Een rapportbestand versturen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a workplace, two adults coordinate sending a finished report file before a meeting starts..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een rapportbestand versturen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ist der Bericht fertig?

Ist deer be-richt fer-tich? Is het rapport klaar?
B

Es ist fast fertig.

Es ist fast fer-tich. Het is bijna klaar.
A

Bitte schick mir die Datei, wenn sie fertig ist.

Bit-te sjik mier die da-tai, wen zie fer-tich ist. Stuur me het bestand als het klaar is.
B

Ich habe gerade die letzte Seite fertig gemacht.

Ich haa-be ge-raa-de die let-ste zai-te fer-tich ge-macht. Ik heb net de laatste pagina afgemaakt.
A

Ich brauche sie, bevor das Meeting beginnt.

Ich brau-ge zie, be-foor das mie-ting be-gint. Ik heb het nodig voordat de vergadering begint.
B

Ich hänge die neue Datei jetzt an.

Ich hen-ge die noi-e da-tai jets an. Ik voeg het nieuwe bestand nu toe.
A

Ich prüfe sie sofort.

Ich pruu-fe zie zo-fort. Ik controleer het meteen.
B

Die Datei sollte jetzt in deinem Posteingang sein.

Die da-tai zol-te jets in dai-num post-ain-gang zain. Het bestand zou nu in je inbox moeten staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Ist der Bericht fertig?

    Is het rapport klaar?

    Ist
    is
    der Bericht
    het rapport
    fertig
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Ist is hier de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In een ja/nee-vraag staat deze werkwoordsvorm vooraan: Ist der Bericht fertig? betekent letterlijk ongeveer “Is het rapport klaar?” In een mededelende zin staat het onderwerp vóór het werkwoord: Der Bericht ist fertig. — “Het rapport is klaar.” der Bericht betekent hier “het rapport”. Bericht is een zelfstandig naamwoord; de basisvorm is eveneens Bericht. Het is mannelijk, daarom staat hier het lidwoord der in deze naamval. Het meervoud is die Berichte: Die Berichte sind fertig. — “De rapporten zijn klaar.” fertig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “af”. Het beschrijft hier de toestand van der Bericht en staat na ist, zonder verbuiging. Een bruikbaar contrast is fast fertig — “bijna klaar”; fast maakt de toestand minder dan volledig klaar. Samen vormen de delen de ja/nee-vraag Ist der Bericht fertig?: Ist staat vooraan omdat het een vraag is, der Bericht is datgene waarnaar gevraagd wordt, en fertig benoemt de gevraagde toestand. De vaste Nederlandse betekenis is: “Is het rapport klaar?”

  2. Es ist fast fertig.

    Het is bijna klaar.

    Es ist
    het is
    fast
    bijna
    fertig
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    Es ist betekent hier “het is”. Es is het onderwerppronomen in het enkelvoud; de concrete referent van “het” wordt in deze ene zin niet nader benoemd. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. In een herbruikbaar patroon staat dit voornaamwoord met de persoonsvorm vóór een bijvoeglijk naamwoord: Es ist + bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Es ist neu. — “Het is nieuw.” fast betekent hier “bijna” en geeft aan dat iets een toestand nog net niet volledig heeft bereikt. Het is een bijwoord en verandert daarom niet van vorm. Let op het betekenisverschil met schnell, dat “snel” betekent: fast fertig is “bijna klaar”, terwijl schnell fertig “snel klaar” betekent. Voorbeeld: Der Bericht ist fast fertig. — “Het rapport is bijna klaar.” fertig betekent hier “klaar” of “af”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als gezegde staat; in deze positie krijgt het geen uitgang. Het kan dus zowel een toestand van een zaak als van een persoon beschrijven, afhankelijk van de context. Een nuttig contrast is fertig (“klaar/af”) tegenover unfertig (“onaf”); dat contrast is niet hetzelfde als bereit (“klaar om iets te doen/bereid”). Voorbeeld: Die Datei ist fertig. — “Het bestand is klaar.” Samen vormen de delen Es ist fast fertig. de betekenis “Het is bijna klaar.” De volgorde is: onderwerp (Es), vervoegde vorm van sein (ist), graadbijwoord (fast) en het bijvoeglijk naamwoord dat de toestand beschrijft (fertig). De zin zegt dat de toestand “klaar” bijna bereikt is, niet dat iets al volledig klaar is.

  3. Bitte schick mir die Datei, wenn sie fertig ist.

    Stuur me het bestand als het klaar is.

