Een nieuw woord leren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults discuss a new word by checking its meaning, pronunciation, and example sentence..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een nieuw woord leren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Was bedeutet dieses Wort?

vas bedójtet diezes vort Wat betekent dit woord?
B

Es bedeutet ein kleines Zimmer.

es bedójtet ajn klajnes tsimmer Het betekent een kleine kamer.
A

Kannst du es langsam aussprechen?

kanst doe es langzaam ausjpreken Kun je het langzaam uitspreken?
B

Ich teile das Wort in Teile auf.

ich tajle das vort in tajle auf Ik deel het woord op in delen.
A

Kannst du mir ein Beispiel geben?

kanst doe mir ajn bajsjpiel gében Kun je me een voorbeeld geven?
B

Dieses Zimmer ist sauber und hell.

diezes tsimmer ist zauber ont hel Deze kamer is schoon en licht.
A

Ich will mit dem Wort üben.

ich vil mit deem vort uuben Ik wil oefenen met het woord.
B

Versuch es in einem kurzen Satz.

ferzoech es in ajnem koertsen zats Probeer het in een korte zin.

Uitleg van de zinnen

  1. Was bedeutet dieses Wort?

    Wat betekent dit woord?

    Was
    wat
    bedeutet
    betekent
    dieses
    dit
    Wort
    woord
    Uitgebreide uitleg

    Was vraagt naar een zaak, betekenis of inhoud: “wat”. Het is een vraagwoord en verwijst hier naar de betekenis van het woord. Vergelijk wer voor een persoon en wo voor een plaats. bedeutet komt van bedeuten en betekent hier “betekenen”. De vorm bedeutet is de tegenwoordige tijd van bedeuten bij er, sie of es; in deze vraag is het onderwerp dieses Wort, dus het werkwoord staat in de derde persoon enkelvoud. Voorbeeld: Was bedeutet das? — “Wat betekent dat?” dieses betekent hier “dit” en staat bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. De vorm hoort bij Wort; andere combinaties hebben andere vormen, bijvoorbeeld dieser Mann — “deze man” en diese Frau — “deze vrouw”. Het woord zelf is dus niet de vormdrager van deze verbuiging; dieses is het aanwijzende woord. Wort betekent “woord”. Het is een zelfstandig naamwoord: das Wort in het enkelvoud en die Wörter als meervoud wanneer afzonderlijke woorden worden bedoeld. In deze zin staat het enkelvoud. Samen vormen Was en bedeutet de vraag “wat betekent”, terwijl dieses Wort aangeeft waarnaar gevraagd wordt. De volledige betekenis is daarom: “Wat betekent dit woord?”

  2. Es bedeutet ein kleines Zimmer.

    Het betekent een kleine kamer.

    Es
    het
    bedeutet
    betekent
    kleines
    klein
    Zimmer
    kamer
    Uitgebreide uitleg

    Es is hier het onderwerp en betekent “het”: in deze context verwijst het naar het woord of de uitdrukking waarover gesproken wordt. In het Duits is es een persoonlijk voornaamwoord in de derde persoon enkelvoud; de vorm zelf verandert niet voor de naamval in deze zin. bedeutet komt van bedeuten (“betekenen”) en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De stamklinker blijft hier ongewijzigd: ich bedeute, du bedeutest, es bedeutet. Voorbeeld: Das bedeutet viel. — “Dat betekent veel.” kleines komt van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”). Het beschrijft Zimmer, niet ein. In ein kleines Zimmer staat het zelfstandig naamwoord in het onzijdig enkelvoud; daarom krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -es. Vergelijk: ein kleines Haus — “een klein huis.” Zimmer betekent “kamer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer; het meervoud heeft dezelfde vorm: die Zimmer. Voorbeeld: Das Zimmer ist klein. — “De kamer is klein.” Samen vormen de delen Es bedeutet ein kleines Zimmer de betekenis “Het betekent een kleine kamer.” De structuur is onderwerp + werkwoord + naamwoordgroep: Es + bedeutet + ein kleines Zimmer. De naamwoordgroep bevat het onbepaalde lidwoord ein, het beschrijvende bijvoeglijk naamwoord kleines en het zelfstandig naamwoord Zimmer.

  3. Kannst du es langsam aussprechen?

    Kun je het langzaam uitspreken?

