Een ontmoetingsplek veranderen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a meeting place, two friends change their plan because the first spot is noisy and agree to meet inside the entrance..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een ontmoetingsplek veranderen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss den Plan ändern.

iech moes deen plaan èn-dern. Ik moet het plan veranderen.
B

Welcher Teil funktioniert nicht?

velsjer taail foeng-tsie-ní-ren nietsj? Welk deel werkt niet?
A

Der Treffpunkt ist zu laut.

deer tref-poenkt ist tsoe laout. De ontmoetingsplek is te lawaaierig.
B

Gehen wir drinnen an einen ruhigeren Ort.

gee-en vier drinnen an ainen roe-ie-geren oort. Laten we binnen naar een rustigere plek gaan.
A

Können wir uns direkt hinter dem Eingang treffen?

keunnen vier oens die-rekt hin-ter deem ain-gang treffen? Kunnen we net binnen bij de ingang afspreken?
B

Das passt für mich.

das past fuur miesj. Dat werkt voor mij.
A

Wenn ich ankomme, warte ich dort.

ven iech an-komme, var-te iech doort. Ik wacht daar als ik aankom.
B

Dann können wir zusammen einen ruhigen Ort finden.

dan keunnen vier tsoe-zaam-men ainen roe-ie-gen oort vinden. Dan kunnen we samen een rustige plek vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich muss den Plan ändern.

    Ik moet het plan veranderen.

    Ich muss
    ik moet
    Plan
    plan
    ändern
    veranderen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss: Ich is the first-person singular pronoun “ik”. muss is the present-tense form of the modal verb müssen for ich; it expresses necessity, “moeten”. With a modal verb, the other verb normally appears as an infinitive at the end of the clause. Example: Ich muss arbeiten. — “Ik moet werken.” Plan: this noun means “plan”. In the sentence, den before it marks the masculine noun phrase as the direct object: the plan is what is changed. The definite article den means “het/de ...” here; it does not itself state a quantity. ändern: this is the infinitive “veranderen”. It follows muss because müssen is the modal verb. Its subject is the same ich as in Ich muss; the form does not change to agree with a separate subject here. Example: Wir ändern den Termin. — “Wij veranderen de afspraak.” Together, Ich muss expresses necessity, den Plan is the thing affected, and ändern names the required action. The complete utterance means: “Ik moet het plan veranderen.”

  2. Welcher Teil funktioniert nicht?

    Welk deel werkt niet?

    Welcher
    welke
    Teil
    deel
    funktioniert
    werkt
    nicht
    niet
    Uitgebreide uitleg

    Welcher staat hier bij Teil en vraagt welke afzonderlijke eenheid bedoeld wordt: “welk(e)”. De vorm is mannelijk enkelvoud in de nominatief, omdat Teil hier het onderwerp is. Vergelijkbare vormen zijn bijvoorbeeld welche bij een vrouwelijk of meervoudig zelfstandig naamwoord en welches bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Welcher Bus kommt? — “Welke bus komt eraan?” Teil betekent hier “deel” of “onderdeel”. Het is een zelfstandig naamwoord; de basisvorm is der Teil, met meervoud die Teile. In een herbruikbaar patroon kan het verwijzen naar een onderdeel van een geheel: Welcher Teil fehlt? — “Welk deel ontbreekt?” funktioniert komt van funktionieren en is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: “werkt” of “functioneert”. Het onderwerp is hier Teil, dus de vorm hoort bij één deel. Voorbeeld: Der Drucker funktioniert. — “De printer werkt.” nicht ontkent het voorafgaande gezegde. Samen met funktioniert maakt het de betekenis “werkt niet”; het ontkent dus dat het deel functioneert. Voorbeeld: Das Gerät funktioniert nicht. — “Het apparaat werkt niet.” Samen vormen de delen de vraag Welcher Teil funktioniert nicht?: “Welk deel werkt niet?” Welcher Teil vraagt naar het specifieke deel dat als onderwerp wordt bedoeld, en funktioniert nicht zegt dat dit deel niet werkt. De zin is een directe, neutrale vraag die bruikbaar is bij een apparaat, plan of ander geheel met meerdere onderdelen.

  3. Der Treffpunkt ist zu laut.

    De ontmoetingsplek is te lawaaierig.

