Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Samen lunchen in een restaurant oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?
Meusjtest doe tsoe-zaamən tsoe mittaak essen? Wil je samen lunchen?Das klingt gut. Wohin sollen wir gehen?
Das klinkt goed. Voo-hin zollen viea gee-en? Dat klinkt leuk. Waar zullen we heen gaan?Vielleicht das kleine Restaurant hier in der Nähe.
Fie-laischt das klainə restorã hiir in dea nee-ə. Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.Gehen wir dorthin, wenn es nicht voll ist.
Gee-en viea dort-hin, ven es nisjt fol ist. Laten we daarheen gaan als het niet druk is.Sollen wir uns an der Eingangstür treffen?
Zollen viea oens an dea ain-gangs-tuur trefen? Zullen we bij de voordeur afspreken?Ich warte dort, wo du mich sehen kannst.
Isj var-tə dort, voo doe misj zee-en kanst. Ik wacht waar je me kunt zien.Dann komme ich und suche dich.
Dan komme isj oent soegə disj. Dan kom ik je zoeken.Danach können wir nach einem Tisch fragen.
Darnaakh keunən viea naakh ainəm tisj fraagən. Daarna kunnen we om een tafel vragen.Uitleg van de zinnen
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?
Wil je samen lunchen?
- Möchtest du
- Wil je
- zusammen
- samen
- zu Mittag essen
- lunchen
Uitgebreide uitleg
Möchtest du betekent hier “wil je?” en vormt het begin van een ja/nee-vraag. möchtest is de vorm voor du van möchten; die vorm drukt een wens of uitnodiging vaak zachter uit dan een directe bevelsvorm. Het verwante werkwoord is mögen (“houden van”); in deze uitdrukking betekent möchten echter “willen / graag willen”. Bijvoorbeeld: Möchtest du einen Kaffee? — “Wil je een koffie?” zusammen betekent “samen”: de activiteit wordt door de aangesprokene en de spreker gezamenlijk uitgevoerd. Het woord verandert niet voor persoon of aantal. Bijvoorbeeld: Wir lernen zusammen. — “We leren samen.” zu Mittag essen is een vaste, herbruikbare uitdrukking voor “lunchen” of letterlijk “het middagmaal eten”. essen is het werkwoord “eten”; in deze combinatie staat het als infinitief. zu Mittag verwijst naar het middagmaal of de middagmaaltijd, niet naar een afzonderlijk werkwoord. Bijvoorbeeld: Wir essen um zwölf zu Mittag. — “We lunchen om twaalf uur.” In het Duits staat bij een ja/nee-vraag het vervoegde werkwoord vooraan: Möchtest, daarna het onderwerp du. Vervolgens komt zusammen, en de infinitiefgroep zu Mittag essen sluit de vraag af. Samen betekent de zin dus: “Wil je samen lunchen?” De vraag is een uitnodiging of voorstel; het volgende antwoord kan daarom natuurlijk op het plan ingaan.
Das klingt gut. Wohin sollen wir gehen?
Dat klinkt leuk. Waar zullen we heen gaan?
