Een korte dialoog oefenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a language classroom, two adults practice a dialogue together, choose roles, and read a difficult line slowly..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een korte dialoog oefenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte diesen Dialog üben.

iech meutsj-te die-zen die-aa-look uu-ben. Ik wil deze dialoog oefenen.
B

Ich kann dein Partner sein.

iech kan dain part-nuh zain. Ik kan je partner zijn.
A

Welche Rolle soll ich spielen?

vel-sje rol-le zol iech sjpie-len? Welke rol zal ik nemen?
B

Du kannst den ersten Teil lesen.

doe kanst deen eers-ten taail lee-zen. Je kunt het eerste deel lezen.
A

Diese Zeile ist ein bisschen schwierig.

die-ze tsai-le ist aain bis-sjen sjwie-riesj. Deze regel is een beetje moeilijk.
B

Lies es langsam mit mir.

lies es lang-zaam mit mier. Lees het langzaam met mij.
A

Lass mich es noch einmal von Anfang an versuchen.

las miesj es noch aain-maal fon an-fang an fer-zoe-chen. Laat me het nog een keer vanaf het begin proberen.
B

Du liest jetzt deutlicher.

doe liest jetst doit-liesj-uh. Je leest nu duidelijker.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich möchte diesen Dialog üben.

    Ik wil deze dialoog oefenen.

    Ich möchte
    ik wil graag
    diesen
    deze
    Dialog
    dialoog
    üben
    oefenen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker de wens uit om iets te doen: “ik wil”. möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van möchten; het is een beleefde of zachte manier om een wens uit te drukken. Het onderwerp Ich bepaalt de persoon. Vergelijk: Ich möchte lesen. — “Ik wil lezen.” Na möchte staat het andere werkwoord als infinitief. diesen hoort bij Dialog en betekent hier “deze”. De vorm is niet alleen door nabijheid gekozen: Dialog is mannelijk (der Dialog), staat hier als lijdend voorwerp in de accusatief, en daarom verschijnt de aanwijzende vorm diesen. Vergelijk: Dieser Dialog ist kurz. — “Deze dialoog is kort.” Daar is Dialog het onderwerp en staat de vorm dieser. Dialog betekent “dialoog” of “gesprek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Dialog; het meervoud is die Dialoge. In deze zin gaat het om één bepaalde dialoog, aangewezen door diesen. üben betekent “oefenen”. Dit is de infinitief. In de combinatie met möchte staat üben aan het einde van de zin: Ich möchte Deutsch üben. — “Ik wil Duits oefenen.” Samen vormen de delen Ich möchte diesen Dialog üben de betekenis: “Ik wil deze dialoog oefenen.” De spreker noemt zichzelf als degene die de wens heeft, wijst met diesen naar de bedoelde dialoog en gebruikt üben voor de handeling die de spreker wil uitvoeren.

  2. Ich kann dein Partner sein.

    Ik kan je partner zijn.

    Ich kann
    ik kan
    dein
    jouw
    Partner
    partner
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan”. Ich is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. kann is de vorm van können bij ich; het is een modaal werkwoord en drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. Bij een ander onderwerp verandert de vorm, bijvoorbeeld Du kannst ... = “Jij kunt ...”. Na können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. dein betekent hier “jouw” en hoort bij Partner. Het is een bezittelijk woord: het geeft aan dat de partner bij de aangesprokene hoort of met die persoon verbonden is. De vorm dein past hier bij het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord Partner; bij andere combinaties kunnen vormen zoals deine of deinen voorkomen. Dat is niet hetzelfde als het persoonlijk voornaamwoord du (“jij”). Partner betekent hier “partner”. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Partner en blijft dus in deze vorm gelijk, terwijl het lidwoord of een ander begeleidend woord de grammaticale informatie kan tonen. Een vergelijkbare zin is: Ich bin dein Partner. — “Ik ben jouw partner.” sein betekent “zijn”. Dit is de infinitief van sein; na het modale werkwoord kann blijft deze vorm staan. Vergelijk: Ich kann helfen. — “Ik kan helpen.” Het vervoegde werkwoord is daar kann, niet sein of helfen. Samen vormen de delen Ich kann + dein Partner + sein de betekenis: “Ik kan jouw partner zijn.” De modale vorm kann staat op de tweede positie, dein Partner is wat de spreker kan zijn, en de infinitief sein staat aan het einde. In de gegeven context gaat het om de rol die de spreker in de dialoog kan aannemen.