    Treffpunkt
    ontmoetingsplek
    ist
    is
    zu laut
    te lawaaierig
    Uitgebreide uitleg

    Treffpunkt betekent hier “ontmoetingsplek”: een plek waar mensen elkaar ontmoeten of afspreken. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord uit Treff en Punkt; Treff houdt verband met ontmoeten of afspreken, maar Treffpunkt functioneert als één woord. Het is mannelijk: der Treffpunkt; in het meervoud staat die Treffpunkte. Voorbeeld: Der Treffpunkt ist am Bahnhof. — “De ontmoetingsplek is bij het station.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Deze vorm wordt gebruikt bij een enkelvoudig onderwerp, zoals der Treffpunkt. De relevante reeks is: ich bin, du bist, er/sie/es ist; in het meervoud staat bijvoorbeeld sie sind. Voorbeeld: Der Raum ist klein. — “De ruimte is klein.” zu laut bestaat uit zu (“te”) en het bijvoeglijk naamwoord laut (“luid”). zu geeft aan dat iets een ongewenst of ongeschikt hoge graad heeft: zu laut betekent “te luid/lawaaiig”, niet alleen “luid”. Het bijvoeglijk naamwoord blijft hier onveranderd, omdat het na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde staat. Vergelijk: Der Raum ist laut. — “De ruimte is luidruchtig.” en Der Raum ist zu laut. — “De ruimte is te lawaaierig.” Samen vormen de delen Der Treffpunkt + ist + zu laut: “De ontmoetingsplek is te lawaaierig.” Der is hier het bepaald lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en de nominatief; ist koppelt het onderwerp aan de beschrijving, en zu laut beoordeelt de geluidssterkte als hoger dan geschikt. De volgende zin gebruikt daarom een vergelijkende vorm voor een andere plek: einen ruhigeren Ort betekent “een rustigere plek/plaats”.

  4. Gehen wir drinnen an einen ruhigeren Ort.

    Laten we binnen naar een rustigere plek gaan.

    Gehen wir
    laten we gaan
    drinnen
    binnen
    an einen
    naar een
    ruhigeren
    rustigere
    Ort
    plek
    Uitgebreide uitleg

    Gehen wir betekent hier “laten we gaan”. De werkwoordsvorm gehen is de infinitief en betekent “gaan”. In deze woordvolgorde — werkwoord gevolgd door wir — vormt het Duits een voorstel in de eerste persoon meervoud: “laten we …”. Het is dus geen gewone mededelende zin zoals Wir gehen (“wij gaan”). Voorbeeld: Warten wir. — “Laten we wachten.” drinnen betekent “binnen”, in de betekenis “in een gebouw of binnenruimte”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Het geeft hier aan dat de bestemming of de beoogde plek zich binnen bevindt. an einen is hier het begin van het patroon an einen Ort gehen: “naar een plek gaan”. Bij an staat bij beweging naar een bestemming de accusatief. Ort is mannelijk; daarom wordt het onbepaalde lidwoord ein accusatief mannelijk einen. Voorbeeld: Wir gehen an einen anderen Ort. — “We gaan naar een andere plek.” ruhigeren is de vergrotende trap van ruhig (“rustig”): ruhig → ruhiger (“rustiger”). In deze zin krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -en, omdat het vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Ort staat na einen in de accusatief: einen ruhigeren Ort. De vorm beschrijft dus een plek die rustiger is dan de huidige of een andere relevante plek; de vergelijking zelf wordt niet verder gespecificeerd. Ort betekent “plek” of “plaats”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ort. In de uitdrukking an einen ruhigeren Ort staat het in de accusatief, omdat an hier een beweging naar een bestemming uitdrukt. Samen vormen de delen Gehen wir + drinnen + an einen ruhigeren Ort de betekenis: “Laten we binnen naar een rustigere plek gaan.” De eerdere informatie dat de ontmoetingsplek te lawaaierig is, past bij de vergelijking ruhigeren, maar de zin zegt alleen dat de voorgestelde plek rustiger is; hij specificeert niet welke plek dat precies is.

  5. Können wir uns direkt hinter dem Eingang treffen?

    Kunnen we net binnen bij de ingang afspreken?