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- gut
- goed; leuk
- Wohin
- waarheen
- sollen wir
- zullen we
- gehen
- gaan
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en verwijst naar de eerder genoemde inhoud of suggestie. Het is een aanwijzend voornaamwoord; in deze zin staat het zelfstandig en is het dus niet simpelweg een lidwoord bij een daarna genoemd zelfstandig naamwoord. Een vergelijkbaar gebruik is: Das ist interessant. — “Dat is interessant.” klingt is de vorm van klingen in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud. klingen betekent letterlijk “klinken”, maar kan bij een voorstel of idee ook betekenen dat iets goed of aantrekkelijk overkomt. Voorbeeld: Das klingt interessant. — “Dat klinkt interessant.” gut betekent hier “goed”. Als bijvoeglijk naamwoord na klingen beschrijft het hoe iets overkomt; in deze positie krijgt het geen uitgang. In de vaste vertaling wordt dit natuurlijk weergegeven als “leuk”, maar de kernbetekenis van gut is “goed”. Het tegenovergestelde is schlecht — “slecht”. Wohin vraagt naar een bestemming of bewegingsrichting: “waarheen” of natuurlijker “waar naartoe”. Vergelijk wo (“waar?”, een plaats zonder nadruk op beweging) met wohin (“waarheen?”, een bestemming). Voorbeeld: Wohin gehst du? — “Waar ga je heen?” sollen wir vormt hier een voorstel: “zullen we”. sollen is de tegenwoordige tijd van sollen bij wir (eerste persoon meervoud). In deze vraag gaat het niet om een vastgestelde verplichting, maar om het vragen naar een gezamenlijke keuze. Wollen wir ...? kan ook “zullen we ...?” betekenen, maar legt sterker de nadruk op wat we willen; sollen wir ...? klinkt hier als een voorstel of overleg. gehen is de infinitief “gaan”. Bij een modaal werkwoord zoals sollen staat de infinitief in een hoofdzin aan het einde: Wohin sollen wir gehen? De vraagstructuur zet Wohin vooraan, daarna komt het vervoegde sollen, vervolgens wir, en helemaal achteraan gehen. Samen betekent Das klingt gut “Dat klinkt goed” en Wohin sollen wir gehen? “Waar zullen we heen gaan?” De eerste zin reageert positief op de voorgestelde mogelijkheid; daarna vraagt de spreker welke bestemming de gezamenlijke activiteit krijgt. De volledige Nederlandse vertaling “Dat klinkt leuk. Waar zullen we heen gaan?” geeft die bedoeling natuurlijk weer.
Vielleicht das kleine Restaurant hier in der Nähe.
Misschien het kleine restaurant hier vlakbij.
- Vielleicht
- misschien
- kleine
- kleine
- Restaurant
- restaurant
- hier
- hier
- in der Nähe
- in de buurt
Uitgebreide uitleg
Vielleicht betekent hier dat de spreker een mogelijkheid voorstelt, niet dat die keuze zeker is. Het staat vooraan en kan ook in andere korte voorstellen staan: Vielleicht morgen. — Misschien morgen. kleine komt van het bijvoeglijk naamwoord klein. In deze zin beschrijft het Restaurant; de vorm krijgt hier de uitgang -e na het bepaalde lidwoord das: das kleine Restaurant. De basisvorm is klein; vergelijk bijvoorbeeld ein kleines Restaurant, waar het bijvoeglijk naamwoord een andere uitgang heeft. Restaurant is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het is onzijdig: das Restaurant. Het meervoud is die Restaurants. In de vaste zin gaat het om één specifiek klein restaurant, maar de vorm das laat hier niet op zichzelf zien welke naamval bedoeld is; de elliptische context maakt duidelijk dat dit de voorgestelde bestemming is. hier is een plaatsbijwoord en betekent hier, dus op de plaats waar de gesprekspartners zich bevinden of waarnaar zij verwijzen. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir essen hier. — We eten hier. in der Nähe is een vaste plaatsaanduiding voor in de buurt. In der Nähe staat Nähe in de datief na het plaatsaanduidende in; Nähe is vrouwelijk, vandaar der in plaats van die. Samen met hier geeft de uitdrukking de locatie nader aan: hier in der Nähe — hier vlakbij. Voorbeeld: Das Café ist in der Nähe. — Het café is in de buurt. Samen vormt Vielleicht een voorzichtige keuze, gevolgd door de benoemde bestemming das kleine Restaurant en de plaatsbepaling hier in der Nähe. Als volledig voorstel betekent de uiting: Misschien het kleine restaurant hier vlakbij. De zin is elliptisch: het werkwoord wordt in dit korte antwoord niet uitgesproken, maar de bedoeling is een restaurant als mogelijke plek om naartoe te gaan.
Gehen wir dorthin, wenn es nicht voll ist.
Laten we daarheen gaan als het niet druk is.
