Een telefoonoplader lenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In daily life, one adult borrows a phone charger and cable from another person's bag and agrees to return everything..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een telefoonoplader lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich mir dein Handyladegerät ausleihen?

Kan isj mier dain hendie-laa-de-gə-rèèt aus-lai-en? Mag ik je telefoonoplader lenen?
B

Es ist in der Innentasche meiner Tasche.

Es ist in dea in-nen-tasje mai-na tasje. Die ligt in het binnenvak van mijn tas.
A

Ist das Kabel dabei?

Ist das kaa-bəl da-bai? Zit de kabel erbij?
B

Das Kabel ist im kleinen Etui.

Das kaa-bəl ist im klai-nen e-twie. De kabel zit in het kleine etui.
A

Ich habe beide gefunden.

Isj haa-bə bai-də gə-foen-dən. Ik heb ze allebei gevonden.
B

Bitte leg das Kabel zurück ins Etui.

Bita leek das kaa-bəl tsu-ruk ins e-twie. Leg de kabel alsjeblieft terug in het etui.
A

Ich gebe alles zurück, bevor ich gehe.

Isj gee-bə al-les tsu-ruk, bə-foa isj gee-ə. Ik geef alles terug voordat ik wegga.
B

Das passt für mich.

Das past fuur misj. Dat is goed voor mij.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich mir dein Handyladegerät ausleihen?

    Mag ik je telefoonoplader lenen?

    Kann ich
    mag ik
    mir
    mij, voor mezelf
    dein
    jouw
    Handyladegerät
    telefoonoplader
    ausleihen
    lenen, tijdelijk gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich is de vraagvorm van können (“kunnen”). kann is de vorm voor ich; in een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en komt het onderwerp er direct na: Kann ich ...? = “Kan/mag ik ...?”. Hier drukt de vraag, samen met de rest van de zin, toestemming uit. mir is de datiefvorm van ich (“mij”). In sich etwas ausleihen verwijst deze vorm naar de persoon die iets voor zichzelf leent: ich leihe mir ... aus = “ik leen ... voor mezelf”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld dir (“jou”) en ihm/ihr (“hem/haar”) in dezelfde datieffunctie. dein betekent hier “jouw” en staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het bezit aanduidt. Het stemt in deze vorm overeen met het onzijdige zelfstandig naamwoord Handyladegerät; de vorm is dus niet gekozen alleen omdat de eigenaar één persoon is. Vergelijk bijvoorbeeld dein Buch (jouw boek), maar deine Tasche (jouw tas). Handyladegerät is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Handy + Ladegerät, dus een oplader voor een mobiele telefoon. Het hoofddeel is Ladegerät, en het hele woord is onzijdig: das Handyladegerät. In het Duits worden zulke samenstellingen als één woord geschreven. ausleihen betekent iets tijdelijk van iemand lenen. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin splitst het zich, bijvoorbeeld Ich leihe mir das Gerät aus. In deze vraag staat het als infinitief aan het einde, omdat kann het vervoegde werkwoord is: Kann ich mir das Gerät ausleihen? “Kan ik het apparaat lenen?” Het verschilt van verleihen, dat betekent dat je iets aan iemand anders uitleent. Samen vormen de delen: Kann ich + mir + dein Handyladegerät + ausleihen? De volledige betekenis is: “Mag ik jouw telefoonoplader lenen?” De vraag vraagt toestemming om de oplader tijdelijk voor zichzelf te gebruiken; ze stelt niet dat de oplader al is geleend.

  2. Es ist in der Innentasche meiner Tasche.

    Die ligt in het binnenvak van mijn tas.

