Een ontmoetingsplek veranderen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a meeting place, two friends change their plan because the first spot is noisy and agree to meet inside the entrance..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een ontmoetingsplek veranderen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich muss den Plan ändern.

iech moes deen plaan èn-dern. Ik moet het plan veranderen.
B

Welcher Teil funktioniert nicht?

velsjer taail foeng-tsie-ní-ren nietsj? Welk deel werkt niet?
A

Der Treffpunkt ist zu laut.

deer tref-poenkt ist tsoe laout. De ontmoetingsplek is te lawaaierig.
B

Gehen wir drinnen an einen ruhigeren Ort.

gee-en vier drinnen an ainen roe-ie-geren oort. Laten we binnen naar een rustigere plek gaan.
A

Können wir uns direkt hinter dem Eingang treffen?

keunnen vier oens die-rekt hin-ter deem ain-gang treffen? Kunnen we net binnen bij de ingang afspreken?
B

Das passt für mich.

das past fuur miesj. Dat werkt voor mij.
A

Wenn ich ankomme, warte ich dort.

ven iech an-komme, var-te iech doort. Ik wacht daar als ik aankom.
B

Dann können wir zusammen einen ruhigen Ort finden.

dan keunnen vier tsoe-zaam-men ainen roe-ie-gen oort vinden. Dan kunnen we samen een rustige plek vinden.

