Wat nemen we mee? | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before a shared outing, two friends decide to bring a blanket, drinks, and cups, then confirm the items fit in a bag..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Wat nemen we mee? oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Was soll ich mitbringen?

vas zol ich mitbrengen? Wat moet ik meenemen?
B

Bring bitte eine kleine Decke mit.

bring bitta aine kl aine deke mit. Neem alsjeblieft een kleine deken mee.
A

Brauchen wir auch Getränke?

braugen viea aug getrengke? Hebben we ook drinken nodig?
B

Ein kaltes Getränk wäre schön.

ain kaltes getrenk veare sjeun. Een koud drankje zou fijn zijn.
A

Ich kann ein paar Becher mitbringen.

ich kan ain paa becha mitbrengen. Ik kan wat bekers meenemen.
B

Das würde helfen, danke. Wir können sie teilen.

das vurde helfen, danke. viea keunen zie tailen. Dat zou helpen, bedankt. We kunnen ze delen.
A

Sie passen in meine Tasche.

zie passen in maine tasje. Ze passen in mijn tas.
B

Dann sind wir fertig.

dan zint viea fertich. Dan zijn we klaar.

Woord voor woord

Was Was betekent hier ‘wat’ en opent de vraag naar het voorwerp dat de spreker moet meenemen. Je gebruikt Was aan het begin van vragen naar een ding of informatie.
soll soll drukt hier uit wat de spreker volgens de ander moet of hoort te doen. Het is een vorm van sollen; een bruikbaar patroon is Was soll ich ...? voor de vraag wat je geacht wordt te doen.
ich ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt en iets moet meenemen. Je gebruikt ich als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
mitbringen mitbringen betekent hier ‘meenemen’ naar de gezamenlijke activiteit of afgesproken plaats. Het is de vorm die na soll staat; je kunt bijvoorbeeld zeggen dat je iets metbringen wilt of kunt.
Bring Bring is hier een directe opdracht: ‘breng’. Het is de gebiedende vorm van bringen en staat in
bitte bitte maakt de opdracht vriendelijker en betekent hier ‘alsjeblieft’. Je gebruikt bitte vaak bij een verzoek of opdracht, zoals in Bring bitte ... mit.
eine eine betekent hier ‘een’ en introduceert één niet nader bepaalde deken in een kleine deken. Je gebruikt eine vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals in eine kleine Decke.
kleine kleine betekent hier ‘kleine’ en beschrijft de afmeting van de deken. In deze woordgroep staat het tussen eine en Decke; zo kun je ook andere voorwerpen met een eigenschap beschrijven.
Decke Decke betekent hier ‘deken’, het voorwerp dat meegenomen moet worden. Het woord staat in eine kleine Decke en kan in die woordgroep door een ander voorwerp vervangen worden.
mit mit is hier het afgescheiden deel dat samen met bringen de betekenis ‘meenemen’ vormt. In de opdracht staat het aan het einde van Bring bitte eine kleine Decke mit; bij het infinitief blijft het onderdeel in mitbringen.
Brauchen Brauchen betekent hier ‘nodig hebben’ en opent de vraag of er ook drinken nodig is. Je gebruikt Brauchen wir ...? om te vragen of een groep iets nodig heeft.
wir wir betekent hier ‘wij’ en verwijst naar de twee vrienden samen. Je gebruikt wir als onderwerp wanneer je jezelf en minstens één andere persoon bedoelt.
auch auch betekent hier ‘ook’ of ‘eveneens’ en voegt drinken toe aan de spullen die nodig kunnen zijn. Je zet auch bij wat je aan een bestaande lijst of situatie toevoegt.
Getränke Getränke betekent hier ‘dranken’ of ‘drinken’ als verschillende drankjes. Het is het meervoud van Getränk en staat als onderwerp van de vraag Brauchen wir auch Getränke?
Ein Ein betekent hier ‘een’ en introduceert één koud drankje als voorstel. Het staat aan het begin van Ein kaltes Getränk, een bruikbaar patroon om één niet nader bepaald voorwerp te noemen.
kaltes kaltes betekent hier ‘koud’ en beschrijft het drankje dat prettig zou zijn. Het staat in Ein kaltes Getränk, vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft.
Getränk Getränk betekent hier ‘drankje’ of ‘drank’ en verwijst naar één koude drank. Het meervoud hiervan is Getränke, dat eerder in de dialoog voor meerdere dranken wordt gebruikt.
wäre wäre betekent hier ‘zou zijn’ en maakt van een koud drankje een voorzichtige wens of suggestie. Het is een vorm van sein in een voorwaardelijke of hypothetische formulering; je gebruikt het om iets als wenselijk te presenteren.
schön schön betekent hier ‘fijn’ of ‘leuk’ en beschrijft het voorgestelde drankje als iets aangenaams. Samen met wäre drukt het uit dat de spreker dit graag zou hebben, zonder het als harde opdracht te formuleren.
kann kann betekent hier ‘kan’ en geeft aan dat de spreker in staat of bereid is om bekers mee te brengen. Het is de vorm van können bij ich; een bruikbaar patroon is Ich kann ... mitbringen.
paar paar vormt samen met ein de hoeveelheid een paar of enkele in ein paar Becher. Je gebruikt deze combinatie vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord om een kleine, niet exact genoemde hoeveelheid aan te geven.
Becher Becher betekent hier ‘bekers’ en verwijst naar de voorwerpen die de spreker wil meenemen. In ein paar Becher gaat het om meerdere bekers; later verwijst sie naar deze bekers terug.
Das Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar het zojuist genoemde aanbod om bekers mee te brengen. Je gebruikt Das als verwijzing naar een eerder genoemde handeling of situatie, zoals in Das würde helfen.
würde würde betekent hier ‘zou’ en presenteert het helpen als een mogelijk gevolg van het aanbod. Het is een vorm van werden in een voorwaardelijke formulering; samen met Das maakt het de reactie voorzichtig en beleefd.
helfen helfen betekent hier ‘helpen’: het meenemen van bekers zou de gezamenlijke voorbereiding gemakkelijker maken. Na würde staat de infinitief helfen; je kunt het gebruiken wanneer iets ondersteuning biedt in een situatie.
danke danke betekent hier ‘bedankt’ en drukt waardering uit voor het aanbod. Je gebruikt danke direct nadat iemand hulp aanbiedt of iets voor je doet.
können können betekent hier ‘kunnen’ en geeft aan dat de twee vrienden de bekers samen kunnen gebruiken of delen. Het staat als infinitief na Wir können; je gebruikt die constructie om een mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
sie sie betekent hier ‘ze’ of ‘hen’ en verwijst naar de bekers. In Wir können sie teilen staat sie als datgene wat de vrienden samen delen; je gebruikt het om een eerder genoemd meervoudig voorwerp niet opnieuw te noemen.
teilen teilen betekent hier ‘delen’ en beschrijft dat beide vrienden de bekers samen zullen gebruiken. Het staat na können in Wir können sie teilen; je gebruikt het met een voorwerp wanneer iets met anderen wordt gedeeld.
passen passen betekent hier ‘passen’ in de betekenis dat de bekers genoeg ruimte hebben in de tas. Een bruikbaar patroon is een meervoudig voorwerp passen in een tas, doos of andere ruimte.
in in geeft hier aan waar de bekers terechtkunnen: in de tas. Je gebruikt in bij een ruimte of voorwerp waarin iets zich bevindt of waarin iets geplaatst kan worden.
meine meine betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór Tasche in meine Tasche; je gebruikt een bezittelijk woord om de eigenaar van een voorwerp aan te geven.
Tasche Tasche betekent hier ‘tas’, de ruimte waarin de bekers passen. Het staat in de woordgroep meine Tasche; je kunt het gebruiken voor een tas waarin je spullen meeneemt.
Dann Dann betekent hier ‘dan’ en trekt de conclusie dat alles geregeld is nadat de spullen zijn besproken. Je gebruikt Dann om een volgende stap of gevolg aan te kondigen.
sind sind betekent hier ‘zijn’ en hoort bij wir in Wir sind fertig. Het is een vorm van sein; je gebruikt sind met wir om een toestand of situatie van meerdere personen te beschrijven.
fertig fertig betekent hier ‘klaar’ en geeft aan dat de voorbereiding afgerond is. In Wir sind fertig staat het na zijn; de constructie sein plus fertig wordt gebruikt om te zeggen dat iemand of een groep klaar is.