    Bitte
    alsjeblieft
    schick
    stuur
    mir
    aan mij
    Datei
    bestand
    wenn
    als / wanneer
    sie
    het
    fertig
    klaar / af
    ist
    is
    Uitgebreide uitleg

    Bitte maakt het verzoek beleefder; het betekent hier “alsjeblieft”. Het kan ook aan het begin of einde van een verzoek staan. Voorbeeld: Bitte warte. — “Wacht alsjeblieft.” schick komt van schicken (“sturen”) en is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. Het onderwerp du staat niet in de zin, maar wordt door deze vorm begrepen. Voorbeeld: Schick mir den Link. — “Stuur me de link.” mir betekent “aan mij” en is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk mich (“mij”) als accusatiefvorm: Er sieht mich. — “Hij ziet mij.” In deze zin is de ontvanger van het sturen mir. die Datei betekent “het bestand”. Datei is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord die in het enkelvoud. Het meervoud is Dateien, bijvoorbeeld: Ich schicke die Dateien. — “Ik stuur de bestanden.” wenn leidt het voorwaardelijke of temporele bijzinsegment in. Hier geeft het aan wanneer het bestand klaar is: “als/wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Ich komme, wenn ich Zeit habe. — “Ik kom als ik tijd heb.” die Datei wordt in het vervolg met sie opgenomen. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud met vrouwelijke grammaticale vorm, passend bij die Datei; de Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor “het”, omdat bestand in het Nederlands onzijdig is. De vorm sie kan in andere contexten ook een andere grammaticale functie hebben, maar hier is de bedoelde verwijzing het bestand. fertig betekent hier “klaar” of “af”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als gezegde staat en daarom geen extra uitgang krijgt. In die Datei ist fertig beschrijft het de toestand van het bestand. Het contextvoorbeeld Es ist fast fertig. gebruikt dezelfde betekenis van “klaar”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). De vorm past bij sie in de bijzin. De relevante vormreeks is sein — ist — “zijn” — “is”. In de hoofdzin staat de gebiedende wijs schick; in de bijzin staat ist achteraan, zoals Duits dat bij een door wenn ingeleide bijzin doet. Samen bestaat de zin uit een beleefd verzoek om een bestand naar de spreker te sturen, gevolgd door de voorwaarde of het tijdstip waarop dat moet gebeuren. Het patroon is: Bitte + gebiedende wijs + ontvanger in de datief + voorwerp, wenn + onderwerp + toestand + vervoegd werkwoord aan het einde. De vaste vertaling maakt duidelijk dat sie hier naar het bestand verwijst en dat fertig ist betekent dat het bestand klaar is.

  4. Ich habe gerade die letzte Seite fertig gemacht.

    Ik heb net de laatste pagina afgemaakt.

    Ich habe
    ik heb
    gerade
    net
    letzte
    laatste
    Seite
    pagina
    fertig gemacht
    afgemaakt
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe betekent hier “ik heb” en vormt samen met het voltooid deelwoord de Duitse voltooide tijd (Perfekt). habe is de vorm van haben bij ich; in een gewone hoofdzin staat het vervoegde hulpwerkwoord op de tweede positie, terwijl het voltooid deelwoord aan het einde staat. Voorbeeld: Ich habe gelernt. — “Ik heb geleerd.” gerade betekent in deze zin “net”: het geeft aan dat de handeling kort geleden is afgerond. Het kan in andere contexten ook “op dit moment” betekenen, maar die betekenis past hier niet bij de vaste vertaling. letzte betekent “laatste”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is letzt-; letzte is de vorm die hier vóór het zelfstandig naamwoord staat. Het zelfstandig naamwoord Seite is vrouwelijk en staat hier enkelvoudig als lijdend voorwerp. Na het bepaalde lidwoord die krijgt het bijvoeglijk naamwoord in deze combinatie de uitgang -e: die letzte Seite. Het bijvoeglijk naamwoord drukt hier volgorde uit, niet een hoeveelheid. Seite betekent “pagina”. Het meervoud is Seiten: eine Seite — “een pagina”; zwei Seiten — “twee pagina’s”. In de vaste zin verwijst Seite naar één pagina, namelijk de laatste. fertig gemacht betekent hier “afgemaakt” of “klaargemaakt”. Dit is de voltooide vorm van de uitdrukking fertig machen: machen betekent “maken”, en in fertig machen betekent het geheel “afmaken”. Het voltooid deelwoord is fertig gemacht; gemacht is het voltooid deelwoord van machen. Voorbeeld: Ich habe die Aufgabe fertig gemacht. — “Ik heb de opdracht afgemaakt.” Samen vormen de delen: Ich habe + gerade + die letzte Seite + fertig gemacht. De spreker zegt dus dat die persoon net de laatste pagina heeft afgemaakt. De voltooide tijd maakt de afgeronde handeling duidelijk; gerade voegt eraan toe dat dit pas kort geleden gebeurde.