    Es ist
    het is
    in
    in
    Innentasche
    binnenvak
    meiner
    mijn
    Tasche
    tas
    Uitgebreide uitleg

    Es ist betekent hier “het bevindt zich / het is”. es verwijst in deze context naar het eerder genoemde telefoonoplaadapparaat. Als onderwerp staat het in de derde persoon enkelvoud; ist is de vorm van sein bij er/sie/es. Voor een locatie kun je bijvoorbeeld zeggen: Es ist hier. — “Het is hier.” in betekent “in”. Bij een vaste plaats, zonder beweging naar die plaats, gebruikt het Duits na in de datief: in der Innentasche betekent dus “in het binnenvak”. Bij beweging naar binnen kan in ook de accusatief krijgen, bijvoorbeeld Ich lege es in die Tasche. — “Ik leg het in de tas.” Innentasche betekent “binnenvak” of “binnenzak”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Innentasche; in deze zin staat het in de datief na in: der Innentasche. Het woord is samengesteld uit innen (“binnen”) en Tasche (“tas/zak”), maar de relevante vorm in de zin is het volledige zelfstandig naamwoord. meiner betekent hier “mijn” en hoort bij Innentasche. Het bezittelijk woord mein krijgt in de datief bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord de vorm meiner: in meiner Tasche — “in mijn tas”. De vorm hangt dus niet alleen van bezit af, maar ook van naamval en het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord. Tasche betekent “tas”. Het is vrouwelijk: die Tasche. In meiner Tasche staat het in de datief, maar het zelfstandig naamwoord zelf krijgt hier geen zichtbare uitgang; de vorm meiner draagt de relevante bezits- en naamvalsmarkering. Een nuttige tegenstelling is die Tasche (onderwerp of lijdend voorwerp in bepaalde contexten) tegenover der Tasche (datief of genitief, afhankelijk van de constructie). Samen bestaat de plaatsaanduiding uit in + der Innentasche en wordt die verder bepaald door meiner Tasche: letterlijk “in het binnenvak van mijn tas”. De volledige zin betekent: “Het bevindt zich in het binnenvak van mijn tas.”

  3. Ist das Kabel dabei?

    Zit de kabel erbij?

    Ist das
    is dat
    Kabel
    kabel
    dabei
    erbij
    Uitgebreide uitleg

    Ist das begint hier een ja-neevraag. ist is de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In een Duitse ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Ist ...? betekent hier “Zit ...?” of letterlijk “Is ...?”. das is in deze woordgroep het bepaalde lidwoord bij het onzijdige enkelvoud Kabel; het is dus niet op zichzelf een getalswoord. Het patroon is Ist das + zelfstandig naamwoord + ...?. Voorbeeld: Ist das Buch neu? — “Is het boek nieuw?” Kabel betekent hier “kabel”. Het zelfstandige naamwoord is onzijdig: das Kabel. Het meervoud heeft dezelfde zichtbare vorm: die Kabel. Voorbeeld: Die Kabel sind lang. — “De kabels zijn lang.” dabei betekent in deze zin “erbij” of “meegeleverd/aanwezig”. Het is een bijwoord en staat hier achter het onderwerp das Kabel. In combinatie met sein vraagt het of iets bij de bedoelde zaak hoort of aanwezig is: Ist das Kabel dabei? Voorbeeld: Der Adapter ist dabei. — “De adapter zit erbij.” Samen vormt de zin Ist das Kabel dabei?: Ist maakt er een ja-neevraag van, das Kabel is datgene waarnaar gevraagd wordt, en dabei vraagt of die kabel erbij is. De vaste betekenis is daarom: “Zit de kabel erbij?”

  4. Das Kabel ist im kleinen Etui.

    De kabel zit in het kleine etui.

    Kabel
    kabel
    ist
    is
    im
    in het
    kleinen
    kleine
    Etui
    etui
    Uitgebreide uitleg

    Kabel betekent hier “kabel”. Het zelfstandig naamwoord is das Kabel en is onzijdig; in het meervoud wordt dat die Kabel (de vorm verandert dan niet). Voorbeeld: Das Kabel ist lang. — “De kabel is lang.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Hier beschrijft sein de locatie of toestand van de kabel: “is/zit”. De vorm hoort bij het enkelvoudige onderwerp das Kabel; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld sind. im is de vaste samentrekking van in dem: “in het”. Het voorzetsel in krijgt hier de datief, omdat het om een plaats gaat waar iets zich bevindt, niet om een beweging naar die plaats. dem is de datiefvorm van het onzijdige lidwoord das. kleinen betekent hier “kleine”. Het bijvoeglijk naamwoord is klein; de uitgang -en verschijnt hier omdat het bijvoeglijk naamwoord na het datieve lidwoord dem staat: in dem kleinen .... Etui betekent “etui”. Het is onzijdig: das Etui. In deze zin staat het in de datief na in: dem Etui. Voorbeeld: Das Etui ist auf dem Tisch. — “Het etui ligt op de tafel.” Samen vormen de delen Das Kabel + ist + im kleinen Etui: “De kabel zit in het kleine etui.” Het onderwerp is de kabel; ist koppelt die aan een plaats, en im kleinen Etui geeft die plaats aan. De volledige Duitse vorm is dus een mededeling over waar de kabel zich bevindt.

