Hulp vragen bij een taak | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a workplace, one adult asks for help with an unclear task and gets guidance on where to start..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Hulp vragen bij een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich brauche Hilfe bei dieser Aufgabe.

ich brau-guh hil-fuh bai die-zuh auf-gaa-buh Ik heb hulp nodig bij deze taak.
B

Welcher Teil ist für dich schwierig?

vel-chuh tail ist fuu-uh dich sjvie-rie-ch Welk deel vind je moeilijk?
A

Der erste Teil ist unklar.

dee-uh air-stuh tail ist oen-klaa-uh Het eerste deel is onduidelijk.
B

Ich kann es Schritt für Schritt mit dir durchgehen.

ich kan es sjrit fuu-uh sjrit mit die-uh doerch-gee-uhn Ik kan het stap voor stap met je doornemen.
A

Soll ich mit dieser Datei anfangen?

zol ich mit die-zuh da-tai an-fang-uhn Zal ik met dit bestand beginnen?
B

Fang dort an und zeig mir dann, was du hast.

fang dort an oent tsaik mie-uh dan, vas doe hast Begin daar en laat me dan zien wat je hebt.
A

Ich versuche es jetzt.

ich fer-tsoe-chuh es yetst Ik zal dat nu proberen.
B

Ich kann danach deine Arbeit prüfen.

ich kan da-naach dai-nuh ar-bait pruu-fuhn Ik kan daarna je werk nakijken.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich brauche Hilfe bei dieser Aufgabe.

    Ik heb hulp nodig bij deze taak.

    brauche
    heb nodig
    Hilfe
    hulp
    bei
    bij
    dieser
    deze
    Aufgabe
    taak
    Uitgebreide uitleg

    brauche betekent hier “heb nodig”. Het is de vorm van brauchen bij ich in de tegenwoordige tijd: ich brauche. Voorbeeld: Ich brauche Zeit. — “Ik heb tijd nodig.” Hilfe betekent “hulp”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Hilfe. In deze zin is het datgene wat nodig is. Voorbeeld: Ich brauche Hilfe. — “Ik heb hulp nodig.” bei betekent hier “bij”. Dit voorzetsel krijgt een naamwoordgroep in de datief. Hier verbindt het Hilfe met de taak waarvoor hulp nodig is. dieser betekent “deze” en hoort hier bij Aufgabe, zoals ook in de vaste vertaling “deze taak”. Aufgabe is vrouwelijk en enkelvoudig, en na bei staat deze naamwoordgroep in de datief. Daarom staat hier dieser. De vorm wordt dus bepaald door het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord én door de naamval; enkelvoud alleen is niet voldoende. Voorbeeld: bei dieser Frage — “bij deze vraag”. Aufgabe betekent “taak” of “opdracht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Aufgabe. Voorbeeld: Diese Aufgabe ist schwierig. — “Deze taak is moeilijk.” Samen betekent Ich brauche Hilfe bei dieser Aufgabe.: “Ik heb hulp nodig bij deze taak.” Ich brauche geeft aan wat de spreker nodig heeft, Hilfe benoemt wat nodig is, en bei dieser Aufgabe specificeert bij welke taak die hulp nodig is.

  2. Welcher Teil ist für dich schwierig?

    Welk deel vind je moeilijk?

    Welcher
    welke
    Teil
    deel
    ist
    is
    für dich
    voor jou
    schwierig
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    Welcher betekent hier “welke” en staat vóór het zelfstandig naamwoord Teil. De vorm is mannelijk enkelvoud in de nominatief, omdat Teil het onderwerp is van ist. Vergelijk de basisreeks: welcher (mannelijk), welche (vrouwelijk of meervoud), welches (onzijdig). Voorbeeld: Welche Aufgabe ist schwierig? — “Welke taak is moeilijk?” Teil betekent “deel”. Het is een zelfstandig naamwoord: der Teil, meervoud die Teile. In deze zin verwijst het naar een deel van iets dat besproken of bedoeld is; de zin specificeert niet verder welk geheel dat is. Voorbeeld: Dieser Teil ist klar. — “Dit deel is duidelijk.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm past bij het enkelvoudige onderwerp welcher Teil. Voorbeeld: Der erste Teil ist unklar. — “Het eerste deel is onduidelijk.” für dich betekent “voor jou”. für krijgt in het Duits de accusatief; dich is daarom de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud. De combinatie maakt duidelijk dat de moeilijkheid wordt beoordeeld vanuit het perspectief van de aangesprokene. Vergelijk für mich — “voor mij”. Voorbeeld: Die Aufgabe ist für mich schwierig. — “De taak is voor mij moeilijk.” schwierig betekent “moeilijk” of “lastig”. Hier staat het als naamwoordelijk deel na ist, dus zonder adjectiefuitgang. De vorm wordt niet verbogen omdat hij hier predicatief wordt gebruikt. Vergelijk leicht — “gemakkelijk”: Der Teil ist leicht. — “Het deel is gemakkelijk.” De opbouw is Welcher + zelfstandig naamwoord + sein + für + persoon + bijvoeglijk naamwoord: “Welk deel is voor jou moeilijk?” Welcher Teil vraagt om een specifiek deel, ist ... schwierig beschrijft de beoordeling ervan, en für dich geeft aan voor wie het moeilijk is.