- Gehen wir
- laten we gaan
- dorthin
- daarheen
- wenn
- als
- es
- het
- nicht
- niet
- voll
- druk
- ist
- is
Uitgebreide uitleg
Gehen wir betekent hier een voorstel in de betekenis ‘laten we gaan’. Duits gebruikt hiervoor de vorm van gehen met wir vooraan: Gehen wir! is een aansporing voor de spreker en anderen samen. Het is dus niet de gewone mededeling Wir gehen (‘wij gaan’). gehen is het hele werkwoord; in de zin staat de vorm Gehen zonder zichtbare persoonsuitgang. dorthin is een richtingsbijwoord: ‘daarheen’, dus naar die plaats toe. Vergelijk dort (‘daar’, plaats zonder nadruk op beweging) met dorthin (‘daarheen’, richting). Voorbeeld: Wir gehen dorthin. — ‘We gaan daarheen.’ wenn leidt hier de voorwaarde in: ‘als’ of ‘wanneer’. In een bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord achteraan. Een herbruikbaar patroon is ..., wenn ... ist.; de komma scheidt de voorwaarde van het voorstel. es is hier het grammaticale onderwerp in de uitdrukking es ist voll; de vertaling geeft dit weer met ‘het’. In deze context zegt de zin dat de betreffende plaats niet druk of vol is, zonder dat es zelf een afzonderlijk persoon aanduidt. De vorm es hoort bij het onzijdige enkelvoud, maar een concrete referent moet je niet automatisch uit het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord afleiden. nicht ontkent wat erop volgt: nicht voll betekent ‘niet druk/vol’. Het betekent niet automatisch ‘leeg’; er kunnen nog steeds mensen zijn. Plaatselijk kan nicht ook een ander deel van de zin ontkennen, maar hier ontkent het de toestand voll. voll is een bijvoeglijk naamwoord met hier de betekenis ‘vol’ of, bij een restaurant of andere locatie, natuurlijk ‘druk’. De vergrotende trap is voller (‘voller’), en de overtreffende trap is am vollsten (‘het volst’). Voorbeeld: Das Café ist heute voller. — ‘Het café is vandaag voller.’ ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’): sein — ist — ‘zijn’ — ‘is’. In deze wenn-bijzin staat ist aan het einde, zoals het vervoegde werkwoord doorgaans in een Duitse bijzin met wenn. Samen betekent Gehen wir dorthin, wenn es nicht voll ist.: ‘Laten we daarheen gaan als het niet druk is.’ Eerst staat het gezamenlijke voorstel (Gehen wir dorthin), daarna de voorwaarde (wenn es nicht voll ist). De zin stelt dus voor om naar die plaats te gaan onder de voorwaarde dat die niet vol of druk is.
Sollen wir uns an der Eingangstür treffen?
Zullen we bij de voordeur afspreken?
- Sollen wir
- zullen we
- uns
- ons
- an der
- bij de
- Eingangstür
- voordeur
- treffen
- afspreken
Uitgebreide uitleg
Sollen wir is hier een vraagvoorstel: “zullen we …?” Sollen is de tegenwoordige tijd van sollen bij wir; het is een modaal werkwoord. In een ja/nee-vraag staat het vervoegde modale werkwoord vooraan en komt het andere werkwoord als infinitief achteraan. Vergelijk: Sollen wir warten? = “Zullen we wachten?” uns hoort bij het werkwoord sich treffen: bij wir is de wederkerende vorm uns. In deze zin betekent de combinatie dat de gesprekspartners elkaar zullen ontmoeten; uns is dus niet het onderwerp. Voorbeelden: Wir treffen uns morgen. = “We spreken morgen af.” Ich treffe mich mit Anna. = “Ik spreek met Anna af.” an der geeft hier een plaats aan: bij een vaste plaats gebruikt an de datief. die Eingangstür is vrouwelijk; daarom wordt het datiefartikel der: an der Eingangstür. De vorm der betekent hier dus niet dat het zelfstandig naamwoord mannelijk is. Bij beweging naar een plek kan an met de accusatief staan, bijvoorbeeld Wir gehen an die Tür. = “We lopen naar de deur.” Eingangstür is een samenstelling van Eingang (“ingang”) en Tür (“deur”); het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht, dus die Eingangstür. In deze zin verwijst het naar de voordeur als ontmoetingsplek. Een andere bruikbare samenstelling is Haustür = “huisdeur/voordeur”, afhankelijk van de context. treffen staat als infinitief aan het einde omdat sollen het modale werkwoord is. Het werkwoord betekent hier “afspreken/ontmoeten” in de wederkerende combinatie sich treffen; zonder sich kan treffen ook “raken” of “ontmoeten” betekenen met een ander object. De belangrijke vormreeks is treffen – trifft – traf – hat getroffen; treffen is een sterk werkwoord. Samen vormen de delen de vraag Sollen wir uns an der Eingangstür treffen?: “Zullen we bij de voordeur afspreken?” De vraag stelt een gezamenlijk plan voor; de plaats wordt uitgedrukt door an der Eingangstür, en uns treffen maakt duidelijk dat de betrokken personen elkaar ontmoeten.
