Aanmelden voor een wandeltocht | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At an event registration desk, two adults ask what to bring and where to leave a bag before a walking event..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Aanmelden voor een wandeltocht oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe das Formular ausgefüllt.

Ich haa-buh das for-moe-LAA-uh aus-guh-vuult. Ik heb het formulier ingevuld.
B

Können wir bei der nächsten Wanderung mitmachen?

Keu-nun vier bai deuh neksj-stun van-duh-roeng mit-mah-khun? Kunnen we meedoen aan de volgende wandeltocht?
C

Ja, ihr könnt bei der nächsten Wanderung mitmachen.

Jaa, ieuh keunt bai deuh neksj-stun van-duh-roeng mit-mah-khun. Ja, jullie kunnen meedoen aan de volgende wandeltocht.
A

Sollen wir etwas mitbringen?

Tsol-lun vier et-vas mit-bring-un? Moeten we iets meenemen?
C

Bitte bringt eine Wasserflasche mit.

Bit-tuh brengt ieuh-nuh vas-uh-fla-sjuh mit. Neem alstublieft een waterfles mee.
C

Ihr könnt eine große Tasche am Schalter abgeben.

Ieuh keunt ai-nuh groh-suh ta-sjuh am sjal-tuh ap-gay-bun. Jullie kunnen een grote tas bij de balie achterlaten.
B

Ich habe eine kleine Wasserflasche dabei.

Ich haa-buh ai-nuh klai-nuh vas-uh-fla-sjuh da-bai. Ik heb een kleine waterfles bij me.
A

Ich lasse meine Tasche hier, bevor wir anfangen.

Ich la-suh mai-nuh ta-sjuh hier, buh-foor vier an-fang-un. Ik laat mijn tas hier achter voordat we beginnen.
B

Ich freue mich darauf.

Ich froi-uh mich da-raouf. Ik kijk ernaar uit.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich habe das Formular ausgefüllt.

    Ik heb het formulier ingevuld.

    Ich habe
    ik heb
    das
    het
    Formular
    formulier
    ausgefüllt
    ingevuld
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe betekent hier “ik heb” en vormt samen met ausgefüllt de Duitse voltooide tijd (Perfekt). habe is de tegenwoordige tijd van haben bij ich; het is hier een hulpwerkwoord, niet het zelfstandige “bezitten”. Het patroon is: Ich habe + voltooid deelwoord. Voorbeeld: Ich habe den Antrag ausgefüllt. — “Ik heb de aanvraag ingevuld.” das staat bij Formular. Het is het bepaald lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Formular; in deze zin staat het in de vierde naamval (accusatief), omdat het formulier het directe object van het invullen is. Bij dit onzijdige enkelvoud ziet het lidwoord er in de eerste en vierde naamval hetzelfde uit: das Formular. Formular betekent “formulier”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Formular. Het meervoud is die Formulare. Voorbeeld: Das Formular ist kurz. — “Het formulier is kort.” ausgefüllt betekent hier “ingevuld”. Het is het voltooid deelwoord van ausfüllen (“invullen”). ausfüllen is een scheidbaar werkwoord; in het voltooid deelwoord verschijnt de vorm als ausgefüllt. In het Perfekt staat dit deelwoord achteraan: Ich habe das Formular ausgefüllt. Samen betekent de zin: “Ik heb het formulier ingevuld.” De handelende persoon is ich (“ik”), das Formular is wat ingevuld is, en habe ... ausgefüllt geeft aan dat de handeling voltooid is.

  2. Können wir bei der nächsten Wanderung mitmachen?

    Kunnen we meedoen aan de volgende wandeltocht?

