Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een moeilijke lesvraag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht.
Isj fer-sjtee-uh die-zen taajl deer lek-tsie-oon nisjt. Ik begrijp dit deel van de les niet.Welche Frage findest du schwierig?
Vel-sjuh fraag-uh fin-dust doe sjvie-risj? Welke vraag vind je moeilijk?Die Antwort hier ist für mich nicht logisch.
Die ant-vort hie-uh ist fuur misj nisjt loo-gisj. Het antwoord hier is voor mij niet logisch.Lass uns zuerst den Satz lesen.
Las oens tsoe-eerst deen zats lee-zun. Laten we eerst de zin lezen.Überprüfe dann die Antwort.
Uu-buh-pruu-fuh dan dee ant-vort. Controleer dan het antwoord.Kannst du den Satz laut lesen?
Kanst doe deen zats laaut lee-zun? Kun je de zin hardop lezen?Ich lese ihn langsam.
Isj lee-zuh ien laang-zaam. Ik lees hem langzaam.Ich schreibe die wichtigen Wörter in mein Notizbuch.
Isj sjraaj-buh dee visj-ti-gun weur-tuh in maajn no-tiets-boe-g. Ik schrijf de belangrijke woorden in mijn notitieboek.Dann versuchen wir die Antwort noch einmal.
Dan fer-zoe-gun vie-uh dee ant-vort noch aain-maal. Dan proberen we het antwoord opnieuw.Uitleg van de zinnen
Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht.
Ik begrijp dit deel van de les niet.
- Ich
- ik
- verstehe
- begrijp
- diesen
- dit
- Teil
- deel
- Lektion
- les
- nicht
- niet
Uitgebreide uitleg
Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. In het Duits staat het onderwerp hier expliciet vóór de persoonsvorm. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — Ik leer Duits. verstehe is de tegenwoordige tijd van verstehen bij ich; de stamklinker blijft in deze vorm onveranderd. verstehen betekent hier iets inhoudelijk begrijpen, niet alleen iets horen of waarnemen. Voorbeeld: Ich verstehe die Frage. — Ik begrijp de vraag. diesen is een aanwijzend woord met de betekenis ‘dit/deze’. Het verwijst hier naar Teil en staat in de accusatief enkelvoud mannelijk, omdat Teil het lijdend voorwerp van verstehen is. Het mannelijke patroon is bijvoorbeeld dieser Teil in de basisvorm en diesen Teil als lijdend voorwerp. Voorbeeld: Ich lese diesen Text. — Ik lees deze tekst. Teil betekent ‘deel’ of ‘gedeelte’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Teil. In diesen Teil staat het in het enkelvoud; de vorm van het aanwijzende woord laat hier de accusatief zien. Voorbeeld: Dieser Teil ist wichtig. — Dit deel is belangrijk. Lektion betekent ‘les’. In der Lektion staat het na Teil in een genitiefgroep: Teil der Lektion betekent ‘deel van de les’. Lektion is vrouwelijk (die Lektion); daarom is de genitief enkelvoud hier der Lektion. Voorbeeld: Das Ende der Lektion ist kurz. — Het einde van de les is kort. nicht ontkent hier het begrijpen van dit specifieke deel: de spreker begrijpt het deel niet. Het staat achter het lijdend voorwerp en vormt samen met de rest een ontkennende zin. Voorbeeld: Ich verstehe die Erklärung nicht. — Ik begrijp de uitleg niet. Samen betekent Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht.: ‘Ik begrijp dit deel van de les niet.’ De structuur is: onderwerp (Ich) + persoonsvorm (verstehe) + lijdend voorwerp (diesen Teil der Lektion) + ontkenning (nicht).
Welche Frage findest du schwierig?
Welke vraag vind je moeilijk?
- Welche
- welke
- Frage
- vraag
- findest
- vind
- du
- jij
- schwierig
- moeilijk
Uitgebreide uitleg
Welche betekent hier ‘welke’ en staat bij Frage. Omdat Frage vrouwelijk is en hier het lijdend voorwerp vormt, heeft het vraagwoord deze vorm; bij andere naamwoorden kunnen de vorm en uitgang veranderen. Bijvoorbeeld: Welchen Film magst du? = ‘Welke film vind je leuk?’ Frage betekent ‘vraag’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Frage; het meervoud is die Fragen. Een bruikbaar patroon is eine Frage stellen = ‘een vraag stellen’. findest komt van finden, ‘vinden’. Dit is de tegenwoordige tijd bij du: du findest. In deze zin gaat het niet om letterlijk iets lokaliseren, maar om een beoordeling: iets moeilijk vinden. Bijvoorbeeld: Ich finde den Text interessant. = ‘Ik vind de tekst interessant.’ du betekent ‘jij’ en is hier het onderwerp. Het werkwoord krijgt daarom de vorm findest, de vorm voor de tweede persoon enkelvoud. In een vraag staat dit onderwerp na het werkwoord: Findest du ...? schwierig betekent ‘moeilijk’. Het staat hier na findest als beschrijving van Frage en krijgt in deze positie geen extra uitgang. Het tegenovergestelde is leicht = ‘gemakkelijk’: Die Aufgabe ist schwierig. = ‘De opdracht is moeilijk.’ Samen vormt Welche Frage findest du schwierig? het patroon Welke [zaak] vind jij [eigenschap]? De vraag vraagt welke vraag de aangesprokene moeilijk vindt. De vorm Welche bepaalt samen met Frage om welke vraag wordt gevraagd; du is degene die de beoordeling geeft en schwierig is de beoordeling. De vaste Nederlandse vertaling is: ‘Welke vraag vind je moeilijk?’
