Een korte dialoog oefenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults practice a dialogue together, choose roles, and read a difficult line slowly..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een korte dialoog oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte diesen Dialog üben.

iech meutsj-te die-zen die-aa-look uu-ben. Ik wil deze dialoog oefenen.
B

Ich kann dein Partner sein.

iech kan dain part-nuh zain. Ik kan je partner zijn.
A

Welche Rolle soll ich spielen?

vel-sje rol-le zol iech sjpie-len? Welke rol zal ik nemen?
B

Du kannst den ersten Teil lesen.

doe kanst deen eers-ten taail lee-zen. Je kunt het eerste deel lezen.
A

Diese Zeile ist ein bisschen schwierig.

die-ze tsai-le ist aain bis-sjen sjwie-riesj. Deze regel is een beetje moeilijk.
B

Lies es langsam mit mir.

lies es lang-zaam mit mier. Lees het langzaam met mij.
A

Lass mich es noch einmal von Anfang an versuchen.

las miesj es noch aain-maal fon an-fang an fer-zoe-chen. Laat me het nog een keer vanaf het begin proberen.
B

Du liest jetzt deutlicher.

doe liest jetst doit-liesj-uh. Je leest nu duidelijker.

Woord voor woord

Ich ‘Ich’ betekent hier ‘ik’ en is degene die de handeling uitvoert in ‘Ich möchte diesen Dialog üben.’ Je gebruikt ‘Ich’ voor jezelf, bijvoorbeeld in de vaste structuur ‘Ich möchte ...’ om een wens uit te drukken.
möchte ‘möchte’ drukt hier een beleefde wens uit: ‘wil graag’. In ‘Ich möchte diesen Dialog üben’ staat de andere werkwoordsvorm ‘üben’ aan het einde; je gebruikt ‘möchte’ bijvoorbeeld om te zeggen wat je graag wilt doen.
diesen ‘diesen’ betekent hier ‘deze’ en verwijst naar de dialoog die de spreker wil oefenen. Het staat direct voor het mannelijke zelfstandig naamwoord ‘Dialog’, zoals in ‘diesen Dialog’.
Dialog ‘Dialog’ betekent hier ‘dialoog’, dus het gesprek dat de twee personen samen oefenen. Je kunt het gebruiken voor een gesproken of geschreven gesprek, bijvoorbeeld in ‘einen Dialog üben’ als nieuw voorbeeld.
üben ‘üben’ betekent hier ‘oefenen’: de spreker wil de dialoog herhalen om beter te worden. Na ‘Ich möchte’ staat ‘üben’ als de handeling aan het einde van de zin; je kunt het ook gebruiken voor andere vaardigheden, zoals een uitspraak oefenen.
kann ‘kann’ betekent hier ‘kan’ en drukt uit dat de spreker in staat of beschikbaar is om partner te zijn. In ‘Ich kann dein Partner sein’ staat ‘sein’ aan het einde; je gebruikt ‘kann’ ook voor andere mogelijkheden, zoals ‘Ich kann morgen kommen’ als nieuw voorbeeld.
dein ‘dein’ betekent hier ‘jouw’ en geeft aan dat de partner bij de aangesproken persoon hoort. Het staat voor ‘Partner’ in ‘dein Partner’; je gebruikt ‘dein’ voor iets dat van één informeel aangesproken persoon is.
Partner ‘Partner’ betekent hier ‘partner’, de persoon met wie je samen oefent. In deze zin is het de rol van de spreker: ‘dein Partner sein’; je kunt het ook gebruiken voor een partner bij een andere gezamenlijke activiteit.
sein ‘sein’ betekent hier ‘zijn’ in ‘Ich kann dein Partner sein’. Het staat na ‘kann’ als de handeling die mogelijk is; je gebruikt ‘sein’ ook om een identiteit of rol te benoemen, zoals in ‘Ich möchte dein Partner sein’ als nieuw voorbeeld.
Welche ‘Welche’ betekent hier ‘welke’ en vraagt om een keuze uit verschillende rollen. Het staat voor ‘Rolle’ in de vraag ‘Welche Rolle soll ich spielen?’; je gebruikt ‘Welche’ ook om naar een keuze tussen dingen te vragen.
Rolle ‘Rolle’ betekent hier ‘rol’, dus het personage of aandeel dat iemand in de dialoog neemt. Het hoort bij de uitdrukking ‘eine Rolle spielen’; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer deelnemers rollen in een oefening verdelen.
soll ‘soll’ betekent hier ‘moet’ of ‘zal’ in de vraag ‘Welche Rolle soll ich spielen?’ De spreker vraagt welke keuze van hem of haar verwacht wordt; ‘soll ich’ wordt vaak gebruikt om te vragen wat iemand moet doen.
spielen ‘spielen’ betekent hier niet gewoon een spel spelen, maar een rol spelen in de dialoog. In ‘Welche Rolle soll ich spielen?’ staat het na ‘soll’; je gebruikt het ook in de vaste combinatie ‘eine Rolle spielen’ als nieuw voorbeeld.
Du ‘Du’ betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon die de eerste rol moet lezen. Het is de informele aanspreekvorm voor één persoon; je gebruikt ‘Du’ bijvoorbeeld aan het begin van een directe instructie.
kannst ‘kannst’ betekent hier ‘kunt’ en drukt uit dat de aangesproken persoon het eerste deel kan lezen. In ‘Du kannst den ersten Teil lesen’ staat ‘lesen’ aan het einde; je gebruikt ‘kannst’ ook om een mogelijkheid of vaardigheid aan te geven.
den ‘den’ betekent hier ‘de’ en hoort bij ‘Teil’ in ‘den ersten Teil’. Het verwijst naar het specifieke deel dat gelezen moet worden; je gebruikt ‘den’ hier voor een bepaald mannelijk object.
ersten ‘ersten’ betekent hier ‘eerste’ en geeft aan dat het om deel nummer één gaat. Het staat voor ‘Teil’ in ‘den ersten Teil’; je kunt het gebruiken om de volgorde van een onderdeel aan te geven.
Teil ‘Teil’ betekent hier ‘deel’, namelijk het eerste gedeelte van de dialoog. In ‘den ersten Teil lesen’ verwijst het naar een afgebakend onderdeel; je gebruikt ‘Teil’ ook voor een deel van een tekst, les of activiteit.
lesen ‘lesen’ betekent hier ‘lezen’: de aangesproken persoon moet het eerste deel hardop lezen. Na ‘Du kannst’ staat ‘lesen’ aan het einde; je kunt het gebruiken voor teksten, berichten of andere geschreven inhoud.