    Können wir
    kunnen we
    bei der
    bij de / aan de
    nächsten
    volgende
    Wanderung
    wandeltocht
    mitmachen
    meedoen
    Uitgebreide uitleg

    Können wir: können is the modal verb können (“kunnen”). In this question it is the present-tense form for wir; the form is also used with sie and the polite Sie, so the subject identifies the person. wir means “we”. In a yes/no question, the conjugated modal verb comes first: Können wir ...? The other verb stays in the infinitive at the end. bei der: bei takes the dative case. der is here the dative singular form of the feminine article die, referring grammatically to the feminine noun that follows. With mitmachen, bei ... mitmachen is a reusable pattern meaning “meedoen aan/deelnemen aan iets”. Example: Darf ich bei dem Spiel mitmachen? — “Mag ik aan het spel meedoen?” nächsten: This is the adjective nächst- in the form required after bei der: dative, feminine, singular, matching Wanderung. Here it means “volgende”, not simply “near”. The useful contrast is die nächste Wanderung (“de volgende wandeltocht”) in the nominative/accusative and bei der nächsten Wanderung (“bij/aan de volgende wandeltocht”) after bei. Wanderung: die Wanderung is a feminine noun meaning a hiking trip or walking excursion; its plural is die Wanderungen. The noun is the activity or event being joined, not a person. Example: Die Wanderung beginnt um acht Uhr. — “De wandeltocht begint om acht uur.” mitmachen: mitmachen means “meedoen” or “deelnemen”. It is a separable verb: in a main clause without a modal, Wir machen mit. With a modal, the infinitive remains together at the end: Wir können mitmachen. Example: Möchtest du mitmachen? — “Wil je meedoen?” Together, Können wir bei der nächsten Wanderung mitmachen? asks whether the speakers may or are able to participate in the next hiking trip: “Kunnen we meedoen aan de volgende wandeltocht?” The question uses können for the possibility or permission and mitmachen for the participation.

  3. Ja, ihr könnt bei der nächsten Wanderung mitmachen.

    Ja, jullie kunnen meedoen aan de volgende wandeltocht.

    ihr könnt
    jullie kunnen
    bei der
    bij de
    nächsten
    volgende
    Wanderung
    wandeltocht
    mitmachen
    meedoen
    Uitgebreide uitleg

    ihr könnt betekent hier dat jullie iets kunnen of de mogelijkheid hebben om het te doen. ihr is de informele meervoudsvorm van “jullie”; könnt is de vorm van können bij ihr. In een bevestigend antwoord verwijst ihr hier, volgens de vertaling en de voorafgaande vraag, naar de twee of meer aangesproken personen. Voorbeeld: Ihr könnt kommen. — “Jullie kunnen komen.” bei der betekent hier “bij de” en vormt samen met Wanderung de bepaling van de activiteit. Het voorzetsel bei staat in deze betekenis met de datief. der is hier de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; het drukt op zichzelf geen getal uit. nächsten betekent “volgende”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm nächste en krijgt hier de uitgang -en, omdat het vóór een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de datief staat na het bepaalde lidwoord der: bei der nächsten .... Voorbeeld: bei der nächsten Prüfung — “bij het volgende examen”. Wanderung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een wandeltocht of wandeling. Het meervoud is Wanderungen. In deze zin gaat het om één volgende wandeltocht: bei der nächsten Wanderung — “bij de volgende wandeltocht”. mitmachen betekent “meedoen” of “deelnemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Wir machen mit. — “Wij doen mee.” Na könnt blijft het als infinitief bij elkaar: Ihr könnt mitmachen. — “Jullie kunnen meedoen.” Samen betekent bei der nächsten Wanderung mitmachen “meedoen aan de volgende wandeltocht”. De volledige structuur is Ihr könnt bei der nächsten Wanderung mitmachen: “Jullie kunnen bij de volgende wandeltocht meedoen.” Het openingswoord Ja maakt daarvan de bevestiging: “Ja, jullie kunnen meedoen aan de volgende wandeltocht.”

  4. Sollen wir etwas mitbringen?

    Moeten we iets meenemen?