    Kannst du
    Kun je …?
    es
    het
    langsam
    langzaam
    aussprechen
    uitspreken
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du combineert de vervoegde vorm kannst van können met du. Hier vraagt de spreker of de aangesprokene iets kan doen: “Kun je …?” In een gewone Duitse hoofdzin staat een vervoegd werkwoord meestal op de tweede positie, maar in deze ja-neevraag staat kannst op de eerste positie. Het andere werkwoord blijft als infinitief aan het einde staan. es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief) en is hier het lijdend voorwerp van aussprechen. De vorm betekent in deze zin “het”. De zin geeft geen zelfstandig naamwoord dat de precieze referent benoemt; grammaticaal is es een enkelvoudige onzijdige vorm. Bij een ander bedoeld zelfstandig naamwoord kan een andere accusatiefvorm nodig zijn, zoals ihn of sie; de keuze hangt af van het grammaticale geslacht en getal van dat zelfstandig naamwoord. langsam betekent hier “langzaam” en beschrijft hoe de handeling gebeurt. Het is hier een bijwoord en verandert in deze functie niet van vorm. Als bijvoeglijk naamwoord krijgt het wel een uitgang wanneer het vóór een zelfstandig naamwoord staat, bijvoorbeeld ein langsames Tempo — “een langzaam tempo”. aussprechen is de infinitief met de betekenis “uitspreken”. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: aus- + sprechen. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde: Ich spreche das Wort aus. — “Ik spreek het woord uit.” Na können blijft het hele werkwoord als infinitief bijeen: Kannst du das Wort aussprechen? — “Kun je het woord uitspreken?” sprechen alleen betekent “spreken”; aussprechen betekent hier specifiek “uitspreken”. Samen vormen de delen de herbruikbare vraagstructuur Kannst du + voorwerp + manier + infinitief: Kannst du es langsam aussprechen? De spreker vraagt dus of de aangesprokene het bedoelde voorwerp langzaam kan uitspreken. De Nederlandse vertaling is: “Kun je het langzaam uitspreken?”

  4. Ich teile das Wort in Teile auf.

    Ik deel het woord op in delen.

    teile … auf
    opdelen
    Wort
    woord
    Teile
    delen
    Uitgebreide uitleg

    Wort betekent hier “woord”. Het Duitse zelfstandig naamwoord is das Wort; het meervoud is die Wörter wanneer je afzonderlijke woorden bedoelt. In deze zin staat das Wort als lijdend voorwerp: degene die spreekt deelt dat woord op. Teile betekent hier “delen”. Het is het meervoud van der Teil (“deel”). In in Teile staat het meervoud zonder lidwoord. Het voorzetsel in beschrijft hier een indeling in een resultaat: het woord wordt verdeeld in meerdere delen. teile ... auf is de gescheiden vorm van het werkwoord aufteilen (“opdelen”). teile is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, passend bij Ich; auf staat aan het einde van de hoofdzin. Het patroon is dus: Ich teile ... auf = “Ik deel ... op”. In een bijzin kan het werkwoord bijeenblijven, bijvoorbeeld: ..., weil ich das Wort aufteile. = “... omdat ik het woord opdeel.” De volledige zin bouwt zo op: Ich is degene die handelt, teile ... auf geeft het opdelen aan, das Wort is wat wordt opgedeeld, en in Teile geeft het resultaat van die verdeling aan. Samen betekent Ich teile das Wort in Teile auf.: “Ik deel het woord op in delen.”

  5. Kannst du mir ein Beispiel geben?

    Kun je me een voorbeeld geven?

    Kannst du
    kun je
    mir
    mij
    Beispiel
    voorbeeld
    geben
    geven
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du bestaat uit können + du. können betekent hier “kunnen” en drukt samen met du een mogelijkheid of verzoek aan de aangesprokene uit. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Kannst du ...? = “Kun je ...?” De vorm kannst hoort bij du; vergelijk ich kann en sie können. Voorbeeld: Kannst du warten? — “Kun je wachten?” mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich: “mij/aan mij”. Deze vorm verschijnt hier omdat iets aan de spreker gegeven wordt. De reeks is ich (onderwerp), mir (datief), mich (accusatief). Voorbeeld: Kannst du mir helfen? — “Kun je me helpen?” Beispiel betekent “voorbeeld”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt daarom in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het meervoud is Beispiele. In ein Beispiel betekent ein hier “een” als onbepaald lidwoord; het legt op zichzelf geen concreet aantal vast. Voorbeeld: Das ist ein Beispiel. — “Dat is een voorbeeld.” geben betekent “geven”. Dit is de infinitief. Na het modale werkwoord können blijft het tweede werkwoord in de infinitief en staat het in deze vraag achteraan: Kannst du ... geben? De vorm gib is daarentegen een vorm van geben in andere constructies, bijvoorbeeld Gib mir das Buch! — “Geef me het boek!” Samen vormen de delen Kannst du mir ein Beispiel geben?: “Kun je me een voorbeeld geven?” Het patroon Kannst du mir ... geben? is een herbruikbare, beleefde vraag om iets aan de spreker te geven; op de plaats van ein Beispiel kan een andere passende woordgroep staan.

