Een moeilijke lesvraag | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults work through a confusing lesson question by reading the sentence again..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een moeilijke lesvraag oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht.

Isj fer-sjtee-uh die-zen taajl deer lek-tsie-oon nisjt. Ik begrijp dit deel van de les niet.
B

Welche Frage findest du schwierig?

Vel-sjuh fraag-uh fin-dust doe sjvie-risj? Welke vraag vind je moeilijk?
A

Die Antwort hier ist für mich nicht logisch.

Die ant-vort hie-uh ist fuur misj nisjt loo-gisj. Het antwoord hier is voor mij niet logisch.
B

Lass uns zuerst den Satz lesen.

Las oens tsoe-eerst deen zats lee-zun. Laten we eerst de zin lezen.
B

Überprüfe dann die Antwort.

Uu-buh-pruu-fuh dan dee ant-vort. Controleer dan het antwoord.
A

Kannst du den Satz laut lesen?

Kanst doe deen zats laaut lee-zun? Kun je de zin hardop lezen?
B

Ich lese ihn langsam.

Isj lee-zuh ien laang-zaam. Ik lees hem langzaam.
A

Ich schreibe die wichtigen Wörter in mein Notizbuch.

Isj sjraaj-buh dee visj-ti-gun weur-tuh in maajn no-tiets-boe-g. Ik schrijf de belangrijke woorden in mijn notitieboek.
B

Dann versuchen wir die Antwort noch einmal.

Dan fer-zoe-gun vie-uh dee ant-vort noch aain-maal. Dan proberen we het antwoord opnieuw.

Woord voor woord

Ich Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker zelf. In Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht staat Ich vooraan als onderwerp.
verstehe verstehe betekent hier ‘begrijp’ en is de vorm die bij Ich hoort van verstehen. In Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht ontkent nicht het begrip.
diesen diesen betekent hier ‘dit’ en verwijst naar een specifiek deel van de les. In diesen Teil staat het vóór het mannelijke object Teil.
Teil Teil betekent hier ‘deel’, namelijk een gedeelte van de les. De combinatie Teil der Lektion geeft aan welk deel bedoeld wordt.
der der betekent hier ‘van de’ in Teil der Lektion. Het verbindt Lektion met Teil en geeft aan dat het deel bij de les hoort.
Lektion Lektion betekent hier ‘les’, in de context een les waar de cursisten aan werken. In der Lektion verwijst het woord naar de les als geheel.
nicht nicht maakt de uitspraak negatief: de spreker begrijpt het deel niet. In Ich verstehe diesen Teil der Lektion nicht staat nicht aan het einde van de zin.
Welche Welche betekent hier ‘welke’ en vraagt om één specifieke vraag uit meerdere mogelijkheden. In Welche Frage findest du schwierig? staat het vóór Frage.
Frage Frage betekent hier ‘vraag’, namelijk de lesvraag die moeilijk is. Welche Frage vormt samen het onderwerp van de vraag Welche Frage findest du schwierig?
findest findest betekent hier ‘vind je’ in de betekenis van een oordeel hebben over iets. In Welche Frage findest du schwierig? hoort findest bij du en beschrijft schwierig het oordeel over Frage.
du du betekent hier ‘jij’ en spreekt één persoon rechtstreeks aan. In Welche Frage findest du schwierig? staat du bij de werkwoordsvorm findest.
schwierig schwierig betekent hier ‘moeilijk’ en beschrijft hoe de aangesprokene een vraag beoordeelt. Het staat in Welche Frage findest du schwierig? na findest.
Die Die betekent hier ‘de’ en staat vóór Antwort. De hoofdletter komt doordat Die Antwort hier... aan het begin van de zin staat.
Antwort Antwort betekent hier ‘antwoord’, namelijk het antwoord dat niet logisch lijkt. In Die Antwort hier ist für mich nicht logisch is Antwort het onderwerp.
hier hier betekent ‘hier’ en wijst naar het antwoord in de huidige oefening of op de huidige plek. In Die Antwort hier... bepaalt het welk antwoord bedoeld wordt.
ist ist betekent hier ‘is’ en verbindt Die Antwort hier met de beoordeling nicht logisch. De vorm hoort bij het enkelvoudige onderwerp Antwort.
für für betekent hier ‘voor’ en geeft aan vanuit wiens perspectief iets niet logisch is. In für mich vormt für een vaste combinatie met het daaropvolgende voornaamwoord.
mich mich betekent hier ‘mij’ en verwijst naar de spreker na für. De combinatie für mich betekent ‘voor mij’ of ‘volgens mij’.
logisch logisch betekent hier ‘logisch’ of ‘begrijpelijk’. In Die Antwort hier ist für mich nicht logisch wordt het door nicht ontkend.
Lass Lass is hier een aansporing om samen iets te doen en betekent met uns ‘laten we’. In Lass uns zuerst den Satz lesen leidt het de gezamenlijke actie in.
uns uns betekent hier ‘ons’ en verwijst naar de spreker en de aangesprokene samen. In Lass uns zuerst den Satz lesen hoort uns bij de aansporing om samen te lezen.
zuerst zuerst betekent ‘eerst’ en geeft de volgorde van de acties aan. In Lass uns zuerst den Satz lesen gebeurt het lezen vóór het controleren van het antwoord.
den den betekent hier ‘de’ en staat vóór Satz. In den Satz is het lidwoord verbonden met het directe object van lesen.
Satz Satz betekent hier ‘zin’, namelijk de zin uit de les. De combinatie den Satz lesen betekent ‘de zin lezen’.
lesen lesen betekent hier ‘lezen’ en staat na Lass uns in de gezamenlijke aansporing. In den Satz lesen geeft het aan wat de twee personen samen gaan doen.
Überprüfe Überprüfe betekent hier ‘controleer’ en is een directe opdracht aan één persoon. In Überprüfe dann die Antwort vraagt de spreker om het antwoord daarna na te kijken.
dann dann betekent hier ‘dan’ en geeft aan dat de controle na de vorige actie komt. In Überprüfe dann die Antwort verbindt het deze opdracht met eerst het lezen.
Kannst Kannst betekent hier ‘kun je’ en vormt met du een vraag naar mogelijkheid of bereidheid. In Kannst du den Satz laut lesen? staat de hoofdwerkwoordsvorm lesen aan het einde.
laut laut betekent hier ‘hardop’ en beschrijft hoe de zin gelezen moet worden. In den Satz laut lesen staat het bij de handeling van lezen.
lese lese betekent hier ‘lees’ en is de vorm die bij Ich hoort van lesen. In Ich lese ihn langsam vertelt de spreker wat hij of zij gaat doen.
ihn ihn betekent hier ‘hem’ of, in deze context, ‘die zin’. Het verwijst terug naar de mannelijke Satz in Ich lese ihn langsam.
langsam langsam betekent hier ‘langzaam’ en geeft aan dat het lezen rustig en niet snel gebeurt. In Ich lese ihn langsam beschrijft het de manier waarop de spreker leest.
schreibe schreibe betekent hier ‘schrijf’ en is de vorm die bij Ich hoort van schreiben. In Ich schreibe die wichtigen Wörter in mein Notizbuch zegt de spreker wat hij of zij noteert.
wichtigen wichtigen betekent hier ‘belangrijke’ en beschrijft welke Wörter worden opgeschreven. In die wichtigen Wörter krijgt het bijvoeglijk naamwoord deze vorm vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord.
Wörter Wörter betekent hier ‘woorden’, namelijk de kernwoorden uit de les. In die wichtigen Wörter verwijst het naar afzonderlijke woorden die de spreker wil noteren.
in in betekent hier ‘in’ en geeft aan waar de woorden worden opgeschreven. In in mein Notizbuch verwijst het naar het notitieboek als schrijfplek.
mein mein betekent hier ‘mijn’ en laat zien dat het Notizbuch van de spreker is. In mein Notizbuch staat het direct vóór het zelfstandig naamwoord.
Notizbuch Notizbuch betekent hier ‘notitieboek’, de plek waarin de spreker de belangrijke woorden schrijft. In in mein Notizbuch geeft het aan waar het schrijven plaatsvindt.
versuchen versuchen betekent hier ‘proberen’ en beschrijft een nieuwe poging met het antwoord. In Dann versuchen wir die Antwort noch einmal staat deze vorm bij wir.
wir wir betekent hier ‘wij’ en omvat de spreker en de andere persoon samen. In Dann versuchen wir die Antwort noch einmal staat wir na het vooropgeplaatste Dann.
noch noch betekent hier ‘nog’ en draagt in de combinatie noch einmal bij aan het idee van herhaling. Samen betekent noch einmal ‘nog een keer’.
einmal einmal betekent op zichzelf ‘een keer’, maar in noch einmal helpt het om ‘opnieuw’ uit te drukken. De volledige combinatie noch einmal gebruik je wanneer je iets nogmaals wilt doen.

