Hulp vragen bij een taak | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a workplace, one adult asks for help with an unclear task and gets guidance on where to start..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Hulp vragen bij een taak oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich brauche Hilfe bei dieser Aufgabe.

ich brau-guh hil-fuh bai die-zuh auf-gaa-buh Ik heb hulp nodig bij deze taak.
B

Welcher Teil ist für dich schwierig?

vel-chuh tail ist fuu-uh dich sjvie-rie-ch Welk deel vind je moeilijk?
A

Der erste Teil ist unklar.

dee-uh air-stuh tail ist oen-klaa-uh Het eerste deel is onduidelijk.
B

Ich kann es Schritt für Schritt mit dir durchgehen.

ich kan es sjrit fuu-uh sjrit mit die-uh doerch-gee-uhn Ik kan het stap voor stap met je doornemen.
A

Soll ich mit dieser Datei anfangen?

zol ich mit die-zuh da-tai an-fang-uhn Zal ik met dit bestand beginnen?
B

Fang dort an und zeig mir dann, was du hast.

fang dort an oent tsaik mie-uh dan, vas doe hast Begin daar en laat me dan zien wat je hebt.
A

Ich versuche es jetzt.

ich fer-tsoe-chuh es yetst Ik zal dat nu proberen.
B

Ich kann danach deine Arbeit prüfen.

ich kan da-naach dai-nuh ar-bait pruu-fuhn Ik kan daarna je werk nakijken.