  6. Dieses Zimmer ist sauber und hell.

    Deze kamer is schoon en licht.

    Dieses
    deze
    Zimmer
    kamer
    ist
    is
    sauber
    schoon
    und
    en
    hell
    licht
    Uitgebreide uitleg

    Dieses betekent hier “deze” en staat bij het zelfstandig naamwoord Zimmer. De vorm past hier bij Zimmer, dat onzijdig is (das Zimmer) en in de nominatief als onderwerp staat. In deze naamval zijn de andere veelgebruikte vormen dieser voor mannelijk enkelvoud en diese voor vrouwelijk enkelvoud of meervoud. Dit zijn vormen van het aanwijzende woord, geen vergelijkingsvormen; in andere naamvallen kunnen de uitgangen veranderen. Voorbeeld: Dieses Buch ist interessant. — “Dit boek is interessant.” Zimmer betekent “kamer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer; het meervoud is die Zimmer. Het woord blijft in het meervoud dus onveranderd. Voorbeeld: Das Zimmer ist groß. — “De kamer is groot.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm hoort bij een enkelvoudig onderwerp zoals dieses Zimmer. Belangrijke vormen zijn ich bin, du bist, er/sie/es ist en wir/sie sind. sauber betekent hier “schoon”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na ist predicatief wordt gebruikt: het beschrijft het onderwerp en krijgt daarom hier geen uitgang. Voorbeeld: Die Küche ist sauber. — “De keuken is schoon.” und verbindt twee gelijkwaardige beschrijvingen. Hier koppelt het sauber aan hell, zodat beide eigenschappen bij dezelfde kamer horen. hell betekent hier “licht” of “helder”, in de zin dat er veel licht in de kamer is. Ook dit bijvoeglijk naamwoord staat na ist predicatief en krijgt daarom hier geen uitgang. Het tegenovergestelde is dunkel (“donker”). Voorbeeld: Der Raum ist hell. — “De ruimte is licht.” Samen vormen de delen de uitspraak Dieses Zimmer ist sauber und hell.: “Deze kamer is schoon en licht.” Dieses Zimmer is het onderwerp, ist verbindt het onderwerp met de beschrijving, en und voegt de tweede beschrijving toe. Het patroon is herbruikbaar als Dieses/diese/dieser + zelfstandig naamwoord + ist + bijvoeglijk naamwoord + und + bijvoeglijk naamwoord.

  7. Ich will mit dem Wort üben.

    Ik wil oefenen met het woord.

    Ich will
    ik wil
    mit
    met
    Wort
    woord
    üben
    oefenen
    Uitgebreide uitleg

    Ich will: Hier betekent dit “ik wil” en drukt wollen een wil of voornemen uit. will is de vorm van wollen voor ich; de infinitief is wollen. Na een modaal werkwoord zoals wollen staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich will lernen. — “Ik wil leren.” In deze zin gaat het dus niet vanzelf om de toekomst, maar om de wens om te oefenen. mit: Dit betekent hier “met” en geeft aan waarmee of in verband waarmee iemand oefent. mit wordt in het Duits gevolgd door de datief. Daarom staat hier dem vóór Wort: dat is de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij het onzijdige enkelvoud. Een herbruikbaar patroon is mit dem ... bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, bijvoorbeeld mit dem Buch — “met het boek”. Wort: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier “woord”. Het is onzijdig: das Wort. In de woordgroep dem Wort staat het in de datief, maar de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf blijft hier Wort; de verandering zit in het lidwoord das → dem. Het meervoud is meestal Wörter wanneer afzonderlijke woorden worden bedoeld, bijvoorbeeld zwei Wörter — “twee woorden”. üben: Dit betekent “oefenen” en staat als infinitief na will. De persoonsvorm will draagt de persoon en de tijd, terwijl üben zijn basisvorm behoudt. Het werkwoord kan ook zonder will vervoegd worden: Ich übe. — “Ik oefen.” Samen vormen Ich will + üben de betekenis “ik wil oefenen”. mit dem Wort specificeert waarmee de oefening verband houdt: “met het woord”. De volledige zin betekent daarom: “Ik wil oefenen met het woord.”