  5. Ich brauche sie, bevor das Meeting beginnt.

    Ik heb het nodig voordat de vergadering begint.

    brauche
    heb nodig
    sie
    het
    bevor
    voordat
    Meeting
    vergadering
    beginnt
    begint
    Uitgebreide uitleg

    brauche komt van brauchen en betekent hier “nodig hebben”. De vorm is tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich brauche. Het onderwerp Ich bepaalt die vorm. Voor hergebruik: Ich brauche Zeit. — “Ik heb tijd nodig.” sie is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. In combinatie met Ich brauche en de vaste vertaling betekent het “het” in de zin “Ik heb het nodig”. De vorm sie kan in andere zinnen ook een andere grammaticale functie of verwijzing hebben; bepaal die dus uit de zin. Hier staat het voornaamwoord na het werkwoord en vervangt het wat nodig is. bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is: bevor + onderwerp + ... + werkwoord. Voorbeeld: Ich gehe, bevor es dunkel wird. — “Ik ga voordat het donker wordt.” Meeting is een zelfstandig naamwoord voor “vergadering”. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter; het woord heeft hier het lidwoord das: das Meeting. Het is een leenwoord dat in deze betekenis naar een bijeenkomst of vergadering verwijst. beginnt komt van beginnen en betekent hier “begint”. Het is tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, bij het onderwerp das Meeting. Bij beginnen verandert in deze vorm de klinker van e naar i: ich beginne, maar das Meeting beginnt. Voorbeeld: Der Kurs beginnt um neun. — “De cursus begint om negen uur.” Samen vormt Ich brauche sie de hoofdzin “Ik heb het nodig”. bevor das Meeting beginnt is de tijdsbepalende bijzin “voordat de vergadering begint”. Omdat bevor de bijzin inleidt, staat beginnt daar achteraan. De volledige betekenis is: “Ik heb het nodig voordat de vergadering begint.”

  6. Ich hänge die neue Datei jetzt an.

    Ik voeg het nieuwe bestand nu toe.

    hänge … an
    toevoegen; bijvoegen
    neue
    nieuwe
    Datei
    bestand
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    hänge … an hoort bij het scheidbare werkwoord anhängen, hier in de betekenis ‘bijvoegen’ of ‘als bijlage toevoegen’. De vorm hänge is de tegenwoordige tijd bij ich; in een hoofdzin staat het voorste deel hänge op de werkwoordpositie en komt het partikel an aan het einde. Voorbeeld: Ich hänge den Bericht an. — Ik voeg het verslag toe. neue betekent hier ‘nieuwe’ en beschrijft Datei. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is neu; neue is hier de verbogen vorm. De uitgang -e past bij het vrouwelijk enkelvoud in de accusatief na het bepaalde lidwoord die, in die neue Datei. Voorbeeld: Ich öffne die neue Datei. — Ik open het nieuwe bestand. Datei betekent ‘bestand’, bijvoorbeeld een computerbestand. Het woord is vrouwelijk: die Datei; het meervoud is die Dateien. Voorbeeld: Die Datei ist groß. — Het bestand is groot. jetzt betekent ‘nu’ en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Ich mache das jetzt. — Ik doe dat nu. Samen vormt Ich hänge die neue Datei jetzt an. de betekenis: ‘Ik voeg het nieuwe bestand nu toe.’ Ich is het onderwerp, hänge … an is het scheidbare werkwoord, die neue Datei is wat wordt toegevoegd en jetzt geeft het tijdstip aan. De zin is een gewone, directe mededeling.

  7. Ich prüfe sie sofort.

    Ik controleer het meteen.

    Ich
    ik
    prüfe
    controleer
    sie
    het
    sofort
    meteen
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord. De vorm verandert bijvoorbeeld bij de vierde naamval: mich betekent “mij”. Voorbeeld: Ich sehe dich. — “Ik zie jou.” prüfe betekent hier “controleer”. De basisvorm is prüfen; prüfe is de tegenwoordige tijd bij ich. In dezelfde tijd krijgt de derde persoon enkelvoud bijvoorbeeld prüft: Er prüft die Datei. — “Hij controleert het bestand.” sie betekent hier “het” en verwijst, volgens de vaste vertaling en de voorafgaande context, naar het bestand (die Datei). In het Duits is Datei vrouwelijk, waardoor het bijbehorende voornaamwoord in de vierde naamval sie is. De vorm sie kan in andere zinnen ook “zij” of “hen/ze” betekenen; de betekenis hier wordt door de verwijzing naar die Datei en de vertaling bepaald. Voorbeeld: Ich öffne sie. — “Ik open het.” sofort betekent “meteen” of “onmiddellijk”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Voorbeeld: Sie antwortet sofort. — “Zij antwoordt meteen.” Samen vormen Ich prüfe sie sofort de structuur “ik controleer het meteen”: Ich is degene die handelt, prüfe geeft de handeling aan, sie is het gecontroleerde bestand en sofort geeft aan dat de controle onmiddellijk gebeurt. De punt sluit de mededelende zin af.

