Ist
“Ist” betekent hier “is” en staat vooraan in de vraag “Ist der Bericht fertig?”. In een nieuwe vraag kun je dezelfde woordvolgorde gebruiken met “Ist ...?”. Je gebruikt dit om naar de toestand van iets te vragen.
der
“der” is hier het bepaalde lidwoord bij “Bericht” in “der Bericht”, dus “het rapport”. Leer het als onderdeel van deze woordgroep: “der Bericht”. Je gebruikt deze combinatie bijvoorbeeld wanneer je op het werk naar een rapport verwijst.
Bericht
“Bericht” betekent in “der Bericht” een rapport. Het woord verwijst hier naar het werkdocument dat bijna klaar is. “der Bericht” is een bruikbare combinatie wanneer je over een rapport praat.
fertig
“fertig” betekent hier “klaar” of “af” en beschrijft dat het rapport of iets anders voltooid is. In “Ist der Bericht fertig?” en “Es ist fast fertig.” staat het bij “ist”. Je gebruikt “fertig” bijvoorbeeld om te zeggen dat een taak of document klaar is.
Es
“Es” betekent hier “het” en is het onderwerp van “Es ist fast fertig.”. Het verwijst neutraal naar hetgeen waarover de gesprekspartners spreken. Je kunt “Es ist ...” gebruiken om kort naar een eerder besproken zaak te verwijzen.
fast
“fast” betekent “bijna” en verzacht hier “fertig”: iets is nog niet helemaal klaar. De combinatie “fast fertig” is een veelgebruikte manier om een bijna voltooide taak te beschrijven. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer een document nog een laatste bewerking nodig heeft.
Bitte
“Bitte” betekent “alsjeblieft” en maakt het verzoek beleefd in “Bitte schick mir die Datei”. Het staat hier vooraan in het verzoek. Je gebruikt “Bitte” wanneer je iemand vriendelijk om een handeling vraagt.
schick
“schick” betekent hier “stuur” en is de directe verzoekvorm in “Bitte schick mir die Datei”. Het voorwerp “die Datei” en de ontvanger “mir” volgen daarna. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon informeel vraagt iets te sturen.
mir
“mir” betekent hier “aan mij” en geeft aan wie de Datei moet ontvangen in “schick mir die Datei”. Het staat direct na “schick”, vóór het verstuurde voorwerp. Je gebruikt “mir” bij verzoeken om iets naar jou te sturen.
die
“die” is hier het bepaalde lidwoord bij “Datei” in “die Datei”, dus “het bestand”. In “Die Datei” staat hetzelfde woord aan het begin van een zin. Je gebruikt de woordgroep “die Datei” wanneer je naar het bestand verwijst.
Datei
“Datei” betekent “bestand” en verwijst hier naar het rapportbestand dat verstuurd en gecontroleerd wordt. Het komt voor in “die Datei”. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld voor een bestand dat je per e-mail meestuurt.
wenn
“wenn” betekent hier “als” of “wanneer” en leidt de voorwaarde in “wenn sie fertig ist” in. In deze bijzin staat “ist” aan het einde. Je gebruikt “wenn” om aan te geven wanneer een handeling plaatsvindt of onder welke voorwaarde.
sie
“sie” betekent hier “het” en verwijst in “wenn sie fertig ist” naar “die Datei”. Het neemt daar de plaats van het bestand in. Je gebruikt deze vorm om in de bijzin opnieuw naar de Datei te verwijzen.
Ich
“Ich” betekent “ik” en is het onderwerp in zinnen zoals “Ich habe gerade ...” en “Ich brauche sie”. Het maakt duidelijk dat de spreker de handeling uitvoert of iets nodig heeft. Je gebruikt “Ich” wanneer je over je eigen handeling of behoefte spreekt.
habe
“habe” betekent hier “heb” en helpt in “Ich habe gerade die letzte Seite fertig gemacht” om een afgeronde handeling uit te drukken. Het staat na “Ich”. Je gebruikt de structuur “Ich habe ... gemacht” om te vertellen dat je iets hebt gedaan.
gerade
“gerade” betekent hier “net” en geeft aan dat de laatste pagina kort geleden is afgemaakt. Het staat in “gerade die letzte Seite fertig gemacht”. Je gebruikt het om een zojuist uitgevoerde handeling te beschrijven.
letzte
“letzte” betekent “laatste” en beschrijft in “die letzte Seite” welke pagina bedoeld wordt. Het staat direct vóór “Seite”. Je gebruikt deze combinatie wanneer iets het eindpunt van een reeks is, bijvoorbeeld de laatste pagina van een document.