Woord voor woord

Ich «Ich» betekent hier «ik» en verwijst naar de persoon die hulp nodig heeft. Dit persoonlijke voornaamwoord gebruik je als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt, bijvoorbeeld in «Ich brauche Hilfe».
brauche «brauche» betekent hier «heb nodig» in «Ich brauche Hilfe». Het is de vorm van «brauchen» die bij «Ich» hoort. Je kunt het gebruiken met iets dat je nodig hebt, zoals «Ich brauche Zeit» als nieuw voorbeeld.
Hilfe «Hilfe» betekent hier «hulp»: de spreker vraagt ondersteuning bij een taak. In de dialoog staat het in «Ich brauche Hilfe», een veelgebruikte combinatie om te zeggen dat je hulp nodig hebt. Je kunt ook «Ich brauche Hilfe mit diesem Problem» gebruiken als nieuw voorbeeld.
bei «bei» betekent hier «bij» in «bei dieser Aufgabe» en geeft aan waarmee de hulp te maken heeft. In deze combinatie staat het vóór de activiteit of taak waarbij iemand hulp nodig heeft. Een nieuw voorbeeld is «Ich brauche Hilfe bei der Arbeit».
dieser «dieser» betekent hier «deze» in «bei dieser Aufgabe» en verwijst naar een specifieke taak. De vorm hoort bij het woord «Aufgabe» in deze woordgroep. Je gebruikt het ook in een nieuwe voorbeeldzin als «bei dieser Frage».
Aufgabe «Aufgabe» betekent hier «taak», namelijk het werk waar de spreker hulp bij nodig heeft. Het woord staat in de combinatie «bei dieser Aufgabe». Een nieuw voorbeeld is «Die Aufgabe ist schwierig».
Welcher «Welcher» betekent hier «welke» in de vraag «Welcher Teil ist für dich schwierig?». Het vraagt om één specifiek deel van de taak. Je kunt hetzelfde patroon gebruiken met een ander mannelijk woord, bijvoorbeeld «Welcher Schritt ist wichtig?» als nieuw voorbeeld.
Teil «Teil» betekent hier «deel» van de taak. In «Welcher Teil» vraagt het woord naar een specifiek onderdeel. Een nieuw voorbeeld is «Dieser Teil ist klar».
ist «ist» betekent hier «is» en verbindt «Der erste Teil» met de eigenschap «unklar». Het is de vorm van «sein» die hier bij «Der erste Teil» past. Je gebruikt het ook in een nieuwe voorbeeldzin als «Der Teil ist schwierig».
für «für» betekent hier «voor» in «für dich»: het geeft aan voor wie iets moeilijk is. In deze zin hoort het samen met «dich» bij de beschrijving van de moeilijkheid. Een nieuw voorbeeld is «Das ist für mich schwierig».
dich «dich» betekent hier «jou» in «für dich» en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. Na «für» staat deze vorm in de vaste woordgroep «für dich». Een nieuw voorbeeld is «Ich mache das für dich».
schwierig «schwierig» betekent hier «moeilijk» en beschrijft hoe het eerste deel voor de ander aanvoelt. In «ist für dich schwierig» gebruik je het om de moeilijkheid van iets voor iemand aan te geven. Een nieuw voorbeeld is «Die Aufgabe ist schwierig».
Der «Der» betekent hier «de» in «Der erste Teil» en verwijst naar het eerder genoemde deel. Het staat voor «erste Teil» als onderdeel van de volledige zin. Een nieuw voorbeeld is «Der nächste Teil ist klar».
erste «erste» betekent hier «eerste» en geeft aan dat het om het eerste deel gaat. In «Der erste Teil» staat het vóór het woord voor deel. Een nieuw voorbeeld is «Der erste Schritt ist einfach».
unklar «unklar» betekent hier «onduidelijk» en beschrijft het eerste deel van de taak. In «Der erste Teil ist unklar» geeft het aan dat de spreker niet goed begrijpt wat daar moet gebeuren. Een nieuw voorbeeld is «Die Frage ist unklar».
kann «kann» betekent hier «kan» in «Ich kann es ... durchgehen»: de spreker biedt aan om iets stap voor stap te behandelen. Het is de vorm van «können» die met «Ich» wordt gebruikt. Een nieuw voorbeeld is «Ich kann dir helfen».
es «es» verwijst hier naar het onduidelijke deel of de taak die samen wordt doorgenomen. In «Ich kann es Schritt für Schritt mit dir durchgehen» is het dus het onderwerp waarover de hulp gaat. Een nieuw voorbeeld is «Ich erkläre es dir».
Schritt für Schritt «Schritt für Schritt» betekent als geheel «stap voor stap» en beschrijft dat iets geleidelijk wordt doorgenomen. «Schritt» betekent in beide gevallen «stap», en «für» verbindt de stappen in deze vaste uitdrukking; het tweede «Schritt» herhaalt hetzelfde woord. Je gebruikt de uitdrukking wanneer je een proces rustig en in volgorde uitlegt, bijvoorbeeld «Wir machen das Schritt für Schritt» als nieuw voorbeeld.
mit «mit» betekent hier «met» in «mit dir durchgehen»: de spreker zal het samen met de ander doornemen. Het staat vóór de persoon met wie je iets doet. Een nieuw voorbeeld is «Ich arbeite mit dir».
dir «dir» betekent hier «jou» in «mit dir» en verwijst naar de persoon die begeleiding krijgt. Na «mit» staat deze vorm in de woordgroep «mit dir». Een nieuw voorbeeld is «Ich spreche mit dir».
durchgehen «durchgehen» betekent hier «doornemen» in «es ... mit dir durchgehen»: iets samen stap voor stap bekijken. Na «kann» staat deze vorm aan het einde van de zin. Een nieuw voorbeeld is «Wir können den Plan durchgehen».
Soll «Soll» betekent hier «zal ik» in de vraag «Soll ich mit dieser Datei anfangen?». De spreker vraagt of dit de juiste manier is om te beginnen. Je gebruikt «Soll ich ...?» om advies of toestemming voor een handeling te vragen, bijvoorbeeld «Soll ich warten?» als nieuw voorbeeld.
Datei «Datei» betekent hier «bestand», namelijk het bestand waarmee de spreker wil beginnen. In «mit dieser Datei» wordt het bestand genoemd als startpunt van de taak. Een nieuw voorbeeld is «Ich öffne die Datei».
anfangen «anfangen» betekent hier «beginnen» in «mit dieser Datei anfangen». De vorm staat na «Soll ich» als de handeling waarnaar de spreker vraagt. Je kunt het patroon «mit ... anfangen» gebruiken, bijvoorbeeld «mit der Aufgabe anfangen» als nieuw voorbeeld.
Fang «Fang» betekent hier «begin» in de instructie «Fang dort an». Het is een directe aansporing aan één persoon om te starten. Bij dit werkwoord verschijnt het deel «an» aan het einde van de zin.
dort «dort» betekent hier «daar» en verwijst naar de eerder genoemde locatie of het genoemde bestand als startpunt. In «Fang dort an» geeft het aan waar de ander moet beginnen. Een nieuw voorbeeld is «Die Datei ist dort».
an «an» is hier geen zelfstandig «aan», maar het afgescheiden deel van «anfangen» in «Fang dort an». Samen betekent «Fang dort an» «Begin daar». Bij deze werkwoordsvorm staat «an» in een aansporing aan het einde van de zin.
und «und» betekent hier «en» en verbindt twee instructies: beginnen en daarna iets laten zien. In «Fang dort an und zeig mir dann ...» maakt het één doorlopende aanwijzing. Een nieuw voorbeeld is «Öffne die Datei und lies den Text».
zeig «zeig» betekent hier «laat zien» in «zeig mir ...». Het is een directe aansporing aan één persoon om iets aan iemand te tonen. Je gebruikt het met de persoon die iets moet zien, zoals «Zeig mir die Datei» als nieuw voorbeeld.
mir «mir» betekent hier «mij» in «zeig mir» en verwijst naar de persoon die het resultaat wil bekijken. Het staat bij het werkwoord «zeig» als de ontvanger van wat wordt getoond. Een nieuw voorbeeld is «Schick mir die Datei».
dann «dann» betekent hier «dan» en geeft aan dat het tonen pas na het beginnen gebeurt. In «zeig mir dann» markeert het de volgende stap in de volgorde. Een nieuw voorbeeld is «Mach das zuerst, dann ruf mich an».
was «was» betekent hier «wat» in «was du hast» en leidt het deel in dat beschrijft wat de ander beschikbaar heeft of heeft gemaakt. De volledige woordgroep «was du hast» betekent hier «wat je hebt». Een nieuw voorbeeld is «Zeig mir, was du brauchst».
du «du» betekent hier «jij» in «was du hast» en verwijst naar de persoon die aan de taak werkt. Het is het onderwerp binnen dit deel van de zin. Een nieuw voorbeeld is «Du hast die Datei».
hast «hast» betekent hier «hebt» in «was du hast». Het is de vorm van «haben» die bij «du» hoort. Je gebruikt het met iets dat iemand heeft, bijvoorbeeld «Du hast Zeit» als nieuw voorbeeld.
versuche «versuche» betekent hier «probeer» in «Ich versuche es jetzt»: de spreker gaat de voorgestelde werkwijze uitvoeren. Het is de vorm van «versuchen» die met «Ich» wordt gebruikt. Een nieuw voorbeeld is «Ich versuche die Aufgabe».
jetzt «jetzt» betekent hier «nu» en geeft aan dat de spreker onmiddellijk gaat proberen. In «Ich versuche es jetzt» staat het bij de handeling die op dit moment begint. Een nieuw voorbeeld is «Ich mache das jetzt».
danach «danach» betekent hier «daarna» en verwijst naar het moment nadat de spreker de taak heeft geprobeerd. In «Ich kann danach deine Arbeit prüfen» geeft het de volgorde van de handelingen aan. Een nieuw voorbeeld is «Wir sprechen danach darüber».
deine «deine» betekent hier «jouw» in «deine Arbeit» en geeft aan dat het werk van de aangesproken persoon is. Het staat direct vóór «Arbeit» in deze woordgroep. Een nieuw voorbeeld is «deine Datei».
Arbeit «Arbeit» betekent hier «werk», namelijk het resultaat dat de ander heeft uitgevoerd. In «deine Arbeit prüfen» is het wat de spreker later zal controleren. Een nieuw voorbeeld is «Ich mache meine Arbeit».
prüfen «prüfen» betekent hier «controleren» in «deine Arbeit prüfen»: de spreker zal het werk nakijken. Na «kann» staat deze vorm als de handeling die mogelijk is. Een nieuw voorbeeld is «Ich kann die Datei prüfen».

