarom staat ervoor das, de vorm voor het onzijdige accusatiefobject hier. Voorbeeld: Das Veranstaltungsschild ist groß. — “Het bord voor het evenement is groot.” an der vormt hier een vaste combinatie met een plaatsaanduiding. an betekent hier “aan” of “tegen” en beschrijft een statische locatie, niet een beweging ernaartoe. der is de datiefvorm van het vrouwelijke lidwoord die, omdat Wand na an in deze betekenis in de datief staat. Bij beweging naar een plaats kan an een accusatiefgroep krijgen, bijvoorbeeld Ich hänge das Schild an die Wand. — “Ik hang het bord aan de muur.” Wand betekent “muur”. Het is vrouwelijk: die Wand; na het statische an verschijnt de datiefvorm der Wand. Het meervoud is Wände. Samen vormt Ich sehe “ik zie”, das Veranstaltungsschild het object dat gezien wordt, en an der Wand de plaats waar dat bord zich bevindt. De hele zin betekent: “Ik zie het bord voor het evenement aan de muur.”

  2. Da steht, dass der Anmeldeschalter oben ist.

    Er staat dat de balie boven is.

    Da steht
    daar staat / er staat
    dass
    dat
    der Anmeldeschalter
    de aanmeldbalie
    oben
    boven
    ist
    is
    Uitgebreide uitleg

    Da steht betekent hier dat ergens een mededeling of tekst staat: “er staat” of “daar staat”. steht is de derde persoon enkelvoud van stehen in de tegenwoordige tijd. Hoewel stehen letterlijk “staan” betekent, gebruikt het Duits deze constructie ook voor wat op een bord of in een tekst geschreven staat. Da is hier een plaatsaanduidend bijwoord; het wijst naar iets in de situatie zonder zelf het genoemde voorwerp te benoemen. dass leidt een bijzin in met de inhoud van de mededeling. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld: Ich weiß, dass der Laden offen ist. — “Ik weet dat de winkel open is.” der Anmeldeschalter betekent “de aanmeldbalie”. Anmeldeschalter is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Anmeldung verwijst naar aanmelden of registratie en Schalter naar een balie. Het lidwoord der hoort bij het grammaticale mannelijk van Schalter en drukt hier geen aantal uit. oben betekent “boven” en geeft een positie aan. Het is geen verbogen vorm van het zelfstandig naamwoord; het blijft in deze functie onveranderd. Een bruikbaar contrast is oben — “boven” tegenover unten — “beneden”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. In deze bijzin staat het na oben, omdat het vervoegde werkwoord door dass naar het einde gaat. Samen bestaat de zin uit de mededeling Da steht plus de inhoudszin dass der Anmeldeschalter oben ist: er staat vermeld dat de aanmeldbalie boven is. De volledige betekenis is dus: “Er staat dat de balie boven is.”

  3. Der Weg nach oben ist leicht zu finden.

    De weg naar boven is makkelijk te volgen.

    Weg
    weg
    nach oben
    naar boven
    leicht
    makkelijk
    finden
    vinden
    Uitgebreide uitleg