Grammatica

Trennbares Verb im Imperativ: Bring ... mit

Bring bitte Getränke mit.

bring bitta getrengke mit.

Neem alsjeblieft drankjes mee.

Bij mitbringen komt het voorvoegsel mit in de gebiedende wijs achteraan: Bring ... mit.

Adjectiefuitgang vóór een zelfstandig naamwoord: ein kaltes Getränk

ein kaltes Getränk

ain kaltes getrenk

een koud drankje

Na het onbepaalde lidwoord ein krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -es: kaltes Getränk.

Duits woordenschat

Becher zelfstandig naamwoord
becha bekers

ein paar Becher

bitte bijwoord
bitta alsjeblieft

Bring bitte eine kleine Decke mit.

Brauchen werkwoord
braugen nodig hebben

Brauchen wir auch Getränke?

Bring werkwoord
bring breng

Bring bitte eine kleine Decke mit.

Decke zelfstandig naamwoord
deke deken

eine kleine Decke

Getränk zelfstandig naamwoord
getrenk drankje

Ein kaltes Getränk wäre schön.

Getränke zelfstandig naamwoord
getrengke drankjes

Brauchen wir auch Getränke?

kaltes bijvoeglijk naamwoord
kaltes koud

Ein kaltes Getränk

kleine bijvoeglijk naamwoord
kl aine kleine

eine kleine Decke

mitbringen werkwoord
mitbrengen meenemen

Was soll ich mitbringen?

schön bijvoeglijk naamwoord
sjeun fijn

wäre schön

Was voornaamwoord
vas wat

Was soll ich mitbringen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat moet ik meenemen?

Antwoord tonenWas soll ich mitbringen?

Neem alsjeblieft een kleine deken mee.

Antwoord tonenBring bitte eine kleine Decke mit.

Hebben we ook drinken nodig?

Antwoord tonenBrauchen wir auch Getränke?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

drankjes

Antwoord tonenGetränke

kleine

Antwoord tonenkleine

koud

Antwoord tonenkaltes

breng

Antwoord tonenBring