Ich warte dort, wo du mich sehen kannst.
Ik wacht waar je me kunt zien.
- Ich
- ik
- warte
- wacht
- dort
- daar
- wo
- waar
- du
- je
- mich
- mij
- sehen
- zien
- kannst
- kunt
Uitgebreide uitleg
Ich is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp: “ik”. Vergelijk ich met mich: ich voert de handeling uit, terwijl mich de persoon is op wie de handeling gericht is. warte komt van warten (“wachten”). Het is de tegenwoordige tijd voor ich: ich warte. Voorbeeld: Ich warte hier. — “Ik wacht hier.” dort is een plaatsbijwoord met de betekenis “daar”, dus een plaats die in de situatie als referentiepunt wordt aangewezen. Het is niet hetzelfde als hier (“hier”). wo betekent hier “waar” en leidt een bijzin in die een plaats beschrijft. In het Duits staat het vervoegde werkwoord in zo’n bijzin achteraan. Het patroon is: dort, wo ... — “daar waar ...”. du is de tweede persoon enkelvoud als onderwerp: “je” of “jij”. In deze zin is du degene die kan zien. mich is de eerste persoon enkelvoud in de accusatief: “mij”. Hier is mich het lijdend voorwerp van sehen, dus de persoon die gezien kan worden. Voorbeeld: Du siehst mich. — “Je ziet mij.” sehen betekent “zien”. Na een modaal werkwoord zoals können blijft sehen in de infinitief staan. Voorbeeld: Du kannst den Weg sehen. — “Je kunt de weg zien.” kannst komt van können (“kunnen”) en is de tegenwoordige tijd bij du: du kannst. Het modale werkwoord drukt hier mogelijkheid of vermogen uit. In de bijzin du mich sehen kannst staat het vervoegde werkwoord kannst achteraan; de infinitief sehen staat ervoor. Samen vormen du mich sehen kannst de bijzin “waar je me kunt zien”. Ich warte dort betekent “Ik wacht daar”; met wo du mich sehen kannst wordt die plaats nader bepaald. De volledige betekenis is daarom: “Ik wacht daar waar je me kunt zien.”
Dann komme ich und suche dich.
Dan kom ik je zoeken.
- Dann
- dan
- komme
- kom
- ich
- ik
- suche
- zoek
- dich
- jou
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” of “daarna”: het plaatst de handeling in de tijd. Het kan ook vooraan staan zonder dat het de kern van de handeling verandert. komme is de vorm van kommen (“komen”) voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich komme. In het Duits kan de tegenwoordige tijd, net als hier, ook naar een geplande of verwachte toekomstige handeling verwijzen. Voorbeeld: Ich komme morgen. = “Ik kom morgen.” ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de spreker: “ik”. Omdat Dann vooraan staat, volgt het vervoegde werkwoord vóór ich: Dann komme ich. Dit is een gewone Duitse woordvolgorde waarbij een ander zinsdeel op de eerste plaats staat; het werkwoord blijft op de tweede zinsplaats. suche komt van suchen (“zoeken”) en is opnieuw de vorm voor ich: ich suche. Na und blijft het onderwerp begrepen als ich, zodat und suche dich betekent “en ik zoek jou”. Voorbeeld: Ich suche meinen Schlüssel. = “Ik zoek mijn sleutel.” dich is de accusatiefvorm van het informele enkelvoudige du (“jij/je”). Het is hier het lijdend voorwerp van suchen: de spreker zoekt de aangesproken persoon. De vormen zijn du als onderwerp en dich als lijdend voorwerp; bijvoorbeeld Ich sehe dich. = “Ik zie je.” Samen vormen Dann komme ich (“Dan kom ik”) en und suche dich (“en zoek ik jou” / natuurlijker: “en zoek ik je”) de volledige betekenis: “Dan kom ik je zoeken.” De tegenwoordige tijd in komme en suche beschrijft hier de handeling die na dat moment zal plaatsvinden.