  3. Welche Rolle soll ich spielen?

    Welke rol zal ik nemen?

    Welche
    welke
    Rolle
    rol
    soll ich
    zal ik
    spielen
    spelen
    Uitgebreide uitleg

    Welche staat hier vóór Rolle en betekent “welke”. Het is de verbogen vorm van welcher en past zich aan de grammaticale kenmerken van het zelfstandig naamwoord aan. Bij het vrouwelijke enkelvoud Rolle is de vorm in deze naamwoordgroep welche; de naamwoordgroep is hier het lijdend voorwerp van spielen en staat daarom in de accusatief. Voorbeeld: Welche Tasche nimmst du? — “Welke tas neem je?” Rolle betekent hier “rol”: een functie of personage dat iemand op zich neemt of uitbeeldt. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Rolle; in het meervoud is het die Rollen. Voorbeeld: Sie spielt eine wichtige Rolle. — “Zij speelt een belangrijke rol.” Soll ich vormt het begin van een vraag met sollen. Soll is hier de vorm voor de eerste persoon enkelvoud bij het onderwerp ich; deze vorm is toevallig gelijk aan de vorm voor de derde persoon enkelvoud. In deze vraag vraagt de spreker welke rol hij of zij volgens de bedoeling, opdracht of afspraak moet aannemen; het gaat dus niet alleen om een voorspelling over de toekomst. De volledige bruikbare vraagstructuur is Welche ... soll ich ...? — “Welke ... moet/zal ik ...?” Voorbeeld: Was soll ich schreiben? — “Wat moet ik schrijven?” Spielen is het infinitief “spelen”. Het kan onder andere een spel spelen, muziek spelen of een rol spelen betekenen. In eine Rolle spielen krijgt het de betekenis “een rol spelen”. Na de vervoegde vorm soll staat het infinitief aan het einde van deze hoofdzin: soll ... spielen. Voorbeeld: Ich soll den König spielen. — “Ik moet de koning spelen.” Samen betekent Welche Rolle soll ich spielen? ongeveer “Welke rol moet/zal ik spelen?” De vraag gebruikt welche Rolle voor de gevraagde rol, soll ich om te vragen wat de bedoeling of opdracht voor de spreker is, en spielen voor het aannemen of uitbeelden van die rol. In de vaste vertaling wordt dit natuurlijk weergegeven als: “Welke rol zal ik nemen?”

  4. Du kannst den ersten Teil lesen.

    Je kunt het eerste deel lezen.

    Du kannst
    je kunt
    ersten
    eerste
    Teil
    deel
    lesen
    lezen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst betekent hier dat jij iets kunt doen: können is het werkwoord voor “kunnen”. In de tegenwoordige tijd krijgt de tweede persoon enkelvoud de vorm du kannst; vergelijk ich kann en sie können. Als können als modaal werkwoord met een ander werkwoord wordt gebruikt, staat dat tweede werkwoord meestal als infinitief aan het einde: Du kannst ... lesen = “Je kunt ... lezen”. ersten betekent hier “eerste”. Het is de verbogen vorm van erst. De uitgang hangt hier samen met het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft: Teil is mannelijk, en in deze zin staat de woordgroep als lijdend voorwerp. Daarom staat er den ersten Teil; vergelijk bijvoorbeeld der erste Teil als onderwerp. Teil betekent “deel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Teil. Het meervoud is Teile, bijvoorbeeld: Die Teile sind kurz = “De delen zijn kort.” lesen betekent “lezen”. Dit is de infinitief. Na het modale werkwoord kannst blijft lesen onveranderd en staat het aan het einde van de zin. Voorbeeld: Ich kann die Zeile lesen = “Ik kan de regel lezen.” Samen vormen de delen Du kannst + den ersten Teil + lesen: “Je kunt het eerste deel lezen.” De zin zegt dat de aangesprokene die handeling kan uitvoeren; den ersten Teil specificeert welk deel gelezen kan worden. De woordvolgorde met een modaal werkwoord is een bruikbaar patroon: Du kannst [voorwerp] [infinitief].

  5. Diese Zeile ist ein bisschen schwierig.

    Deze regel is een beetje moeilijk.

