Een vergadering voorbereiden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a workplace, two adults share meeting notes and check the discussion topic before a meeting begins..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een vergadering voorbereiden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Sind die Notizen für das Meeting fertig?

Zint die noo-tsie-en fuur das Mie-ting fertiesj? Zijn de notities voor de vergadering klaar?
B

Sie liegen auf meinem Schreibtisch.

Zie lie-gen auf mai-nem Sjraip-tisj. Ze liggen op mijn bureau.
A

Gibt es eine Kopie für mich?

Gipt es ai-ne Ko-pie fuur misj? Is er een kopie voor mij?
B

Hier ist eine.

Hie-er ist ai-ne. Hier is er een.
A

Was besprechen wir heute?

Vas be-sjprech-en vie-er hoi-te? Wat bespreken we vandaag?
B

Wir besprechen den neuen Plan.

Vie-er be-sjprech-en deen noien plaan. We bespreken het nieuwe plan.
A

Lass mich die Notizen lesen, bevor wir anfangen.

Las misj die noo-tsie-en lee-zen, be-foor vie-er an-fang-en. Laat me de notities lezen voordat we beginnen.
B

Nimm dir eine Minute, bevor wir anfangen.

Nim die-er ai-ne Mie-noe-te, be-foor vie-er an-fang-en. Neem een minuut voordat we beginnen.