Die Antwort hier ist für mich nicht logisch.
Het antwoord hier is voor mij niet logisch.
- Antwort
- antwoord
- hier
- hier
- für mich
- voor mij
- nicht
- niet
- logisch
- logisch
Uitgebreide uitleg
Antwort betekent hier “antwoord”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Antwort; het meervoud is die Antworten. Let op de hoofdletter, die Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen. hier betekent “hier” en plaatst het antwoord in de huidige plaats of situatie. Samen met Die Antwort verwijst het naar het antwoord dat hier aan de orde is. De combinatie für mich betekent “voor mij”. für krijgt in het Duits de accusatief. Bij het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud is de accusatiefvorm mich (vergelijk nominatief ich): Das ist für mich = “Dat is voor mij”. nicht maakt de daaropvolgende beoordeling negatief. In deze zin wordt dus niet beweerd dat het antwoord logisch is; de beoordeling is dat het niet logisch is. logisch betekent “logisch” en is hier een bijvoeglijk naamwoord na ist. Na een vorm van sein krijgt het predicatieve bijvoeglijk naamwoord geen uitgang: Die Antwort ist logisch. Een bruikbare vergelijking is logisch – logischer – am logischsten. De onderdelen komen samen als Die Antwort hier (“het antwoord hier”) + ist (“is”) + für mich (“voor mij”) + nicht logisch (“niet logisch”). De volledige betekenis is: “Het antwoord hier is voor mij niet logisch.”
Lass uns zuerst den Satz lesen.
Laten we eerst de zin lezen.
- Lass uns
- laten we
- zuerst
- eerst
- Satz
- zin
- lesen
- lezen
Uitgebreide uitleg
Lass uns is een vaste manier om in het Duits een voorstel voor gezamenlijke actie te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; uns betekent hier “ons” en verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon. Het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief staan. Vergelijk: Lass uns warten. — “Laten we wachten.” zuerst betekent “eerst” of “als eerste” en geeft de volgorde aan. Het staat hier vóór de handeling: eerst lezen, voordat een volgende stap komt. Voorbeeld: Wir lesen zuerst den Text. — “We lezen eerst de tekst.” Satz betekent hier “zin”. Het is een zelfstandig naamwoord met mannelijk grammaticaal geslacht: der Satz; in de zin staat de accusatiefvorm den Satz, omdat het de handeling van lesen ondergaat. Het meervoud is die Sätze: die Sätze lesen — “de zinnen lezen”. lesen betekent “lezen”. Na Lass uns staat het in de infinitief, dus niet als een vervoegde vorm. In andere zinnen verandert het werkwoord wel volgens de persoon, bijvoorbeeld Ich lese den Satz. — “Ik lees de zin.” Samen vormen de delen Lass uns + zuerst + den Satz lesen de betekenis: “Laten we eerst de zin lezen.” De spreker stelt voor dat de spreker en de aangesprokene gezamenlijk eerst deze leeshandeling uitvoeren.
Überprüfe dann die Antwort.
Controleer dan het antwoord.
- Überprüfe
- controleer
- dann
- dan
- die Antwort
- het antwoord
Uitgebreide uitleg
Überprüfe betekent hier “controleer”. Het is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon (du) van überprüfen — überprüfen – überprüfte – hat überprüft. Een bruikbaar voorbeeld is: Überprüfe die Antwort. — “Controleer het antwoord.” dann betekent “dan” en plaatst deze handeling na een eerder genoemde stap. In deze zin verbindt het de opdracht met de voorafgaande activiteit: eerst iets lezen, daarna controleren. die Antwort betekent “het antwoord”. Antwort is een zelfstandig naamwoord en is vrouwelijk: die Antwort. Hier staat het in de vierde naamval, omdat überprüfen een rechtstreeks object heeft. Bij dit vrouwelijke enkelvoud blijft het lidwoord in de vierde naamval die; vergelijk bijvoorbeeld Ich überprüfe die Antwort. — “Ik controleer het antwoord.” Samen vormt de zin de gebiedende opdracht Überprüfe dann die Antwort.: “Controleer dan het antwoord.” Überprüfe geeft de opdracht, dann geeft de volgorde aan en die Antwort noemt wat gecontroleerd moet worden.