    Diese
    deze
    Zeile
    regel
    ist
    is
    ein bisschen
    een beetje
    schwierig
    moeilijk
    Uitgebreide uitleg

    Diese verwijst hier naar een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de onderwerpsfunctie: Zeile. De vorm hoort bij de vrouwelijke nominatief enkelvoud. Vergelijk in de nominatief: dieser Text — “deze tekst” (mannelijk) en dieses Buch — “dit boek” (onzijdig). Het vertaalde “deze” ondersteunt hier de aanwijzende betekenis; de vorm zegt op zichzelf niet wie of welke regel bedoeld wordt buiten deze context. Zeile betekent hier “regel”, bijvoorbeeld een regel tekst. Het meervoud is Zeilen: zwei Zeilen — “twee regels”. Dit woord kan in andere contexten ook een rij of lijn aanduiden, maar hier past de betekenis “regel” bij de vaste vertaling en de context over het lezen van een tekstgedeelte. ist is de derde persoon enkelvoud van sein, “zijn”. De vorm wordt gebruikt bij een enkelvoudig onderwerp, zoals Die Zeile ist kurz — “De regel is kort”. Het onderwerp is hier Diese Zeile; ist koppelt dat onderwerp aan de daaropvolgende eigenschap. ein bisschen is een vaste uitdrukking die de mate verzacht: “een beetje”. In deze zin maakt ze de beoordeling minder sterk: de regel wordt als enigszins moeilijk beschreven. Voorbeeld: Ich bin ein bisschen müde. — “Ik ben een beetje moe.” schwierig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “moeilijk”. Na sein staat het hier als naamwoordelijk deel en krijgt het geen uitgang: Der Text ist schwierig — “De tekst is moeilijk”. Een nuttig contrast is leicht — “gemakkelijk”; Die Aufgabe ist leicht betekent “De opdracht is gemakkelijk”. Samen vormen de delen: Diese Zeile (“deze regel”) + ist (“is”) + ein bisschen schwierig (“een beetje moeilijk”). De volledige betekenis is dus: “Deze regel is een beetje moeilijk.”

  6. Lies es langsam mit mir.

    Lees het langzaam met mij.

    Lies
    lees!
    es
    het
    langsam
    langzaam
    mit mir
    met mij
    Uitgebreide uitleg

    Lies is de gebiedende wijs van lesen (“lezen”) voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. De klinker verandert hier van e naar ie: lesen → du liest → Lies!. Voorbeeld: Lies den Satz! — “Lees de zin!” es is hier een persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp. Het verwijst in deze zin naar wat gelezen moet worden en wordt in het Nederlands met “het” weergegeven. De vorm es hoort bij de onzijdige enkelvoudige vorm in de accusatief; de concrete referent wordt door deze zin niet nader benoemd. langsam betekent hier “langzaam” en bepaalt hoe de handeling wordt uitgevoerd. Het is hier een bijwoord. Dezelfde vorm kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld in ein langsamer Satz — “een langzame zin”; daar krijgt het bijvoeglijk naamwoord een andere grammaticale vorm. mit mir bestaat uit mit (“met”) en mir, de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Mit vraagt in deze betekenis de datief: mit mir betekent “met mij”. Vergelijk mit dir — “met jou”. Samen vormt de zin een informele opdracht: de aangesproken persoon moet iets lezen, dat langzaam doen, en dat samen met de spreker doen. De volgorde is: handeling (Lies), voorwerp (es), wijze (langsam) en begeleiding (mit mir).

  7. Lass mich es noch einmal von Anfang an versuchen.

    Laat me het nog een keer vanaf het begin proberen.

    Lass mich
    laat me
    es
    het
    noch einmal
    nog een keer
    Anfang
    begin
    von Anfang an
    vanaf het begin
    versuchen
    proberen
    Uitgebreide uitleg