    Weg betekent hier “weg” of “route”. Het is een zelfstandig naamwoord; de vorm in deze zin is enkelvoud. Het meervoud is Wege. In Der Weg krijgt het woord het lidwoord der; dat lidwoord hoort bij het grammaticale geslacht van Weg, niet bij de betekenis “een route”. Voorbeeld: Der Weg ist kurz. — “De weg is kort.” nach oben geeft een richting aan: “naar boven”. nach wordt hier gecombineerd met oben om beweging of oriëntatie naar een hoger gelegen plaats uit te drukken. Het staat niet voor een specifieke plaatsnaam. Voorbeeld: Wir gehen nach oben. — “We gaan naar boven.” leicht betekent hier “makkelijk”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat in deze zin na ist als gezegde staat en daarom geen extra uitgang krijgt. Het tegenovergestelde is schwer (“moeilijk”); de vergrotende trap van leicht is leichter (“makkelijker”). Voorbeeld: Die Aufgabe ist leicht. — “De taak is makkelijk.” finden betekent “vinden”. De vorm finden is de infinitief; de stamvorm is dus ook finden. In deze zin staat hij als zu finden in de constructie sein + bijvoeglijk naamwoord + zu + infinitief: daarmee wordt beschreven hoe makkelijk of moeilijk iets te doen is. Voorbeeld: Der Eingang ist leicht zu finden. — “De ingang is makkelijk te vinden.” Samen vormt Der Weg nach oben het onderwerp: “de weg naar boven”. ist leicht zu finden zegt dat deze route makkelijk te vinden is. De hele zin betekent dus: “De weg naar boven is makkelijk te vinden.”

  4. Das Schild hilft sehr.

    Het bord helpt veel.

    Das
    het
    Schild
    bord
    hilft
    helpt
    sehr
    erg
    Uitgebreide uitleg

    Das staat hier vóór het zelfstandig naamwoord Schild en is het bepaald lidwoord in de vorm voor onzijdig enkelvoud in de onderwerpsfunctie (nominatief). Het betekent hier “het”. Het lidwoord draagt dus informatie over bepaaldheid, getal en grammaticaal geslacht; het drukt niet op zichzelf een aantal uit. Schild betekent hier “bord” of “informatiebord”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. De vorm in deze zin is enkelvoud; het meervoud is Schilder. Voorbeeld: Das Schild ist gut sichtbar. — “Het bord is goed zichtbaar.” hilft is de vorm van helfen (“helpen”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De stamklinker verandert in deze vorm: helfen → er/sie/es hilft. Het onderwerp is hier Das Schild, dus de persoonsvorm staat in het enkelvoud. Voorbeeld: Der Weg hilft uns. — “De weg helpt ons.” sehr versterkt het werkwoordelijk gezegde. In deze zin geeft het aan dat het bord in sterke mate helpt; samen met hilft betekent het “helpt erg” of natuurlijker “helpt veel”. Sehr kan ook vóór een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord staan, bijvoorbeeld sehr leicht — “heel gemakkelijk”. Samen vormen de delen: Das Schild (“het bord”) + hilft (“helpt”) + sehr (“erg/veel”). De volledige betekenis is: “Het bord helpt veel.”

  5. Der Treppenabsatz ist gleich vor uns.

    De overloop is vlak voor ons.

    Treppenabsatz
    overloop
    ist
    is
    gleich
    vlak / meteen
    vor uns
    voor ons
    Uitgebreide uitleg

    Treppenabsatz betekent hier “overloop”: het vlakke deel bij of tussen trappen. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord der; de vorm is in deze zin enkelvoud. Een bruikbaar meervoud is Treppenabsätze. ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud. Het onderwerp is hier Der Treppenabsatz, dus de vorm is ist; vergelijk bijvoorbeeld: Der Schalter ist nah. — “De balie is dichtbij.” gleich betekent hier “vlak” of “meteen”, en geeft aan dat iets zich op zeer korte afstand bevindt. In andere contexten kan gleich ook “gelijk” betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze zin. vor uns betekent “voor ons”. vor staat hier bij een plaatsbepaling, en uns is de vorm van het persoonlijke voornaamwoord voor “ons” in de datief na vor. Vergelijk: Der Eingang ist vor uns. — “De ingang is voor ons.” Samen vormt Der Treppenabsatz ist gleich vor uns de betekenis: “De overloop is vlak voor ons.” Het onderwerp is de overloop; ist verbindt dat onderwerp met de plaatsbepaling gleich vor uns. De zin stelt dus vast waar de overloop zich bevindt.

  6. Dann müsste der Anmeldeschalter nah sein.

    Dan moet de inschrijfbalie dichtbij zijn.