Grammatica

anfangen ... an

Ich fange jetzt an.

ich fang-uh yetst an

Ik begin nu.

Bij het scheidbare werkwoord anfangen staat an in een gewone hoofdzin aan het einde.

etwas Schritt für Schritt durchgehen

Wir gehen die Aufgabe Schritt für Schritt durch.

vier gee-uhn die auf-gaa-buh sjrit fuu-uh sjrit doerch

We nemen de taak stap voor stap door.

Bij durchgehen staat het voorvoegsel durch in een hoofdzin achteraan.

Duits woordenschat

Aufgabe zelfstandig naamwoord
auf-gaa-buh taak
bei voorzetsel
bai bij
brauchen werkwoord
brau-chuhn nodig hebben brauche
dich voornaamwoord
dich jou
erste bijvoeglijk naamwoord
air-stuh eerste
für voorzetsel
fuu-uh voor
Hilfe zelfstandig naamwoord
hil-fuh hulp
Schritt für Schritt uitdrukking
sjrit fuu-uh sjrit stap voor stap
schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjvie-rie-ch moeilijk
Teil zelfstandig naamwoord
tail deel
unklar bijvoeglijk naamwoord
oen-klaa-uh onduidelijk
welcher bepaler
vel-chuh welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb hulp nodig bij deze taak.

Antwoord tonenIch brauche Hilfe bei dieser Aufgabe.

Welk deel vind je moeilijk?

Antwoord tonenWelcher Teil ist für dich schwierig?

Het eerste deel is onduidelijk.

Antwoord tonenDer erste Teil ist unklar.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

hulp

Antwoord tonenHilfe

taak

Antwoord tonenAufgabe

welke

Antwoord tonenwelcher

moeilijk

Antwoord tonenschwierig