    Lass mich is een vaste manier om iemand informeel te vragen of toe te staan iets te doen: “laat me …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen bij du; mich is de accusatiefvorm van ich en betekent hier “mij”. Het onderwerp van de opdracht is dus de aangesprokene, terwijl mich de persoon is die de handeling zal uitvoeren. Voorbeeld: Lass mich schlafen. — “Laat me slapen.” es betekent hier “het”. Het is een persoonlijk voornaamwoord in de accusatief; de vaste vertaling ondersteunt deze neutrale verwijzing, maar benoemt niet welk concreet ding ermee wordt bedoeld. Voorbeeld: Ich lese es. — “Ik lees het.” noch einmal betekent “nog een keer” en maakt duidelijk dat de poging opnieuw plaatsvindt. einmal betekent op zichzelf “één keer” of “eenmaal”, maar in deze combinatie betekent het natuurlijk “nog eens”. Voorbeeld: Sag es noch einmal. — “Zeg het nog een keer.” Anfang is een zelfstandig naamwoord: der Anfang — “het begin”. Het verwijst hier naar het beginpunt van de poging. Het tegenovergestelde is das Ende — “het einde”. von Anfang an is de vaste uitdrukking “vanaf het begin”. De onderdelen vormen samen één tijds- of startpuntbepaling: von … an geeft aan vanaf welk moment iets geldt. In deze uitdrukking staat Anfang zonder lidwoord. Voorbeeld: Wir beginnen von Anfang an. — “We beginnen vanaf het begin.” versuchen betekent “proberen”. Dit is hier een infinitief. Na lassen staat de andere handeling in het Duits zonder zu: Lass mich es versuchen betekent dus “Laat me het proberen”, niet een constructie met zu versuchen. Voorbeeld: Ich versuche, langsam zu lesen. — “Ik probeer langzaam te lezen.” Samen betekent de zin: “Laat me het nog een keer vanaf het begin proberen.” Lass mich geeft het verzoek, es is wat geprobeerd wordt, noch einmal geeft de herhaling aan, von Anfang an bepaalt het startpunt en versuchen benoemt de handeling. De formulering is informeel, omdat Lass zich tot één persoon met du richt.

  8. Du liest jetzt deutlicher.

    Je leest nu duidelijker.

    Du
    je/jij
    liest
    leest
    jetzt
    nu
    deutlicher
    duidelijker
    Uitgebreide uitleg

    Du is hier het informele persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon enkelvoud: “jij”. Het staat als onderwerp bij de persoonsvorm. De bijbehorende vorm voor meerdere aangesproken personen is ihr, maar dat is niet de vorm in deze zin. Voorbeeld: Du liest. — “Jij leest.” liest komt van lesen (“lezen”). Dit is de tegenwoordige tijd bij du: du liest. In deze vorm verandert de klinker van de stam: lesen → du liest. Vergelijk: ihr lest (“jullie lezen”) en sie lesen (“zij lezen”); alleen du liest heeft hier deze vorm met ie. jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. deutlicher betekent hier “duidelijker”. Het is de vergrotende trap van deutlich (“duidelijk”): deutlich → deutlicher → am deutlichsten. In deze zin beschrijft deutlicher hoe iemand leest: de manier van lezen is nu duidelijker dan eerder of dan een eerder niveau. Als bijwoord krijgt het hier geen aparte verbuiging voor du. Samen vormen de delen: Du liest = “jij leest”, jetzt = “nu”, en deutlicher = “duidelijker”. De volledige betekenis is daarom: “Je leest nu duidelijker.”

Grammatica

Lass mich + Infinitiv

Lass mich versuchen.

las miesj fer-zoe-chen

Laat me proberen.

Met „Lass mich“ vraag je toestemming of stel je voor dat je iets doet. Het volgende werkwoord staat in de infinitief.

von Anfang an

von Anfang an

fon an-fang an

vanaf het begin

Deze vaste uitdrukking betekent dat iets direct vanaf het begin gebeurt.

Duits woordenschat

dein bepaler
dain jouw

dein Partner

Dialog zelfstandig naamwoord
die-aa-look dialoog

diesen Dialog

ersten bijvoeglijk naamwoord
eers-ten eerste

den ersten Teil

lesen werkwoord
lee-zen lezen

den ersten Teil lesen

möchte werkwoord
meutsj-te wil graag

Ich möchte diesen Dialog üben.

Partner zelfstandig naamwoord
part-nuh partner

dein Partner

Rolle zelfstandig naamwoord
rol-le rol

Welche Rolle

sein werkwoord
zain zijn

dein Partner sein

spielen werkwoord
sjpie-len spelen

eine Rolle spielen

Teil zelfstandig naamwoord
taail deel

den ersten Teil

üben werkwoord
uu-ben oefenen

den Dialog üben

Welche bepaler
vel-sje welke

Welche Rolle

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik wil deze dialoog oefenen.

Antwoord tonenIch möchte diesen Dialog üben.

Ik kan je partner zijn.

Antwoord tonenIch kann dein Partner sein.

Welke rol zal ik nemen?

Antwoord tonenWelche Rolle soll ich spielen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

jouw

Antwoord tonendein

dialoog

Antwoord tonenDialog

welke

Antwoord tonenWelche

rol

Antwoord tonenRolle