    Sollen wir
    moeten we
    etwas
    iets
    mitbringen
    meenemen
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir betekent hier “moeten we”. sollen is de vervoegde vorm van het modale werkwoord sollen bij wir; wir is het onderwerp. In een Duitse ja-neevraag staat de vervoegde werkwoordsvorm vooraan, gevolgd door het onderwerp. Het andere werkwoord staat als infinitief achteraan. Vergelijk: Sollen wir warten? — “Moeten we wachten?” etwas betekent hier “iets”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader bepaald ding. De gebruikelijke tegenhanger in een ontkenning is nichts — “niets”: Wir bringen nichts mit. — “We nemen niets mee.” mitbringen is het werkwoord “meenemen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone vervoegde hoofdzin staat het voorvoegsel achteraan, bijvoorbeeld Wir bringen eine Wasserflasche mit. — “We nemen een waterfles mee.” Na een modaal werkwoord blijft mitbringen als volledige infinitief bij elkaar aan het einde staan: Wir sollen etwas mitbringen. — “We moeten iets meenemen.” Samen vormen Sollen wir + etwas + mitbringen de vraag “Moeten we iets meenemen?” De modale vorm sollen maakt van mitbringen de handeling waarnaar wordt gevraagd; etwas geeft aan dat het om een niet nader bepaald ding gaat.

  5. Bitte bringt eine Wasserflasche mit.

    Neem alstublieft een waterfles mee.

    Bitte
    alstublieft
    bringt … mit
    meebrengen
    eine Wasserflasche
    een waterfles
    Uitgebreide uitleg

    Bitte betekent hier “alstublieft” en maakt het verzoek beleefd. Het kan ook aan het begin van andere verzoeken staan, bijvoorbeeld: Bitte warten Sie. — “Wacht u alstublieft.” bringt ... mit hoort bij het scheidbare werkwoord mitbringen, “meenemen”. In deze zin staat bringt als bevelsvorm voor ihr (“jullie”): ihr bringt wordt in het bevel bringt. Het voorvoegsel mit- staat dan aan het einde van de zin. In een bijzin blijft het werkwoord bijeen, bijvoorbeeld: ..., weil ihr eine Wasserflasche mitbringt. — “... omdat jullie een waterfles meenemen.” De combinatie met Bitte maakt duidelijk dat dit hier een verzoek is, niet zomaar een mededeling. eine Wasserflasche betekent “een waterfles”. Wasserflasche is een samengesteld zelfstandig naamwoord van Wasser en Flasche; het hele woord is vrouwelijk: die Wasserflasche. Daarom staat hier eine; in deze zin is dat de onbepaalde vorm bij het lijdend voorwerp. Eine drukt op zichzelf niet noodzakelijk een geteld aantal uit. Een vergelijkbaar voorbeeld is: Ich kaufe eine Tasche. — “Ik koop een tas.” Samen vormen de delen: Bitte + bringt ... mit + eine Wasserflasche: “Neem alstublieft een waterfles mee.” Het niet-uitgeschreven onderwerp is ihr (“jullie”), wat past bij de meervoudige bevelsvorm bringt.

  6. Ihr könnt eine große Tasche am Schalter abgeben.

    Jullie kunnen een grote tas bij de balie achterlaten.

    Ihr könnt
    jullie kunnen
    große
    grote
    Tasche
    tas
    Schalter
    balie
    abgeben
    achterlaten
    Uitgebreide uitleg