  3. Der erste Teil ist unklar.

    Het eerste deel is onduidelijk.

    erste
    eerste
    Teil
    deel
    ist
    is
    unklar
    onduidelijk
    Uitgebreide uitleg

    erste betekent hier ‘eerste’. Het is de verbogen vorm van erst, ‘eerste’, bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Teil; in deze naamwoordgroep krijgt het de vorm erste. Vergelijk: der erste Teil = ‘het eerste deel’ en der zweite Teil = ‘het tweede deel’. Voorbeeld: Das ist der erste Schritt. — ‘Dat is de eerste stap.’ Teil betekent hier ‘deel’ of ‘gedeelte’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Teil; het meervoud is die Teile. Voorbeeld: Dieser Teil ist wichtig. — ‘Dit deel is belangrijk.’ ist is de vorm van sein (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De vorm verwijst hier naar der erste Teil: ‘het eerste deel is’. Voorbeeld: Der zweite Teil ist klar. — ‘Het tweede deel is duidelijk.’ unklar betekent ‘onduidelijk’ of ‘niet helder’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat hier na ist als gezegde staat; daarom krijgt het geen uitgang: Der Teil ist unklar. Het tegengestelde is klar, ‘duidelijk’. Voorbeeld: Die Frage ist unklar. — ‘De vraag is onduidelijk.’ Samen vormen de delen Der erste Teil ist unklar.: Der erste Teil is het onderwerp (‘het eerste deel’), ist verbindt dat onderwerp met de beschrijving, en unklar geeft die beschrijving. De volledige betekenis is: ‘Het eerste deel is onduidelijk.’

  4. Ich kann es Schritt für Schritt mit dir durchgehen.

    Ik kan het stap voor stap met je doornemen.

    Ich kann
    ik kan
    es
    het
    Schritt für Schritt
    stap voor stap
    mit dir
    met jou
    durchgehen
    doornemen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan of in staat is te doen. kann is de vorm van können bij ich; vergelijk: ich kann — ik kan, du kannst — jij kunt. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Ich kann helfen. — Ik kan helpen. es is een persoonlijk voornaamwoord voor een onzijdig object in de vierde naamval (accusatief). In deze zin betekent het, zoals in de vaste vertaling, het. De concrete referent wordt door de vaste gegevens niet eenduidig aangewezen; voor deze zin is daarom vooral de rol als object belangrijk. Schritt für Schritt is een vaste herhalingsconstructie met de betekenis stap voor stap: iets gebeurt geleidelijk of in opeenvolgende stappen. Schritt is het zelfstandig naamwoord; in deze uitdrukking blijft het in beide delen dezelfde vorm. Voorbeeld: Wir prüfen den Text Schritt für Schritt. — We controleren de tekst stap voor stap. mit dir betekent met jou. Het voorzetsel mit verlangt de datief; daarom is de vorm van du hier dir. Vergelijk: du als onderwerp in Du hilfst mir — Jij helpt mij, maar mit dir — met jou. durchgehen betekent hier iets volledig of onderdeel voor onderdeel doornemen. Het is een scheidbaar werkwoord: zonder modaal werkwoord staat de prefix in een gewone hoofdzin aan het einde, bijvoorbeeld Ich gehe den Text mit dir durch. — Ik neem de tekst met je door. Na kann blijft de infinitief als één vorm aan het einde staan: kann ... durchgehen. Samen vormen de delen de betekenis: de spreker zegt dat diegene het samen met de aangesprokene stap voor stap kan doornemen. De woordvolgorde is Ich kann + es + de manier waarop dit gebeurt (Schritt für Schritt) + de begeleider (mit dir) + de infinitief durchgehen. De formulering is neutraal en geschikt om hulp of gezamenlijke bespreking aan te bieden.

  5. Soll ich mit dieser Datei anfangen?

    Zal ik met dit bestand beginnen?