    Können wir
    kunnen we
    uns … treffen
    elkaar ontmoeten; afspreken
    direkt
    direct; meteen
    hinter
    achter
    Eingang
    ingang
    Uitgebreide uitleg

    Können wir vormt het begin van een ja-neevraag: können is hier de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud, van können (“kunnen”). Bij deze modale constructie staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Können wir warten? — “Kunnen we wachten?” uns treffen betekent hier “elkaar ontmoeten” of “afspreken”. uns is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud; met treffen krijgt de combinatie hier een wederzijdse betekenis. treffen is de infinitief (“ontmoeten”, “treffen”) en kan in andere contexten bijvoorbeeld ook “raken” betekenen. direkt betekent hier “direct” of “meteen”: de afgesproken plek ligt onmiddellijk achter de ingang. Voorbeeld: Ich antworte direkt. — “Ik antwoord meteen.” hinter betekent “achter”. Voor een plaats waar iets zich bevindt, staat het in deze zin met datief: hinter dem Eingang. Bij een beweging naar die plaats kan de accusatief staan, bijvoorbeeld Er geht hinter den Eingang. — “Hij gaat achter de ingang.” Eingang is een zelfstandig naamwoord met de basisvorm der Eingang, “de ingang”. In dem Eingang staat het mannelijke lidwoord in de datief; dem hoort dus bij Eingang. Het nuttige vormcontrast is der Eingang tegenover dem Eingang na deze plaatsbepaling. Samen vormt Können wir uns direkt hinter dem Eingang treffen? de vraag “Kunnen we net binnen bij de ingang afspreken?” De letterlijke plaatsaanduiding is “direct achter de ingang”; de vaste vertaling geeft dit in deze context weer als “net binnen bij de ingang”. De woordvolgorde is kenmerkend voor een ja-neevraag: het vervoegde modale werkwoord staat vooraan, wir volgt en de infinitief treffen staat aan het einde.

  6. Das passt für mich.

    Dat werkt voor mij.

    Das
    dat
    passt
    past; werkt
    für mich
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    Das staat hier zelfstandig als onderwerp en betekent in deze context “dat”. Als aanwijzend voornaamwoord verwijst het naar iets dat uit de situatie of het gesprek duidelijk is; de precieze referent wordt in deze ene zin niet benoemd. passt komt van passen. Dit is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich passe, du passt, er/sie/es passt. In deze zin betekent passen niet letterlijk “passen” als in ergens in passen, maar “geschikt zijn” of “werken” voor iemand. Voorbeeld: Der Termin passt mir. — “De afspraak komt mij uit.” für mich betekent “voor mij”. Het voorzetsel für krijgt in het Duits de accusatief; daarom staat het persoonlijke voornaamwoord hier als mich, de accusatiefvorm van ich. Vergelijk: für dich — “voor jou”. Samen vormt Das passt für mich de betekenis “Dat werkt voor mij” of natuurlijker in deze situatie: “Dat komt mij uit.” Das is het onderwerp, passt zegt dat de voorgestelde optie geschikt is, en für mich geeft aan voor wie dat geldt.

  7. Wenn ich ankomme, warte ich dort.

    Ik wacht daar als ik aankom.

    Wenn
    als / wanneer
    ich
    ik
    ankomme
    aankom
    warte
    wacht
    dort
    daar
    Uitgebreide uitleg

    Wenn leidt hier een voorwaardelijke/tijdelijke bijzin in: “als/wanneer”. In deze zin geeft de bijzin aan wanneer het wachten plaatsvindt. In een Duitse bijzin met wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde. ich betekent “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het verwijst hier naar de spreker. Hetzelfde voornaamwoord kan in andere zinnen een andere handeling of eigenschap als onderwerp hebben. ankomme komt van ankommen (“aankomen”). De vorm ankomme is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich komme an. Ankommen is een scheidbaar werkwoord. In de wenn-bijzin blijft het als één vorm aan het einde staan: Wenn ich ankomme. In een hoofdzin staat de werkwoordsvorm vóór het afgescheiden deel: Ich komme an — “Ik kom aan.” warte komt van warten (“wachten”) en is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich warte. In de hoofdzin staat deze vervoegde vorm op de tweede zinsplaats. De tegenwoordige tijd kan hier, net als in de Nederlandse vertaling, een toekomstige situatie binnen de voorwaarde uitdrukken. dort betekent “daar”: het wijst naar een plaats die in de situatie als bekend of aangewezen wordt behandeld. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of getal. Samen vormen de delen: Wenn ich ankomme = “als ik aankom” en warte ich dort = “wacht ik daar”. De hele uiting betekent dus: “Ik wacht daar als ik aankom.” De komma scheidt de vooropgestelde wenn-bijzin van de hoofdzin. Staat de bijzin voorop, dan volgt in de hoofdzin direct het vervoegde werkwoord: Wenn ich ankomme, warte ich dort.