    Ihr könnt: Ihr is de vorm voor meervoudig “jullie” als onderwerp; hier wordt die lezing ook door de vaste vertaling bevestigd. Könnt is de tegenwoordige tijd van können bij ihr. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Ihr könnt warten. — Jullie kunnen wachten. große: Het basiswoord is het bijvoeglijk naamwoord groß (“groot”). In eine große Tasche krijgt het als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord de vorm große; het beschrijft hier een vrouwelijke enkelvoudige Tasche in de accusatief. De vergrotende trap is größer: eine größere Tasche — een grotere tas. Tasche: Tasche betekent “tas” en is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het meervoud is Taschen: Die Taschen sind schwer. — De tassen zijn zwaar. In de zin is eine große Tasche het voorwerp van abgeben. Schalter: Schalter betekent hier “balie” of “loket”. Het woord heeft in het enkelvoud dezelfde vorm in de nominatief en accusatief; het meervoud is ook Schalter. In am Schalter staat het na an dem en verwijst het naar de plaats bij de balie. Wir warten am Schalter. — Wij wachten bij de balie. abgeben: Abgeben betekent hier iets bij een balie afgeven of daar achterlaten. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat de persoonsvorm van abgeben gesplitst, bijvoorbeeld Ihr gebt die Tasche ab. — Jullie geven de tas af. Na het modale werkwoord könnt blijft het echter als volledige infinitief aan het einde staan: Ihr könnt die Tasche abgeben. Samen betekent Ihr könnt “jullie kunnen”, eine große Tasche “een grote tas”, am Schalter “bij de balie” en abgeben “afgeven/achterlaten”. De hele zin betekent daarom: “Jullie kunnen een grote tas bij de balie achterlaten.”

  7. Ich habe eine kleine Wasserflasche dabei.

    Ik heb een kleine waterfles bij me.

    Ich habe
    ik heb
    kleine
    klein
    Wasserflasche
    waterfles
    dabei
    bij me
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe is de tegenwoordige tijd van haben bij de eerste persoon enkelvoud: ich habe = “ik heb”. De vorm habe hoort dus bij het onderwerp ich; vergelijk bijvoorbeeld: Ich habe Zeit. — “Ik heb tijd.” kleine betekent hier “kleine”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is klein; kleine is de vorm die hier bij Wasserflasche past. Wasserflasche is vrouwelijk en staat als lijdend voorwerp bij haben in de accusatief. Na het onbepaalde lidwoord eine krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e: eine kleine Wasserflasche. Voorbeeld: Ich kaufe eine kleine Tasche. — “Ik koop een kleine tas.” Wasserflasche is een samenstelling van Wasser en Flasche: letterlijk “waterfles”. In Duitse samenstellingen bepaalt het laatste deel het grammaticale geslacht; Flasche is vrouwelijk, dus die Wasserflasche en in deze zin eine Wasserflasche. Voorbeeld: Die Wasserflasche ist leer. — “De waterfles is leeg.” dabei betekent in deze zin “bij me” of “bij zich”, in de betekenis dat iets meegenomen is en beschikbaar is. Het is hier geen onderdeel van haben als vervoegde werkwoordsvorm; habe draagt de werkwoordsinformatie, terwijl dabei de situatie nader bepaalt. Voorbeeld: Ich habe meinen Ausweis dabei. — “Ik heb mijn identiteitsbewijs bij me.” Samen vormen de delen: Ich habe + eine kleine Wasserflasche + dabei. Het onderwerp is “ik”, het bezit of meegenomen voorwerp is “een kleine waterfles”, en dabei maakt duidelijk dat die fles bij de spreker is. De volledige betekenis is daarom: “Ik heb een kleine waterfles bij me.”

  8. Ich lasse meine Tasche hier, bevor wir anfangen.

    Ik laat mijn tas hier achter voordat we beginnen.

    Ich lasse
    ik laat
    meine
    mijn
    Tasche
    tas
    hier
    hier
    bevor
    voordat
    anfangen
    beginnen
    Uitgebreide uitleg