  5. Ich habe beide gefunden.

    Ik heb ze allebei gevonden.

    Ich habe
    ik heb
    beide
    allebei
    gefunden
    gevonden
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier het begin van het Duitse perfectum. Ich is de eerste persoon enkelvoud: “ik”. habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich; in deze constructie is het een hulpwerkwoord en betekent het niet op zichzelf “bezitten”. De persoonsvorm staat op de tweede plaats, terwijl het voltooid deelwoord aan het einde van de zin komt. beide betekent “allebei” en verwijst hier naar twee dingen of personen die in de context als paar herkenbaar zijn. Het woord noemt niet zelfstandig welke twee dat zijn. Het staat als zelfstandig gebruikt telwoord/pronomen en krijgt in deze vorm geen zichtbare verbuiging voor geslacht. gefunden is het voltooid deelwoord van finden (“vinden”). De nuttige vormreeks is finden – fand – gefunden: infinitief, verleden tijd en voltooid deelwoord. In het perfectum combineert gefunden met haben: Ich habe ... gefunden betekent “Ik heb ... gevonden”. Samen vormen de delen de Duitse perfectumzin Ich habe beide gefunden.: “Ik heb ze allebei gevonden.” De zin zegt dat de spreker beide bedoelde personen of zaken heeft gevonden; de specifieke referenten van beide worden in deze ene zin niet benoemd.

  6. Bitte leg das Kabel zurück ins Etui.

    Leg de kabel alsjeblieft terug in het etui.

    Bitte
    alsjeblieft
    leg
    leg
    das
    het
    Kabel
    kabel
    zurück
    terug
    ins
    in het
    Etui
    etui
    Uitgebreide uitleg

    Bitte betekent hier “alsjeblieft” en maakt het bevel beleefd. In een andere context kan het ook “graag gedaan” betekenen; dat is hier niet de functie. leg is de gebiedende wijs voor één persoon van legen (“leggen”). Hier gaat het om iets ergens neerleggen of terugleggen. Voor meerdere informeel aangesproken personen is de vorm legt; voor de beleefde aanspreekvorm is het legen Sie. Die vormen zijn dus niet hetzelfde als het waargenomen leg. das is hier het Duitse bepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Kabel. Het staat bij het lijdend voorwerp; bij Kabel ziet de accusatief er hetzelfde uit als de nominatief. In deze zin betekent het “de/het”. Het lidwoord geeft op zichzelf geen hoeveelheid aan. Kabel betekent “kabel”. Het meervoud is ook Kabel, dus dezelfde vorm kan enkelvoud of meervoud zijn. Hier maakt das duidelijk dat het om één kabel gaat. zurück betekent “terug”. Samen met legen vormt het de scheidbare combinatie zurücklegen: “terugleggen”. In deze gebiedende zin staat leg vooraan en staat zurück verderop. zurück voegt het idee van terugkeer toe. ins is de samengevoegde vorm van in das, dus “in het”. Bij beweging naar binnen staat de bestemmingsbepaling hier met de accusatief: in das Etui wordt ins Etui. Etui betekent “etui”. Het is een onzijdig Duits zelfstandig naamwoord. Daarom past das in in das Etui, samengevoegd tot ins Etui. De zin bouwt zo op: Bitte + de gebiedende vorm leg + het lijdend voorwerp das Kabel + het scheidbare deel zurück + de bestemmingsbepaling ins Etui. Samen betekent dit: “Leg de kabel alsjeblieft terug in het etui.”