    Soll ich
    zal ik …?
    mit
    met
    dieser
    dit/deze
    Datei
    bestand
    anfangen
    beginnen
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich vormt hier een vraag met sollen: letterlijk wordt gevraagd of de spreker iets zal of moet doen. In deze context past de vertaling “zal ik …?” het best. ich is het onderwerp; het werkwoord soll staat in de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” mit betekent “met” en krijgt in het Duits een naamwoordgroep in de datief. Het drukt hier uit waarmee de spreker wil beginnen. dieser betekent hier “dit”, bij het vrouwelijke woord Datei. De vorm dieser is de datief vrouwelijk enkelvoud na mit; de vorm verandert dus door de combinatie van geslacht, getal en naamval van het zelfstandig naamwoord, niet door mit alleen. Voorbeeld: mit dieser Aufgabe — “met deze opdracht”. Datei betekent “bestand”, bijvoorbeeld een computerbestand. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Datei. In het Duits worden zelfstandige naamwoorden met een hoofdletter geschreven. anfangen betekent “beginnen”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin verschijnt de persoonsvorm als fange ... an, terwijl het hele werkwoord na soll als anfangen aan het einde blijft staan. Voorbeeld: Ich fange mit der Aufgabe an. — “Ik begin met de opdracht.” Samen betekent Soll ich mit dieser Datei anfangen?: “Zal ik met dit bestand beginnen?” De vraag gebruikt Soll ich ...? om te vragen of de spreker aan een bepaalde activiteit moet of zal beginnen; mit dieser Datei specificeert waarmee, en anfangen staat als infinitief aan het einde. De formulering is geschikt om op een directe, neutrale manier om aanwijzing of bevestiging te vragen.

  6. Fang dort an und zeig mir dann, was du hast.

    Begin daar en laat me dan zien wat je hebt.

    Fang … an
    begin eraan
    dort
    daar
    zeig
    toon
    mir
    me
    dann
    dan
    was
    wat
    du
    je
    hast
    hebt
    Uitgebreide uitleg

    Fang ... an komt van anfangen en betekent hier “beginnen”. De vorm Fang is de bevelsvorm voor du; bij dit scheidbare werkwoord staat an in deze hoofdzin achteraan. Een herbruikbaar patroon is: Fang ... an! — “Begin ...!” Voorbeeld: Fang mit der Aufgabe an! — “Begin met de opdracht!” dort betekent “daar” en verwijst naar een plaats die uit de situatie bekend is. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. zeig komt van zeigen (“tonen”, “laten zien”) en is ook een bevelsvorm voor du. Het werkwoord krijgt hier een meewerkend voorwerp in de datief: mir betekent “aan mij” of natuurlijk Nederlands “me”. Voorbeeld: Zeig mir das Bild! — “Laat me de afbeelding zien!” dann betekent “dan” en ordent deze handeling na de eerste: eerst beginnen, daarna iets laten zien. was betekent hier “wat” en leidt de inhoud in van wat getoond moet worden. In was du hast is du het onderwerp: “wat jij hebt”. du is de informele tweede persoon enkelvoud. Het werkwoord hast is de vorm van haben voor du; haben betekent “hebben”. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan, zoals in was du brauchst — “wat je nodig hebt”. Samen betekent Fang dort an und zeig mir dann, was du hast.: “Begin daar en laat me dan zien wat je hebt.” und verbindt twee bevelen. In het eerste bevel staat het scheidbare anfangen als Fang ... an; in het tweede bevel is zeig het bevel en is mir degene aan wie iets getoond wordt. De bijzin was du hast specificeert wat je moet laten zien.

  7. Ich versuche es jetzt.

    Ik zal dat nu proberen.

    Ich
    ik
    versuche
    probeer
    es
    het/dat
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Het is het onderwerp van de zin. Vergelijk in een ander voorbeeld: Du versuchst es. = “Jij probeert het.” versuche komt van het werkwoord versuchen (“proberen”). In deze zin is het de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich versuche. De tegenwoordige tijd kan in het Duits ook een handeling rond het huidige moment uitdrukken; hier wordt die tijd gecombineerd met jetzt (“nu”). Voorbeeld: Ich versuche, Deutsch zu lernen. = “Ik probeer Duits te leren.” es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval en verwijst hier naar datgene wat geprobeerd wordt. De concrete referent wordt in deze zin niet benoemd. De vorm es is grammaticaal onzijdig; dat bepaalt de vorm van het voornaamwoord, maar identificeert op zichzelf niet waarnaar het verwijst. In een andere zin kan es bijvoorbeeld naar een eerder genoemd onzijdig zelfstandig naamwoord verwijzen. jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling bij het huidige moment. Het verandert niet van vorm naar persoon of getal. Vergelijk: Ich komme jetzt. = “Ik kom nu.” Samen vormen de delen Ich + versuche + es + jetzt een eenvoudige mededeling: het onderwerp zegt dat het datgene waarnaar es verwijst nu probeert te doen. De vaste vertaling geeft deze bedoelde betekenis weer als “Ik zal dat nu proberen.”