Woord voor woord

Ich “Ich” betekent hier “ik” en is degene die de handeling uitvoert in “Ich muss den Plan ändern.” Het is een gebruikelijk onderwerp aan het begin van een zin, bijvoorbeeld in “Ich muss …” wanneer je een noodzaak over jezelf uitdrukt.
muss “muss” betekent hier “moet” en drukt uit dat de spreker het plan nodig moet veranderen. Dit is de vorm van müssen bij “Ich”; na “muss” volgt de infinitief “ändern”, zoals in “Ich muss den Plan ändern.”
den “den” is hier het bepaalde lidwoord bij “Plan” in “den Plan ändern”, dus “het plan”. De vorm hoort bij het mannelijke object van “ändern”; een bruikbaar patroon is “etwas ändern”, met het veranderde ding erna.
Plan “Plan” betekent hier “plan”, namelijk de afspraak of regeling die veranderd moet worden. In “den Plan ändern” staat het plan als datgene wat je verandert; je kunt deze combinatie gebruiken wanneer je een bestaande planning aanpast.
ändern “ändern” betekent hier “veranderen” of “aanpassen”. Na het modale werkwoord “muss” blijft het in de infinitief staan, zoals in “Ich muss den Plan ändern”; gebruik het met het ding dat je wilt aanpassen.
Welcher “Welcher” betekent hier “welk(e)” en vraagt in “Welcher Teil funktioniert nicht?” naar een specifiek onderdeel. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord “Teil”; dit is een bruikbaar patroon om naar één onderdeel te vragen.
Teil “Teil” betekent hier “deel” of “onderdeel” van het plan. In “Welcher Teil” vormt het samen met “Welcher” de vraag welk onderdeel niet werkt; gebruik het voor een afzonderlijk onderdeel van iets groters.
funktioniert “funktioniert” betekent hier “werkt” of “functioneert”, met “Teil” als onderwerp. De vorm staat in “Welcher Teil funktioniert nicht?”; gebruik “funktioniert” wanneer je zegt dat iets goed werkt of niet werkt.
nicht “nicht” maakt “funktioniert” hier negatief: het onderdeel werkt niet. Het staat in “Welcher Teil funktioniert nicht?” bij de handeling of toestand die ontkend wordt; gebruik het om een werkwoordelijke uitspraak te ontkennen.
Der “Der” is hier het bepaalde lidwoord bij “Treffpunkt”, dus “de ontmoetingsplek”. In “Der Treffpunkt ist zu laut” staat het voor het onderwerp; gebruik dit patroon om een specifieke mannelijke plek of zaak te beschrijven.
Treffpunkt “Treffpunkt” betekent hier “ontmoetingsplek” of “afspreekpunt”. In “Der Treffpunkt ist zu laut” gaat het om de plek waar de twee personen zouden afspreken; het is een samengesteld woord voor een afgesproken ontmoetingsplaats.
ist “ist” betekent hier “is” en verbindt “Der Treffpunkt” met de beschrijving “zu laut”. Het is de vorm van sein die hier bij “Der Treffpunkt” hoort; gebruik de structuur “etwas ist …” om iets te beschrijven.
zu “zu” betekent hier “te” in “zu laut” en geeft aan dat het geluid boven een aanvaardbaar niveau ligt. Het staat direct voor een bijvoeglijk naamwoord; gebruik “zu” zo om te zeggen dat iets overdreven of meer dan gewenst is.
laut “laut” betekent hier “luid” of “luidruchtig” en beschrijft de ontmoetingsplek als te lawaaierig. In “zu laut” versterkt “zu” deze beschrijving; je kunt “laut” gebruiken voor geluiden of plaatsen met veel geluid.
Gehen “Gehen” betekent hier “laten we gaan” in de suggestie “Gehen wir drinnen an einen ruhigeren Ort.” Aan het begin van deze zin is het de vorm waarmee de spreker samen met de ander een voorstel doet; het patroon “Gehen wir …” kan een gezamenlijk voorstel inleiden.
wir “wir” betekent hier “wij” of “we” en verwijst naar beide gesprekspartners. In “Gehen wir …” en “können wir …” maakt het duidelijk dat de voorgestelde handeling gezamenlijk is; gebruik het als onderwerp voor een groep waar jij bij hoort.
drinnen “drinnen” betekent hier “binnen” en geeft aan dat de rustigere plek zich binnen bevindt. In “Gehen wir drinnen an einen ruhigeren Ort” beschrijft het de omgeving van de voorgestelde verplaatsing; gebruik het om naar een plaats binnenshuis te verwijzen.
an “an” betekent hier ongeveer “naar” in “an einen ruhigeren Ort”, dus naar een bestemming. Het staat bij een beweging naar die plek; een bruikbaar patroon is “an einen Ort gehen” voor naar een plaats gaan.
einen “einen” betekent hier “een” en hoort bij “Ort” in “an einen ruhigeren Ort”. Deze vorm staat in de bestemming van de beweging; gebruik haar in deze woordgroep vóór een mannelijke plek die nog niet specifiek is aangeduid.
ruhigeren “ruhigeren” betekent hier “rustigere” en beschrijft een plek met minder geluid dan de huidige ontmoetingsplek. De vorm staat in “einen ruhigeren Ort” en krijgt daar de uitgang die bij deze woordgroep hoort; gebruik haar om een rustigere keuze voor te stellen.
Ort “Ort” betekent hier “plek” of “plaats”. In “an einen ruhigeren Ort” is het de bestemming waar de twee personen naartoe willen gaan; gebruik deze woordgroep voor een concrete plaats waar iemand heen kan gaan.
Können “Können” betekent hier “kunnen” in de vraag “Können wir uns direkt hinter dem Eingang treffen?” Het staat vooraan omdat de spreker toestemming of mogelijkheid vraagt; een bruikbaar vraagpatroon is “Können wir …?” voor een gezamenlijk voorstel.
uns “uns” betekent hier “ons” en verwijst naar de twee gesprekspartners die elkaar zullen ontmoeten in “uns … treffen”. Het staat bij “treffen” in de betekenis “elkaar ontmoeten” of “afspreken”; gebruik deze combinatie wanneer meerdere personen een afspraak met elkaar maken.
direkt “direkt” betekent hier “direct” of “meteen” en verduidelijkt dat de afspraak vlak achter de ingang is. In “direkt hinter dem Eingang” versterkt het de plaatsaanduiding; gebruik het om een korte of onmiddellijke afstand aan te geven.
hinter “hinter” betekent hier “achter” in “hinter dem Eingang”. Het geeft de plaats aan waar de personen elkaar treffen; gebruik “hinter” met een plaats of voorwerp om iets aan de achterzijde ervan te lokaliseren.
dem “dem” is hier het bepaalde lidwoord bij “Eingang” in “hinter dem Eingang”, dus “de ingang”. In deze plaatsaanduiding hoort het bij de vorm na “hinter”; gebruik de volledige woordgroep om een locatie achter een herkenbare ingang aan te geven.
Eingang “Eingang” betekent hier “ingang”, de plek waar je een gebouw binnengaat. In “direkt hinter dem Eingang” bepaalt het waar de twee personen afspreken; gebruik het voor de ingang van bijvoorbeeld een gebouw of ruimte.
treffen “treffen” betekent hier “ontmoeten” of “afspreken” in “uns … treffen”. Na “Können wir” staat het als infinitief aan het einde van de zin; gebruik de combinatie “uns treffen” wanneer mensen elkaar op een afgesproken plek ontmoeten.
Das “Das” betekent hier “dat” en verwijst naar het voorgestelde afspreekpunt of de nieuwe afspraak in “Das passt für mich.” Het onderwerp verwijst dus naar de hele voorgestelde regeling; gebruik deze korte reactie om naar een zojuist genoemd voorstel te verwijzen.
passt “passt” betekent hier niet letterlijk “past”, maar “komt uit” of “is geschikt” voor de spreker. In “Das passt für mich” beoordeelt het de voorgestelde afspraak; deze uitdrukking is bruikbaar om akkoord te gaan met een tijd, plaats of regeling.
für “für” betekent hier “voor” in de vaste uitdrukking “Das passt für mich”. Het geeft aan voor wie de afspraak geschikt is; gebruik het patroon “Das passt für …” met de persoon voor wie iets goed uitkomt.
mich “mich” betekent hier “mij” en verwijst naar de spreker in “Das passt für mich”. Het staat na “für” en geeft aan voor wie de voorgestelde afspraak geschikt is; gebruik “für mich” om je eigen voorkeur of geschiktheid aan te geven.
Wenn “Wenn” betekent hier “wanneer” of “als” en leidt de tijdsbepaling “Wenn ich ankomme” in. Het verbindt de aankomst met wat daarna gebeurt; gebruik het patroon “Wenn …, …” om een gebeurtenis en het gevolg of de volgende handeling te koppelen.
ankomme “ankomme” betekent hier “aankom” in “Wenn ich ankomme”, dus het moment waarop de spreker op de plek arriveert. Het is de vorm die bij “ich” hoort en staat aan het einde van deze wenn-zin; gebruik “Wenn ich ankomme” om je handeling bij aankomst aan te kondigen.
warte “warte” betekent hier “wacht” in “warte ich dort”. De spreker zegt dat hij of zij op die plek zal wachten na aankomst; gebruik “warten” met een plaats om te zeggen waar je blijft wachten.
dort “dort” betekent hier “daar” en verwijst naar de afgesproken plek achter de ingang. In “warte ich dort” geeft het aan waar de spreker wacht; gebruik het om terug te verwijzen naar een eerder genoemde plaats.
Dann “Dann” betekent hier “dan” en verwijst naar de volgende stap nadat de spreker daar wacht. In “Dann können wir zusammen …” leidt het de consequentie of vervolghandeling in; gebruik het om een volgende handeling in de tijd of het gesprek aan te kondigen.
zusammen “zusammen” betekent hier “samen” en geeft aan dat beide personen gezamenlijk een rustige plek zoeken. In “zusammen einen ruhigen Ort finden” beschrijft het hoe de handeling gebeurt; gebruik het bij activiteiten die meerdere personen gezamenlijk uitvoeren.
ruhigen “ruhigen” betekent hier “rustige” en beschrijft “Ort” als een plek met weinig geluid of verstoring. In “einen ruhigen Ort” staat het vóór het zelfstandig naamwoord; gebruik deze woordgroep wanneer je een kalme plek zoekt of voorstelt.
finden “finden” betekent hier “vinden” in “einen ruhigen Ort finden”. Na “können wir” staat het als infinitief en krijgt het de woordgroep “einen ruhigen Ort” als object; gebruik het patroon “iets vinden” wanneer je een gewenste persoon, zaak of plek lokaliseert.