    Ich lasse betekent hier dat de spreker de tas ergens achterlaat. Het werkwoord is lassen; in de tegenwoordige tijd krijgt de eerste persoon enkelvoud de vorm ich lasse. In deze betekenis staat lassen bij een voorwerp dat je niet meeneemt of op een plaats laat. Voorbeeld: Ich lasse das Buch hier. — Ik laat het boek hier achter. meine is een bezittelijke vorm met de betekenis ‘mijn’. De vorm past zich aan het zelfstandig naamwoord aan: meine Tasche gebruikt hier de vrouwelijke vorm in de vierde naamval. Vergelijk: mein Buch — mijn boek; meinen Schlüssel — mijn sleutel. Het is meine zelf die deze vorm draagt, niet Tasche. Tasche betekent ‘tas’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche. In deze zin is het de zaak die de spreker achterlaat. Het meervoud is Taschen. hier betekent ‘hier’, dus op de plaats die in de situatie als ‘hier’ wordt aangewezen. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. bevor leidt een bijzin in met de betekenis ‘voordat’. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Bevor ich gehe, trinke ich Wasser. — Voordat ik ga, drink ik water. anfangen betekent ‘beginnen’. Het is een scheidbaar werkwoord: de basisvorm is anfangen, maar in een hoofdzin verschijnt de persoonsvorm als ich fange an. Na bevor blijft de infinitief als geheel aan het einde staan: bevor wir anfangen. Hier is wir het onderwerp van die bijzin en betekent het werkwoord dus ‘beginnen’ vanuit ‘wij’. Samen betekent Ich lasse meine Tasche hier dat de spreker zijn of haar tas hier achterlaat. bevor wir anfangen geeft aan dat dit gebeurt vóór het moment waarop de groep begint. De volledige zin betekent daarom: ‘Ik laat mijn tas hier achter voordat we beginnen.’

  9. Ich freue mich darauf.

    Ik kijk ernaar uit.

    freue mich
    verheug me
    darauf
    daarop; ernaar
    Uitgebreide uitleg

    freue mich betekent hier dat de spreker zich verheugt. Het werkwoord is sich freuen; in de tegenwoordige tijd krijgt de vorm bij ich de vorm freue, en mich is het wederkerend voornaamwoord dat bij ich hoort. Het is dus niet simpelweg het werkwoord freuen zonder voornaamwoord. Voorbeeld: Ich freue mich. — Ik verheug me. darauf betekent hier daarop of natuurlijker ernaar. Het is gevormd uit da + auf en verwijst naar iets waarnaar wordt uitgekeken; de precieze zaak wordt in deze ene zin niet benoemd. Bij een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord kan Duits ook auf met een zelfstandig naamwoord gebruiken, bijvoorbeeld: Ich freue mich auf den Urlaub. — Ik kijk uit naar de vakantie. Samen vormen sich freuen auf etwas en het vervangende darauf de betekenis uitkijken naar iets. Ich freue mich darauf. betekent daarom: Ik kijk ernaar uit.

Grammatica

bevor + bijzin: het werkwoord staat achteraan

bevor die Wanderung anfängt

buh-foor die van-duh-roeng an-fengt

voordat de wandeltocht begint

Na bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

mitbringen: scheidbaar werkwoord

Sie bringt etwas mit.

zie brengt et-vas mit.

Zij neemt iets mee.

Bij een vervoegd scheidbaar werkwoord staat mit aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

ausfüllen werkwoord
aus-guh-vuul-un invullen ausgefüllt
bei voorzetsel
bai bij
etwas voornaamwoord
et-vas iets
Formular zelfstandig naamwoord
for-moe-LAA-uh formulier
groß bijvoeglijk naamwoord
groos groot große
mitbringen werkwoord
mit-bring-un meenemen bringt ... mit
mitmachen werkwoord
mit-mah-khun meedoen
nächste bijvoeglijk naamwoord
neksj-tuh volgende nächsten
Schalter zelfstandig naamwoord
sjal-tuh balie
Tasche zelfstandig naamwoord
ta-sjuh tas
Wanderung zelfstandig naamwoord
van-duh-roeng wandeltocht
Wasserflasche zelfstandig naamwoord
vas-uh-fla-sjuh waterfles

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb het formulier ingevuld.

Antwoord tonenIch habe das Formular ausgefüllt.

Moeten we iets meenemen?

Antwoord tonenSollen wir etwas mitbringen?

Neem alstublieft een waterfles mee.

Antwoord tonenBitte bringt eine Wasserflasche mit.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

iets

Antwoord tonenetwas

meedoen

Antwoord tonenmitmachen

wandeltocht

Antwoord tonenWanderung

invullen

Antwoord tonenausgefüllt