Diese ‘Diese’ betekent hier ‘deze’ en wijst naar de regel die nu besproken wordt. Het staat voor ‘Zeile’ in ‘Diese Zeile ist ein bisschen schwierig’; je gebruikt ‘Diese’ om iets concreets dichtbij of in de huidige context aan te wijzen.
Zeile ‘Zeile’ betekent hier ‘regel’, specifiek een regel tekst in de dialoog. In ‘Diese Zeile’ verwijst het naar de moeilijke tekstregel; je gebruikt ‘Zeile’ bijvoorbeeld wanneer je naar een bepaalde regel in een tekst verwijst.
ist ‘ist’ betekent hier ‘is’ en verbindt ‘Diese Zeile’ met de beschrijving ‘schwierig’. De structuur ‘X ist schwierig’ gebruik je om te zeggen dat iets moeilijk is; in deze dialoog wordt de uitspraak van één regel beoordeeld.
ein ‘ein’ is hier het woord ‘een’ binnen de uitdrukking ‘ein bisschen’. Samen met ‘bisschen’ maakt het de hoeveelheid klein, zoals in ‘ein bisschen schwierig’; je gebruikt ‘ein’ in deze uitdrukking om een beperkte mate aan te geven.
bisschen ‘bisschen’ betekent hier ‘beetje’ binnen ‘ein bisschen schwierig’: de regel is slechts enigszins moeilijk. De combinatie ‘ein bisschen’ verzacht een beschrijving; je kunt haar gebruiken voor een kleine hoeveelheid of beperkte mate.
schwierig ‘schwierig’ betekent hier ‘moeilijk’ en beschrijft de tekstregel als lastig om te lezen. In ‘Diese Zeile ist ein bisschen schwierig’ staat het na ‘ist’; je gebruikt ‘schwierig’ ook voor een taak, vraag of situatie die inspanning vraagt.
Lies ‘Lies’ betekent hier ‘lees’ en is een directe aansporing aan één persoon. In ‘Lies es langsam mit mir’ wordt gevraagd om iets samen en langzaam te lezen; je gebruikt ‘Lies’ bijvoorbeeld bij een oefening met een tekst.
es ‘es’ betekent hier ‘het’ en verwijst naar ‘Diese Zeile’, de regel die gelezen moet worden. In ‘Lies es langsam mit mir’ staat ‘es’ als het object van ‘lies’; je gebruikt ‘es’ om naar een eerder genoemd onzijdig woord of onderwerp terug te verwijzen.
langsam ‘langsam’ betekent hier ‘langzaam’ en geeft aan hoe de regel gelezen moet worden. Het beschrijft de manier van lezen in ‘Lies es langsam mit mir’; je kunt het ook gebruiken bij andere handelingen die bewust rustig worden uitgevoerd.
mit ‘mit’ betekent hier ‘met’ en geeft aan dat de spreker samen met de ander leest. In ‘mit mir’ vormt het een vaste combinatie voor ‘met mij’; je gebruikt ‘mit’ bijvoorbeeld om een persoon te noemen met wie je iets doet.
mir ‘mir’ betekent hier ‘mij’ in de combinatie ‘mit mir’, dus samen met mij. Na ‘mit’ staat in deze dialoog de vorm ‘mir’; je gebruikt ‘mit mir’ wanneer je iemand uitnodigt om iets samen te doen.
Lass ‘Lass’ betekent hier ‘laat’ in de uitdrukking ‘Lass mich es noch einmal von Anfang an versuchen’: de spreker vraagt om de kans om het zelf opnieuw te proberen. De constructie ‘Lass mich ... versuchen’ gebruik je om toestemming of gelegenheid voor een eigen poging te vragen.
mich ‘mich’ betekent hier ‘mij’ en verwijst naar de persoon die de poging zal doen. In ‘Lass mich ... versuchen’ is ‘mich’ degene die de handeling uitvoert; je gebruikt deze vorm ook in andere verzoeken met ‘Lass mich ...’.
noch ‘noch’ betekent hier samen met ‘einmal’ ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’. In ‘noch einmal’ vraagt de spreker om herhaling; je gebruikt deze combinatie wanneer iets opnieuw moet gebeuren.
einmal ‘einmal’ betekent hier ‘een keer’ binnen ‘noch einmal’, dus opnieuw één keer. De hele uitdrukking ‘noch einmal’ is een praktische manier om om herhaling te vragen, bijvoorbeeld tijdens een taaloefening.
von ‘von’ betekent hier ‘vanaf’ in de vaste uitdrukking ‘von Anfang an’. Het markeert het beginpunt van de poging; je gebruikt ‘von’ ook om een vertrekpunt of oorsprong aan te geven wanneer dat zeker uit de context blijkt.
Anfang ‘Anfang’ betekent hier ‘begin’ in ‘von Anfang an’, dus vanaf het begin. De uitdrukking verwijst naar het eerste punt van de dialoog; je kunt haar gebruiken wanneer je iets opnieuw vanaf het eerste onderdeel doet.
an ‘an’ hoort hier samen met ‘von’ en ‘Anfang’ bij de vaste uitdrukking ‘von Anfang an’, die ‘vanaf het begin’ betekent. Het afzonderlijke woord geeft in deze zin geen losstaande nieuwe betekenis; gebruik de volledige uitdrukking wanneer je een startpunt bedoelt.
versuchen ‘versuchen’ betekent hier ‘proberen’: de spreker wil de regel opnieuw vanaf het begin proberen. In ‘Lass mich es noch einmal von Anfang an versuchen’ staat het na ‘Lass mich’; je gebruikt het met een handeling of doel dat iemand probeert uit te voeren.
liest ‘liest’ betekent hier ‘leest’ en beschrijft wat de aangesproken persoon nu doet. Het is de vorm in ‘Du liest jetzt deutlicher’; je gebruikt ‘liest’ om over het lezen van een persoon te spreken.
jetzt ‘jetzt’ betekent hier ‘nu’ en verwijst naar het huidige moment van de oefening. In ‘Du liest jetzt deutlicher’ markeert het dat de verbetering op dit moment merkbaar is; je gebruikt ‘jetzt’ om een handeling aan het heden te koppelen.
deutlicher ‘deutlicher’ betekent hier ‘duidelijker’: de persoon leest nu verstaanbaarder dan eerder. Het is de vergrotende vorm van ‘deutlich’ en beschrijft in ‘Du liest jetzt deutlicher’ een verbetering in de manier van lezen; je gebruikt het wanneer iets beter te begrijpen of te horen wordt.