Woord voor woord

Sind In “Sind die Notizen für das Meeting fertig?” betekent “Sind” “zijn” en wordt het gebruikt om te vragen of de notities klaar zijn. Het is een vorm van “sein” bij het meervoudige onderwerp “die Notizen”. Je kunt “Sind ...?” gebruiken om in een gesprek naar de toestand of gereedheid van iets te vragen.
die “die” betekent hier “de” en hoort bij het meervoudige zelfstandig naamwoord “Notizen” in “die Notizen”. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik deze combinatie wanneer je naar specifieke notities verwijst.
Notizen “Notizen” betekent “notities” en verwijst hier naar de aantekeningen voor de vergadering. In “die Notizen” vormt het samen met “die” het onderwerp van de vraag. Je gebruikt het voor geschreven informatie die iemand heeft opgeschreven.
für “für” betekent hier “voor” en geeft aan waarvoor het Meeting bedoeld is: “für das Meeting”. Het kan ook de ontvanger aangeven, zoals in “für mich”. Gebruik “für” vóór datgene of die persoon waarvoor iets bestemd is.
das “das” betekent hier “het” en staat in de uitdrukking “das Meeting”. Het is het bepaalde lidwoord bij het onzijdige leenwoord “Meeting”. Leer het hier samen met het zelfstandig naamwoord als “das Meeting”.
Meeting “Meeting” betekent “vergadering” in een werkomgeving. In “für das Meeting” verwijst het naar de vergadering waarvoor de notities nodig zijn. Je kunt het gebruiken om een zakelijke vergadering aan te duiden.
fertig “fertig” betekent hier “klaar” of “af”, zoals in “die Notizen ... fertig”. Het beschrijft dat de notities gereed zijn voor het Meeting. De combinatie “sein + fertig” is bruikbaar om te zeggen dat iets klaar is.
Sie “Sie” betekent hier “ze” en verwijst naar “die Notizen” uit de vorige zin. Het staat als onderwerp in “Sie liegen auf meinem Schreibtisch”. Gebruik het om naar meerdere eerder genoemde zaken of personen te verwijzen.
liegen “liegen” geeft hier aan dat de notities zich op het bureau bevinden: “Sie liegen auf meinem Schreibtisch”. Het beschrijft de locatie van iets dat daar ligt. De combinatie “liegen auf + plaats” is een bruikbaar patroon om een locatie te noemen.
auf “auf” betekent hier “op” en geeft in “auf meinem Schreibtisch” de plaats aan waar de notities liggen. Het hoort bij de locatie-uitdrukking met “liegen”. Gebruik “auf” wanneer je zegt dat iets zich op een oppervlak of bepaalde plek bevindt.
meinem “meinem” betekent hier “mijn” in “meinem Schreibtisch” en laat zien dat het bureau van de spreker is. Deze vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord. Gebruik een bezittelijke vorm zoals “meinem” om aan te geven van wie iets is.
Schreibtisch “Schreibtisch” betekent “bureau” en is in “meinem Schreibtisch” de plaats waar de notities liggen. Het verwijst hier naar het werkbureau van de spreker. Je gebruikt het voor een bureau waaraan iemand werkt.
Gibt In “Gibt es eine Kopie für mich?” maakt “Gibt” samen met “es” de vraag “Is er een kopie voor mij?”. Het is hier de vorm van “geben” in de vaste vraagconstructie “Gibt es ...?”. Gebruik “Gibt es ...?” om naar de aanwezigheid of beschikbaarheid van iets te vragen.
es In “Gibt es eine Kopie für mich?” is “es” onderdeel van de constructie “Gibt es ...?” en helpt het om te vragen of iets aanwezig is. Het verwijst hier niet naar een specifiek zelfstandig naamwoord. Gebruik de volledige uitdrukking “Gibt es ...?” om te vragen of iets er is.
eine “eine” betekent hier “een” en verwijst in “Hier ist eine” naar één kopie, waarbij “Kopie” uit de vorige zin wordt begrepen. Het staat zelfstandig omdat het bedoelde zelfstandig naamwoord niet opnieuw wordt gezegd. Gebruik “eine” zo wanneer een vrouwelijke zaak al bekend is uit de context.
Kopie “Kopie” betekent “kopie” en verwijst hier naar een exemplaar van de vergaderstukken. In “eine Kopie für mich” wordt gevraagd om een kopie voor de spreker. Je gebruikt het voor een nagemaakt of extra exemplaar van een document.
mich “mich” betekent “mij” in “für mich” en geeft aan voor wie de kopie bestemd is. Het staat na “für”. Gebruik “für mich” om jezelf als ontvanger of bedoeld persoon aan te geven.
Hier “Hier” betekent “hier” en wijst in “Hier ist eine” naar de plek waar de aangeboden kopie is. Het vestigt de aandacht op iets dat op de huidige plaats aanwezig is. De combinatie “Hier ist ...” is bruikbaar wanneer je iets aanwijst of overhandigt.
ist “ist” betekent “is” in “Hier ist eine” en zegt dat de kopie hier aanwezig is. Het vormt samen met “Hier” een korte aanwijzende mededeling. Gebruik “Hier ist ...” om te zeggen dat iets hier ligt, staat of beschikbaar is.
Was “Was” betekent “wat” in “Was besprechen wir heute?” en vraagt naar het onderwerp van de bespreking. Het staat aan het begin van de vraag. Gebruik “Was ...?” om te vragen welke zaak of welk onderwerp bedoeld wordt.
besprechen “besprechen” betekent “bespreken” en wordt in de dialoog gebruikt voor het bespreken van een onderwerp of plan. In “Wir besprechen den neuen Plan” heeft het “den neuen Plan” als onderwerp van de bespreking. Een bruikbaar patroon is “etwas besprechen”, waarbij je het te bespreken onderwerp invult.
wir “wir” betekent “wij” en verwijst naar de spreker samen met andere deelnemers aan het gesprek. In “Wir besprechen den neuen Plan” is het de persoon die de handeling uitvoert. Gebruik “wir” als onderwerp wanneer jij samen met anderen iets doet.
heute “heute” betekent “vandaag” en bepaalt in “Was besprechen wir heute?” wanneer de bespreking plaatsvindt. Het is een tijdsaanduiding. Gebruik “heute” om naar de huidige dag te verwijzen.
den “den” betekent hier “de” en hoort bij “den neuen Plan” in “Wir besprechen den neuen Plan”. Het staat vóór het bijvoeglijk naamwoord en zelfstandig naamwoord. Leer het hier als onderdeel van de uitdrukking “den neuen Plan”.
neuen “neuen” betekent “nieuwe” en beschrijft in “den neuen Plan” welk plan bedoeld wordt. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord “Plan” en volgt het lidwoord “den”. Gebruik een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord om het onderwerp nader te beschrijven.
Plan “Plan” betekent “plan” en is hier het onderwerp dat de gesprekspartners gaan bespreken. In “Wir besprechen den neuen Plan” verwijst het naar een nieuw werkplan. Je gebruikt het voor een voorgenomen aanpak of reeks activiteiten.
Lass “Lass” betekent hier “laat” in “Lass mich die Notizen lesen” en wordt gebruikt om toestemming of ruimte te vragen om iets te doen. Het is de gebiedende vorm van “lassen” in een informele aanspreking van één persoon. Het patroon “Lass mich + infinitief” is bruikbaar om te vragen: laat mij iets doen.
lesen “lesen” betekent “lezen” en verwijst hier naar het doornemen van “die Notizen”. Na “Lass mich” blijft het werkwoord in deze vorm staan. Gebruik “etwas lesen” wanneer je zegt welk geschreven materiaal je leest.
bevor “bevor” betekent “voordat” en verbindt in “bevor wir anfangen” de voorbereidende handeling met het begin van het Meeting. Het leidt een bijzin in over wat eerder gebeurt. Gebruik “bevor + bijzin” om de volgorde van twee handelingen aan te geven.
anfangen “anfangen” betekent “beginnen” in “bevor wir anfangen”. In deze bijzin staat de volledige werkwoordsvorm aan het einde. De combinatie “bevor wir anfangen” is bruikbaar om te zeggen dat iets vóór het begin van een activiteit gebeurt.
Nimm “Nimm” betekent hier “neem” in “Nimm dir eine Minute” en geeft een informele opdracht of aanmoediging. Het is gericht aan één persoon. Gebruik “Nimm dir ...” om iemand aan te moedigen tijd voor iets te nemen.
dir “dir” betekent hier “voor jezelf” of “voor jou” in “Nimm dir eine Minute”. Het maakt duidelijk dat de aangesprokene die minuut voor zichzelf neemt. Gebruik “Nimm dir + tijdsduur” om iemand aan te moedigen even tijd te nemen.
Minute “Minute” betekent “minuut” en geeft in “Nimm dir eine Minute” een korte hoeveelheid tijd aan. De spreker vraagt de ander om die tijd te gebruiken voordat ze beginnen. Je gebruikt het om een concrete korte tijdsduur te noemen.