  7. Ich gebe alles zurück, bevor ich gehe.

    Ik geef alles terug voordat ik wegga.

    Ich
    ik
    gebe … zurück
    geef ... terug
    alles
    alles
    bevor
    voordat
    gehe
    ga
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”. Dit is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord. De vorm verandert volgens de persoon: ich, du, er/sie/es. gebe ... zurück komt van het scheidbare werkwoord zurückgeben (“teruggeven”). In een gewone hoofdzin staat gebe op de tweede positie en staat het deel zurück aan het einde: Ich gebe das Buch zurück. = “Ik geef het boek terug.” gebe is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd; het is niet het werkwoord gehen. alles betekent “alles” of “alles wat bedoeld wordt”. Het is hier het lijdend voorwerp van zurückgeben. Voor een enkel concreet voorwerp kan bijvoorbeeld Ich gebe den Schlüssel zurück. = “Ik geef de sleutel terug.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in die een eerdere grens in de tijd aangeeft. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Patroon: bevor + onderwerp + ... + werkwoord. gehe komt van gehen (“gaan”) en is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich gehe. In deze zin betekent het, volgens de vaste vertaling, “ik wegga”. Een voorbeeld: Ich bleibe, bevor ich gehe. = “Ik blijf voordat ik wegga.” Samen betekent Ich gebe alles zurück “Ik geef alles terug”. De bijzin bevor ich gehe voegt daaraan toe dat dit gebeurt vóór het moment waarop ik wegga. De volledige betekenis is dus: “Ik geef alles terug voordat ik wegga.”

  8. Das passt für mich.

    Dat is goed voor mij.

    Das
    dat
    passt
    past; is geschikt
    für mich
    voor mij
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp voor iets dat in de situatie al duidelijk is. Het is de onzijdige vorm van het aanwijzend voornaamwoord: der (mannelijk), die (vrouwelijk of meervoud), das (onzijdig). In deze zin wordt niet verder gespecificeerd waarnaar Das verwijst. passt komt van passen. De vorm is tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: ich passe, du passt, er/sie/es passt. Hier betekent het niet letterlijk alleen “past” qua maat, maar “is geschikt” of “is goed”. Voorbeeld: Der Termin passt für mich. — “De afspraak komt mij goed uit.” für mich betekent “voor mij”. Na für staat in het Duits de accusatief; het persoonlijke voornaamwoord is daarom mich, niet ich. Vergelijk: für dich — “voor jou”. Samen vormt de zin: Das + passt + für mich: “Dat is goed voor mij” of “Dat komt mij goed uit.” De zin drukt uit dat iets voor de spreker geschikt of aanvaardbaar is.

Grammatica

für + Akkusativ: für mich

für mich

fuur misj

voor mij

Na für staat het persoonlijk voornaamwoord in de accusatief: mich.

Duits woordenschat

alles voornaamwoord
al-les alles
ausleihen werkwoord
aus-lai-en lenen
beide voornaamwoord
bai-də allebei
Bitte tussenwerpsel
bita alsjeblieft
dabei bijwoord
da-bai erbij
Etui zelfstandig naamwoord
e-twie etui
gefunden werkwoord
gə-foen-dən gevonden
Handyladegerät zelfstandig naamwoord
hendie-laa-də-gə-rèèt telefoonoplader

dein Handyladegerät

Innentasche zelfstandig naamwoord
in-nen-tasje binnenvak
Kabel zelfstandig naamwoord
kaa-bəl kabel
leg werkwoord
leek leg
Tasche zelfstandig naamwoord
tasje tas

meiner Tasche

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik je telefoonoplader lenen?

Antwoord tonenKann ich mir dein Handyladegerät ausleihen?

Zit de kabel erbij?

Antwoord tonenIst das Kabel dabei?

De kabel zit in het kleine etui.

Antwoord tonenDas Kabel ist im kleinen Etui.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

allebei

Antwoord tonenbeide

kabel

Antwoord tonenKabel

binnenvak

Antwoord tonenInnentasche

gevonden

Antwoord tonengefunden