  8. Die Datei sollte jetzt in deinem Posteingang sein.

    Het bestand zou nu in je inbox moeten staan.

    Datei
    bestand
    sollte
    zou moeten
    jetzt
    nu
    deinem
    jouw
    Posteingang
    inbox
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Datei betekent hier “bestand”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Datei; het meervoud is die Dateien. Bijvoorbeeld: Die Datei ist groß. = “Het bestand is groot.” sollte is hier de vorm van sollen voor er/​sie/​es in de Konjunktiv II. In deze zin drukt het een verwachting uit: volgens de spreker hoort het bestand daar nu te zijn. De vorm soll is de gewone tegenwoordige vorm; sollte kan in andere contexten ook een aanbeveling uitdrukken, maar dat is hier niet de bedoelde betekenis. jetzt betekent “nu” en plaatst de verwachte toestand in het huidige moment. Bijvoorbeeld: Jetzt ist die Datei da. = “Nu is het bestand er.” deinem is de verbogen vorm van dein (“jouw”/“je”). Het verwijst hier naar één mannelijke of onzijdige zelfstandig-naamwoordgroep in de datief. Na in geeft de datief een plaats aan: in deinem Posteingang betekent “in jouw inbox”. De vorm is dus niet alleen door bezit bepaald, maar ook door naamval en het geslacht van het zelfstandig naamwoord: dein Posteingang (nominatief), in deinem Posteingang (datief). Voor een vrouwelijk woord is de datiefvorm bijvoorbeeld deiner. Posteingang betekent “inbox” of “postvak IN”. Het is een mannelijk samengesteld zelfstandig naamwoord: der Posteingang; het meervoud is die Posteingänge. In in deinem Posteingang gaat het om een vaste locatie, daarom staat in hier met de datief. Vergelijk: Die Datei kommt in deinen Posteingang. = “Het bestand komt in jouw inbox.” Daar gaat het om beweging naar een locatie, waardoor in de accusatief krijgt (deinen). sein betekent “zijn”. Dit is het infinitief van sein. Na het modale werkwoord sollte blijft sein in de infinitief en staat het aan het einde: sollte ... sein. Bijvoorbeeld: Die Nachricht sollte fertig sein. = “Het bericht zou klaar moeten zijn.” Samen vormen de delen: Die Datei (“het bestand”) + sollte (“zou moeten”, als verwachting) + jetzt (“nu”) + in deinem Posteingang (“in je inbox”) + sein (“zijn”). De volledige betekenis is daarom: “Het bestand zou nu in je inbox moeten staan.”

Grammatica

Wenn/Bevor + bijzin: het vervoegde werkwoord staat achteraan

Wenn ich die neue Datei prüfe, schicke ich den Bericht.

Wen ich die noi-e da-tai pruu-fe, sjik-ke ich deen be-richt.

Als ik het nieuwe bestand controleer, stuur ik het rapport.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin; in de hoofdzin staat het werkwoord op de tweede plaats.

Separable werkwoord: anhängen → hänge ... an

Ich hänge die neue Datei an.

Ich hen-ge die noi-e da-tai an.

Ik voeg het nieuwe bestand als bijlage toe.

Bij een vervoegd separabel werkwoord gaat an naar het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

Bericht zelfstandig naamwoord
be-richt rapport

Ist der Bericht fertig?

brauchen werkwoord
brau-ge nodig hebben brauche

Ich brauche sie.

Datei zelfstandig naamwoord
da-tai bestand

Bitte schick mir die Datei.

fast bijwoord
fast bijna

Es ist fast fertig.

fertig bijvoeglijk naamwoord
fer-tich klaar; af

Ist der Bericht fertig?

fertig machen uitdrukking
fer-tich mach-en afmaken fertig gemacht

Ich habe gerade die letzte Seite fertig gemacht.

gerade bijwoord
ge-raa-de net; zojuist

Ich habe gerade die letzte Seite fertig gemacht.

letzt bijvoeglijk naamwoord
letst laatste letzte

die letzte Seite

mir voornaamwoord
mier mij; aan mij

Bitte schick mir die Datei.

schicken werkwoord
sjik-ke sturen schick

Bitte schick mir die Datei.

Seite zelfstandig naamwoord
zai-te pagina

die letzte Seite

wenn voegwoord
wen als; wanneer

wenn sie fertig ist

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is het rapport klaar?

Antwoord tonenIst der Bericht fertig?

Het is bijna klaar.

Antwoord tonenEs ist fast fertig.

Ik controleer het meteen.

Antwoord tonenIch prüfe sie sofort.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

als; wanneer

Antwoord tonenwenn

sturen

Antwoord tonenschick

bestand

Antwoord tonenDatei

net; zojuist

Antwoord tonengerade