    Dann
    dan
    müsste
    zou moeten
    der Anmeldeschalter
    de inschrijfbalie
    nah
    dichtbij
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en leidt een gevolgtrekking in: op basis van de voorafgaande informatie volgt deze conclusie. Het kan in andere zinnen ook een tijdsaanduiding zijn; hier past de gevolgrelatie bij de vaste vertaling. müsste is de Konjunktiv-II-vorm van müssen. Hier drukt die vorm geen bevel uit, maar een afgeleide conclusie: “zou moeten” of, passend bij de vaste vertaling, “moet dan wel”. Vergelijk: Er müsste zu Hause sein. — “Hij zou thuis moeten zijn.” Na dit modale werkwoord staat sein als infinitief aan het einde. der Anmeldeschalter betekent hier “de inschrijfbalie”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; der is daarbij, omdat deze woordgroep onderwerp is, de vorm van het bepaalde lidwoord in de nominatief. Anmeldeschalter is een samenstelling van Anmelde- en Schalter; het benoemt een inschrijfbalie of een inschrijfloket. In de accusatief verandert bijvoorbeeld het lidwoord: Ich sehe den Anmeldeschalter. — “Ik zie de inschrijfbalie.” nah betekent hier “dichtbij”. Na sein staat het als predicatieve beschrijving en krijgt het geen adjectiefuitgang: Der Schalter ist nah. — “De balie is dichtbij.” Voor een zelfstandig naamwoord kan een verbogen vorm staan, bijvoorbeeld ein naher Schalter — “een dichtbij gelegen balie”. sein betekent “zijn”. Hier is het de infinitief na müsste en beschrijft het de vermoedelijke nabijheid van de inschrijfbalie. müsste ... sein is een herbruikbaar patroon voor een voorzichtige gevolgtrekking over een toestand of plaats, bijvoorbeeld: Die Haltestelle müsste dort sein. — “De halte zou daar moeten zijn.” Samen vormt Dann müsste der Anmeldeschalter nah sein de betekenis “Dan moet de inschrijfbalie dichtbij zijn”, met müsste als signaal dat dit een gevolgtrekking is en geen rechtstreeks bevel. Dann markeert het gevolg, der Anmeldeschalter is het onderwerp, en nah sein beschrijft de toestand ervan.

  7. Gehen wir, bevor die Schlange länger wird.

    Laten we gaan voordat de rij langer wordt.

    Gehen wir
    Laten we gaan
    bevor
    voordat
    Schlange
    rij
    länger
    langer
    wird
    wordt
    Uitgebreide uitleg

    Gehen wir betekent hier “laten we gaan”. gehen is het werkwoord “gaan”; de vorm gehen kan ook de infinitief zijn, maar in deze constructie staat hij vooraan als aansporing in de eerste persoon meervoud: “laten we …”. Patroon: Gehen wir + .... bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In deze Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde: bevor die Schlange länger wird. Schlange betekent hier “rij” of “wachtrij”, niet “slang”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Schlange. Het meervoud is die Schlangen; het geslacht en het aantal blijken in deze zin vooral uit het lidwoord en de context, niet uit de vorm Schlange alleen. länger betekent “langer”. Het is de vergrotende trap van lang: lang → länger → am längsten. In deze zin beschrijft länger dat de rij in omvang toeneemt. wird is de derde persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd. Hier betekent werden “worden” of “langer worden”; wird stemt af op de enkelvoudige rij: die Schlange wird .... Het is hier dus niet het hulpwerkwoord in een toekomende tijd. Samen vormen de delen: Gehen wir = “laten we gaan” en bevor die Schlange länger wird = “voordat de rij langer wordt”. De volledige zin betekent: “Laten we gaan voordat de rij langer wordt.” De constructie is bruikbaar wanneer iemand een handeling wil voorstellen vóór een verwachte verandering.

  8. Ich halte das Formular bereit.

    Ik houd het formulier klaar.