Grammatica

wenn + bijzin (werkwoord aan het einde)

Wenn ich ankomme, warte ich dort.

ven iech an-komme, var-te iech doort.

Als ik aankom, wacht ik daar.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord achteraan in de Duitse bijzin: wenn ich ankomme.

Duits woordenschat

ändern werkwoord
èn-dern veranderen
drinnen bijwoord
drinnen binnen
funktionieren werkwoord
foeng-tsie-ní-ren werken funktioniert
gehen werkwoord
gee-en gaan Gehen
laut bijvoeglijk naamwoord
laout luid
nicht bijwoord
nietsj niet
Plan zelfstandig naamwoord
plaan plan
ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-ie-sj rustig ruhigeren
Teil zelfstandig naamwoord
taail deel
Treffpunkt zelfstandig naamwoord
tref-poenkt ontmoetingsplek
welcher bepaler
velsjer welke Welcher
zu bijwoord
tsoe te

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik moet het plan veranderen.

Antwoord tonenIch muss den Plan ändern.

Welk deel werkt niet?

Antwoord tonenWelcher Teil funktioniert nicht?

De ontmoetingsplek is te lawaaierig.

Antwoord tonenDer Treffpunkt ist zu laut.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

niet

Antwoord tonennicht

werken

Antwoord tonenfunktioniert

plan

Antwoord tonenPlan

veranderen

Antwoord tonenändern