  8. Versuch es in einem kurzen Satz.

    Probeer het in een korte zin.

    Versuch
    probeer
    es
    het
    in einem
    in een
    kurzen
    korte
    Satz
    zin
    Uitgebreide uitleg

    Versuch betekent hier “probeer” en is de gebiedende wijs van versuchen (“proberen”) voor één aangesproken persoon. De stam blijft herkenbaar: versuchen → du versuchst → Versuch!. Voorbeeld: Versuch es noch einmal. — “Probeer het nog een keer.” es is hier het persoonlijke voornaamwoord voor het lijdend voorwerp: “het”. Het verwijst in deze zin naar datgene wat geprobeerd moet worden; de vaste vertaling bevestigt die betekenis, zonder een specifieker zelfstandig naamwoord aan te wijzen. In de gebiedende wijs staat het na de werkwoordsvorm: Versuch es — “Probeer het”. in einem vormt het begin van een voorzetselgroep: “in een”. in kan in het Duits zowel een plaats als een richting aangeven. Hier gaat het om de plaats of vorm waarin iets moet worden gedaan, niet om beweging naar binnen, daarom staat de groep in de datief: in einem .... kurzen betekent hier “korte”. Het bijvoeglijk naamwoord is kurz; in einem kurzen ... krijgt het de datief-mannelijk enkelvoudsvorm kurzen. De uitgang hoort bij kurz, niet bij het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: in einem kurzen Text — “in een korte tekst”. Satz betekent “zin”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Satz. Na in in deze plaatsbetekenis staat het hier in de datief: einem Satz; het meervoud is Sätze. Samen betekent Versuch es in einem kurzen Satz.: “Probeer het in een korte zin.” De gebiedende wijs Versuch geeft de opdracht, es noemt wat geprobeerd moet worden, en in einem kurzen Satz geeft aan dat dit in de vorm van een korte zin moet gebeuren.

Grammatica

aufteilen: teile ... auf

Ich teile das kleine Zimmer auf.

ich tajle das klajne tsimmer auf

Ik deel de kleine kamer op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat auf aan het einde van de zin.

kleines Zimmer / kurzen Satz

ein kleines Zimmer, einen kurzen Satz

ajn klajnes tsimmer, ajnen koertsen zats

een kleine kamer, een korte zin

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen in het Duits verschillende uitgangen, afhankelijk van lidwoord en naamval.

Duits woordenschat

aufteilen werkwoord
auftajlen opdelen teile ... auf

Ich teile das Wort in Teile auf.

aussprechen werkwoord
ausjpreken uitspreken

langsam aussprechen

bedeuten werkwoord
bedójten betekenen bedeutet

Was bedeutet dieses Wort?

Beispiel zelfstandig naamwoord
bajsjpiel voorbeeld

ein Beispiel geben

geben werkwoord
gében geven

ein Beispiel geben

hell bijvoeglijk naamwoord
hel licht

Das Zimmer ist hell.

klein bijvoeglijk naamwoord
klajn klein kleines

ein kleines Zimmer

langsam bijwoord
langzaam langzaam

langsam aussprechen

sauber bijvoeglijk naamwoord
zauber schoon

Das Zimmer ist sauber.

Teil zelfstandig naamwoord
tajl deel Teile

in Teile auf

Wort zelfstandig naamwoord
vort woord

dieses Wort

Zimmer zelfstandig naamwoord
tsimmer kamer

ein kleines Zimmer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat betekent dit woord?

Antwoord tonenWas bedeutet dieses Wort?

Het betekent een kleine kamer.

Antwoord tonenEs bedeutet ein kleines Zimmer.

Kun je het langzaam uitspreken?

Antwoord tonenKannst du es langsam aussprechen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

deel

Antwoord tonenTeile

voorbeeld

Antwoord tonenBeispiel

uitspreken

Antwoord tonenaussprechen

woord

Antwoord tonenWort