  8. Ich kann danach deine Arbeit prüfen.

    Ik kan daarna je werk nakijken.

    Ich kann
    ik kan
    danach
    daarna
    deine
    jouw
    Arbeit
    werk
    prüfen
    nakijken; controleren
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan”. Ich is de eerste persoon enkelvoud (“ik”); kann is de tegenwoordige tijd van het modale werkwoord können bij ich. Een modaal werkwoord staat vaak bij een tweede werkwoord: Ich kann ... prüfen = “Ik kan ... nakijken”. Het modale werkwoord staat hier op de tweede positie, terwijl prüfen aan het einde van de zin staat. danach is een bijwoord met de betekenis “daarna” of “na dat”. Het verwijst hier naar een moment of handeling die al uit de context bekend is. Het verandert niet mee met een persoon of zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Danach gehe ich nach Hause. — “Daarna ga ik naar huis.” deine betekent hier “je/jouw” en hoort bij Arbeit. Het is de bezittelijke bepaler bij du; de vorm is gebaseerd op dein-. In deze zin staat Arbeit als vrouwelijk enkelvoudig lijdend voorwerp, en daarom heeft de bepaler de vorm deine: deine Arbeit. Vergelijk bijvoorbeeld dein Buch (“je boek”, onzijdig enkelvoud) en deinen Text (“je tekst”, mannelijk enkelvoud als lijdend voorwerp). De vorm wordt dus mede bepaald door het zelfstandig naamwoord en zijn grammaticale rol. Arbeit is het zelfstandig naamwoord voor “werk”. Het is vrouwelijk: die Arbeit. In deze zin is het het lijdend voorwerp van prüfen: wat wordt nagekeken? deine Arbeit. Voorbeeld: Ich mache meine Arbeit. — “Ik doe mijn werk.” prüfen betekent hier “nakijken” of “controleren”. Dit is de infinitief; de basisvorm staat na kann, omdat een modaal werkwoord het andere werkwoord naar het einde van de zin laat gaan. Zonder modaal werkwoord krijgt het werkwoord een persoonsvorm, bijvoorbeeld: Ich prüfe deine Arbeit. — “Ik kijk je werk na.” Samen vormen de delen: Ich kann + danach + deine Arbeit + prüfen: “Ik kan daarna je werk nakijken.” De zin zegt dat de spreker die controle na een eerder genoemd of bekend moment kan uitvoeren.

Grammatica

anfangen ... an

Ich fange jetzt an.

ich fang-uh yetst an

Ik begin nu.

Bij het scheidbare werkwoord anfangen staat an in een gewone hoofdzin aan het einde.

etwas Schritt für Schritt durchgehen

Wir gehen die Aufgabe Schritt für Schritt durch.

vier gee-uhn die auf-gaa-buh sjrit fuu-uh sjrit doerch

We nemen de taak stap voor stap door.

Bij durchgehen staat het voorvoegsel durch in een hoofdzin achteraan.

Duits woordenschat

Aufgabe zelfstandig naamwoord
auf-gaa-buh taak
bei voorzetsel
bai bij
brauchen werkwoord
brau-chuhn nodig hebben brauche
dich voornaamwoord
dich jou
erste bijvoeglijk naamwoord
air-stuh eerste
für voorzetsel
fuu-uh voor
Hilfe zelfstandig naamwoord
hil-fuh hulp
Schritt für Schritt uitdrukking
sjrit fuu-uh sjrit stap voor stap
schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjvie-rie-ch moeilijk
Teil zelfstandig naamwoord
tail deel
unklar bijvoeglijk naamwoord
oen-klaa-uh onduidelijk
welcher bepaler
vel-chuh welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb hulp nodig bij deze taak.

Antwoord tonenIch brauche Hilfe bei dieser Aufgabe.

Welk deel vind je moeilijk?

Antwoord tonenWelcher Teil ist für dich schwierig?

Het eerste deel is onduidelijk.

Antwoord tonenDer erste Teil ist unklar.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hulp

Antwoord tonenHilfe

taak

Antwoord tonenAufgabe

welke

Antwoord tonenwelcher

moeilijk

Antwoord tonenschwierig