  8. Dann können wir zusammen einen ruhigen Ort finden.

    Dan kunnen we samen een rustige plek vinden.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    zusammen
    samen
    ruhigen
    rustige
    Ort
    plek
    finden
    vinden
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar een volgende stap in de gegeven situatie. Het kan ook een gevolg in de tijd of redenering aangeven; de precieze relatie komt uit de context. können wir bestaat uit können plus wir. De vorm können is hier de tegenwoordige tijd bij wir van het werkwoord können (“kunnen”): ich kann, du kannst, er/sie/es kann, wir können. Het drukt hier de mogelijkheid of haalbaarheid van de handeling uit. Voorbeeld: Wir können morgen kommen. — “We kunnen morgen komen.” zusammen betekent “samen” en maakt duidelijk dat de betrokkenen gezamenlijk handelen. Het is hier een bijwoord en verandert niet mee met persoon, getal of naamval. ruhigen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ruhig (“rustig”). De uitgang -en hangt hier samen met de combinatie van mannelijk, enkelvoud, accusatief en het onbepaalde lidwoord einen; ruhigen is dus niet afgeleid van Ort. Ort is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ort, meervoud die Orte. In deze zin staat het in het enkelvoud en in de accusatief, omdat het de directe aanvulling bij finden is. Samen met einen verwijst de naamwoordgroep naar een niet eerder geïdentificeerde of nader bepaalde plek. Het onbepaalde lidwoord einen stelt op zichzelf geen bepaald aantal vast. Voorbeeld: Wir suchen einen ruhigen Ort. — “We zoeken een rustige plek.” finden is het werkwoord “vinden”. Het staat hier in de infinitief, omdat het na het modale werkwoord können komt; können draagt de persoonsvorming en finden blijft aan het einde in de basisvorm. Vergelijk: Ich finde den Schlüssel. — “Ik vind de sleutel.” Samen betekent Dann können wir zusammen einen ruhigen Ort finden.: “Dan kunnen we samen een rustige plek vinden.” De volgorde is: eerst de overgang naar die volgende stap (Dann), daarna de mogelijkheid met het onderwerp (können wir), de gezamenlijke manier van handelen (zusammen), het gevonden object (einen ruhigen Ort) en ten slotte de infinitief die de handeling benoemt (finden).

Grammatica

wenn + bijzin (werkwoord aan het einde)

Wenn ich ankomme, warte ich dort.

ven iech an-komme, var-te iech doort.

Als ik aankom, wacht ik daar.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord achteraan in de Duitse bijzin: wenn ich ankomme.

Duits woordenschat

ändern werkwoord
èn-dern veranderen
drinnen bijwoord
drinnen binnen
funktionieren werkwoord
foeng-tsie-ní-ren werken funktioniert
gehen werkwoord
gee-en gaan Gehen
laut bijvoeglijk naamwoord
laout luid
nicht bijwoord
nietsj niet
Plan zelfstandig naamwoord
plaan plan
ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-ie-sj rustig ruhigeren
Teil zelfstandig naamwoord
taail deel
Treffpunkt zelfstandig naamwoord
tref-poenkt ontmoetingsplek
welcher bepaler
velsjer welke Welcher
zu bijwoord
tsoe te

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik moet het plan veranderen.

Antwoord tonenIch muss den Plan ändern.

Welk deel werkt niet?

Antwoord tonenWelcher Teil funktioniert nicht?

De ontmoetingsplek is te lawaaierig.

Antwoord tonenDer Treffpunkt ist zu laut.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

niet

Antwoord tonennicht

werken

Antwoord tonenfunktioniert

plan

Antwoord tonenPlan

veranderen

Antwoord tonenändern