Danach können wir nach einem Tisch fragen.
Daarna kunnen we om een tafel vragen.
- Danach
- daarna
- können wir
- kunnen we
- nach
- naar
- einem
- een (in deze naamwoordgroep)
- Tisch
- tafel
- fragen
- vragen
Uitgebreide uitleg
Danach betekent hier ‘daarna’ en verwijst naar een eerder genoemd of begrepen moment in de volgorde. Het is een tijdsbepalend bijwoord. Een bruikbaar patroon is: Danach + zin = ‘Daarna + zin’. können wir bestaat uit het werkwoord können en het onderwerp wir (‘wij’). können drukt hier mogelijkheid of gelegenheid uit: ‘kunnen’. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Wir können fragen = ‘Wij kunnen vragen’. können verandert wel naar persoon en getal, bijvoorbeeld ich kann, wir können. nach hoort in deze betekenis bij fragen: nach etwas fragen betekent ‘naar iets vragen’ of, zoals hier, ‘om iets vragen’. In deze constructie staat het gevraagde in de datief. Dit is niet hetzelfde als het voorzetsel nach in bijvoorbeeld nach Berlin (‘naar Berlijn’); de betekenis wordt hier bepaald door de combinatie nach etwas fragen. einem is de datiefvorm van het onbepaalde lidwoord bij een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Het bijbehorende woord is Tisch, en daarom staat de naamwoordgroep als einem Tisch. Vergelijk: der Tisch (onderwerp), einen Tisch (lijdend voorwerp) en einem Tisch na nach in nach einem Tisch fragen. Tisch betekent hier ‘tafel’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tisch. Het meervoud is die Tische. Voorbeeld: Der Tisch ist frei. — ‘De tafel is vrij.’ fragen is de infinitief ‘vragen’. In nach einem Tisch fragen gaat het specifiek om vragen naar of verzoeken om een tafel. De infinitief staat hier aan het einde omdat hij afhankelijk is van können. Voorbeeld: Wir fragen nach dem Weg. — ‘Wij vragen naar de weg.’ Samen vormen nach einem Tisch fragen en können wir de betekenis ‘kunnen we om een tafel vragen’. Met Danach ervoor wordt de volledige uiting: ‘Daarna kunnen we om een tafel vragen.’
Grammatica
Modalverb + Infinitiv am Satzende
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?
Meusjtest doe tsoe-zaamən tsoe mittaak essen?Wil je samen lunchen?
Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de zin.
Duits woordenschat
Wohin sollen wir gehen?
Das klingt gut.
Vielleicht das kleine Restaurant hier in der Nähe.
Vielleicht das kleine Restaurant hier in der Nähe.
Das klingt gut.
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?
Vielleicht das kleine Restaurant hier in der Nähe.
Wohin sollen wir gehen?
Vielleicht das kleine Restaurant hier in der Nähe.
Wohin sollen wir gehen?
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wil je samen lunchen?
Antwoord tonen
Möchtest du zusammen zu Mittag essen?Dan kom ik je zoeken.
Antwoord tonen
Dann komme ich und suche dich.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
klinken
Antwoord tonen
klingtmisschien
Antwoord tonen
vielleichtsamen
Antwoord tonen
zusammenwaarheen