Seite
“Seite” betekent “pagina” en verwijst hier naar de laatste pagina van het rapport. De volledige woordgroep is “die letzte Seite”. Je gebruikt dit woord bij documenten, rapporten en andere teksten met pagina’s.
gemacht
“gemacht” betekent in “fertig gemacht” dat de handeling is gedaan; samen met “fertig” gaat het hier om de laatste pagina afmaken. De betekenis “afgemaakt” komt dus uit de volledige uitdrukking “fertig gemacht”. Je gebruikt deze uitdrukking om te zeggen dat iets voltooid is.
brauche
“brauche” betekent “heb nodig” in “Ich brauche sie”. Hier heeft de spreker het bestand vóór de vergadering nodig. Je gebruikt “Ich brauche ...” om te zeggen dat je iets nodig hebt en noemt daarna het voorwerp.
bevor
“bevor” betekent “voordat” en leidt de tijdsbepaling “bevor das Meeting beginnt” in. In deze bijzin staat “beginnt” aan het einde. Je gebruikt “bevor” om aan te geven dat iets eerder moet gebeuren dan een andere gebeurtenis.
das
“das” is hier het bepaalde lidwoord bij “Meeting” in “das Meeting”. Samen betekent dit “de vergadering”. Je gebruikt de woordgroep “das Meeting” om in deze werkomgeving naar de vergadering te verwijzen.
Meeting
“Meeting” betekent “vergadering” en verwijst hier naar de bijeenkomst die nog moet beginnen. Het staat in “bevor das Meeting beginnt”. Je gebruikt dit woord in een werkomgeving wanneer je over een geplande vergadering spreekt.
beginnt
“beginnt” betekent “begint” in “bevor das Meeting beginnt”. Het beschrijft het moment waarop de vergadering start en staat aan het einde van de bijzin. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat een gebeurtenis op het punt staat te starten of start.
hänge
“hänge” betekent hier “voeg toe” of “hang bij” in “Ich hänge die neue Datei jetzt an”. Het hoort samen met het losse deel “an”; het voorwerp staat ertussen. Je gebruikt de structuur “hänge ... an” wanneer je een bestand als bijlage toevoegt.
neue
“neue” betekent “nieuwe” en beschrijft in “die neue Datei” welk bestand wordt toegevoegd. Het staat direct vóór “Datei”. Je gebruikt deze woordgroep om een bestand te onderscheiden van een eerder bestand.
jetzt
“jetzt” betekent “nu” en geeft aan dat het toevoegen van de Datei op dit moment gebeurt. In de zin staat het vóór “an”. Je gebruikt “jetzt” om een actuele handeling in de tijd te plaatsen.
an
“an” is hier het losse deel van “hänge ... an” en draagt samen met “hänge” de betekenis “als bijlage toevoegen”. Het staat aan het einde van de zin in “Ich hänge die neue Datei jetzt an”. Je gebruikt dit patroon met het voorwerp tussen “hänge” en “an”.
prüfe
“prüfe” betekent “controleer” in “Ich prüfe sie sofort”. De spreker zegt dat diegene de Datei gaat nakijken. Je gebruikt “Ich prüfe ...” wanneer je iets controleert en noemt daarna wat je controleert.
sofort
“sofort” betekent “meteen” of “onmiddellijk” in “Ich prüfe sie sofort”. Het benadrukt dat de controle zonder uitstel gebeurt. Je gebruikt dit wanneer een handeling direct moet plaatsvinden.
sollte
“sollte” betekent hier “zou moeten” en drukt een verwachting uit in “Die Datei sollte jetzt in deinem Posteingang sein”. De zin zegt dus dat het bestand naar verwachting al aanwezig is, zonder absolute zekerheid. Je gebruikt de structuur “sollte ... sein” om een verwachte toestand te beschrijven.
in
“in” betekent hier “in” en geeft de plaats aan in “in deinem Posteingang”. Het bestand bevindt zich volgens de zin binnen de inbox. Je gebruikt “in” om een locatie of plaats binnen iets aan te geven.
deinem
“deinem” betekent hier “jouw” in de woordgroep “in deinem Posteingang”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en geeft aan van wie de inbox is. Je gebruikt “in deinem ...” om naar iets in de inbox van de aangesprokene te verwijzen.
Posteingang
“Posteingang” betekent “inbox” en is de plaats waar de Datei volgens de zin nu zou moeten staan. De volledige woordgroep is “deinem Posteingang”. Je gebruikt dit woord wanneer je over ontvangen e-mails of bestanden praat.
sein
“sein” betekent hier “zijn” en voltooit de verwachte toestand in “Die Datei sollte jetzt in deinem Posteingang sein”. Het staat aan het einde na “sollte”. Je gebruikt “sollte ... sein” om te zeggen waar iets naar verwachting is.