Grammatica

die + Adjektiv auf -en + Plural

Schreibe die wichtigen Wörter ins Notizbuch.

Sjraaj-buh dee visj-ti-gun weur-tuh ins no-tiets-boe-g.

Schrijf de belangrijke woorden in het notitieboek.

Na het bepaalde lidwoord die krijgt het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud de uitgang -en.

W-vraag: Fragewort + Verb + Subjekt

Welche Frage findest du schwierig?

Vel-sjuh fraag-uh fin-dust doe sjvie-risj?

Welke vraag vind je moeilijk?

In een Duitse vraag met welche staat het werkwoord direct na het vraagwoord.

Duits woordenschat

Antwort zelfstandig naamwoord
ant-vort antwoord
findest werkwoord
fin-dust vindt
Frage zelfstandig naamwoord
fraag-uh vraag
für voorzetsel
fuur voor
hier bijwoord
hie-uh hier
Lektion zelfstandig naamwoord
lek-tsie-oon les
logisch bijvoeglijk naamwoord
loo-gisj logisch
nicht bijwoord
nisjt niet
schwierig bijvoeglijk naamwoord
sjvie-risj moeilijk
Teil zelfstandig naamwoord
taajl deel
verstehe werkwoord
fer-sjtee-uh begrijp
welche bepaler
vel-sjuh welke

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke vraag vind je moeilijk?

Antwoord tonenWelche Frage findest du schwierig?

Laten we eerst de zin lezen.

Antwoord tonenLass uns zuerst den Satz lesen.

Controleer dan het antwoord.

Antwoord tonenÜberprüfe dann die Antwort.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

antwoord

Antwoord tonenAntwort

moeilijk

Antwoord tonenschwierig

vindt

Antwoord tonenfindest

welke

Antwoord tonenwelche