    Ich
    ik
    halte … bereit
    klaarhouden
    Formular
    formulier
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier ik: de spreker is degene die de handeling uitvoert. De vorm hoort bij de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk du voor jij en wir voor wij; het werkwoord verandert dan mee. halte ... bereit is de gesplitste vorm van het scheidbare werkwoord bereithalten, hier met de betekenis klaarhouden of bij de hand houden. De stamvorm is bereithalten; in de tegenwoordige tijd wordt dat bij ich: ich halte ... bereit. Het werkwoord halten kan ook op zichzelf houden betekenen, maar bereit maakt hier de combinatie met de betekenis klaarhouden. In een hoofdzin staat het scheidbare deel bereit aan het einde: Ich halte das Formular bereit. Voorbeeld: Wir halten die Unterlagen bereit. — Wij houden de documenten klaar. Formular betekent hier formulier. Het meervoud is Formulare. In das Formular staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; das is het bepaalde lidwoord bij dit onzijdige woord. In deze zin markeert das bovendien de accusatief, omdat het formulier het directe object is van halte; bij dit woord ziet het zelfstandig naamwoord zelf er in nominatief en accusatief hetzelfde uit. Samen vormen de delen de betekenis: Ich is de uitvoerder, halte ... bereit drukt uit dat die persoon iets klaarmaakt of beschikbaar houdt, en das Formular is wat wordt klaargehouden. De volledige zin betekent dus: Ik houd het formulier klaar.

Grammatica

Adverb vooraan + werkwoord op de tweede plaats

Oben steht das Veranstaltungsschild.

oo-bun sjteet das fer-AN-sjtaal-toengs-sjilt.

Boven staat het evenementenbord.

Bij een bijwoord vooraan blijft het vervoegde werkwoord op de tweede plaats; het onderwerp komt daarna.

werden + bijvoeglijk naamwoord

Die Schlange wird länger.

die sjlang-uh virt leng-uh.

De rij wordt langer.

Wird + bijvoeglijk naamwoord drukt een verandering of ontwikkeling uit: iets krijgt die eigenschap.

Duits woordenschat

Anmeldeschalter zelfstandig naamwoord
an-mel-duh-sjal-tuh inschrijfbalie

Da steht, dass der Anmeldeschalter oben ist.

finden werkwoord
fin-dun vinden

Der Weg nach oben ist leicht zu finden.

hilft werkwoord
hilft helpt

Das Schild hilft sehr.

leicht bijvoeglijk naamwoord
laich makkelijk

Der Weg nach oben ist leicht zu finden.

oben bijwoord
oo-bun boven

Da steht, dass der Anmeldeschalter oben ist.

Schild zelfstandig naamwoord
sjilt bord

Das Schild hilft sehr.

sehe werkwoord
zee-uh zie

Ich sehe das Veranstaltungsschild an der Wand.

sehr bijwoord
zeer erg

Das Schild hilft sehr.

steht werkwoord
sjteet staat

Da steht, dass der Anmeldeschalter oben ist.

Veranstaltungsschild zelfstandig naamwoord
fer-AN-sjtaal-toengs-sjilt evenementenbord

Ich sehe das Veranstaltungsschild an der Wand.

Wand zelfstandig naamwoord
vant muur

Ich sehe das Veranstaltungsschild an der Wand.

Weg zelfstandig naamwoord
week weg

Der Weg nach oben ist leicht zu finden.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het bord helpt veel.

Antwoord tonenDas Schild hilft sehr.

De overloop is vlak voor ons.

Antwoord tonenDer Treppenabsatz ist gleich vor uns.

Dan moet de inschrijfbalie dichtbij zijn.

Antwoord tonenDann müsste der Anmeldeschalter nah sein.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

muur

Antwoord tonenWand

boven

Antwoord tonenoben

staat

Antwoord tonensteht

zie

Antwoord tonensehe