Grammatica

für + Akkusativ

für mich

fuur misj

voor mij

Na für staat de vierde naamval: mich is de accusatiefvorm van ich.

Lass + Akkusativ + Infinitiv

Lass mich lesen.

Las misj lee-zen

Laat me lezen.

Lass kan met een persoon en een infinitief betekenen dat je iemand iets laat doen.

Duits woordenschat

eine voornaamwoord
ai-ne één; een exemplaar

Hier ist eine.

fertig bijvoeglijk naamwoord
fertiesj klaar

die Notizen sind fertig

für voorzetsel
fuur voor

für mich

geben werkwoord
gee-ben zijn; geven Gibt

Gibt es eine Kopie für mich?

hier bijwoord
Hie-er hier

Hier ist eine.

Kopie zelfstandig naamwoord
Ko-pie kopie

eine Kopie

liegen werkwoord
lie-gen liggen

Sie liegen auf meinem Schreibtisch.

Meeting zelfstandig naamwoord
Mie-ting vergadering

für das Meeting

mich voornaamwoord
misj mij

für mich

Notiz zelfstandig naamwoord
noo-tsiets notitie Notizen

die Notizen

Schreibtisch zelfstandig naamwoord
Sjraip-tisj bureau

auf meinem Schreibtisch

was voornaamwoord
vas wat

Was besprechen wir heute?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ze liggen op mijn bureau.

Antwoord tonenSie liegen auf meinem Schreibtisch.

Is er een kopie voor mij?

Antwoord tonenGibt es eine Kopie für mich?

Hier is er een.

Antwoord tonenHier ist eine.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zijn; geven

Antwoord tonenGibt

notitie

Antwoord tonenNotizen

bureau

Antwoord tonenSchreibtisch

mij

Antwoord tonenmich