Kannst du den Satz laut lesen?
Kun je de zin hardop lezen?
- Kannst du
- kun je …?
- Satz
- zin
- laut
- hardop
- lesen
- lezen
Uitgebreide uitleg
Kannst du bestaat uit de vervoegde vorm kannst van können en het onderwerp du. können betekent hier “kunnen” in de betekenis van ergens toe in staat zijn of iets kunnen doen. Bij du wordt het kannst; vergelijk ich kann en sie kann. In een vraag staat de vervoegde werkwoordsvorm vooraan: Kannst du ...? betekent “Kun je ...?”. Satz betekent hier “zin”. Het zelfstandig naamwoord heeft in het Duits het grammaticale geslacht mannelijk: der Satz. Na lesen is het de directe aanvulling, dus staat het in de accusatief: den Satz. De vorm van het lidwoord verandert daardoor van der naar den; het zelfstandig naamwoord zelf blijft Satz. Een bruikbaar voorbeeld is: Ich lese den Satz. — “Ik lees de zin.” laut betekent hier “hardop”. Het beschrijft de manier waarop de handeling gebeurt en staat bij lesen: laut lesen — “hardop lezen”. Het kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld in eine laute Stimme — “een luide stem”; in de vaste zin is het een bijwoordelijke bepaling, niet een eigenschap van de zin. lesen is de infinitief “lezen”. Na het modale werkwoord können blijft het als infinitief staan en komt het in deze vraag aan het einde: Kannst du ... lesen? Een voorbeeld is: Kannst du das Wort lesen? — “Kun je het woord lezen?” Samen vormen de delen Kannst du + den Satz + laut + lesen de vraag: “Kun je de zin hardop lezen?” De modale vorm vraagt naar de mogelijkheid of bekwaamheid van de aangesprokene, den Satz is wat gelezen wordt, en laut geeft aan dat dit hardop gebeurt.
Ich lese ihn langsam.
Ik lees hem langzaam.
- Ich
- ik
- lese
- lees
- ihn
- hem
- langsam
- langzaam
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier ik: de spreker is degene die de handeling uitvoert. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een voorbeeld: Du liest. — Jij leest.; du verwijst daar naar de aangesprokene, niet naar de spreker. lese is de vorm van lesen — lezen — bij ich in de tegenwoordige tijd: ich lese. De stamklinker blijft hier e; bij sommige andere personen verandert die wel, bijvoorbeeld du liest. Voorbeeld: Ich lese ein Buch. — Ik lees een boek. ihn betekent hier hem en is het persoonlijk voornaamwoord voor een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp. Het is dus niet de uitvoerder van de handeling, maar degene die gelezen wordt. De vorm verandert volgens de grammaticale rol: er betekent hij als onderwerp, terwijl ihn hem betekent als lijdend voorwerp. Voorbeeld: Ich sehe ihn. — Ik zie hem. langsam betekent langzaam. Het beschrijft hier hoe het lezen gebeurt. Als bijwoord verandert deze vorm niet mee met ich of met het voorwerp. Een bruikbare tegenstelling is schnell — snel: Ich lese schnell. — Ik lees snel. Samen vormen de delen: Ich is de lezer, lese drukt de handeling in de tegenwoordige tijd uit, ihn is het mannelijke lijdend voorwerp, en langsam geeft de manier van lezen aan. De volledige betekenis is daarom: Ik lees hem langzaam.
Ich schreibe die wichtigen Wörter in mein Notizbuch.
Ik schrijf de belangrijke woorden in mijn notitieboek.