Grammatica

Lass mich + Infinitiv

Lass mich versuchen.

las miesj fer-zoe-chen

Laat me proberen.

Met „Lass mich“ vraag je toestemming of stel je voor dat je iets doet. Het volgende werkwoord staat in de infinitief.

von Anfang an

von Anfang an

fon an-fang an

vanaf het begin

Deze vaste uitdrukking betekent dat iets direct vanaf het begin gebeurt.

Duits woordenschat

dein bepaler
dain jouw

dein Partner

Dialog zelfstandig naamwoord
die-aa-look dialoog

diesen Dialog

ersten bijvoeglijk naamwoord
eers-ten eerste

den ersten Teil

lesen werkwoord
lee-zen lezen

den ersten Teil lesen

möchte werkwoord
meutsj-te wil graag

Ich möchte diesen Dialog üben.

Partner zelfstandig naamwoord
part-nuh partner

dein Partner

Rolle zelfstandig naamwoord
rol-le rol

Welche Rolle

sein werkwoord
zain zijn

dein Partner sein

spielen werkwoord
sjpie-len spelen

eine Rolle spielen

Teil zelfstandig naamwoord
taail deel

den ersten Teil

üben werkwoord
uu-ben oefenen

den Dialog üben

Welche bepaler
vel-sje welke

Welche Rolle

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze dialoog oefenen.

Antwoord tonenIch möchte diesen Dialog üben.

Ik kan je partner zijn.

Antwoord tonenIch kann dein Partner sein.

Welke rol zal ik nemen?

Antwoord tonenWelche Rolle soll ich spielen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

jouw

Antwoord tonendein

dialoog

Antwoord tonenDialog

welke

Antwoord tonenWelche

rol

Antwoord tonenRolle