- Ich
- ik
- schreibe
- schrijf
- wichtigen
- belangrijke
- Wörter
- woorden
- in
- in
- mein
- mijn
- Notizbuch
- notitieboek
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor de spreker als onderwerp; als lijdend voorwerp gebruikt het Duits bijvoorbeeld mich. schreibe komt van schreiben (“schrijven”). Dit is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich schreibe. De stamklinker verandert hier niet; vergelijk du schreibst en er/sie schreibt. Voorbeeld: Ich schreibe eine E-Mail. = “Ik schrijf een e-mail.” die wichtigen: wichtig betekent “belangrijk”. wichtigen is hier de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord bij Wörter. Omdat Wörter meervoud is en door het bepaalde lidwoord die wordt ingeleid, krijgt het bijvoeglijk naamwoord in deze naamval de uitgang -en: die wichtigen Wörter. De vorm wichtigen hoort dus bij wichtig, niet bij het zelfstandig naamwoord. Wörter betekent hier “woorden”. Het is het meervoud van Wort; de umlaut en de uitgang veranderen de vorm: das Wort → die Wörter. Voorbeeld: Ich lerne neue Wörter. = “Ik leer nieuwe woorden.” in betekent hier “in” en leidt de plaats aan waar iets naartoe wordt geschreven. Bij een beweging of richting gebruikt Duits na in de accusatief; bij een vaste plaats gebruikt het vaak de datief, bijvoorbeeld Das Buch ist im Notizbuch. = “Het boek staat in het notitieboek.” mein betekent “mijn”. Het hoort bij Notizbuch, dat onzijdig en enkelvoud is. In de accusatief blijft het bezittelijk woord in deze vorm gelijk: mein Notizbuch. Ter vergelijking: meinen Bruder heeft een andere uitgang, omdat Bruder mannelijk is. Notizbuch betekent “notitieboek”. Het is een onzijdig samengesteld zelfstandig naamwoord: das Notizbuch. In in mein Notizbuch staat het in de accusatief, omdat schreiben hier een richting naar een plaats uitdrukt. Samen betekent Ich schreibe die wichtigen Wörter in mein Notizbuch: “Ik schrijf de belangrijke woorden in mijn notitieboek.” Ich is de schrijver, schreibe beschrijft de handeling, die wichtigen Wörter zijn wat wordt opgeschreven, en in mein Notizbuch geeft de bestemming van die handeling aan.
Dann versuchen wir die Antwort noch einmal.
Dan proberen we het antwoord opnieuw.
- Dann
- dan
- versuchen
- proberen
- wir
- wij
- Antwort
- antwoord
- noch einmal
- opnieuw; nog een keer
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier ‘dan’ in de zin van ‘vervolgens’. Het geeft een volgende stap aan. Voorbeeld: Dann lesen wir den Text. — ‘Dan lezen we de tekst.’ versuchen betekent hier ‘proberen’. In deze zin is het de vervoegde tegenwoordige tijd voor wir; de vorm valt toevallig samen met de infinitief versuchen. De persoonsvormen zijn bijvoorbeeld ich versuche en wir versuchen. Een bruikbaar patroon is etwas versuchen (‘iets proberen’). Hier is die Antwort het lijdend voorwerp. wir betekent ‘wij’ en is de vorm voor de eerste persoon meervoud: de spreker samen met minstens één andere persoon. Vergelijk ich (‘ik’) met wir (‘wij’). Voorbeeld: Wir lernen Deutsch. — ‘Wij leren Duits.’ Antwort betekent ‘antwoord’. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Antwort. In deze zin staat het als lijdend voorwerp in de accusatief. Bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord blijft het lidwoord in de nominatief en accusatief die: die Antwort. noch einmal is een veelgebruikte combinatie met de betekenis ‘opnieuw’ of ‘nog een keer’. noch betekent afzonderlijk vaak ‘nog’, maar samen met einmal drukt de combinatie hier herhaling uit. Voorbeeld: Bitte sag das noch einmal. — ‘Zeg dat alsjeblieft nog een keer.’ Samen vormt de zin: Dann versuchen wir die Antwort noch einmal. Dann staat vooraan. Omdat het Duits in een gewone hoofdzin de persoonsvorm op de tweede zinsplaats heeft, staat versuchen vóór wir. Daarna volgt die Antwort als datgene wat geprobeerd wordt, en noch einmal geeft aan dat dit opnieuw gebeurt. De volledige betekenis is: ‘Dan proberen we het antwoord opnieuw.’
Grammatica
die + Adjektiv auf -en + Plural
Schreibe die wichtigen Wörter ins Notizbuch.
Sjraaj-buh dee visj-ti-gun weur-tuh ins no-tiets-boe-g.Schrijf de belangrijke woorden in het notitieboek.
Na het bepaalde lidwoord die krijgt het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud de uitgang -en.
W-vraag: Fragewort + Verb + Subjekt
Welche Frage findest du schwierig?
Vel-sjuh fraag-uh fin-dust doe sjvie-risj?Welke vraag vind je moeilijk?
In een Duitse vraag met welche staat het werkwoord direct na het vraagwoord.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Welke vraag vind je moeilijk?
Antwoord tonen
Welche Frage findest du schwierig?Laten we eerst de zin lezen.
Antwoord tonen
Lass uns zuerst den Satz lesen.Controleer dan het antwoord.
Antwoord tonen
Überprüfe dann die Antwort.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
antwoord
Antwoord tonen
Antwortmoeilijk
Antwoord tonen
schwierigvindt
Antwoord tonen
findestwelke